-A +A

Dagvaarding bosmisdrijf vereist aangehecht proces-verbaal vaststelling

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Politierechtbank
Plaats van uitspraak: Turnhout
Datum van de uitspraak: 
maa, 25/11/2002

Art. 133 van het Boswetboek  bepaalt dat de dagvaarding, op straffe van nietigheid, afschrift van het proces-verbaal moet inhouden.

Volgens het standpunt van het Hof van Cassatie is deze kennisgeving alleen vereist wanneer de vervolgende partij haar rechtsvordering erop grondt overeenkomstig art. 136 van het Boswetboek, dat haar daartoe de mogelijkheid geeft.

Het openbaar ministerie verliest alleen het recht om zich te beroepen op de wettelijke bewijswaarde van de processen-verbaal wanneer geen afschrift wordt mee betekend.

 

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2004-2005
Pagina: 
352

O.M. t/ Van U.

De dagvaardingen

Overwegende dat beklaagde een eerste keer werd gedagvaard tegen de zitting van 2 september 2002 (dagvaarding ontvangen op 25 mei 2002). Dat hij een tweede keer werd gedagvaard voor dezelfde feiten tegen de zitting van 28 oktober 2002 (dagvaarding ontvangen op 20 september 2002).

Overwegende dat beklaagde meent dat de dagvaardingen nietig zijn omdat geen afschrift van het proces-verbaal van vaststelling mee betekend werd.

Overwegende dat art. 133 van het Boswetboek dat te dezen van toepassing is, bepaalt dat de dagvaarding, op straffe van nietigheid, afschrift van het proces-verbaal moet inhouden.

Overwegende dat volgens het standpunt van het Hof van Cassatie deze kennisgeving alleen vereist is wanneer de vervolgende partij haar rechtsvordering erop grondt overeenkomstig art. 136 van het Boswetboek, dat haar daartoe de mogelijkheid geeft.

Dat het openbaar ministerie alleen het recht verliest om zich te beroepen op de wettelijke bewijswaarde van de processen-verbaal wanneer geen afschrift wordt mee betekend.

Overwegende dat, daar ook bij de tweede dagvaarding geen afschrift van het proces-verbaal mee betekend werd, het proces-verbaal waarop de tenlasteleggingen zijn gebaseerd, geen bijzondere bewijswaarde heeft, maar wel geldt als inlichting (cf. Cass. 16 februari 2000, Arr. Cass., 2000, 127).

Overwegende dat de dagvaardingen van het openbaar ministerie dan ook niet nietig zijn omdat geen afschrift van het proces-verbaal was bijgevoegd.

Overwegende dat beklaagde meent dat de dagvaardingen tevens nietig zijn omdat geen vertaling was bijgevoegd, alleszins omdat bij de tweede dagvaarding de vertaling van de eerste dagvaarding werd gevoegd, terwijl de tekst van de twee dagvaardingen niet volledig conform is.

Overwegende dat de dagvaarding voor de zitting van 2 september 2002 de kadastrale omschrijving gaf van de percelen waarop de overtredingen werden gepleegd, terwijl deze omschrijving niet werd herhaald in de dagvaarding voor de zitting van 28 oktober 2002.

Overwegende dat de tweede dagvaarding te beschouwen is als een dagstelling.

Overwegende dat beklaagde door de inhoud van de twee dagvaardingen voldoende duidelijk werd ingelicht over het tijdstip en de aard van de feiten die hem ten laste worden gelegd.

Overwegende dat, al dienden de dagvaardingen in Zwitserland te worden betekend, niet noodzakelijk een vertaling moest bijgevoegd zijn (cf. art. 16.1 van het Europees Verdrag Rechtshulp in Strafzaken van 20 april 1959). Dat beklaagde trouwens blijkbaar voldoende de Nederlandse taal machtig is.

Overwegende dat beklaagde bijgevolg rechtsgeldig gedagvaard werd.

Het proces-verbaal

Overwegende dat beklaagde meent dat het proces-verbaal onregelmatig is en geen enkele bewijswaarde heeft omdat zijn taalverklaring en verklaring ontbreken.

Overwegende dat het proces-verbaal dient te worden opgesteld in de taal van de streek, hier het Nederlands, met toepassing van art. 11 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.

Overwegende dat beklaagde geen verwijzing naar een anderstalige rechtbank heeft gevraagd met toepassing van art. 14 van de taalwet. Dat hij geboren is in Turnhout, en blijkens het proces-verbaal een feitelijke verblijfplaats heeft in Mol.

Overwegende dat beklaagde niet opwerpt dat hij de Nederlandse taal niet machtig is.

Overwegende dat beklaagde volgens de inhoud van het dossier meermaals werd gevraagd om zijn verklaring nopens de feiten te geven.

Overwegende dat het proces-verbaal in de gegeven omstandigheden wel degelijk regelmatig werd opgesteld.

...

Noot: 

Onder deze uitspraak in het RW A. Vandeplas, De dagvaarding volgens het Boswetboek

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 28/04/2016 - 13:45
Laatst aangepast op: ma, 02/05/2016 - 09:30

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.