-A +A

Deskundige kan geen derdenverzet aantekenen tegen vonnis tot taxatie van zijn ereloon

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Antwerpen
Datum van de uitspraak: 
woe, 07/09/2011

De deskundige die wordt opgeroepen in een taxatieprocedure in de zin van art. 991, § 2 Ger.W. wordt partij in het geding, zodat zijn derdenverzet tegen het vonnis waarbij over het taxatiegeschil uitspraak werd gedaan, niet ontvankelijk is.
 

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2013-2014
Pagina: 
1426
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

S.N. t/ V., T. e.a.

...

4. De beoordeling

Het hoger beroep inzake 2010/AR/2421

...

4.3. N.S. werd bij vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen van 3 november 2005 aangesteld als gerechtsdeskundige in het geding tussen V.-T., het faillissement van de BVBA J.C. en architect L. De C.

V.-T. hebben zich met een brief van hun raadsman van 3 juni 2008 tot de rechtbank van eerste aanleg gewend met het verzoek partijen op te roepen om te verschijnen teneinde uitspraak te doen over een incident dat zich tijdens het deskundigenonderzoek voordeed.

De rechtbank heeft partijen en de gerechtsdeskundige bij brief van 17 juni 2008 met toepassing van art. 973, § 2 Ger.W. opgeroepen om te verschijnen in raadkamer (...).

Uit de stand van de rechtspleging in eerste aanleg op 22 januari 2009 blijkt dat aan de eerste rechter een taxatiegeschil in de zin van art. 991, § 2 Ger.W. werd voorgelegd.

4.4. De taxatieprocedure is een rechtspleging die is geënt op het hoofdgeding. De taxatieprocedure heeft de beoordeling tot voorwerp van de aanspraak van de gerechtsdeskundige op ereloon en op vergoeding van zijn kosten (art. 991, § 2, tweede lid Ger.W.) en strekt tot het al dan niet verlenen aan de gerechtsdeskundige van een uitvoerbare titel ten laste van de partij zoals bepaald voor de consignatie van het voorschot (art. 991, § 2, vierde lid Ger.W.).

De partijen en de gerechtsdeskundige worden opgeroepen om te verschijnen met toepassing van art. 973, § 2, tweede lid Ger.W. Zij die krachtens art. 973, § 2, tweede lid Ger.W. worden opgeroepen om te verschijnen in die taxatieprocedure worden daarin partij.

In onderhavige zaak is de gerechtsdeskundige in persoon verschenen ter terechtzitting van de eerste rechter van 22 januari 2009. Hij werd er gehoord en hij heeft tot staving van zijn aanspraak op ereloon en onkosten overeenkomstig de door hem ingediende staat, een “nota” neergelegd. De rechtspleging van de taxatie is dan ook wat de gerechtsdeskundige betreft, op tegenspraak gehouden.

4.5. Het vonnis van de rechter, gewezen krachtens art. 991, § 2 Ger.W., is in de regel overeenkomstig art. 661 en 1050 Ger.W. vatbaar voor hoger beroep. Dit rechtsmiddel staat ook ter beschikking van de gerechtsdeskundige.

Aangezien de gerechtsdeskundige in de taxatieprocedure behoorlijk werd opgeroepen, is verschenen, zijn aanspraken heeft laten gelden en zijn verweer heeft voorgedragen, was hij in deze procedure partij, die beoogde zelf een titel te verkrijgen voor zijn aanspraak op ereloon en op de vergoeding van zijn kosten. Hij was geen derde aan wie het rechtsmiddel van het derdenverzet (art. 1022 Ger.W.) toekomt. Gerechtsdeskundige N.S. stelde zijn derdenverzet overigens in in dezelfde hoedanigheid als die waarin hij in de taxatieprocedure was betrokken. Een derde zou kunnen worden geconfronteerd met de tegenwerpbaarheid van het bestaan van een rechterlijke uitspraak, waardoor hij bij benadeling van zijn rechten toegelaten wordt tot het derdenverzet. In het vonnis van 5 februari 2009 werd over de aanspraken van N.S. zelf geoordeeld. Hij is gebonden door het gezag van het gewijsde dat kleeft aan het vonnis van 5 februari 2009 zolang hiertegen geen gewoon rechtsmiddel gegrond is bevonden.

Het feit dat de naam van de gerechtsdeskundige niet is vermeld in de aanhef van het vonnis doet er niet aan af dat hij procespartij was in de taxatieprocedure. Aldus werd het derdenverzet van N.S. terecht in het bestreden vonnis van 15 maart 2010 onontvankelijk verklaard. Het hoger beroep van N.S. tegen dit vonnis is ongegrond.

...
 

Gerelateerd
Aangemaakt op: wo, 07/05/2014 - 22:39
Laatst aangepast op: do, 08/05/2014 - 14:48

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.