-A +A

Dwaling over de prijs met een factor 100

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Plaats van uitspraak: Brussel
Datum van de uitspraak: 
maa, 03/02/2003
A.R.: 
nr. 8011/02

Wanneer bij de totstandkoming van het contract de werkelijke wil met een factor 100 afwijkt van de uitgedrukte wil, dan mist de uitvoering van de overeenkomst de veresite goede trouw, zeker wanneer de (ver)koper de normale prijs kende. De uitvoering van een dergelijke overeenkomst met een dergelijke vergissing kan niet gevorderd.

Rekenfouten scheppen geen recht

Publicatie
tijdschrift: 
DAOR
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2003/67
Pagina: 
37
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

 

A.R. : nr. 8011/02

I. Voorwerp van het geding en procedure.

1.1 De betwisting tussen partijen betreft de bestelling van goederen

1.2 De eisende partij dagvaardde teneinde de verwerende partij te horen veroordelen om aan de eisende partij de som te betalen van 3.172,59 EUR, te vermeerderen met de conventionele intresten herleid tot 9% vanaf 14 september 2002 tot de dag van de integrale betaling op 2. 700,08 EUR, de gerechtelijke intresten 405,01 EUR en de kosten van het geding.

Zij vraagt het te vellen vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

In haar conclusie vraagt de eisende partij in ondergeschikte orde om in elk geval voor recht te zeggen dat alle materialen die geleverd zijn op 21 juni 2002, maar niet voorkomen op de orderbevestiging 20010193, teruggegeven moeten worden en dit in perfecte staat, zoals afgeleverd, onverwerkt, onversneden en onbehandeld.

II Beoordeling

II.I In feite

De verwerende partij is naar eigen zeggen gespecialiseerd in commerciële animatie en heeft verschillende vrachtwagens die speciaal worden ingericht voor feesten, animatie, tournees en dergelijke meer.

Een vrachtwagen diende nog voor de zomervakantie ingericht te worden. Om een tekening aan te brengen in het plafond van de vrachtwagen, heeft de verwerende partij dringend bepaalde profielen nodig.

Op 14 juni 2002 schrijft n.v. Willy Van Craen, de eisende partij, n.v. Betim, aan met mededeling : « dringende bestelling - ik heb bij U een dringende bestelling geplaatst aangaande drie kleine ruimtes. Met als materiaal aluminium profielen 225 dewelke schuin geplaatst dienen te worden in een trailer. Ik zou zelf volgens afspraak het materiaal vrijdag 21 juni 2002 gaan afhalen in Antwerpen. De installateur gaat deze monteren op maandag 24 en dinsdag 25 juni 2002. Ik heb speciaal materiaal gekozen dat tegen die tijd geleverd kon worden. Ik ging een prijsofferte ontvangen vandaag maar helaas nog niets binnen. Zeer zeer dringend ik heb dit materiaal echt nodig».

Een hoeveelheid profielen wordt niet opgegeven.

De eisende partij bevestigt liet order op 17 juni 2002. Zij biedt onder meer aan 212,4 stukken van het profiel Luxalon 225 c AluPerfo 3 82 t Vlies, met een lengte van 1 cm, aan de eenheidsprijs van 8,87 EUR per meter voor een totale prijs van 18,84 EUR te verkopen.

Op een eerste gezicht is duidelijk dat de eisende partij een vergissing beging: 212 stuks kunnen onmogelijk voor een totale prijs van 18,84 EUR aangeboden worden.

Met 212,4 cm kunnen geen 3 kleine ruimtes aangepast worden, zoals blijkt uit de pleidooien. De juiste prijs voor deze goederen is 1 884 EUR.

De verwerende partij faxt dezelfde dag terug met de vraag waar zij de goederen kan afhalen. Voor deze bevestiging gebruikt ze de orderbevestiging van de eisende partij, die evenwel slechts het gedeelte herneemt dat boven de materiële vergissing voorkomt. De tekst eindigt net voor de lijn waarop de vergissing voorkomt.

De echtgenote van de zaakvoerder van de verwerende partij haalt op 21 juni 2002 de profielen af bij de producent ervan.

Zij heeft een document bij dat bij de verwerende partij opgesteld is en waarop staat «Afhaling goederen zie bijgaande bestelbon van de firma B etim nr. 2001019 3. Deze goederen dienen contant bij afhaling te worden voldaan. Totaal bedrag B. T W inclusief 400, 12 EUR. Te tekenen voor ontvangst voor een bedrag van 400, 12 EUR. Naam van de ontvanger en stempel van de firma».

Met de hand is onder meer het volgende bijgeschreven op dit document« Voorschot op leverbon interalu S979 3 na tel onderhoud Mr. Erik Legras». De heer Legros is een vertegenwoordiger van de eisende partij.

Op 30 juni 2002 stelt de eisende partij een factuur op voor 2 656,18 EUR, inclusief B.T.W. Indien de factuur meer dan 8 dagen na de datum ervan betaald wordt, dient de verwerende partij intresten ten bedrage van 4 3, 90 EUR te betalen.

De raadsman van de verwerende partij protesteert de factuur van de eisende partij op 12 juli 2002. Hij verwijst naar de orderbevestiging en naar het feit dat de producent van de aluminiumprofielen eenzijdig vermeld zou hebben dat het bedrag van 400, 12 EUR enkel een voorschot was.

Op 7 augustus 2002 stelt de eisende partij de verwerende partij in gebreke om de factuur volledig te betalen. Anders vraagt zij de goederen die te veel geleverd werden, in perfecte staat terug te geven.

Partijen bereiken geen overeenstemming en de eisende partij dagvaardt op 4 september 2002, zoals hiervoor uiteen gezet.

