-A +A

debetsaldo van de rekening-courant niet betaling interest is geheim commissieloon

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Rechtbank van Eerste Aanleg
Plaats van uitspraak: Hasselt
Datum van de uitspraak: 
woe, 21/11/2012

De bijzondere aanslag geheime commissielonen 309% wordt toegepast voor het niet aanrekenen door een vennootschap van een interest op de debetsaldo van de rekening-courant.

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2013/11
Pagina: 
720
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

 

Rb. Hasselt 21 november 2012

(NV A.l.C./BELGISCHE STAAT, ADMINISTRATIE DER DIRECTE BELASTINGEN) VOLGT HET VONNIS:

Gelet op:

- het verzoekschrift op tegenspraak dat werd neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 14 oktober 2011;

- de conclusie en stukken van eiseres;

- de conclusie, de synthesebesluiten en stukken van verweerder.

1. DE FEITEN EN VOORGAANDEN

De betwisting betreft een aanslag in de vennootschapsbelasting voor aanslagjaar 2007, kohierartikel Lv.), voor een te betalen bedrag van 45.053,34 EUR.

NV A.I.C. diende voor aanslagjaar 2007 een aangifte in, in de vennootschapsbelasting.

Eiseres had t.o.v. de Nederlandse H.G. (BV H.B.) een schuld ten belope van 1.026.512 EUR.

Op 29 mei 2006 verkocht eiseres een woning te( ... ). De verkoopopbrengst van het onroerend goed werd aangewend om een deel van de schuld te voldoen. Het saldo zou volgens eiseres op 1 juni 2006 overgenomen zijn door mevrouw L.G., bestuurder van eiseres.

Op de passierekening "174050 Lening G.L. (overname leningen H.)" stond een bedrag geboekt van 1.017.836,06 EUR. Deze rekening had betrekking op leningen die geboekt stonden in het inkomstenjaar 2005 (174010 Lening BV H.B., 174041 Lening H.O.G. BV en 174042 Lening H.B.). Deze leningen zouden door mevrouw G. bestuurder van eiseres ten persoonlijke titel voor het totale bedrag overgenomen zijn, waardoor de schuld van eiseres aan haar bestuurder zou ontstaan zijn.

De actiefrekening "416600 L/R bestuurd., zaakv., vennoten" vertoonde een debetsaldo van 388.807,10 EUR.

Bij bericht van wijziging van 23 oktober 2009, dat het bericht van wijziging van 4 juli 2008 verving, met betrekking tot respectievelijk aanslagjaar 2007 liet de belastingadministratie aan A.I.C. NV weten overeenkomstig de bepalingen van artikel 346 WIB 1992 de inkomsten en andere gegevens te moeten wijzigen die in de aangifte in de vennootschapsbelasting van het desbetreffende jaar werden vermeld. De administratie was onder meer van mening dat het uitgesloten was dat de debetstand t.b.v. 388.807,10 EUR van de rekening-courant van de bestuurder kon gecompenseerd worden met het bedrag van de lening zijnde 1.017.836,06 EUR. Volgens de belastingadministratie ontstond er op die manier een voordeel van alle aard in de vorm van fictieve interesten, berekend op de debetstand van de lopende rekening. De administratie stelde dat de interest die de vennootschap had verzaakt door een renteloze lening toe te staan aan haar bedrijfsleider een voordeel van alle aard was, dat overeenkomstig de bepalingen van artikel 32 WIB 1992 diende belast te worden in hoofde van de genieter-ontlener. Verder stelde de belastingadministratie dat aangezien de genieter van het voormelde voordeel, bij gebrek aan verantwoording door individuele fiches 281.20, niet kon worden geïdentificeerd, artikel 219 WIB 1992 zou worden toegepast op 14.580,37 EUR (rente per maand op de gemiddelde stand van het krediet).

De gevolmachtigde van eiseres antwoordde met een niet-akkoord op voormeld bericht van wijziging.

Op 24 oktober 2009 deelde de administratie haar definitief standpunt mee aan eiseres.

De aanslag voor aanslagjaar 2007 werd vervolgens volledig gevestigd overeenkomstig voormeld bericht van wijziging.

De gevolmachtigde van eiseres tekende bij aangetekende brief van 17 februari 2011, ingeschreven op de administratie op 18 februari 2011, bezwaar aan tegen voormelde aanslag voor aanslagjaar 2007.

