-A +A

Discriminatie op grond van geslachtsverandering, genderidentiteit en genderexpressie

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Rechtbank van Eerste Aanleg
Plaats van uitspraak: Antwerpen
Datum van de uitspraak: 
woe, 31/05/2017

De weigering om een transman te laten deelnemen aan een groeps¬reis naar Jordanië, zonder dat hij akkoord gaat met het betalen van een prijstoelage, houdt een schen¬ding in van de Genderwet.

Publicatie
tijdschrift: 
NJW
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2018
Pagina: 
450

Rb. Antwerpen (afd. Antwerpen) 31 mei 2017, NjW 2018, 450.

LX.[ ... ]

2. Instituut voor gelijkheid van vrouwen en mannen,[ ]

eisende partijen, [ ]

tegen:

Y. [ ... ],

verwerende partij,

[ ... ]

De vordering van eerste eisende partij strekt ertoe te horen zeggen voor recht dat de door verwerende partij geformuleerde weigering om eerste eisende partij te laten deelnemen aan de reis naar Jordanië zonder dat hij akkoord gaat met het betalen van een prijstoelage, een overtreding inhoudt van de Genderwet.

Verder strekt de vordering van eerste eisende partij ertoe verwerende partij te horen veroordelen in betaling van de som van 1.300,00 EUR ten titel van morele schade, te vermeerderen met de vergoedende intresten aan de wettelijke intrestvoet vanaf 8 maart 2016 en de gerechtelijke intresten.

Vervolgens strekt de vordering van eerste eisende partij ertoe verwerende partij te horen veroordelen in betaling van de som van 395,00 EUR ten titel van materiële schade, te vermeerderen met de vergoedende intresten aan de wettelijke intrestvoet vanaf 8 maart 2016 en de gerechtelijke intresten.

Eerste eisende partij vordert dat verwerende partij wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding, begroot op 480,00 EUR.

De vordering van tweede eisende partij sterkt ertoe te horen zeggen voor recht dat de door verwerende partij geformuleerde weigering om eerste eisende partij te laten deelnemen aan de reis naar Jordanië zonder dat hij akkoord gaat met het betalen van een prijstoelage, een overtreding inhoudt van de Genderwet.

Verder strekt de vordering van tweede eisende partij ertoe verwerende partij te horen veroordelen in betaling van de som van ex aequo et bono 1.500,00 EUR begroot ten titel van morele schade, te vermeerderen met de vergoedende intresten gelijk aan de wettelijke intrestvoet vanaf 23 maart 2016 en de gerechtelijke intresten.

Tweede verwerende partij vordert dat verwerende partij wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding, begroot op 1.440,00 EUR.

Vervolgens strekt de vordering ertoe het vonnis uitvoerbaar te horen verklaren bij voorraad.

Met betrekking tot de feiten die aan de vordering ten grondslag liggen, verwijst de rechtbank naar de inleidende dagvaarding.

De rechtbank stelt vast dat verwerende partij verstek laat.

Art. 806 Ger.W. bepaalt dat de rechter in het verstekvonnis de vorderingen of verweermiddelen van de verschijnende partij inwilligt, behalve in zoverre de rechtspleging, de vorderingen of middelen strijdig zijn met de openbare orde.

De rechtbank kan geen strijdigheid met de openbare orde vaststellen, zodat de vordering zoals gesteld kan worden toegekend.

Nu de zaak wordt afgesloten met een beslissing bij verstek en geen enkele in het ongelijk gestelde partij ooit is verschenen, is het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding dat van de minimumvergoeding.

Wat de gevraagde uitvoerbaarheid van het vonnis betreft is de rechtbank van oordeel dat deze niet kan worden toegestaan.

De voorlopige uitvoerbaarverklaring vormt immers een afwijking op de schorsende werking van verzet.

In casu blijken er geen omstandigheden te zijn die de hoogdringendheid en de noodzaak van een dergelijke maatregel verantwoorden.

OM DEZE REDENEN, DE RECHTBANK,

[ ... ]

Verklaart de vordering ontvankelijk en deels gegrond.

Zegt voor recht dat de door verwerende partij geformuleerde weigering om eerste eisende partij te laten deelnemen aan de reis naar Jordanië zonder dat hij akkoord gaat met het betalen van een prijstoelage, een overtreding inhoudt van de Genderwet.

Veroordeelt verwerende partij in betaling van de som van 3.300,00 EUR aan eerste eisende partij ten titel van morele schade, te vermeerderen met de intresten aan de wettelijke intrestvoet vanaf 8 maart 2016 tot de datum van de dagvaarding en de gerechtelijke intresten aan dezelfde intrestvoet vanaf de datum van de dagvaarding tot de dag der algehele betaling.

Veroordeelt verwerende partij in betaling van de som van 395,00 EUR aan eerste eisende partij ten titel van materiële schade, te vermeerderen met de intresten aan de wettelijke intrestvoet vanaf 8 maart 2016 tot de datum van de dagvaarding en de gerechtelijke intresten aan dezelfde intrestvoet vanaf de datum van de dagvaarding tot de dag der algehele betaling.

Veroordeelt verwerende partij in betaling van de som van 1.500,00 EUR ex aequo et bono aan tweede eisende partij ten titel van morele schade, te vermeerderen met de intresten aan de wettelijke intrestvoet vanaf 23 maart 2016 tot de datum van de dagvaarding en de gerechtelijke intresten aan dezelfde intrestvoet vanaf de datum van de dagvaarding tot de dag der algehele betaling.

[ ... ]

 

Noot: 

Paul Borghs, Discriminatie op grond van geslachtsverandering, genderidentiteit en genderexpressie, NJW 2018, 451

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 30/06/2018 - 17:23
Laatst aangepast op: za, 30/06/2018 - 17:40

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.