-A +A

Deskundigenonderzoek enkel indien de rechter zich niet sneller en goedkoper kan laten inlichten

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Politierechtbank
Plaats van uitspraak: Brugge
Datum van de uitspraak: 
vri, 16/09/2011
Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2011-2012
Pagina: 
1310
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

BVBA A.B.W. t/ NV M.V.

De vordering van eiseres strekt ertoe verweerster te veroordelen tot betaling van een provisioneel bedrag van 1 euro in hoofdsom, naast de aanstelling van een deskundige-accountant met als opdracht de rechtbank te adviseren over de totale schade (bijkomende betalingen, rendementsverlies, investeringen, meerinspanningen, ...) die eiseres heeft geleden ingevolge het ongeval dat haar werknemer E.C. op 3 februari 2006 is overkomen.

De vordering is gebaseerd op een fout van de verzekerde van verweerster in de zin van de artikelen 1382 en/of 1383 BW, alsook op art. 54, § 4 Arbeidsovereenkomstenwet, en het rechtstreeks vorderingsrecht van de benadeelde tegen de verzekeraar (art. 86 Wet Landverzekeringsovereenkomst).

Verweerster betwist niet dat haar verzekerde aansprakelijk is voor het ongeval, maar is van oordeel dat inmiddels alle schade reeds werd vergoed, en dat een gebeurlijk aangestelde expert uit de door eiseres medegedeelde stukken geen enkele schade in oorzakelijk verband met het ongeval van eiseres zou kunnen afleiden, zodat de vordering als ongegrond moet worden afgewezen.

...

3. Eiseres vraagt de aanstelling van een gerechtsdeskundige om het financiële nadeel te begroten.

Het deskundigenonderzoek is een onderzoeksmaatregel waarbij de tussenkomst van een deskundige wordt bevolen om de rechter in staat te stellen een beter inzicht te krijgen in de technische aspecten van het geschil dat hem wordt voorgelegd, zowel wat de feiten als hun oorzaken en gevolgen betreft (T. Lysens en L. Naudts in D. De Buyst, P. Kortleven en T. Lysens (eds.), Bestendig handboek deskundigenonderzoek, Diegem, Kluwer, 2001, losbl., III. 1.1).

Inzake het deskundigenonderzoek geldt het subsidiariteitsbeginsel (D. Scheers en P. Thiriar, Het gerechtelijk recht in de hoogste versnelling, Antwerpen, Intersentia, 2008, 123). De rechter moet de keuze van de onderzoeksmaatregel beperken tot wat volstaat om het geschil op te lossen, waarbij de meest eenvoudige, snelle en goedkope maatregel de voorkeur geniet (art. 875bis Ger.W., ingevoegd bij de wet van 15 mei 2007 betreffende het deskundigenonderzoek). De regel van de subsidiariteit van het deskundigenonderzoek houdt in dat de rechter eerst moet nagaan of hij zich niet op een andere manier kan laten voorlichten (Parl. St. Kamer 2006-07, nr. 51-2540/007). Een expertise brengt immers aanzienlijke kosten mee, vertraagt de procedure en draagt bij tot de gerechtelijke achterstand (M. Castermans, De hervorming van het deskundigenonderzoek, Gent, Story Publishers, 2007, 12-13). Dit impliceert ook dat eiseres in eerste instantie zelf haar bewijslast moet vervullen en niet blindelings haar toevlucht kan nemen tot een gerechtelijke expertise (Antwerpen 21 november 2007, nr. 3904, Rep. 2007/8783, onuitg., gevoegd in stukkenbundel van verweerster).

De rechtbank stelt samen met verweerster vast dat eiseres er zich thans toe beperkt een opsomming te geven van een aantal beweerde schadeposten zonder enige poging te ondernemen om haar schade te bewijzen en te begroten.

Eiseres dient eerst haar schade aannemelijk te maken en haar vordering desbetreffend te staven, waarna gebeurlijk bij betwisting de rechtbank het advies van een gerechtsdeskundige kan overwegen in zover bepaalde elementen wegens hun technisch en gespecialiseerd karakter onduidelijk blijven (cf. hierboven vermeld arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen). Het gaat niet op dat eiseres genoegen neemt met het bundelen van een aantal jaarrekeningen van de periode vóór het ongeval, een lijst VDAB-facturen en enkele gegevens over de IBO-reglementering.

Eiseres wordt derhalve uitgenodigd om haar schade in concreto aan te tonen en te becijferen. Inzonderheid komt het daarbij noodzakelijk voor om het beweerde professioneel financieel nadeel o.m. te staven met fiscale gegevens en jaarrekeningen van de periode 2006-2007-2008, relevante gegevens betreffende het aantal werkkrachten vóór, tijdens en na de periode van volledige arbeidsongeschiktheid van het slachtoffer C., detailgegevens over de meerkost van de andere arbeiders ten gevolge van de arbeidsongeschiktheid van werknemer C., een gedetailleerde duiding inzake enerzijds de factuur van aankoop werkkledij van 9 september 2006 en de aankoop van een voertuig Honda Civic van 3 oktober 2006 en anderzijds het causaal verband van deze aankopen met het ongeval, ...

De rechtbank beveelt dan ook ambtshalve de heropening van het debat teneinde de partijen in de mogelijkheid te stellen hierover standpunt in te nemen. Overeenkomstig art. 775 Ger.W. moet de rechtbank termijnen bepalen waarbinnen de partijen hun schriftelijke opmerkingen moeten bezorgen “op straffe van ambtshalve verwijdering uit het debat”. Het staat de rechter vrij alsnog een terechtzitting te bepalen waarop partijen over het door hem bepaalde onderwerp zullen worden gehoord. In voorliggend geval acht de rechtbank het raadzaam dat de partijen nog mondeling toelichting verstrekken, zodat een nieuwe pleitdatum wordt vastgesteld.

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 10/03/2012 - 12:22
Laatst aangepast op: za, 10/03/2012 - 12:22

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.