-A +A

Dagvaarding van de verkeerde persoon geen nietigheid maar onontvankelijkheid

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Grondwettelijk hof (arbitragehof)
Datum van de uitspraak: 
vri, 19/09/2014
A.R.: 
125/2014

Krachtens art. 17 Ger.W. “[kan] de rechtsvordering [...] niet worden toegelaten, indien de eiser geen hoedanigheid en geen belang heeft om ze in te dienen”. Zoals blijkt uit de parlementaire voorbereiding van het Gerechtelijk Wetboek (Verslag Van Reepinghen, Pasin. 1967, III, 322), moet de rechtsvordering worden ingesteld tegen diegene die de hoedanigheid bezit om ze te beantwoorden.

Wanneer een exploot van dagvaarding weliswaar de in art. 43 en 702, 2° Ger.W. bedoelde vermeldingen bevat, maar die betrekking hebben op een andere persoon dan diegene die de eiser had dienen te dagvaarden, brengt dat de onontvankelijkheid van de aldus ingeleide vordering met zich mee. Een dergelijke onregelmatigheid valt buiten de werkingssfeer van het stelsel van de nietigheden van art. 860 tot 867 Ger.W. en geeft dan ook geen aanleiding tot een beoordeling van de schade (Cass. 29 juni 2006, Arr.Cass. 2006, nr. 366).

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2014-2015
Pagina: 
618
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Onderwerp van de prejudiciële vragen

Bij arrest van 10 september 2013 heeft het Arbeidshof te Luik de volgende prejudiciële vragen gesteld:

“1. Zijn art. 43, 702 en 860 e.v. Ger.W., samen of afzonderlijk en in voorkomend geval juncto art. 17 Ger.W., in die zin geïnterpreteerd dat zij de dagvaarding die verkeerdelijk is gericht tegen een andere persoon dan die tegen welke zij had moeten worden gericht, uitsluiten van het stelsel van de nietigheden, verenigbaar met art. 10 en 11 van de Grondwet in zoverre zij een onderscheid invoeren tussen de dagvaarding die is gericht tegen een andere rechtspersoon dan die welke met name had moeten worden beoogd, terwijl de verkeerdelijk gedagvaarde persoon over rechtspersoonlijkheid beschikt, dagvaarding die niet ontvankelijk is en waarvoor de begane vergissing niet het recht opent om zich op het stelsel van de nietigheden te beroepen, en die welke is gericht tegen de betrokkene wiens gegevens (precieze benaming, woonplaats of maatschappelijke zetel, rechtsvorm) echter niet allemaal juist zijn, dagvaarding die nietig is maar een relatieve nietigheid heeft?

2. Zijn art. 43, 702 en 860 e.v. Ger.W., samen of afzonderlijk en in voorkomend geval juncto art. 17 Ger.W., in die zin geïnterpreteerd dat zij de dagvaarding die verkeerdelijk is gericht tegen een andere persoon dan die tegen welke zij had moeten worden gericht, uitsluiten van het stelsel van de nietigheden, verenigbaar met art. 10 en 11 van de Grondwet in zoverre zij een onderscheid invoeren tussen de dagvaarding die is gericht tegen een andere rechtspersoon dan die welke met name had moeten worden beoogd, terwijl de verkeerdelijk gedagvaarde persoon over rechtspersoonlijkheid beschikt, dagvaarding die niet ontvankelijk is en waarvoor de begane vergissing niet het recht opent om zich op het stelsel van de nietigheden te beroepen, en die welke niet een van die vermeldingen, met inbegrip van de benaming van de gedagvaarde persoon, bevat, tekortkoming die het daarentegen wel mogelijk maakt van het genoemde stelsel gebruik te maken?”.

...

In rechte

...

B.1. De artikelen 17, 43, 702 en 860 tot 867 Ger.W. bepalen:

“Art. 17. De rechtsvordering kan niet worden toegelaten, indien de eiser geen hoedanigheid en geen belang heeft om ze in te dienen”.

“Art. 43. Op straffe van nietigheid, moet het exploot van betekening door de optredende gerechtsdeurwaarder ondertekend zijn en vermelden:

1o de dag, de maand en het jaar, en de plaats van de betekening;

2o de naam, de voornaam, het beroep, de woonplaats en, in voorkomend geval, het gerechtelijk elektronisch adres, de hoedanigheid en de inschrijving in de Kruispuntbank van ondernemingen van de persoon op wiens verzoek het exploot wordt betekend;

3o de naam, de voornaam, de woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats, de verblijfplaats en, in voorkomend geval, het gerechtelijk elektronisch adres en de hoedanigheid van de persoon voor wie het exploot bestemd is;

4o de naam, voornaam en, bij voorkomend geval, de hoedanigheid van de persoon aan wie afschrift ter hand gesteld is, of in het geval bedoeld in artikel 38, § 1, het achterlaten van het afschrift, of in de gevallen bedoeld in artikel 40, de afgifte van het exploot op de post;

5o de naam en de voornaam van de gerechtsdeurwaarder en het adres van zijn kantoor en, in voorkomend geval, zijn gerechtelijk elektronisch adres;

6o de omstandige opgave van de kosten der akte;

7o de in artikel 42bis bedoelde wijzen van betekening en, in voorkomend geval, de in artikel 42bis, vierde lid, bepaalde vermeldingen.

“De persoon aan wie het afschrift wordt ter hand gesteld, tekent het origineel voor ontvangst. Weigert hij te tekenen, dan maakt de deurwaarder daarvan melding in het exploot”.

“Art. 702. Behalve de vermeldingen bepaald in artikel 43, bevat het exploot van dagvaarding, op straffe van nietigheid, de volgende opgaven:

1o de naam, de voornaam en de woonplaats van de eiser;

2o de naam, de voornaam en de woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats, de verblijfplaats van de gedaagde;

3o het onderwerp en de korte samenvatting van de middelen van de vordering;

4o de rechter voor wie de vordering aanhangig wordt gemaakt;

5o de plaats, de dag en het uur van de terechtzitting”.

“Art. 860. Wat de verzuimde of onregelmatig verrichte vorm ook zij, geen proceshandeling kan nietig worden verklaard, indien de wet de nietigheid ervan niet uitdrukkelijk heeft bevolen.

“De termijnen om een rechtsmiddel aan te wenden zijn evenwel voorgeschreven op straffe van verval.

“De andere termijnen worden slechts dan op straffe van verval bepaald wanneer de wet het voorschrijft”.

“Art. 861. De rechter kan een proceshandeling alleen dan nietig verklaren, indien het aangeklaagde verzuim of de aangeklaagde onregelmatigheid de belangen schaadt van de partij die de exceptie opwerpt”.

