-A +A

Derden kunnen zich op bestaan en gevolgen van overeenkomst tussen partijen beroepen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Rechtbank van Koophandel
Plaats van uitspraak: Ieper
Datum van de uitspraak: 
maa, 26/10/2015

Hoewel een derde, buiten het geval van een beding in zijn voordeel, niet de uitvoering in zijn voordeel van de verplichtingen uit een overeenkomst kan eisen, kan hij zich, in zijn verweer tegen de rechtsvordering die door een derde tegen hem is ingesteld, op grond van art. 1165 BW niet alleen beroepen op het bestaan van die overeenkomst, maar ook op de gevolgen die de voormelde overeenkomst tussen de contractuele partijen teweegbrengt.

Een derde kan zich dus beroepen op de gevolgen die een dading tussen de partijen teweegbrengt, als verweermiddel tegen een door een van de contractpartijen tegen hem ingestelde vordering

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Jaargang: 
2016-2017
Pagina: 
955
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

D.C. t/ CVBA F.V.

...

II. In feite

1. Eiser is eigenaar van een perceel akkerland in de Ieperstraat te Wervik.

Verweerster is de verzekeraar burgerlijke aansprakelijkheid uitbating van aannemingsbedrijf NV P.

2. In het najaar van 2013 voerde NV P. werken uit in opdracht van De W., namelijk de aanleg van een nieuwe waterleiding, onder meer door de akker van eiser.

Op 7 december 2013 ondertekenden De W. en eiser een “schaderegeling”, voor een totale som van 5 467,27 euro. Die som werd uitbetaald aan eiser.

3. Volgens eiser werd naar aanleiding van deze werken op 5 oktober 2013 een afvoerleiding beschadigd en overstroomde een deel van zijn akker, als gevolg van hevige regenval, waardoor hij het land niet op kon met een tractor en hij zijn bloemkolen niet kon oogsten.

Er volgde een minnelijke expertise op verzoek van verweerster.

Bij aangetekende brief, die verzonden werd op 22 oktober 2014, liet de advocaat van eiser aan verweerster weten dat haar verzekerde aansprakelijk was voor het ontstane lek in de afvoerleiding en voor het feit dat eiser de bloemkolen niet kon oogsten. Hij stelde verweerster in gebreke om een schadevergoeding van 6 405,01 euro, vermeerderd met de interest, te betalen.

Bij brief van 29 oktober 2014 antwoordde verweerster dat het dossier zonder gevolg werd afgesloten, aangezien uit de expertise was gebleken dat eiser geen bewijs van schade kon voorleggen.

4. Aangezien beide partijen op hun standpunt bleven, ging eiser op 17 januari 2015 over tot dagvaarding.

Eiser verzoekt de rechtbank thans (...) verweerster te veroordelen om te betalen aan eiser het bedrag van 6 405,01 euro, vermeerderd met de vergoedende interesten aan de wettelijke interestvoet vanaf 5 oktober 2013, de gerechtelijke rente tot op de datum van de volledige betaling (...).

Verweerster verzoekt de rechtbank thans:

– primair de vordering van eiser ongegrond te verklaren;

– subsidiair eiser te bevelen de kleine kleurfoto’s, afgeprint op papier waarop het embleem van “Google” staat en die getoond werden op de bijeenkomst van 3 februari 2015, voor te leggen, onder verbeurte van een dwangsom van 50 euro per dag vertraging (...).

III. In rechte

...

B. Buitencontractuele aansprakelijkheid

6. De rechtbank maakt hierna een onderscheid tussen de algemene schade wegens uitvoering van de werken door NV P. en bijkomende schade die eiser beweert te hebben geleden.

In verband met de algemene schade wegens uitvoering van de werken, werd op 7 december 2013 een “schaderegeling” ondertekend tussen De W. en eiser.

Volgens eiser heeft NV P. tijdens de uitvoering van de werken op 5 oktober 2013 bijkomende schade veroorzaakt door een afvoerleiding te beschadigen, waardoor een deel van zijn akker overstroomde en hij zijn bloemkolen niet kon oogsten.

1. Algemene schade wegens uitvoering van de werken

7. Een dading is een contract waarbij partijen een gerezen geschil beëindigen of een toekomstig geschil voorkomen (art. 2044, eerste lid BW).

Een dading brengt slechts gevolgen mee tussen de partijen (art. 2052, eerste lid BW).

Hoewel een derde, buiten het geval van een beding in zijn voordeel, niet de uitvoering in zijn voordeel van de verplichtingen uit een overeenkomst kan eisen, kan hij zich, in zijn verweer tegen de rechtsvordering die door een derde tegen hem is ingesteld, op grond van art. 1165 BW niet alleen beroepen op het bestaan van die overeenkomst, maar ook op de gevolgen die de voormelde overeenkomst tussen de contractuele partijen teweegbrengt (zie ook: Cass. 27 juni 2013, Pas. 2013, 1485).

Een derde kan zich dus beroepen op de gevolgen die een dading tussen de partijen teweegbrengt, als verweermiddel tegen een door een van de contractpartijen tegen hem ingestelde vordering (zie ook Cass. 27 januari 1994, Arr.Cass. 1994, p. 109, nr. 53; N. Carette, “Principe (art. 1165 BW) relativiteit en tegenwerpbaarheid” in Bijzondere overeenkomsten. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Mechelen, Kluwer, 2007).

8. Tussen eiser en de opdrachtgever van de werken die verweerster uitvoerde, namelijk De W., werd op 7 december 2013 een schaderegeling gesloten. Door middel van die regeling werd, door wederzijdse toegevingen, een toekomstig geschil voorkomen, zodat er sprake is van een dading in de zin van art. 2044 BW (zie ook de vermelding van de term “onderhandelaar” op het document).

Die dading verwijst naar de “Schade waar de Aannemer aansprakelijk voor is” en vermeldt ook de naam en de gegevens van de verzekerde van verweerster.

Daaruit volgt dat verweerster zich niet enkel kan beroepen op het bestaan van die dading, maar ook op de gevolgen die de dading tussen eiser en De W. teweegbrengt, namelijk de vergoeding die reeds betaald werd voor de schade die eiser leed wegens de uitvoering van de werken door de verzekerde van verweerster.

9. Dadingen regelen slechts de geschillen die daarin zijn begrepen, hetzij partijen hun bedoeling in bijzondere of in algemene bewoordingen hebben uitgedrukt, hetzij die bedoeling als een noodzakelijk gevolg wordt afgeleid van wat is uitgedrukt (art. 2049 BW).

De dading omschrijft op een gedetailleerde wijze de schade waarvoor NV P. aansprakelijk was. Die schade wordt op een algemene wijze omschreven aan de hand van de oppervlakte van de werkzone. Daaruit blijkt dat het voorwerp van de dading beperkt is tot de algemene schade die eiser leed wegens de uitvoering van de werken in een bepaalde werkzone.

De dading vermeldt: “

De uitbetaling van dit bedrag geldt als definitieve regeling voor de door de werken veroorzaakte schade.

” Aangezien die schade nauwkeurig werd omschreven in de dading, heeft die vermelding enkel betrekking op de algemene schade wegens de uitvoering van de werken.
Eiser heeft bijgevolg nog het recht om het bewijs te leveren dat hij, naast de algemene schade wegens de uitvoering van de werken, als gevolg van een fout van de verzekerde van verweerster ook bepaalde bijkomende schade heeft geleden, die niet aan het loutere feit van de uitvoering van de werken te wijten is.

...

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 19/03/2017 - 11:10
Laatst aangepast op: zo, 19/03/2017 - 11:10

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.