-A +A

De vruchtgebruiker is bewaarder van een gebrekkige boom die schade toebracht door verrotting

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Politierechtbank
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
maa, 09/11/2015

Overeenkomstig vaste rechtspraak is de bewaarder van een zaak diegene die voor eigen rekening gebruik maakt van de zaak, het genot ervan heeft of ze onder zich houdt met recht van leiding en toezicht.

Vruchtgebruik wordt in art. 578 BW omschreven als “het recht om van een zaak, waarvan een ander de eigendom heeft, het genot te hebben, zoals de eigenaar zelf, maar onder de verplichting om de zaak zelf in stand te houden”. Met andere woorden, de vruchtgebruiker heeft de verplichting tot onderhoud (art. 605 BW), behalve de grove herstellingen volgens de definitie van art. 606 BW.

De rechtbank beslist op onaantastbare wijze in feite wie de bewaarder is op het ogenblik van het ontstaan van de schade, voor zover het wettelijke begrip van bewaarder van de zaak niet wordt miskend.

De hoedanigheid van bewaarder kan worden afgeleid uit wettelijke verplichtingen waarbij de rechter ook in concreto nagaat wie in feite van de zaak gebruik maakt met het voor de bewaring kenmerkende recht van toezicht, leiding en controle.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2016-2017
Pagina: 
552
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

R.F. en C.B. t/ NV G.B. en Van E.L. e.v.

Gegevens en voorwerp van de vordering

De vordering strekt ertoe zowel de verzekerde van verweerster als de vrijwillig tussenkomende partijen aansprakelijk te horen verklaren voor het schadegeval dat eisers overkomen is op 24 september 2012 op grond van art. 1382-1383 BW en art. 1384, eerste lid BW.

Verweerster NV G.B. werd gedagvaard in haar hoedanigheid van verzekeraar Burgerlijke aansprakelijkheid privéleven van mevrouw M.W. als vruchtgebruikster van een weiland met bomen.

Na de vrijwillige tussenkomst van de blote eigenaars van het betrokken perceel hebben eisers hun initiële vordering bij conclusie uitgebreid tot alle vrijwillig tussenkomende partijen en vorderen zij de veroordeling in solidum van verweerster en de vrijwillig tussenkomende partijen tot integrale schadeloosstelling op grond van art. 1384, eerste lid BW en art. 1382-1383 BW tot betaling van:

– 1.411,99 euro in hoofdsom en interesten aan eerste eiser;

– een provisionele som van 2.500 euro en de aanstelling van een geneesheer deskundige jegens tweede eiseres.

Alle verwerende partijen betwisten hun aansprakelijkheid en besluiten tot de ongegrondheid van de vordering.

Feiten

Op 24 september 2012 reed tweede eiseres met het voertuig, toebehorende aan eerste eiser, langs de Ronselestraat te Zomergem toen een boom van op een nabijgelegen weiland neerviel op de rijbaan. De boom viel op de motorkap van de wagen die hierdoor werd beschadigd en de bestuurster van het voertuig liep verwondingen op met een beweerd blijvend letsel tot gevolg. Het weiland waarop de omgevallen boom zich bevond, behoort in blote eigendom toe aan de vrijwillig tussenkomende partijen Van E. Luc, Van E.H., Van E. Jozef en Van E. Maarten en in vruchtgebruik aan de moeder van voornoemde personen, namelijk W. Marie.

Beoordeling

De rechtbank acht het feitenrelaas zoals aangegeven door eisers bewezen. De verbalisanten kwamen onmiddellijk na de feiten ter plaatse en stelden, gezien de beschadigingen aan het voertuig, vast dat een boom (populier) gevallen was op de motorkap van het voertuig en dat tweede eiseres erg onder de indruk was van het gebeuren en beefde. Hun vaststellingen werden vervat in een proces-verbaal met fotodossier, waardoor controle van de feitelijke elementen van de vordering mogelijk is.

1. Vordering op grond van art. 1384, eerste lid BW

NV G.B. vraagt primair de afwijzing van de vordering, aangezien haar verzekerde naar haar oordeel niet beschouwd kan worden als bewaarder van het weiland. (...)