II.2. In rechte

II.2.1. Er is geen betwisting tussen partijen met betrekking tot het feit de eindfactuur overeenstemt met de geleverde materialen en de oorspronkelijke eenheidsprijs.

II.2 .2. Is de eisende partij gebonden door haar orderbevestiging?

II.2.2.1. De juiste prijs voor de 212,4 profielen bedroeg 1 884 EUR en geen 18,84 EUR. De eisende partij beging derhalve een (grote) materiële vergissing, van factor 100, die mede zou kunnen veroorzaakt zijn door de dringendheid van de verkoop in hoofde van de verwerende partij.

II.2.2.2. Er kan niet getwijfeld worden aan het feit dat het niet de werkelijke bedoeling geweest is van de eisende partij om 212,4 profielen aan de prijs van 1 cm in de plaats van 1 nieter te verkopen. Het betreft een verschil van factor 100.

De bewering van de verwerende partij, dat zij nooit zou gecontracteerd hebben. indien zij de werkelijke prijs zou gekend hebben is daarentegen niet bewezen.

De verwerende partij kort en moest weten dat 212,4 profielen, met een eenheidsprijs van 8,87 EUR per meter, in het totaal geen 18,84 EUR kunnen kosten. Dit is des te meer het geval daar de verwerende partij aan de eisende partij uitgelegd had dat een tekening in het plafond gemonteerd moest worden en dat drie kleine ruimtes dienden ingericht te worden.

II.2.2.3. De uitvoering van de overeenkomst te goeder trouw (art. 1134 B.W.) vereist dat de verwerende partij de vergissing zag, minstens dat zij bij de vaststelling van de vergissing de juiste prijs betaalde, zeker nu zij de eenheidsprijs per meter kende en zij zelf op basis van, haar tekening wist hoeveel meters nodig waren om de drie kleine ruimtes in te richten.

Door de vermelding «voorschot» op de leveringsbon, door het feit dat er ruggespraak geweest is met de vertegenwoordiger van de eisende partij bij de afhaling van de goederen door de echtgenote van de zaakvoerder van de verwerende partij, door de handtekening van de echtgenote van de zaakvoerder, van wie niet is aangetoond dat zij haar bevoegdheid zou overschreden hebben, en door het meenemen nadien van de goederen, heeft de venverende partij ook aanvaard dat de orderbevestiging een materiële vergissing bevatte, die recht gezet diende te worden. Uit de uitvoering van de overeenkomst blijkt de aanvaarding door de verwerende partij van de rechtzetting van de materiële vergissing.

II.2 .2 .4. De eisende partij is niet gebonden door de prijsopgave van haar orderbevestiging. De betwisting van de factuur is dan ook ongegrond.

II.2 .2 .5. Voor zover nog nodig wijst de rechtbank er op dat deze beslissing ook gegrond zou kunnen worden op de zogenaamde least cost avoider-doctrine, die contracten en geschillen bij de totstandkoming en de uitvoering van contracten vanuit economisch oogpunt benadert. In deze theorie is elk misverstand tussen personen die aan het economisch verkeer deelnemen te betreuren en moet dit voorkomen worden of minstens zo snel mogelijk ophouden.

In geval van een misverstand tussen contractspartijen ten gevolge van een materiële vergissing in de tekst ( de orderbevestiging in dit geval) is de opsteller van de tekst verantwoordelijk bij relatief kleine vergissingen en de lezer bij relatief grote vergissingen. Aangezien het hier om een grote vergissing gaat, is de lezer, dit is de verwerende partij in het voorliggende geval, verantwoordelijk (zie G. DE GEEST en B. DE Moos, «Misverstanden tussen partijen over wat is afgesproken: aanzet tot een least cost avoider-doctrine », T.P.R., 1990, 701-777, inz. 703-705 en 733- 734).

II.2.3. De verwerende partij betwist het gevorderde bedrag als zodanig niet. Het is gestaafd door de neergelegende stukken.

Op grond van het voorgaande wordt de verwerende partij veroordeeld om aan de eis ende partij de som te betalen van 3 172,59 EUR, te vermeerderen met de conventionele vergoedende intresten vanaf 14 september 2002 en met de gerechtelijke verwijlintresten vanaf de dagvaarding tot aan de algehele betaling op de som van 2 700,08 EUR en te vermeerderen met de gerechtelijke verwijlintresten op de som van 405,01 EUR, alle intresten aan 9%, zoals vrijwillig herleid door de eisende partij.

..:

Om deze redenen, De rechtbank,

Verklaart de vordering toelaatbaar en gegrond in de hierna bepaalde mate ...

 

 

Noot: 

Bedrog is meer dan een loutere verkeerde voorstelling.

Bedrog veronderstelt het bewijs van kunstgrepen of listen die door de wederpartij werden aangewend om een partij een verkeerde voorstelling van zaken op te verschaffen dan wel middels kunstgrepen of listen een partij tot contracteren te bewegen.

Dwaling daarentegen 
resulteert in de nietigheid van een overeenkomst, onder volgende cumulatief te vervullen voorwaarden:
[1] de dwaling moet bestaan op het ogenblik van de contractsluiting,
[2] de dwaling moet de zelfstandigheid betreffen van de zaak waarover de overeenkomst
[3] de dwaling moet verschoonbaar zijn voor de dwalende partij. Een dwaling is ondermeer niet verschoonbaar indien de dwalende partij zich niet voldoende geïnformeerd heeft alvorens zijn toestemming te geven.

Rechtsleer

C.L. Vernietiging overeenkomst wegens dwaling: verschoonbaarheid versus informatieplicht, NJW 2011, 581

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 06/08/2016 - 10:52
Laatst aangepast op: za, 06/08/2016 - 10:52

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.