“Art. 862. § 1. De regel van artikel 861 geldt niet voor een verzuim of een onregelmatigheid betreffende:

1o de termijnen op straffe van verval of nietigheid voorgeschreven;

2o de ondertekening van de akte;

3o de vermelding van de datum van de akte wanneer die noodzakelijk is om de gevolgen van de akte te beoordelen;

4o de aanwijzing van de rechter die van de zaak kennis moet nemen;

5o de eed opgelegd aan getuigen en aan deskundigen;

6o de vermelding dat de exploten en akten van tenuitvoerlegging zijn betekend aan de persoon of op een andere wijze die de wet bepaalt.

“§ 2. Onverminderd de toepassing van artikel 867 wordt in de gevallen van § 1 de nietigheid of het verval uitgesproken door de rechter, zelfs ambtshalve”.

“Art. 863. In alle gevallen waarin de ondertekening vereist is voor de geldigheid van een proceshandeling kan het gebrek van de handtekening worden geregulariseerd ter zitting of binnen een door de rechter vastgestelde termijn”.

“Art. 864. De nietigheden die tegen de proceshandelingen kunnen worden ingeroepen, zijn gedekt indien zij niet tegelijk en vóór enig ander middel worden voorgedragen.

“Verval en nietigheid als bepaald in artikel 862 zijn echter pas gedekt, wanneer een vonnis of arrest op tegenspraak, behalve datgene dat een maatregel van inwendige aard inhoudt, is gewezen zonder dat het verval of de nietigheid door de partij is voorgedragen of door de rechter ambtshalve is uitgesproken”.

“Art. 865. De regels van artikel 864 en van artikel 867 zijn niet van toepassing op het in artikel 860, tweede lid, bedoelde verval”.

“Art. 866. De proceshandelingen en akten die nietig zijn of nodeloze kosten veroorzaken door toedoen van een ministerieel ambtenaar, komen te zijnen laste; hij kan bovendien worden veroordeeld tot schadevergoeding jegens de partij”.

“Art. 867. Het verzuim of de onregelmatigheid van de vorm van een proceshandeling, met inbegrip van de niet-naleving van de in deze afdeling bedoelde termijnen of van de vermelding van een vorm, kan niet tot nietigheid leiden, wanneer uit de gedingstukken blijkt dat de handeling het doel heeft bereikt dat de wet ermee beoogt, of dat die niet-vermelde vorm wel in acht is genomen”.

B.2. Aan het Hof worden vragen gesteld over de verenigbaarheid met art. 10 en 11 van de Grondwet van die bepalingen, in die zin geïnterpreteerd “dat zij de dagvaarding die verkeerdelijk is gericht tegen een andere persoon dan die tegen welke zij had moeten worden gericht, uitsluiten van het stelsel van de nietigheden”, waarbij de verwijzende rechter bovendien preciseert dat de aldus verkeerdelijk gedagvaarde persoon over rechtspersoonlijkheid beschikt. Er zou een verschil in behandeling worden ingesteld tussen de rechtzoekenden die een dergelijke vordering instellen en diegenen die een vordering instellen die, hoewel zij tegen de juiste persoon is gericht, een onjuiste (eerste prejudiciële vraag) of onvolledige (tweede prejudiciële vraag) vermelding bevat: in tegenstelling tot die rechtzoekenden, die zich op het bij art. 860 Ger.W. geregelde stelsel van de nietigheden kunnen beroepen, zien de rechtzoekenden van de eerste categorie hun rechtsvordering onontvankelijk verklaard, zonder dat de in dat geval begane vergissing het voordeel van dat stelsel kan genieten.

B.3. De geïntimeerde voor het verwijzende rechtscollege betwist dat de aan de toetsing van het Hof onderworpen categorieën van personen vergelijkbaar zijn.

De in het geding zijnde categorieën van personen bevinden zich niet in situaties die dermate verschillend zijn dat zij niet met elkaar kunnen worden vergeleken: het gaat om rechtzoekenden wier zaak wordt berecht voor de gewone rechtscolleges en die dezelfde wijze hanteren om hun rechtsvordering in te stellen.

B.4.1. Krachtens art. 17 Ger.W. “[kan] de rechtsvordering [...] niet worden toegelaten, indien de eiser geen hoedanigheid en geen belang heeft om ze in te dienen”. Zoals blijkt uit de parlementaire voorbereiding van het Gerechtelijk Wetboek (Verslag Van Reepinghen, Pasin. 1967, III, 322), moet de rechtsvordering worden ingesteld tegen diegene die de hoedanigheid bezit om ze te beantwoorden.

Wanneer een exploot van dagvaarding weliswaar de in art. 43 en 702, 2o Ger.W. bedoelde vermeldingen bevat, maar die betrekking hebben op een andere persoon dan diegene die de eiser had dienen te dagvaarden, brengt dat de onontvankelijkheid van de aldus ingeleide vordering met zich mee. Een dergelijke onregelmatigheid valt buiten de werkingssfeer van het stelsel van de nietigheden van art. 860 tot 867 Ger.W. en geeft dan ook geen aanleiding tot een beoordeling van de schade (Cass. 29 juni 2006, Arr.Cass. 2006, nr. 366).

B.4.2. Krachtens art. 860 Ger.W. “[kan,] wat de verzuimde of onregelmatig verrichte vorm ook zij, geen [proceshandeling] [...] nietig worden verklaard, indien de wet de nietigheid ervan niet uitdrukkelijk heeft bevolen”. Tot de in die bepaling bedoelde vormvoorschriften behoren de vermeldingen die elk exploot van dagvaarding moet bevatten; in dat verband worden in art. 43, 3o Ger.W. “de naam, de voornaam, de woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats, de verblijfplaats en, in voorkomend geval, het gerechtelijk elektronisch adres en de hoedanigheid van de persoon voor wie het exploot bestemd is” vermeld en heeft art. 702 Ger.W. betrekking op “de naam, de voornaam en de woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats, de verblijfplaats van de gedaagde”.

Hoewel de verzuimen en onregelmatigheden welke die vermeldingen aantasten, bij art. 43 en 702 Ger.W. met nietigheid worden bestraft, gaat het desalniettemin maar om een relatieve nietigheid, in zoverre zij vreemd zijn aan de in het art. 862, § 1 Ger.W. bedoelde verzuimen en onregelmatigheden: krachtens art. 861 Ger.W. kan de nietigheid bijgevolg enkel worden uitgesproken indien het aangeklaagde verzuim of de aangeklaagde onregelmatigheid de belangen heeft geschaad van de partij die de exceptie opwerpt. Bovendien kan dat verzuim of die onregelmatigheid worden rechtgezet onder de voorwaarden die in art. 867 Ger.W. zijn bepaald.