Een eerste punt van betwisting is de vraag wie de bewaarder was van de omgevallen boom in de zin van art. 1384, eerste lid BW.

a. Bewaarder

Eisers, op wie de bewijslast van hun vordering rust, moeten om in hun vordering te slagen, bewijzen dat hetzij de verzekerde van verweerster, hetzij de vrijwillig tussenkomende partijen bewaarder was/waren van de kwestieuze boom.

NV G.B. voert aan dat niet haar verzekerde als vruchtgebruiker, maar wel de vier zonen van haar verzekerde (zijnde de vrijwillig tussenkomende partijen) als blote eigenaars toezicht uitoefenden op het weiland met bomen, zodat zij dienen te worden beschouwd als bewaarders van de zaak.

Zij wijst erop dat haar verzekerde een 83-jarige vrouw is, die in Ternat woont en die bijgevolg onmogelijk toezicht kan uitoefenen over een stuk grond gelegen te Zomergem, dit in tegenstelling tot haar zoon Jozef Van E. die in Kaprijke woont in de buurt van het kwestieuze stuk grond. Tevens zou de verzekerde van verweerster geen enkele beslissingsbevoegdheid hebben nopens het rooien van de desbetreffende boom, daar een dergelijke bevoegdheid enkel zou toekomen aan de blote eigenaars.

De vrijwillig tussenkomende partijen Van E. Henri en Luc zijn van oordeel dat eisers volkomen terecht NV G.B. in haar hoedanigheid van verzekeraar van mevrouw W. gedagvaard hebben teneinde vergoeding te verkrijgen van de geleden schade. Zij zijn enkel vrijwillig in de procedure tussengekomen teneinde een gedwongen tussenkomst met de daarmee gepaard gaande dagvaardingskosten te vermijden.

Ook de vrijwillig tussenkomende partijen Van E. Jozef en Maarten zijn van oordeel dat, voor zover enige aansprakelijkheid moet worden aangenomen, uitsluitend de vruchtgebruiker aansprakelijk is.

Overeenkomstig vaste rechtspraak is de bewaarder van een zaak diegene die voor eigen rekening gebruik maakt van de zaak, het genot ervan heeft of ze onder zich houdt met recht van leiding en toezicht (zie o.m. Cass. 25 maart 1999, RW 2000-01, 275; Cass. 18 december 2008, Pas. 2008, 3031; Cass. 22 januari 2009, Pas. 2009, 184; Cass. 28 mei 2010, JT 2010, 438; T. Vansweevelt en B. Weyts, Handboek Buitencontractueel Aansprakelijkheidsrecht, Antwerpen, Intersentia, 2009, nr. 739; H. Vandenberghe, “Overzicht van rechtspraak. Aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad, 2000-2008”, TPR 2011, p. 349, nr. 158).

Gelet op de gevoerde betwisting, rijst de vraag wie de bewaring had over de kwestieuze boom in de zin van de voormelde rechtspraak.

Vruchtgebruik wordt in art. 578 BW omschreven als “het recht om van een zaak, waarvan een ander de eigendom heeft, het genot te hebben, zoals de eigenaar zelf, maar onder de verplichting om de zaak zelf in stand te houden”. Met andere woorden, de vruchtgebruiker heeft de verplichting tot onderhoud (art. 605 BW), behalve de grove herstellingen volgens de definitie van art. 606 BW.

De rechtbank beslist op onaantastbare wijze in feite wie de bewaarder is op het ogenblik van het ontstaan van de schade, voor zover het wettelijke begrip van bewaarder van de zaak niet wordt miskend.

De hoedanigheid van bewaarder kan worden afgeleid uit wettelijke verplichtingen waarbij de rechter ook in concreto nagaat wie in feite van de zaak gebruik maakt met het voor de bewaring kenmerkende recht van toezicht, leiding en controle (H. Vandenberghe, o.c., TPR 2011, nr. 165; T. Vansweevelt en B. Weyts, o.c., nrs. 749 e.v.).

