-A +A

Deskundigenonderzoek bevolen door onderzoeksrechter waaraan een partij niet kon deelnemen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
woe, 22/10/2014
A.R.: 
P.13.0764.F

De omstandigheid dat een partij niet kan deelnemen aan het door de onderzoeksrechter bevolen deskundigenonderzoek, behalve en in zoverre deze zulks nuttig acht voor het achterhalen van de waarheid, levert als dusdanig geen schending op van artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, noch een miskenning van het algemeen beginsel van het recht van verdediging (1). (1) Cass. 26 oktober 2010, AR P.10.1029.N, AC 2010, nr. 637; Cass. 13 november 2012, AR P.12.1082.N, AC 2012, nr. 610.

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. P.13.0764.F
C. T.,
tegen
1. V. M. en
2. L. L.,
optredend in eigen naam en als wettelijke beheerders van de goederen van hun minderjarige dochter Margaux.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik, cor-rectionele kamer, van 20 maart 2013.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing op de strafvor-dering

Eerste middel

De eiser verwijt het arrest dat het steunt op door de onderzoeksrechter bevolen niet-tegensprekelijke deskundigenonderzoeken. Hij voert aan dat het deskundi-genonderzoek op tegenspraak moet worden verricht telkens als het een punt tot voorwerp heeft dat essentieel is voor de uitspraak en dat buiten de deskundigheid van de rechter valt.

De omstandigheid dat een partij geen deel heeft aan het door de onder-zoeksrechter bevolen deskundigenonderzoek, behoudens zo en in zoverre deze het nuttig acht voor het achterhalen van de waarheid, maakt op zich geen schending uit van artikel 6 EVRM en geen miskenning van het algemeen beginsel van de eerbiediging van het recht van verdediging.

Uit de vaststellingen van het arrest blijkt dat de eiser op passende wijze heeft kun-nen deelnemen aan de rechtspleging voor de feitenrechter, met name door hem de besluiten over te leggen van de technische raadslieden die hijzelf tot staving van zijn verdediging daartoe opdracht heeft gegeven.

Het arrest geeft ook aan dat de eiser en zijn technische raadslieden kennis hebben kunnen nemen van alle stukken waarop de gerechtsdeskundigen zich hadden ge-baseerd om hun eigen besluiten op te stellen, teneinde deze naar behoren te kun-nen tegenspreken.

Aangezien de vragen die aan de twee door de onderzoeksrechter aangezochte des-kundigen zijn gesteld, onderscheiden zijn van de vragen die het hof van beroep moet beslechten, zoals het bestreden arrest vaststelt, volstaat de bovenbedoelde tegenspraak om het recht op een eerlijke behandeling van de zaak te verzekeren, gewaarborgd door artikel 6 EVRM.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Tweede middel

De eiser voert aan dat hij niet in alle stadia van de rechtspleging en dus ook niet in de loop van het voorbereidend onderzoek het kind dat hem beschuldigt, heeft kunnen ondervragen of doen ondervragen. Hij leidt daaruit af dat de appelrechters hun beslissing niet naar recht hebben kunnen gronden op de audiovisuele opname van de verklaringen van dat kind.

Artikel 6 EVRM, waarop het middel zich beroept, stelt de veroordeling van een beklaagde wegens seksueel misbruik van een kind niet noodzakelijk afhankelijk van de rechtstreekse of onrechtstreekse confrontatie van de misbruiker met zijn slachtoffer.

Het staat aan de feitenrechter om, met inachtneming van de jonge leeftijd van het slachtoffer en het recht van verdediging van de verdachte, te beoordelen of de confrontatie van een partij met de tegenpartij of de ondervraging van een partij door de tegenpartij kunnen bijdragen tot het achterhalen van de waarheid zonder het trauma van het kind nodeloos te verergeren.

Het middel, dat de feitenrechter die beoordelingsbevoegdheid ontzegt, faalt naar recht.
(...)
Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eiser tot de kosten.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel

Gerelateerd
Aangemaakt op: wo, 13/04/2016 - 17:21
Laatst aangepast op: ma, 02/05/2016 - 11:37

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.