-A +A

Draagwijdte verklaring derden beslagene en schulden uit het verleden

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Datum van de uitspraak: 
maa, 11/05/2015
A.R.: 
C.14.0458.N

Bevat 1452, tweede lid, 2°, Gerechtelijk Wetboek wat de te vermelden schulden betreft geen beperking in de tijd, dan komt de derde-beslagene niet tekort aan zijn verplichting door het niet-vermelden van schulden uit het verleden die ten tijde van het beslag waren uitgedoofd wanneer hij mocht veronderstellen dat de vermelding ervan niet meer dienstig was en de beslaglegger evenmin in het beslagexploot naar deze schulden heeft verwezen.

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. C.14.0458.N
FCE BANK, vennootschap naar Brits recht, met zetel te 1082 Sint-Agatha-Berchem, Hunderenveldlaan 110,
eiseres,
tegen
RC bvba, met zetel te 2940 Stabroek, Dorpsstraat 38,
verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 15 januari 2014.
De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 20 februari 2015 verwezen naar de derde kamer.

II. CASSATIEMIDDEL
De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest gehecht is, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. Krachtens artikel 1539 Gerechtelijk wetboek kan de schuldeiser die over een uitvoerbare titel beschikt, uitvoerend beslag onder derden leggen, op de bedragen en zaken die deze aan zijn schuldenaar verschuldigd is.

Krachtens artikel 1452, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek is de derde-beslagene, binnen vijftien dagen na het derdenbeslag, gehouden verklaring te doen van de sommen of zaken die het voorwerp zijn van het beslag.

Krachtens artikel 1452, tweede lid, 2°, Gerechtelijk Wetboek moet de verklaring nauwkeurig alle dienstige gegevens voor de vaststelling van de rechten van partij-en vermelden en inzonderheid de bevestiging door de derde-beslagene dat hij niet of niet meer de schuldenaar is van de beslagene.

Bevat deze bepaling wat de te vermelden schulden betreft geen beperking in de tijd, dan komt de derde-beslagene niet tekort aan zijn verplichting door het niet-vermelden van schulden uit het verleden die ten tijde van het beslag waren uitge-doofd wanneer hij mocht veronderstellen dat de vermelding ervan niet meer dien-stig was en de beslaglegger evenmin in het beslagexploot naar deze schulden heeft verwezen.

2. De appelrechters stellen vast dat de verweerster verklaard heeft geen enkele schuld te hebben of geen enkele betaling verschuldigd te zijn aan de beslagene.

3. De appelrechters oordelen dat:
- uit de voorgelegde oprichtingsakte van de verweerster blijkt dat de beslagene samen met haar kleinzoon zaakvoerder was van de verweerster en dat haar mandaat onbezoldigd was;
- de beslagene op 15 april 2011, dit is de datum van het beslag, reeds geruime tijd geen eigenaar meer was van het aandeel dat zij in de verweerster had, aan-gezien uit het voorliggende aandelenregister blijkt dat zij dat aandeel reeds op 31 december 2010 aan haar kleinzoon had overgedragen.

4. Door op die gronden te oordelen dat de verklaring van de verweerster niet als onvolledig, onnauwkeurig of dubbelzinnig te beschouwen is, verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht.
Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Tweede onderdeel

5. De appelrechters oordelen dat "zelfs indien [de beslagene] op het ogenblik van het leggen van het roerend derdenbeslag nog eigenaar zou zijn van één aan-deel dit [de verweerster] als vennootschap geen schuldenaar maakt van [de be-slagene], zodat hiervan geen melding diende te worden gemaakt in de verklaring van de derde-beslagene".

6. Het onderdeel dat opkomt tegen een ten overvloede gegeven reden, kan niet tot cassatie leiden en is bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.

Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eiseres tot de kosten.
Bepaalt de kosten voor de eiseres op 806,91 euro.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer

Noot: 

Facultatief karakter van de sanctie op te leggen door de beslagrechter

Hof van Cassatie, België, 15/05/2014, AR C.13.0420.N, RABG 2014/17, 1208, met noot, Over het facultatief karakter van de schuldenaarsverklaring bij beslag onder derden.

