-A +A

De vrijheid van meningsuiting op het internet

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
don, 10/01/2013

De vrijheid van meningsuiting bestaat evengoed op het internet. 

Elk individu heeft recht op vrijheid van meningsuiting, in die zin dat er een recht op kritiek bestaat, een recht tot vraagstelling, een recht tot opening van een dialoog.

Het recht op vrije meningsuiting is gewaarborgd door de Grondwet.

Het feit dat het recht op vrije meningsuiting in bepaalde omstandigheden onderhavig kan zijn aan bepaalde beperkingen en een eventueel misbruik van de expressievrijheid kan worden gesanctioneerd, onder meer door artikel 1382 B.W., houdt geenszins in dat een preventief verbod kan worden opgelegd met als doel dat een persoon zich over bepaalde thema's niet meer vrij zou kunnen uitspreken en niet meer zou mogen deelnemen aan een maatschappelijk debat.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2013-2014
Pagina: 
294
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

De vrijheid van meningsuiting op het internet

De vrijheid van meningsuiting is niet onbeperkt. Men mag niet met opzet laster en eerrovend ten aanzien van een persoon of een instelling handelen.

Dit neemt niet weg dat er een recht bestaat van elk individu op vrijheid van meningsuiting, in die zin dat er een recht op kritiek bestaat, een recht tot vraagstelling, een recht tot opening van een dialoog.

Het recht op vrije meningsuiting is gewaarborgd door de Grondwet. Zoals reeds gesteld, mag men dit recht niet misbruiken en kan een misbruik gesanctioneerd worden door artikel 1382 van het Burgerlijk wetboek.

Wanneer men wenst een klacht neer te leggen of een procedure in te stellen tegen een melding op een bepaald website, dient men te bewijzen dat de aangeklaagde de algemene zorgvuldigheidsnorm heeft overschreden en dat deze fout hem schade heeft berokkend.

Men moet dus bewijzen dat bepaalde uitspraken werkelijk niet door de beugel kunnen en dat zij bovendien de oorzaak zijn van schade.

Vanzelfsprekend dient er een onderscheid gemaakt te worden tussen gewone particulieren waarbij het recht op privacy ook meespeelt naast hun persoonlijkheidsrechten en personen die in de publieke belangstelling komen. Ook zij hebben inderdaad wel recht op privacy maar door zelf in de publieke belangstelling te komen of zichzelf in de publieke belangstelling te plaatsen wordt van hen een dikkere huid verondersteld. Zeker politici, die blijvend onderworpen zijn aan het oordeel van de kiezer, dienen kritiek niet alleen te aanvaarden maar zelfs te omarmen. Hij die producten of diensten op de markt brengt, moet de consument toelaten zich kritisch te uiten over het product of over de dienstverlening en ervaringen kunnen uitwisselen. Deze vorm van vrije meningsuiting draagt bij tot een werkzame democratie en tot een actieve participatie van de burger.

Binnen bepaalde grenzen kunnen zelfs studenten kritiek uiten op hun professoren, over de wijze van lesgeven, over de examineren. Meer zelfs, er wordt van de student verwacht dat hij participeert in het beleid van de universitaire instelling waardoor kritiek binnen en zelfs buiten de universitaire gemeenschap (die bekostigd wordt door de gemeenschap) moet mogelijk blijven.

In elk geval zal de rechter een afweging moeten maken tussen het recht op vrije meningsuiting enerzijds en anderzijds de rechter en de vrijheiden van anderen (onder meer de bescherming van de goede naam).

En wanneer een bepaalde passage op een internetpagina aanstoot geeft, dient men ook gepast te reageren en geen overmatige sancties te eisen. Zo bestaat het recht op antwoord, de vraag tot aanpassing of verwijdering van een bepaalde passage.

Het instellen van een vordering tot de definitieve verwijdering van een website is een dermate drastische ingreep die leidt tot een ernstige aantasting van de vrijheid van meningsuiting, een overkill, meer zelfs een tergende en roekeloze vordering.

In de geneeskundige sector heeft men blijkbaar zeer lange tenen.

Men heeft wel degelijk het recht om kritiek te uiten over de wijze waarop een ziekenhuis een patiënt opvangt en behandelt. Deze kritiek kan geuit worden op het internet en is op zichzelf niet foutief.

Rechtspraak:

• Hof van Beroep te Gent, 10.01.2013, Rechtskundig Weekblad, 294, 15.01.2014, pag. 37 met noot van Eric Browaeys, vordering tot verwijdering website, NJW 294, 15.01.2014, pag. 38.

• Hof van beroep te Gent 30 april 2015 NjW 2017, 700

1. Hoeve Hoogland BVBA, [ ... ] 2.M.D.R.,[ ... ]

appellanten, [ ... ]

tegen

Lemmens An, [ ... ] geïntimeerde,

[ ... ]

1. De maatregelen, die door appellanten worden gevorderd, zijn gesteund op de vaststelling dat geïntimeerde hen onterechte verwijten maakt, die zij tevens publiekelijk verspreidt. Het betreft onder meer haar uitlatingen dat appellanten:

'broodfokkers' zijn; zieke katten verkopen;

werken met leveranciers, die niet aan de wettelijke voorwaarden voldoen;

de wet niet naleven; verkooptechnieken hanteren, die leiden tot impulsaankopen.