B.4.3. Uit het bovenstaande vloeit voort dat, zoals de verwijzende rechter opmerkt, de rechtzoekenden verschillend worden behandeld naargelang zij verkeerdelijk een andere persoon hebben gedagvaard dan die welke had moeten worden gedagvaard, of naargelang hun dagvaarding een onregelmatigheid of een verzuim bevat, maar wel tegen de juiste persoon is gericht: in tegenstelling tot die tweede categorie van rechtzoekenden, die zich op het hiervoor in herinnering gebrachte stelsel van de nietigheden kunnen beroepen, zien de rechtzoekenden van de eerste categorie hun rechtsvordering onontvankelijk verklaard, zonder in dat geval dat stelsel te kunnen inroepen.

B.5.1. Dat verschil in behandeling berust op een objectief criterium: de aard van de regel waarvan de schending wordt bestraft. Art. 17 Ger.W. bevestigt immers een grondregel, terwijl art. 860 e.v. Ger.W. alleen op de onregelmatigheden naar de vorm van toepassing zijn.

B.5.2. De regels betreffende de vormvoorschriften en de termijnen om beroep in te stellen zijn gericht op een goede rechtsbedeling en het weren van de risico’s van rechtsonzekerheid. Die regels mogen de rechtzoekenden echter niet verhinderen de beschikbare procedures aan te wenden.

B.6. Zoals reeds is opgemerkt, vereist art. 17 Ger.W. dat de rechtsvordering moet worden ingesteld tegen diegene die de hoedanigheid bezit om ze te beantwoorden; indien dit niet het geval is, heeft de rechtsvordering, zoals de verwijzende rechter opmerkt, in werkelijkheid betrekking op een persoon die vreemd is aan de feiten en aan het geschil, en die rechtsvordering zal onontvankelijk worden verklaard, zonder het bij art. 860 e.v. Ger.W. geregelde stelsel van de nietigheden te kunnen inroepen.

Die maatregel blijkt relevant te zijn ten aanzien van de hiervoor beoogde legitieme doelstellingen. Wat de verkeerdelijk gedagvaarde persoon betreft, is het immers niet denkbaar dat hij partij kan zijn in het geding, verplicht is zich te verdedigen en de kosten ervan te dragen, en eventueel kan worden veroordeeld, zelfs indien zijn situatie vreemd is aan het geschil. Wat de persoon betreft op wie het geschil betrekking heeft, die had moeten worden gedagvaard maar niet is gedagvaard, is het evenmin denkbaar dat hij kan worden veroordeeld. Wat ten slotte de eiser betreft, moet worden opgemerkt dat het uitbreiden van het stelsel van de nietigheden tot een dagvaarding die verkeerdelijk is gericht tot een rechtspersoon die vreemd is aan het geschil, naast de schending van art. 860 e.v. Ger.W., van dien aard zou zijn dat de termijn wordt omzeild waarbinnen de rechtsvordering in voorkomend geval moest worden ingesteld, in het geval waarin die termijn zou zijn verstreken.

De in het stelsel van de nietigheden bedoelde verzuimen en onregelmatigheden, die in het geding zijn, onderstellen allereerst dat de juiste persoon door de eiser wordt gedagvaard. Daarenboven, zoals reeds is opgemerkt, betreffen zij procedureformaliteiten – en geen voorwaarde voor het uitoefenen van de rechtsvordering –, zoals dit het geval is voor de hoedanigheid, vereist bij art. 17 Ger.W. Ten slotte moeten de betrokken verzuimen en onregelmatigheden, behalve voor die welke in art. 862, § 1 Ger.W. zijn beoogd, om de nietigheid van de proceshandeling die zij aantasten te verantwoorden, de belangen hebben geschaad van de partij die de exceptie opwerpt.

Uit het bovenstaande vloeit voort dat het in het geding zijnde verschil in behandeling is verantwoord ten aanzien van de bekommernis om een goede rechtsbedeling te verzekeren en de risico’s van rechtsonzekerheid te weren; er moet evenwel worden nagegaan of dat verschil in behandeling geen onevenredige gevolgen ten aanzien van die doelstellingen heeft.

B.7. De eiser die verkeerdelijk een andere persoon zou hebben gedagvaard dan die welke had moeten worden gedagvaard, kan, indien dit mogelijk blijft binnen de termijnen, een nieuwe rechtsvordering instellen, ditmaal tegen de persoon die in rechte moest worden beoogd. In het geval waarin de eiser zelf niet aansprakelijk zou zijn voor de voormelde vergissing, staat het hem bovendien vrij in voorkomend geval de kostprijs van die nieuwe procedure te verhalen op de persoon die die fout heeft begaan.

Ten slotte kan de eiser, in het geval waarin hij niet aansprakelijk zou zijn voor de voormelde vergissing en om redenen met betrekking tot de termijn niet langer in staat zou zijn een nieuwe rechtsvordering in te stellen, de vergoeding verkrijgen van de schade die hij heeft geleden op grond van de, naar gelang van het geval, contractuele of buitencontractuele aansprakelijkheid van de persoon die door zijn fout die schade heeft veroorzaakt.

Gelet op het bovenstaande, is het verschil in behandeling niet zonder redelijke verantwoording.

B.8. De prejudiciële vragen dienen ontkennend te worden beantwoord.

Noot: 

Sven Sobrie, De dunne grens tussen onontvankelijkheid ratione personae en nietigheid wegens verkeerde identificatie: een casestudy, noot onder dit cassatiearrest in RW 2014-2015, 111

Bronvermeldingen in deze noot

• F. Bruloot, “Procesrechtelijke nietigheden: meer vragen dan antwoorden?”, NJW 2014, 128-130).

• P. Van Orshoven, “Niet-ontvankelijkheid, nietigheid, verval en andere wolfijzers en schietgeweren van het burgerlijk procesrecht” in Themis Gerechtelijk Privaatrecht, Brugge, die Keure, 2000, 25 e.v.

• K. Wagner, Sancties in het burgerlijk procesrecht, Antwerpen, Maklu, 2007, 301 e.v.