Bij directoriale beslissing van 18 juli 2011, werd het bezwaarschrift afgewezen.

Bij verzoekschrift op tegenspraak neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 14 oktober 2011 stelde eiseres een vordering in rechte in.

Eiseres vordert:

- de vordering ontvankelijk en gegrond te verklaren;

de directoriale beslissing met refertenummer ( ... ) d.d. 18 juli 2011 te hervormen; het bezwaarschrift ontvankelijk en gegrond te verklaren en de aanslag in de vennootschapsbelasting met betrekking tot aanslagjaar 2007, gekend onder kohierartikel ( ... ) te vernietigen en/of te ontheffen;

bijgevolg eiseres te ontslaan van de ten onrechte ingekohierde belastingen en in voorkomend geval de terugbetaling te bevelen van de eventueel door eiseres reeds betaalde bedragen en/of door verweerder ten onrechte ingehouden bedragen, vermeerderd met de moratoriuminteresten overeenkomstig artikel 418 WIB 1992;

- verweerder te veroordelen tot de kosten van het geding, begroot op 2.750 EUR.

Verweerder besluit tot de ongegrondheid van de vordering van eiseres en vordert eiseres te veroordelen tot de kosten van het geding en een eventuele rechtsplegingsvergoeding te bepalen op 2.750 EUR.

II. IN RECHTE

1. De ontvankelijkheid

Verweerder werpt geen middelen van niet-ontvankelijkheid op en de rechtbank bemerkt geen ambtshalve op te werpen excepties met betrekking tot haar bevoegdheid en de ontvankelijkheid van de vordering.

De vordering is dan ook ontvankelijk.

2. Ten gronde

Eiseres houdt voor dat ten onrechte fictieve debetinteresten werden aangerekend op de debetstand van de rekening-courant.

Eiseres stelt dat beide rekeningen, zijnde de actiefrekening "416600 L/R bestuurd., zaakv. vennoten" en de passiefrekening "174050 Lening G.L. (overname leningen H.)" betrekking hebben op dezelfde natuurlijke persoon, mevrouw L.G., die gecumuleerd over een vordering ten aanzien van de vennootschap beschikt. Volgens eiseres is er te dezen voldaan aan de voorwaarden van artikel 1289 en 1290 BW zodat er rekening dient gehouden te worden met de schuldvergelijking.

Met ingang van het aanslagjaar 2007 is in de wet duidelijk gestipuleerd dat de bijzondere aanslag van toepassing kan zijn als er een toekenning is van 'voordelen van alle aard' (in de zin van o.a. art. 32, 2de lid, 2° WIB 1992, zijnde bedrijfsleidersbezoldigingen), ook als die niet gepaard gaan met een kost.

De geheime commissielonenaanslag kan worden toegepast ten aanzien van voordelen van alle aard die voortvloeien uit het niet aanrekenen van interesten op een debetsaldo in rekening-courant.

Uit de stukken blijkt dat mevrouw L.G., bedrijfsleider tot beloop van het debetsaldo een schuld heeft ten aanzien van de vennootschap. De bestuurder geniet een voordeel doordat zij van haar vennootschap een bedrag ter beschikking krijgt, zonder daarvoor interesten te moeten betalen. Op die wijze moet de bestuurder zelf geen lening aangaan en kan zij haar eigen vermogen intact houden. De inkomsten van een bestuurder omvatten alle voordelen die rechtstreeks of onrechtstreeks hun oorsprong vinden in het mandaat als bestuurder. In casu blijkt dat de terbeschikkingstelling als enige oorzaak heeft het bestuurdersmandaat. Bijgevolg betreft het te dezen een voordeel van alle aard.

Aangezien de vennootschap heeft nagelaten voor die voordelen van alle aard, individuele fiches en samenvattende opgaven op te maken, heeft de fiscus de voordelen terecht aan de aanslag geheime commissielonen onderworpen.

In tegenstelling tot hetgeen eiseres voorhoudt kan er geen compensatie doorgevoerd worden tussen de passiefrekening 174050 en actiefrekening 416600.