Appellanten voelen zich benadeeld door de uitspraken van geïntimeerde en hun vordering strekt ertoe haar verbod te horen opleggen nog langer dergelijke uitlatingen of geruchten te verspreiden. Zij beschikken daartoe over de vereiste hoedanigheid en het vereiste belang, zodat hun vordering toelaatbaar is.

2. Appellanten voelen zich als handelaars geschaad door de handelwijze van geïntimeerde en met hun vordering be-ogen zij de stopzetting van bepaalde feitelijkheden. De hoogdringendheid van hun vordering kan worden weerhouden.

3. Wat de al dan niet gegrondheid van de vordering van appellanten betreft, dient in de eerste plaats te worden opgemerkt dat het hof in het kader van de huidige betwisting geen onderzoek kan voeren naar het waarheidsgehalte van de uitlatingen, die geïntimeerde in het verleden over appellanten heeft gedaan. Evenmin dient het hof zich uit te spreken over de vraag of de houding en de handelwijze van geïntimeerde een onrechtmatig karakter vertonen en mogelijks een aantasting zijn van de goede naam van of schade hebben berokkend aan appellan-

ten. Het staat hen vrij zich desbetreffend tot de bodemrechter te wenden, hetgeen zij inmiddels bij dagvaarding, betekend op 29 januari 2015, hebben gedaan. Blijkens de termen van het exploot vorderen zij van geïntimeerde provisionele schadevergoedingen van respectievelijk € 250.000,00 en€ 50.000,00.

De huidige betwisting is beperkt tot de vraag of er grond bestaat aan geïntimeerde voor de toekomst verbod op te leggen om:

zich negatief uit te laten over appellanten;

bepaalde foto's te linken aan uitlatingen die geïntimeerde doet over appellanten;

mensen op te roepen geen huisdieren aan te kopen bij appellanten; appellanten te betitelen als broodfokkers;

leugens over appellanten te verspreiden;

M.D.R. als een ellendeling te bestempelen.

Deze (niet steeds concreet omschreven) maatregelen houden een ernstige beperking in van de vrijheid van me-ningsuiting. Bij de afweging, die dient gemaakt te worden tussen het recht op vrije meningsuiting en het respect voor de individuele rechten, onder meer vastgelegd in artikel 10.2 E.V.R.M., is de bescherming van de expressievrijheid van primordiaal belang. Het hof herhaalt nogmaals dat onderhavig geschil geen betrekking heeft op het eventueel herstel van schade, berokkend ingevolge mogelijks grensoverschrijdend gedrag, maar dat in casu wordt gevraagd dat geïntimeerde verbod wordt opgelegd zich in de toekomst vrij uit te drukken. Dit komt neer op een vraag tot preventieve censuur, waarop niet kan worden ingegaan.

De kritiek van appellanten op de bestreden beslissing is dan ook onterecht.

- De eerste rechter heeft zich niet vergist in de ter zake geldende principes betreffende het recht op vrije meningsuiting en de beperkingen, die hieraan kunnen gesteld worden.

 

Het feit dat het recht op vrije meningsuiting in bepaalde omstandigheden onderhavig kan zijn aan bepaalde beper-kingen en een eventueel misbruik van de expressievrijheid kan worden gesanctioneerd, onder meer door artikel 1382 B.W., houdt geenszins in dat een preventief verbod kan worden opgelegd met als doel dat een persoon zich over bepaalde thema's niet meer vrij zou kunnen uitspreken en niet meer zou mogen deelnemen aan een maatschappelijk debat.

- Evenmin heeft d e eerste rechter de principes foutief toegepast.

Nogmaals weze benadrukt dat in het kader van onderhavige procedure niet kan worden ingegaan over het al dan niet geoorloofd karakter van de uitlatingen van geïntimeerde in verband met de twitter-discussie met G.V.H. (over wie geïntimeerde schreef dat zij geen dierenliefhebster kon zijn als zij een kat kocht bij Hoeve Hoogland) en in verband met een twitter, waarin zij M.D.R. een 'ellendeling' noemde.

De eerste rechter heeft e chter terecht geoordeeld dat zelfs een minder 'fraaie' uitlating, die verder gaat dan loutere kritiek binnen het gevoerde maatschappelijk debat, de (preventieve) beknotting van het recht op vrije meningsuiting niet kan rechtvaardigen. Er is geen dwingende sociale noodwendigheid, die een dergelijke maatregel verantwoordt.

- De eerste rechter heeft alle vorderingen beoordeeld.

Alle vorderingen zijn erop gericht de expressievrijheid van geïntimeerde in de toekomst ten dele aan banden te leggen. Om de in de bestreden beschikking uiteengezette redenen, die het hof bijtreedt, heeft de eerste rechter terecht geoordeeld dat deze vorderingen ongegrond zijn.

4. Dat de vordering van appellanten ongegrond wordt bevonden, betekent geenszins dat er sprake is van misbruik van procesrecht. Geïntimeerde toont het tergend en roekeloos karakter van de vordering en/of het hoger beroep niet aan.

Besluit: het hoger beroep is ongegrond, evenals de tegenvordering wegens misbruik van procesrecht.

Als in het ongelijk gestelde partij dienen appellanten in te staan voor de kosten van de beroepsinstantie.

OP DEZE GRONDEN, HET HOF,[...]

Verklaart het hoger beroep toelaatbaar, doch ongegrond.

Bevestigt de bestreden beschikking.

[ ... ]

Sarah Lambrecht, Vrijheid van meningsuiting op internet? NJW 2017, 369

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 21/02/2014 - 03:14
Laatst aangepast op: vr, 25/05/2018 - 16:32

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.