• J. Vananroye, Morele wezens en wetsontduikende monniken, Antwerpen, Intersentia, 2012, p. 11-12, nr. 10;

• C. Van Reepinghen, noot onder Vred. Elsene 14 februari 1947, JT 1947, 331;

• B. Tilleman, Proceshandelingen van en tegen vennootschappen, Antwerpen, Maklu, 1997, p. 36, nr. 23; P. Taelman, “Het optreden in rechte van (privaatrechtelijke) entiteiten zonder rechtspersoonlijkheid en rechtspersonen voor de judiciële rechtscolleges” in W. van Eeckhoutte (ed.), Rechtspersonenrecht, Gent, Mys & Breesch, 1999, p. 41, nr. 5).

• K. Broeckx, Het recht op hoger beroep en het beginsel van de dubbele aanleg in het civiele geding, Antwerpen, Maklu, 1995, 215

• J. Laenens en M. Storme, De sanctieregeling in het gerechtelijk recht, Brussel, Bruylant, 1994, 99-100

• Eric Brewaeys, Onontvankelijkheid en nietigheid: een wereld van verschil, De juristenkrant, 297, 5 november 2014, p.8

Rechtspraak:

• Cass. 15 september 1993, Arr.Cass. 1993, 700; Cass. 15 november 1991, Arr.Cass. 1991-92, 239

• Cass. 13 september 1991, Arr.Cass. 1991-92, 38

• Cass. 11 januari 1979, Pas. 1979, I, 521;

• Brussel 10 november 2006, RW 2008-09, 755;

• Rb. Hasselt 6 januari 2000, AJT 2000-01, 418

• Cass. 18 februari 1985, Arr.Cass. 1984-85, 827;

• Rb. Bergen 28 april 1982, T.Aann. 1984,

• Antwerpen 5 januari 2005, P&B 2005, 135

• Cass. 29 juni 2006, Arr.Cass. 2006, 1520


Arbrb. Brussel 17 februari 2010

A.R.. nr 12766/07

IN ZAKE :

Mter O.L.B., advocaat, handelend in zijn hoedanigheid van voorlopig bewindvoerder van de heer A.

eisende partij, niet verschenen, noch vertegenwoordigd

TEGEN:

1. N.V. PURATOS GROUP,
met kantoren gevestigd te Industrielaan 25 - Zone Maalbeek te 1702 Groot-Bijgaarden

 

2. Meester E. D., gerechtsdeurwaarder,

Gelet op de wet van 10 oktober 1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek;
Gelet op de wet van 15 juli 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

I. Procedure.

De rechtbank nam kennis van:

§ de dagvaarding van 31 augustus 2007
§ het verzoekschrift in vrijwillige tussenkomst van 9 juli 2008
§ de conclusies van eisende partij
§ de conclusies van verwerende partij
§ de conclusies van vrijwillig tussenkomende partij
§ de dossiers van partijen

De verzoeningspoging op de openbare zitting van 14 december 2009 mislukte.

De verwerende partijen hebben gepleit op dezelfde zitting waarna de debatten werden gesloten en de zaak in beraad werd genomen.

II. Voorwerp van de vorderingen:

a) De hoofdvordering:

De hoofdvordering van eiser in zijn hoedanigheid van voorlopig bewindvoerder van de heer A (hierna genoemd eiser qualitate qua) strekt ertoe de N.V. Puratos Group te horen veroordelen:

a) tot betaling van:

- 79.498,93 euro provisioneel ten titel van compensatoire opzegvergoeding, onder voorbehoud van vermeerdering in de loop van het geding,

- 89,84 euro ten titel van eindejaarspremie 2007 pro rata temporis,

- 89,84 euro ten titel van veertiende maand 2007 pro rata temporis

meer de moratoire intresten op deze bedragen aan de wettelijke intrestvoet vanaf 12 januari 2007 en de gerechtelijke intresten vanaf de betekening van onderhavige dagvaarding (31 augustus 2007);

- 9.147,02 euro netto provisioneel ten titel van bedrag dat niet geldig werd betaald ten titel van loon
(sensu lato) (met inbegrip van de eindejaarspremie 2006) en/of onwettelijk ingehouden op de verschuldigde lonen, onder voorbehoud van vermeerdering in de loop van het geding,

meer de moratoire intresten op dit bedrag aan de wettelijke intrestvoet vanaf 1 juli 2006 (gemiddelde datum) en de gerechtelijke intresten vanaf de betekening van onderhavige dagvaarding (31 augustus 2007);

- 500,00 euro provisioneel ten titel van vergoeding voor de schade en de uitgaven die respectievelijk geleden en nog te lijden zijn en gedragen of nog te dragen zijn ingevolge de noodwendigheden van huidige procedure, onder voorbehoud van vermeerdering in de loop van het geding,

meer de gerechtelijke intresten op dit bedrag vanaf de betekening van onderhavige dagvaarding (31 augustus 2007);

b) tot afgifte van:

- een gewijzigde afrekening van vertrek
- een gewijzigde C4
- de gewijzigde loonfiches voor elke werkmaand

rekening houdende met het tussen te komen vonnis en onder verbeurte van een dwangsom van 25 euro per dag en per ontbrekend document, bij niet-afgifte ervan vanaf de betekening van het tussen te komen vonnis.

c) tot betaling van alle kosten van het geding met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding voorzien bij artikel 1022 Ger. W, begroot op het basisbedrag van 3.000 euro .

Eiser qualitate qua vordert tevens om het tussen te komen vonnis uitvoerbaar te horen verklaren bij voorraad, niettegenstaande elk verhaal, zonder borgstelling en met het verbod tot kantonnement.

b) De vordering op vrijwillige tussenkomst:

Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie op 9 juli 2008, is de heer E. D., gerechtsdeurwaarder vrijwillig tussengekomen in de procedure.

Hij vordert :

- te horen zeggen voor recht dat het dagvaardingsexploot van 31 augustus 2007 op rechtsgeldige wijze de N.V. Puratos voor onderhavige rechtbank heeft gebracht;

- de subsidiaire tussenvordering van eiser qualitate qua ongegrond te verklaren en hem te veroordelen tot de kosten ervan;

- subsidiair, de beslechting van de tussenvordering naar de bijzondere rol te verwijzen.

c) De tussenvordering:

Bij besluiten van 31 augustus 2009 vordert eiser qualitate qua om partij E. D. (gerechtsdeurwaarder) te veroordelen tot betaling van 1 euro provisioneel, meer de compensatoire en gerechtelijke intresten en de kosten van het geding.

III. De feiten:

De N.V. Puratos ressorteert onder de bevoegdheid van het Paritair Comité nr. 220 voor de voedingsnijverheid.

De heer A is op 1 augustus 1988 als arbeider (shift supervisor) in dienst getreden van de N.V. Puratos.