Het is kenmerkend dat het begrip 'winst' niet gedefinieerd wordt in de fiscale wet. Daarom moet de definitie gezocht worden in het gemeen recht, volgens het beginsel dat het gemeen recht het fiscaal recht beheerst zolang niet uitdrukkelijk anders is bepaald. Te dezen zijn het Wetboek van Vennootschappen en de bepalingen inzake de jaarrekening het gemeen recht. Met andere woorden, deze wet en haar uitvoeringsbesluiten zijn bindend voor de fiscus en de belastingplichtige, en de belastbare winst wordt overeenkomstig deze bepalingen vastgesteld, tenzij in de gevallen waarin de fiscale wet daarvan uitdrukkelijk afwijkt.

Voormelde rekeningen kunnen boekhoudkundig niet gecompenseerd worden gelet op het boekhoudkundige principe van het getrouwe beeld van de jaarrekening.

Volgens artikel 25, § 2 KB/W.Venn. is er een compensatieverhod tussen tegoeden, schulden, tussen rechten en verplichtingen, tussen kosten en opbrengsten, behalve in de gevallen door het besluit bepaald. Te dezen is er echter geen uitzondering voorzien.

Het compensatieverbod expliceert de boekhoudrechtelijke regel van volledigheid, op grond waarvan het boekhouden omschreven wordt als de weergave van de ondernemingsverrichtingen naar al hun typische kenmerken.

De rekening-courantverhouding wijkt af van de bepalingen van artikel 1289 BW en er is geen wettelijke schuldvergelijking met schulden buiten rekening-courant.

Bovendien werden noch het debetsaldo, noch de voordelen van alle aard (debetinteresten) afgeboekt op de openstaande schulden van de vennootschap (schuldvordering van G.L. op de vennootschap) ten opzichte van mevrouw G.L.

De geheime commissielonenbelasting is in beginsel van toepassing zodra de verplichtingen inzake het tijdig indienen van de individuele fiches en samenvattende opgaven niet worden nageleefd. In de wettelijke bepaling van artikel 57 WIB 1992 zelf is in geen enkele uitzondering voorzien.

Verder toont eiseres niet het minste aan dat de commissielonen begrepen zijn in een door de genieter in België en/of in het buitenland ingediende belastingaangifte zodat er geen enkele betwisting over kan bestaan dat de voorwaarden van artikel 219, 4<le lid WIB 1992 niet vervuld zijn.

Deze toepassing is dan ook niet disproportioneel.

 

In zoverre de geheime commissielonen er toe strekken het verlies van de belasting en sociale bijdragen te vergoeden, hebben zij geen strafrechtelijk karakter en is artikel 6 EVRM niet van toepassing (vgl. Cass. 10 september 2010, F090121N/3 en Antwerpen 15 september 2009, Fiscoloog 2010, 1215, 13).

De vordering van eiseres is dan ook ongegrond.

De rechtsplegingsvergoeding

Wat betreft de kosten van de procedure dient er rekening gehouden te worden met de inwerkingtreding van de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten van een advocaat (BS 31 mei 2007) en de onmiddellijke toepassing van deze wet op alle hangende gedingen vanaf 1 januari 2008.

Partijen hebben ter zake standpunt ingenomen. De vordering streeft de vernietiging, minstens de ontheffing na van de aanslag.

Deze vordering is in geld waardeerbaar en de rechtbank bemerkt geen enkele reden om af te wijken van het basisbedrag.

De voorschriften van de artikelen 2, 30 tot 37 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.

OM DEZE REDENEN

De rechtbank, rechtdoende op tegenspraak,

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk doch ongegrond,

Veroordeelt eiseres tot de kosten van de procedure. Vereffent de kosten in hoofde van verweerder niet bij gebrek aan opgave en begroting van eigen kosten in conclusies.

Waar aanwezig was: C. Princen, enige rechter.

Noot onder dit arrest in het RABG, J.MOTTE De aanslag geheime commissielonen toegepast op voordelen van alle aard - twee praktijkvoorbeelden

•. J. VAN DYCK en C. BUYSSE, De geheimecommissielonenaanslag, Antwerpen, Biblo, 2011, 29-31.

•. Antwerpen 24 mei 2011, Fiscoloog 2011, afl. 1262, 7.

•. Art. 219, 4<l' lid WIB.

•. Zie voorontwerp van de wet houdende fiscale en financiële bepalingen, Pari. St. Kamer 2012-13, nr. 53-27561001.

•. Memorie van toelichting (I), Pari. St. Kamer 2012-13, nr. 53-2756/001, p. 18.

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 16/08/2013 - 13:13
Laatst aangepast op: vr, 16/08/2013 - 13:13

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.