De vruchtgebruiker en de blote eigenaars bezitten onderscheiden rechten waarbij de vruchtgebruiker, overeenkomstig de bepalingen van art. 605 en 606 BW, moet instaan voor het onderhoud van het goed en daartoe de leiding, het toezicht en de controle heeft.

De blote eigenaars hebben geen enkele wettelijke verplichting tot onderhoud en beheer van het perceel, wegens de exclusieve gebruiks- en genotsrechten van de vruchtgebruiker. De beslissingsbevoegdheid tot het rooien van bomen resulteert onder de bevoegdheden van de vruchtgebruiker.

Op basis van de voormelde feitelijke gegevens dient mevrouw W. als bewaarster van de zaak te worden beschouwd, aangezien de zaak aan haar werd overgedragen ingevolge het gevestigde vruchtgebruik en zij als vruchtgebruikster de verplichting heeft om de zaak in stand te houden (zie ter zake: H. Vandenberghe, o.c., TPR 2011, nr. 158, met verwijzing naar cassatierechtspraak: “Wie het recht bezit om van een zaak, waarvan een ander de eigendom heeft, het genot te hebben, zoals de eigenaar zelf, onder verplichting om de zaak zelf in stand te houden, is bewaarder van de zaak”.

Het begrip bewaarder van een zaak is niet afhankelijk van de leeftijd van de bewaarder en de afstand van de ligging van de zaak is evenmin relevant. Dat de derde vrijwillig tussenkomende partij het dichtst woonachtig is bij het kwestieuze perceel, is geen gefundeerd argument om anders te oordelen dan hiervoor.

b. Gebrek

Opdat de verzekerde van verweerster als bewaarder van een boom aansprakelijk zou zijn voor de door eiser opgelopen schade, moet tevens bewezen zijn dat de boom behept was met een gebrek, d.w.z. een abnormaal kenmerk vertoonde dat van aard was om in zijn normale bestemming schade te berokkenen aan derden. Dit gebrek hoeft niet noodzakelijk intrinsiek te zijn aan de boom (Cass. 13 mei 1993, RW 1994-95, 1329; Cass., 2 maart 1995, RW 1996-97, 926).

Bij de beoordeling van het kenmerk van de zaak waardoor de schade is aangericht, dient te worden uitgegaan van een vergelijking met zaken van dezelfde soort en hetzelfde type op het ogenblik van de feiten (Cass. 25 april 2005, RW 2007-08, 62).

Toegepast op deze casus dient te worden vastgesteld dat geen van de partijen melding maakt van het onderhoud (rooien of snoeien) van de bomen, die geen statische voorwerpen zijn, maar met de jaren onderhevig zijn aan veranderingen en tevens veroudering.

De voorgelegde foto’s maken het mogelijk om te besluiten tot een gebrek in de boom. De aanwezigheid van verrotting in de stam dient evident te worden beschouwd als een afwijkende gesteldheid die een abnormaal kenmerk uitmaakt van de boom. Het uiterlijk gezonde aspect van de boom sluit het gebrek niet noodzakelijk uit (Pol. Gent 29 januari 1998, RW 1999-2000, 102).

Hoewel de strafinformatie melding maakt van perioden van regen en hevige wind op 24 september 2012, is het normaliter uitgesloten dat een boom neervalt en bovenop de motorkap van een personenwagen terechtkomt.

De rechtbank besluit dat het oorzakelijke verband tussen het gebrek aan de boom en de schade geleden door eiseres ten genoege van recht vaststaat.

Gelet op het bovenstaande dient de schade ten laste te worden gelegd van de bewaarder, in casu de vruchtgebruiker, en dient de vordering op grond van art. 1384, eerste lid BW enkel te worden ingewilligd ten aanzien van de vruchtgebruiker en ten aanzien van de blote eigenaars te worden afgewezen als ongegrond.

...

Noot: 


Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 03/12/2016 - 08:40
Laatst aangepast op: za, 03/12/2016 - 08:40

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.