Op 26 december 2002 werd een nieuwe arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur afgesloten tussen partijen, waarbij een einde werd gesteld aan de arbeidsovereenkomst voor arbeider op datum van 31 december 2002 en op grond waarvan de heer A vanaf 1 januari 2003 werkte als bediende in de functie van " Team Leader Glazings" , mits overname van zijn anciënniteit vanaf 1 augustus 1988.

Op basis van een leenovereenkomst, afgesloten op 19 mei 2006, heeft de N.V. Puratos aan de heer A een som van 18.000 euro geleend ter voldoening van zijn schulden, bedrag dat uiterlijk op 6 oktober 2006 diende te worden terugbetaald, bij gebreke waarvan de N.V. Puratos gemachtigd werd om het nog niet terugbetaalde bedrag in te houden op het nettoloon van de heer A voor een maandelijks bedrag van 1.000 euro , hetzij bij vroegtijdige verlating van de firma het niet terugbetaalde bedrag af te trekken van de aan de heer A nog te betalen sommen.

Bij beschikking van 15 december 2006 werd de heer A door de Vrederechter van het kanton Sint-Jans-Molenbeek onder voorlopige bewindvoering geplaatst en werd Mr. Olivier Le Boulenge aangesteld als voorlopige bewindvoerder.

Per brief van 3 januari 2007 heeft eiser qualitate qua:

- Puratos ingelicht over het onder voorlopige bewindvoering plaatsen van de heer A en over zijn aanstelling als voorlopig bewindvoerder,
- bevestigd dat hij het saldo van de lening van de heer A van 17.200 euro zou
terugbetalen,
- Puratos uitgenodigd om de eindejaarspremie 2006 te betalen op de nieuwe beheerde
rekening nr. 630-0244996-33 van de heer A.

Per aangetekend schrijven van 12 januari 2007, gericht aan de heer A, heeft de N.V. Puratos de arbeidsovereenkomst beëindigd om dringende reden, als volgt (stuk 11 - dossier N.V. Puratos):

" Geachte Heer,

Met deze brief delen wij u onze beslissing mee om u onmiddellijk te ontslaan wegens dringende redenen. Deze beëindiging zal zijn uitwerking hebben vanaf vandaag, vrijdag 12 januari 2007 en gebeurt zonder opzeggingstermijn en zonder betaling van enige aanvullende opzeggingsvergoeding.

Wij verwijzen daarbij naar het telefoongesprek dat u op 11/01/07 gehad heeft met de heer G..

U heeft bij verschillende van uw collega's aanzienlijke bedragen geleend onder het voorwendsel om dit te gebruiken voor het drijven van handel en met de belofte om dit met winst terug te betalen. Dit geleende geld werd echter niet terugbetaald. Volgens uw zeggen heeft u bij 3 collega's geld geleend, daar waar wij reeds van 6 personen kennis hebben van de feiten. U beweert eveneens dat het om een nog terug te betalen bedrag van 7.750 euro gaat, daar waar het volgens onze informatie om een bedrag van 19.750 euro gaat.

Van deze feiten hebben wij op 10/01/07 kennis genomen.

Verder wensen wij u op het feit te wijzen dat u eveneens bij de firma geld heeft geleend en dit niet hebt terugbetaald op de afgesproken dag. Zoals reeds bekend is hiervoor een procedure tot invordering ingeleid.

Dit gedrag kan niet getolereerd worden en deze feiten maken het voortzetten van elke professionele samenwerking definitief en met onmiddellijke ingang onmogelijk.

Uw sociale documenten, alsmede uw eindafrekening zullen u eerstdaags worden toegestuurd."

Per schrijven van 22 januari 2007 antwoordde de N.V. Puratos aan eiser qualitate qua:

- dat de heer A op 12 januari 2007 was ontslagen om dringende reden,

- dat de eindejaarspremie 2006 evenals de 14de maand op 20 december 2006 waren betaald op de rekening van de heer A, en dat deze betaling rekening houdende met 2 lopende loonbeslagen overeenstemde met een nettobedrag van 1.091,30 euro ;

- dat de betaling van het vertrekvakantiegeld en de definitieve afrekening eerstdaags zou gebeuren op de door eiser qualitate qua opgegeven beheerde rekening.

Vervolgens is betwisting ontstaan over de geldigheid van de kennisgeving van de dringende reden, de tijdigheid en het bestaan ervan en de nog te betalen bedragen.

Aangezien geen minnelijke regeling mogelijk bleek, is eiser qualitate qua vervolgens op 31 augustus 2007 tot dagvaarding van de N.V. Puratos Group overgegaan.

IV. In rechte:

A. WAT BETREFT DE HOOFDVORDERING

A.1. De nietigheid / ontvankelijkheid van de hoofdvordering:

Stelling van partijen:

1.
De N.V. Puratos Group stelt in hoofdorde dat de vorderingen van eiser qualitate qua onontvankelijk, minstens ongegrond zijn, omdat de verkeerde vennootschap werd gedagvaard en de verjaringstermijn op 12 januari 2008 is verstreken:

- de N.V. Puratos Group is de holdingmaatschappij van Puratos groep en niet de werkgever van de heer A,

- de N.V. Puratos Group (KBO nr. 0461.959.233) en de N.V. Puratos ( KBO nr. 0438.632.416) zijn duidelijk van elkaar onderscheiden vennootschappen,

 

- er bestond geen enkele rechtsverhouding tussen de N.V. Puratos Group en de heer
A,

- niettegenstaande eiser qualitate qua en de heer E. D. hun besluiten
opstellen tegen de N.V. Puratos, is deze partij niet gedagvaard en dus niet inzake;

- het is de N.V. Puratos Group die in casu verweer voert en niet de N.V. Puratos.

De N.V. Puratos Group verwijst terzake naar de artikelen 17, 18, 43 en 702 Ger. W. en naar toepasselijke rechtspraak, waaronder het arrest van het Hof van Cassatie van 29 juni 2006 en het daarop volgend arrest van 13 oktober 2009 van het Arbeidshof te Antwerpen.

2.
De heer E. D., gerechtsdeurwaarder en eiser op vrijwillige tussenkomst, stelt dat het dagvaardingsexploot van 31 augustus 2007 op rechtsgeldige wijze de N.V. Puratos voor onderhavige rechtbank werd gebracht.

De gerechtsdeurwaarder stelt dat niet betwistbaar is dat eiser qualitate qua de bedoeling had een vordering in te stellen tegen de voormalige werkgever van de heer A, doch dat de gerechtsdeurwaarder het ontwerp van dagvaarding heeft aangepast op naam van de N.V. Puratos Group:

- bij nazicht van Infobase,
- en omdat volgens de gerechtsdeurwaarder Puratos geen onderscheid maakt tussen de
vennootschappen, die ter plaatse op de maatschappelijke zetel zijn gevestigd.

