-A +A

Douane en accijnzen kosten inbeslagneming

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
don, 14/12/2017
A.R.: 
C.17.0192.N

Krachtens artikel 221, § 4, eerste lid AWDA wordt, in afwijking van § 1, teruggave verleend van de verbeurd verklaarde goederen aan de persoon die eigenaar was van de goederen op het ogenblik van de inbeslagneming en die aantoont dat hij vreemd is aan het misdrijf.

Krachtens het tweede lid blijven in geval van teruggave de eventuele kosten verbonden aan de inbeslagneming, de bewaring en het behoud van de goederen ten laste van de eigenaar.

Uit deze bepaling en de wetsgeschiedenis volgt dat voormeld artikel 221, § 4, tweede lid AWDA eveneens de kosten omvat die verbonden zijn aan het lossen van de in beslag genomen goederen.

Krachtens voormelde bepaling komen deze kosten aldus finaal ten laste van de eigenaar van de in beslag genomen goederen. De douaneadministratie dient deze kosten evenwel voor te schieten, aangezien zij voortvloeien uit het beslag dat op haar initiatief werd gelegd. De administratie kan deze kosten vervolgens verhalen op de eigenaar van de in beslag genomen goederen, krachtens voormeld artikel 221, § 4, tweede lid AWDA.

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2018/6
Pagina: 
512
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

(J.L. BVBA / Belgische Staat - Rolnr.: C.17.0192.N)

I. Rechtspleging voor het Hof
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 5 december 2016.

II. Cassatiemiddelen
De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest gehecht is, zes middelen aan.

III. Beslissing van het Hof
Beoordeling
Eerste middel
Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat één van de partijen heeft aangevoerd dat de procedure, wat de container GSTU 678416-3 betreft, bij toepassing van artikel 4 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering dient te worden geschorst tot de definitieve uitspraak van de strafrechter over het strafrechtelijk beslag en de verbeurdverklaring van deze container.

De appelrechters die ambtshalve de procedure wat deze container betreft schorsen, zonder de partijen toe te laten daarover standpunt in te nemen, miskennen het algemene rechtsbeginsel van het recht van verdediging.

Het middel is gegrond.

Vierde middel
Eerste onderdeel
Krachtens artikel 221, § 4, eerste lid AWDA wordt, in afwijking van § 1, teruggave verleend van de verbeurd verklaarde goederen aan de persoon die eigenaar was van de goederen op het ogenblik van de inbeslagneming en die aantoont dat hij vreemd is aan het misdrijf.

Krachtens het tweede lid blijven in geval van teruggave de eventuele kosten verbonden aan de inbeslagneming, de bewaring en het behoud van de goederen ten laste van de eigenaar.

Uit deze bepaling en de wetsgeschiedenis volgt dat voormeld artikel 221, § 4, tweede lid AWDA eveneens de kosten omvat die verbonden zijn aan het lossen van de in beslag genomen goederen.

Krachtens voormelde bepaling komen deze kosten aldus finaal ten laste van de eigenaar van de in beslag genomen goederen. De douaneadministratie dient deze kosten evenwel voor te schieten, aangezien zij voortvloeien uit het beslag dat op haar initiatief werd gelegd. De administratie kan deze kosten vervolgens verhalen op de eigenaar van de in beslag genomen goederen, krachtens voormeld artikel 221, § 4, tweede lid AWDA.

De appelrechters oordelen dat “[de verweerder] terecht heeft geweigerd om de kosten voor het lossen van de containers te betalen, aangezien [hij] krachtens artikel 221, § 4, tweede lid AWDA hiertoe niet gehouden is. [De eiseres] had terug over de desbetreffende containers kunnen beschikken door deze op kosten van de eigenaar van de in beslag genomen goederen te laten lossen.”

Door aldus te oordelen dat niet de verweerder, maar de eiseres de kosten moest voorschieten die verbonden waren aan het lossen van de in beslag genomen goederen en die vervolgens kon verhalen op de eigenaar van de in beslag genomen goederen, verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht.

Het onderdeel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie.

Noot: 

• Van Dooren, E., « Kostenperikelen bij douanerechtelijke inbeslagnemingen », R.A.B.G., 2018/6, p. 514-518

• E. Van Dooren, “Iteratieve knelpunten van douane- en accijnsstrafrecht” in Actuele problemen van het fiscaal strafrecht, M. Maus en M. Rozie (eds.), Antwerpen, Intersentia, 2011, (465) 478).

• E. Van Dooren, « Geen rechtsplegingsvergoeding bij gedwongen invordering van douaneschulden ten overstaan van de strafrechter », R.A.B.G., 2017/7, p. 547-552

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 10/05/2018 - 22:12
Laatst aangepast op: do, 10/05/2018 - 22:12

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.