Samenvatting 

De beslagrechter, die dient te oordelen of de derde-beslagene, die zijn verklaring niet doet binnen vijftien dagen na het derdenbeslag, of ze niet met nauwkeurigheid heeft gedaan, tot schuldenaar kan worden verklaard voor het geheel of voor een gedeelte van de oorzaken van het beslag, alsook voor de kosten ervan, beschikt over een beoordelings- en matigingsbevoegdheid en kan in uitzonderlijke omstandigheden beslissen, ook al heeft de derde-beslagene geen of geen tijdige verklaring afgelegd, hetzij deze sanctie niet op te leggen, hetzij deze te matigen.

Het arrest van het Hof besliste tot een beperkte vernietiging op het hier niet gepubliceerde eerste onderdeel van het tweede cassatiemiddel, dat een motiveringsgebrek aanvoerde, en dit enkel in zoverre het bestreden arrest oordeelde over de kosten.

Het OM concludeerde tot een volledige vernietiging en was van oordeel dat het tweede onderdeel van het eerste middel gegrond was.

Met verwijzing naar het arrest van het Hof van 26 april 2002 (Cass. 26 april 2002, AR C.01.0253.F, AC 2002, nr. 255), waarin werd geoordeeld dat de beslagrechter kan beslissen om de sancties niet op te leggen, maar alleen wanneer de omstandigheden van de zaak zulks rechtvaardigen, stelde het OM dat de beslagrechter in feite en dus onaantastbaar oordeelt of de sanctie moet worden opgelegd, en dat het Hof alsdan moet overgaan tot marginale toetsing of de rechter zijn beslissing wettig heeft kunnen gronden op zijn vaststellingen.

Het OM was van mening dat dit in deze zaak niet het geval was.

Tekst arrest

Nr. C.13.0420.N
RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID, openbare instelling, met ze-tel te 1060 Sint-Gillis, Victor Hortaplein 11,
eiser,
tegen
Marian VAN ALPHEN, advocaat, met kantoor te 2100 Antwerpen (Deurne), Turnhoutsebaan 289, in haar hoedanigheid van curator van het faillissement van Flomarg bvba,
verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 4 mei 2012.

II. CASSATIEMIDDELEN
De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest gehecht is, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Eerste onderdeel

1. De appelrechter oordeelt dat:
- de sanctie van artikel 1542 Gerechtelijk Wetboek geen automatische sanctie is;
- het wetsartikel uitdrukkelijk vermeldt dat de beslagrechter de derde-beslagene, die zijn verklaring niet of niet tijdig heeft gedaan, schuldenaar "kan" verklaren voor het geheel of een gedeelte van de oorzaken van het beslag;
- de feitenrechter op onaantastbare wijze beoordeelt of deze sanctie moet worden toegepast.

2. De appelrechter beantwoordt aldus het in het onderdeel bedoelde verweer.
Het onderdeel mist feitelijke grondslag.

Tweede onderdeel

3. Krachtens de artikelen 1456 en 1542 Gerechtelijk Wetboek kan de derde-beslagene, die zijn verklaring niet doet binnen vijftien dagen na het derdenbeslag, of ze niet met nauwkeurigheid heeft gedaan, tot schuldenaar worden verklaard voor het geheel of voor een gedeelte van de oorzaken van het beslag, alsmede voor de kosten daarvan.

4. Uit deze bepalingen volgt dat de beslagrechter over een beoordelings- en matigingsbevoegdheid beschikt en dat hij in uitzonderlijke omstandigheden kan beslissen, ook al heeft de derde-beslagene geen of geen tijdige verklaring afge-legd, hetzij deze sanctie niet op te leggen, hetzij deze te matigen.

5. Het onderdeel dat de ervan uitgaat dat, wanneer de derde-beslagene geen of geen tijdige verklaring heeft afgelegd, de sanctie steeds dient te worden toegepast tenzij de omstandigheden van de zaak overmacht uitmaken, faalt naar recht.

Tweede middel

Eerste onderdeel

6. Het bestreden arrest beantwoordt het in het onderdeel bedoelde verweer niet.

Het onderdeel is gegrond.

Overige grieven
De overige grieven kunnen niet leiden tot ruimere cassatie.

Dictum
Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het oordeelt over de kosten.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter.
Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 29/10/2016 - 13:38
Laatst aangepast op: za, 29/10/2016 - 13:38

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.