De gerechtsdeurwaarder verwijst ter staving naar een P.V. van vaststelling en naar toepasselijke rechtspraak.

De gerechtsdeurwaarder voegt daaraan toe dat het niet opgaat - en proceseconomisch en naar billijkheid en rechtvaardigheid niet aannemelijk zou zijn - dat de gedaagde, die de situatie goed begrepen heeft, vervolgens doet alsof een andere vennootschap binnen de groep gedagvaard werd, en een conclusie laat nemen - na het verstrijken van een periode van één jaar sedert het ontslag - door haar raadslieden, namens deze nadere vennootschap, besluitend tot de onontvankelijkheid van de vordering.

3.
Eiser qualitate qua stelt in zijn besluiten dat de voormalige werkgever van de heer A - de N.V. Puratos - wel degelijk bereikt werd door de dagvaarding, aangezien haar middelen worden uitgedrukt in de eerste conclusie van de N.V. Puratos Group.

Eiser qualitate qua voegt daaraan toe dat het louter om een typfout in de dagvaarding gaat en dat deze geen schade heeft toegebracht aan de verwerende partij.

Hij verwijst hiervoor naar de artikelen 861 en 867 van het Ger. W.

Principes:

De door partijen aangehaalde artikelen van het Ger. W. bepalen het volgende:

- Artikel 17 Ger. W.:
" De rechtsvordering kan niet worden toegelaten, indien de eiser geen hoedanigheid en geen belang heeft om ze in te dienen."

- Artikel 18 Ger. W.:
" Het belang moet een reeds verkregen en dadelijk belang zijn. De rechtsvordering kan worden toegelaten, indien zij, zelfs tot het verkrijgen van een verklaring van recht, is ingesteld om schending van een ernstig bedreigd recht te voorkomen."

- Artikel 43 Ger. W.:
" Op straffe van nietigheid, moet het exploot van betekening door de optredende gerechtsdeurwaarder ondertekend zijn en vermelden:
(...)
3° de naam, de voornaam, de woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats, de verblijfplaats, en in voorkomend geval de hoedanigheid van de persoon voor wie het exploot bestemd is;
(...)"

- Artikel 702 Ger. W.:
" Behalve de vermeldingen bepaald in artikel 43, bevat het exploot van dagvaarding, op straffe van nietigheid, de volgende opgaven:
" (...)
2° de naam, de voornaam en de woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats, de verblijfplaats van de gedaagde;
(...)"

- Artikel 861 Ger. W.:
" De rechter kan een proceshandeling alleen dan nietig verklaren , indien het aangeklaagde verzuim of de aangeklaagde onregelmatigheid de belangen schaadt van de partij die de exceptie opwerpt."

- Artikel 867 Ger. W.:
" Het verzuim of de onregelmatigheid van de vorm van een proceshandeling, met inbegrip van de niet-naleving van de in deze afdeling bedoelde termijnen of van de vermelding van een vorm, kan niet tot de nietigheid leiden, wanneer uit de gedingstukken blijkt dat de handeling het doel heeft bereikt dat de wet ermee beoogt, of dat die niet-vermelde vorm wel in acht is genomen."

In het arrest van 29 juni 2006 oordeelt het Hof van Cassatie als volgt:

" Wanneer een exploot van dagvaarding weliswaar de vermeldingen bevat als voorzien in de art. 43 en 702,2° van het Gerechtelijk Wetboek, maar deze betrekking hebben op een ander persoon dan degene die de eiser had dienen te dagvaarden, brengt dit de niet-ontvankelijkheid van de aldus ingeleide vordering met zich mee.

Dergelijke onregelmatigheid valt buiten de werkingssfeer van de nietigheidsregeling van de artikelen 860 tot 867 van het Gerechtelijk Wetboek , en geeft dienvolgens geen aanleiding tot beoordeling van belangenschade" (Cass., 29 juni 2006, C.04.0290.N, www.cass.be).

 

 

Toepassing in casu:

1.De sociale documenten en de briefwisseling:

De Rechtbank stelt concreet het volgende vast:

- dat de arbeidsovereenkomst en de leenovereenkomst werden afgesloten tussen de N.V. Puratos en de heer A,

- dat de ontslagbrief van 12 januari 2007 en het antwoordschrijven van 22 januari 2007 aan eiser qualitate qua werden opgesteld door de N.V. Puratos en dat onderaan op deze brieven uitdrukkelijk het KBO nr. 0438.632.416 van de N.V. Puratos staat vermeld,

- dat op alle loonbrieven de N.V. Puratos als werkgever staat vermeld;

- dat het tewerkstellingsattest en het formulier C4 eveneens door de N.V. Puratos werden opgesteld;

Op basis van de sociale documenten en de briefwisseling uitgaande van de N.V. Puratos blijkt ontegensprekelijk enerzijds dat de N.V. Puratos de werkgever van de heer A was en anderzijds dat er geen verwarring mogelijk is tussen de N.V. Puratos en de N.V. Puratos Group.

2. De dagvaarding:

Bij nazicht van de dagvaarding blijkt dat de N.V. Puratos Group (KBO nr. 0461.959.233) werd gedagvaard en niet de N.V. Puratos ( KBO nr. 0438.632.416).

Het argument van eiser qualitate qua dat in de dagvaarding enkel een typfout staat, wordt derhalve duidelijk tegengesproken door de dagvaarding zelf, aangezien niet alleen de N.V. Puratos Group in plaats van de N.V. Puratos wordt vermeld, doch tevens het ondernemingsnummer van de N.V. Puratos Group en niet dat van de N.V. Puratos.

De N.V. Puratos Group en de N.V. Puratos hebben weliswaar op dezelfde plaats hun maatschappelijke zetel, doch zijn duidelijk van elkaar onderscheiden vennootschappen:

- de N.V. Puratos en de N.V. Puratos Group hebben ieder een eigen ondernemingsnummer dat uniek is,
- de N.V. Puratos is een productiemaatschappij, terwijl de N.V. Puratos Group een
holdingmaatschappij is.

Er is derhalve geen twijfel mogelijk dat de N.V. Puratos Group werd gedagvaard en niet de N.V. Puratos.

De problematiek betreft - in tegenstelling tot wat de gerechtsdeurwaarder voorhoudt - derhalve niet louter de "onjuiste omschrijving" van de effectief geviseerde partij of het ogenschijnlijk dagvaarden van een andere rechtspersoon, doch integendeel het dagvaarden van een verkeerde rechtspersoon met vermelding van een ander ondernemingsnummer.

Bovendien is de verkeerd gedagvaarde rechtspersoon niet de effectief geviseerde rechtspersoon, namelijk de werkgever van de heer A.

De vaststellingen ter plaatse, zoals deze blijken uit het P.V. van vaststelling, doen aan het voormelde geen afbreuk.

3. Belang en hoedanigheid:

De N.V. Puratos Group toont op geen enkele wijze aan dat er een contractuele relatie bestond tussen de heer A en de N.V. Puratos Group.

De Rechtbank deelt dan ook het standpunt van de N.V. Puratos Group dat wanneer een contractuele vordering wordt ingeleid, tegen een persoon waarmee de verzoeker prima facie geen enkele contractuele relatie heeft en die daar duidelijk van onderscheiden is, elk belang ontbreekt.

Eiser dient zijn vordering in te stellen tegen degene, die de vereiste hoedanigheid bezit om op de vordering te antwoorden.

4. Wijziging van de hoedanigheid van de verwerende partij:

Eiser qualitate qua en de heer E. D., gerechtsdeurwaarder, lossen het voorgaande probleem niet op door in de loop van de procedure hun besluiten plots op te stellen tegen de N.V. Puratos, die niet gedagvaard en dus niet inzake is.

Indien een eisende partij in de loop van het geding haar eis kan wijzigen, kan die uitbreiding niet leiden tot een wijziging van de hoedanigheid van de verwerende partij (Van Lersberghe, P. "Voorwaarden van de rechtsvordering. Commentaar bij artikel 17 Ger. W.," in Gerechtelijk Recht - Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, losbl., Kluwer, Mechelen, 2002, 43).

De Rechtbank stelt overigens vast dat de N.V. Puratos Group in de loop van de procedure steeds zelf het verweer is blijven voeren en dus niet de N.V. Puratos, die niet inzake is.

De N.V. Puratos is nog steeds niet inzake en bovendien blijkt op geen enkele wijze dat er een contractuele relatie tussen de heer A en de N.V. Puratos Group bestond.

5. Nietigheid en belangenschade:

Het Hof van Cassatie en de daarop volgende nog recentere rechtspraak, geciteerd door de N.V. Puratos Group, is terzake duidelijk:

- Het Hof van Cassatie oordeelt in het arrest van 29 juni 2006 als volgt:

" Wanneer een exploot van dagvaarding weliswaar de vermeldingen bevat als voorzien in de art. 43 en 702,2° van het Gerechtelijk Wetboek, maar deze betrekking hebben op een ander persoon dan degene die de eiser had dienen te dagvaarden, brengt dit de niet-ontvankelijkheid van de aldus ingeleide vordering met zich mee.

Dergelijke onregelmatigheid valt buiten de werkingssfeer van de nietigheidsregeling van de artikelen 860 tot 867 van het Gerechtelijk Wetboek, en geeft dienvolgens geen aanleiding tot beoordeling van belangenschade" (Cass., 29 juni 2006, C.04.0290.N, www.cass.be).

en motiveert onder meer als volgt:

" Krachtens de artikelen 860, 861 en 867 van het Gerechtelijk Wetboek kan de nietigheid van de proceshandelingen wegens vormgebreken slechts worden uitgesproken wanneer er belangenschade is in hoofde van degene die de nietigheid inroept.

De vermelding van de identiteit van de gedaagde die de hoedanigheid van de verweerder heeft, heeft echter geen betrekking op een vormvereiste waarvan sprake in artikel 860 maar betreft wel degelijk de grond van de zaak om te weten of de correcte rechtspersoon die de hoedanigheid van de verweerder heeft of kan hebben, is gedagvaard.

In casu blijkt uit de overwegingen van het bestreden arrest dat de litigieuze dagvaarding van 28 april 1997 op formeel vlak in orde was. Het probleem i.v.m. een mogelijke nietigheid en de gevolgen ervan stelde zich niet.

Door op de litigieuze situatie de regels in verband met vormgebreken toe te passen - nietigheid wanneer belangenschade - schendt het bestreden arrest de regels van het gerechtelijk recht m.b.t. het inleiden van een rechtsvordering en het aanduiden van de persoon die de hoedanigheid heeft om als verweerder op te treden.

Het dagvaarden van de verkeerde (rechts)persoon heeft geen uitstaans met de nietigheid op grond van vormgebreken."

- Arbh. Antwerpen, 13 oktober 2009, A.R. 2080271 (stuk 25 - dossier N.V. Puratos Group):

" Wanneer , zoals ten deze, zulk een rechtsgeldige dagvaarding is betekend terwijl de partij op wiens verzoek de dagvaarding werd betekend, niet de wederpartij is bij de arbeidsovereenkomst op grond waarvan aanspraken werden geformuleerd, is de eventuele nietigheid of gebrekkigheid van de dagvaarding niet aan de orde (in dezelfde zin (verkeerde gedaagde): Arbh. Gent, 20 oktober 1996, J.T.T., 1996, 216).

De dagvaarding vertoont immers geen gebrek.

Evenmin is artikel 867 Ger. W. dat betrekking heeft op een verzuim of een onregelmatigehid in de vorm van een proceshandeling van toepassing.

De vermelding van deidnetiteit van de prsoon op wiens verzoek de dagvaarding wordt betekend en die dus de hoedanigheid van de eiser heeft, heeft immers geen uitstaans met een vormvereiste waarvan sprake in artikel 860 Ger. W., maar heeft enkel tot doel na te gaan of de dagvaarding werd uitgebracht namens de juiste persoon die de hoedanigehid van eiser heeft.

In dit verband kan nuttig worden verwezen naar het arrest van 29 juni 2006 van het Hof van Cassatie (www.cass.be, op datum) waarbij terecht werd geoordeeld dat, wanneer een exploot van dagvaarding weliswaar de vermeldingen bevat zoals voorzien in de artikelen 43 en 702, 2° van het Gerechtelijk Wetboek, maar deze betrekking hebben op een andere persoon dan diegene die de eiser had dienen te dagvaarden, dit de niet-ontvankelijkheid van de aldus ingeleide vordering met zich meebrengt.
Dergelijke onregelmatigheid valt buiten de werkingssfeer van de nietigheidsregeling van de artikelen 860 tot 867 van het Gerechtelijk Wetboek, en geeft dienvolgens geen aanleiding tot beoordeling van belangenschade" .

De eventuele nietigheid of gebrekkigheid van de dagvaarding is niet aan de orde. De belangenschade dient derhalve niet te worden beoordeeld.

De rechtspraak, die door de heer E. D. wordt aangehaald, toont inderdaad aan dat de rechtspraak vroeger verdeeld was, doch de geciteerde vonnissen en arresten dateren bijna allemaal van voor het arrest van 29 juni 2006 van het Hof van Cassatie.

Wat betreft het vonnis van 30 juli 2008 van de franstalige kamer van de Arbeidsrechtbank te Brussel, argumenteert de N.V. Puratos Group terzake dat de situatie in het geciteerde vonnis totaal verschillend is van de voorliggende zaak, omdat de betreffende vennootschap niet meer bestond op het ogenblik van de dagvaarding.

Bovendien betreft het in casu, zoals hoger reeds vermeld, niet louter de "onjuiste omschrijving" van de effectief geviseerde partij of het ogenschijnlijk dagvaarden van een andere rechtspersoon, doch integendeel het effectief dagvaarden van een verkeerde rechtspersoon met vermelding van een verkeerd ondernemingsnummer en dus niet de effectief geviseerde rechtspersoon, zijnde de werkgever van de heer A.

Gelet op hetgeen voorafgaat, verklaart de Rechtbank de hoofdvordering van eiser qualitate qua onontvankelijk.

A.2. Wat betreft de gegrondheid van de hoofdvordering:

Aangezien de hoofdvordering onontvankelijk is, kan de gegrondheid ervan niet worden nagegaan.

A.3. De kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoedingen:

Aangezien de hoofdvordering onontvankelijk is, blijven de dagvaardingskosten ten laste van eiser qualitate qua en heeft deze geen recht op een rechtsplegingsvergoeding.

De rechtsplegingsvergoeding van 3.000 euro (basisbedrag) die door de N.V. Puratos Group wordt gevorderd, wordt - proceseconomisch, naar billijkheid en rechtvaardigheid - door de Rechtbank herleid tot het minimumbedrag van 1.000 euro .

Eiser qualitate qua dient deze rechtsplegingsvergoeding aan de N.V. Puratos Group te betalen.

B. HET VERZOEK TOT VRIJWILLIGE TUSSENKOMST:

Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie op 9 juli 2008, is de heer E. D., gerechtsdeurwaarder vrijwillig tussengekomen in de procedure.

Hij vordert :

- te horen zeggen voor recht dat het dagvaardingsexploot van 31 augustus 2007 op rechtsgeldige wijze de N.V. Puratos voor onderhavige rechtbank heeft gebracht;

- de subsidiaire tussenvordering van eiser qualitate qua ongegrond te verklaren en hem te
veroordelen tot de kosten ervan;

- subsidiair, de beslechting van de tussenvordering naar de bijzondere rol te verwijzen.

De Rechtbank neemt akte van de vrijwillige tussenkomst van de gerechtsdeurwaarder.

Het verzoekschrift tot vrijwillige tussenkomst van de gerechtsdeurwaarder wordt ontvankelijk doch ongegrond verklaard wat betreft het verzoek te horen zeggen voor recht dat het dagvaardingsexploot van 31 augustus 2007 op rechtsgeldige wijze de N.V. Puratos voor onderhavige rechtbank heeft gebracht.

C. DE TUSSENVORDERING VAN EISER QUALITATE QUA LASTENS DE GERECHTSDEURWAARDER:

Bij besluiten van 31 augustus 2009 vordert eiser qualitate qua om partij E. D. (gerechtsdeurwaarder) te veroordelen tot betaling van 1 euro provisioneel, meer de compensatoire en gerechtelijke intresten en de kosten van het geding.

De N.V. Puratos Group merkt op dat de aanvullende conclusies in de vorm van syntheseconclusies van eiser qualitate qua conform de beschikking van 27 november 2007 op grond van artikel 747 § 2 Ger. W. uiterlijk op 15 juli 2008 dienden te worden neergelegd ter griffie.

Doch, gelet op de vrijwillige tussenkomst van de gerechtsdeurwaarder op 9 juli 2008 en gelet op het feit dat de N.V. Puratos Group en de heer E. D., vrijwillig tussenkomende partij eveneens nog laatste conclusies en nieuwe stukken hebben neergelegd buiten de voorziene conclusiekalender, worden de besluiten van 31 augustus 2009 van eiser qualitate qua niet uit de debatten geweerd, wat overigens ook niet expliciet gevorderd wordt.

De heer E. D., gerechtsdeurwaarder verzoekt om de tussenvordering ongegrond te verklaren, aangezien geen rechtsgrond of feitelijke of juridische ondersteuning voor deze tussenvordering wordt gegeven.

 

 

De Rechtbank stelt vast dat de tussenvordering is ingesteld onder de volgende voorwaarden:

- een rechtspleging op tegenspraak
- bij schriftelijke conclusie
- berustend op een feit of akte in de dagvaarding aangevoerd.

De Rechtbank verklaart de tussenvordering van eiser qualitate qua lastens de gerechtsdeurwaarder derhalve toelaatbaar en zendt deze vordering voor verdere behandeling naar de bijzondere rol.

OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,

Rechtsprekende op verstek ten aanzien van eiser qualitate qua en na tegensprekelijk debat ten aanzien van de N.V. Puratos Group en de heer E. D., en in eerste aanleg,

Wat betreft de hoofdvordering:

Verklaart de hoofdvordering van eiser qualitate qua onontvankelijk.

Stelt de N.V. Puratos Group buiten zake.

Laat de kosten van de dagvaarding ( 428,22 euro ) ten laste van eiser qualitate qua.

Veroordeelt eiser qualitate qua tot betaling aan de N.V. Puratos Group van de rechtsplegingsvergoeding, herleid door de Rechtbank tot het minimumbedrag van 1.000 euro .

Wat betreft de vordering op vrijwillige tussenkomst:

Neemt akte van de vrijwillige tussenkomst van de gerechtsdeurwaarder.

Verklaart het verzoekschrift tot vrijwillige tussenkomst van de gerechtsdeurwaarder ontvankelijk doch ongegrond wat betreft het verzoek te zeggen voor recht dat de dagvaarding regelmatig is uitgebracht tegen de N.V. Puratos.

Wat betreft de tussenvordering van eiser qualitate qua:

Verklaart de tussenvordering van eiser qualitate qua lastens de gerechtsdeurwaarder toelaatbaar en zendt deze vordering voor verdere behandeling naar de bijzondere rol.

Houdt de kosten desbetreffend aan.

Aldus gevonnist door de 23ste kamer van de Arbeidsrechtbank van Brussel waar zitting hielden:

en uitgesproken ter openbare zitting van 17/02/2010 waar aanwezig waren:

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 13/12/2014 - 14:59
Laatst aangepast op: za, 29/07/2017 - 16:28

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.