-A +A

Dagvaarden van de staat in de persoon van een verkeerd departement en indeplaatsstelling

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
don, 10/12/2015
A.R.: 
C.13.0558.N

Hoewel de Staat een en ondeelbaar is en de onderscheiden departementen geen eigen van de Staat onderscheiden rechtspersoonlijkheid hebben, wordt de Staat, in zijn buitengerechtelijke of gerechtelijke verhoudingen met derden, rechtsgeldig vertegenwoordigd door de minister van het departement waarop die verhoudingen betrekking hebben en voor zover die van belang zijn voor de begroting van dat departement; de aanwijzing van een onbevoegd departement als vertegenwoordiger van de Staat heeft evenwel tot gevolg dat dit departement het bevoegde departement in de plaats kan stellen.

Uit de wetsgeschiedenis van art. 705 Ger.W. blijkt dat de wetgever beoogde om de moeilijkheden voor de eiser te milderen bij de aanduiding van de bevoegde minister en ervan uitging dat de bevoegdheidsdiscussie tussen de departementen onderling kon worden geregeld door een indeplaatsstelling via conclusie. Bij gebrek hieraan kan evenwel verder worden geprocedeerd zonder indeplaatsstelling, in voorkomend geval tegen het oorspronkelijk in het geding betrokken departement.

Het feit dat de indeplaatsstelling in de regel bij conclusie gebeurt, belet niet dat dit bij een andere proceshandeling geschiedt.

 

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2016-2017
Pagina: 
1627
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

AR nr. C.13.0558.N

Belgische Staat, minister van Justitie t/ BVBA M.D. C.C. in vereffening en Belgische Staat, minister van Financiën

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Hof van Beroep te Brussel van 18 december 2012.

...

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

1. Krachtens art. 705, eerste lid Ger.W. wordt de Staat gedagvaard aan het kabinet van de minister tot wiens bevoegdheid het onderwerp van het geschil behoort.

Krachtens art. 705, tweede lid Ger.W. mag de minister die in de zaak betrokken is, niet betwisten dat het voorwerp van het geschil tot de bevoegdheid van zijn departement behoort, tenzij hij tevens de betrokken minister in zijn plaats stelt, wat geschiedt bij eenvoudige conclusie.

Het derde lid van dit artikel bepaalt dat, behalve in spoedeisende gevallen, de rechter niettemin aan de Staat uitstel kan verlenen om hem te laten uitmaken welke minister bevoegd is en om hem in zijn verweer te laten voorzien. Die termijn mag niet langer zijn dan een maand.

2. Hoewel de Staat een en ondeelbaar is en de onderscheiden departementen geen eigen van de Staat onderscheiden rechtspersoonlijkheid hebben, wordt de Staat, in zijn buitengerechtelijke of gerechtelijke verhoudingen met derden, rechtsgeldig vertegenwoordigd door de minister van het departement waarop die verhoudingen betrekking hebben en voor zover die van belang zijn voor de begroting van dat departement.

De aanwijzing van een onbevoegd departement als vertegenwoordiger van de Staat heeft evenwel tot gevolg dat dit departement het bevoegde departement in de plaats kan stellen.

3. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de wetgever beoogde om de moeilijkheden voor de eiser te milderen bij de aanduiding van de bevoegde minister en ervan uitging dat de bevoegdheidsdiscussie tussen de departementen onderling kon worden geregeld door een indeplaatsstelling via conclusie, en bij gebreke hieraan, verder geprocedeerd kon worden zonder indeplaatsstelling of tegen het oorspronkelijk in het geding betrokken departement.

4. Het feit dat de indeplaatsstelling in de regel bij conclusie gebeurt, belet niet dat dit bij een andere proceshandeling geschiedt.

5. In zoverre het middel ervan uitgaat dat de indeplaatsstelling enkel bij conclusie kan gebeuren, faalt het naar recht.

6. In zoverre het middel verder aanvoert dat door het gebruik van een dagvaarding in tussenkomst als indeplaatsstelling de wil niet blijkt van de minister van Financiën om de minister van Justitie in zijn plaats te stellen, is het afgeleid uit de tevergeefs aangevoerde onmogelijkheid om de indeplaatsstelling op een andere wijze dan met conclusie te laten gebeuren en is het bijgevolg niet ontvankelijk.

7. Voor de appelrechters heeft de eiser de geldigheid van de indeplaatsstelling betwist op grond van de afwezigheid van intentie tot indeplaatsstelling bij de tweede verweerder, zonder melding te maken van de noodzaak of afwezigheid van de wil tot indeplaatsstelling van de eiser zelf.

In zoverre het middel aanvoert dat ook de wil van de minister van Justitie vereist is, is het nieuw en bijgevolg niet ontvankelijk.

Noot: 
 
Enkel de gedinginleidende dagvaarding vereist een betekening  aan het kabinet van de minister tot wiens bevoegdheid het onderwerp van het geschil behoort.bij een procedure ingesteld tegen de Belgische staat.


zie Hof van Beroep Gent 5 april 1995, RW 1996-1997, 734
Belgische Staat t/ M.V.
Bij verzoekschrift ter griffie van het Hof neergelegd op 14 mei 1993 heeft de appellant hoger beroep ingesteld tegen het vonnis op 19 januari 1993 uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, vijfde kamer.
Dit vonnis werd op 23 maart 1993 betekend aan «de Belgische Staat, voorheen vertegenwoordigd door zijn staatssecretaris voor Institutionele Hervormingen (belast met de herstructurering van het Ministerie van Openbare Werken) waarvan de kantoren gevestigd waren te 1040 Brussel, Wetstraat, nr. 155, maar heden vertegenwoordigd door de eerste minister, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 1040 Brussel, Wetstraat, nr. 16».
De geïntimeerde werpt op dat het hoger beroep niet ontvankelijk is wegens laattijdigheid. De appellant betwist dit.
De partijen vragen het Hof te dezen uitspraak te doen omtrent de ontvankelijkheid en eventueel de behandeling ten gronde te verdagen naar een latere zitting.
Het bestreden vonnis werd uitgesproken ten aanzien van «de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Institutionele Hervormingen, belast met de herstructurering van het Ministerie van Openbare Werken, met kabinet te 1210 Brussel, Simon Bolivarlaan, 30». In de hele procedure voor de eerste rechter werd steeds dit adres vermeld.
Het vonnis werd niet betekend aan die staatssecretaris maar wel aan de eerste minister, noch op het adres vermeld in het vonnis. Zelfs het adres van die staatssecretaris (Simon Bolivarlaan, 30 te 1210 Brussel) werd in de betekeningsakte niet vermeld: als diens adres werd opgegeven Wetstraat, 155 te 1040 Brussel.
De betekening geschiedde ook niet aan de minister die de staatssecretaris (vermeld in het vonnis) zou hebben opgevolgd.
Tevergeefs voert de geïntimeerde dan ook aan dat hij geldig kon betekenen op het adres vermeld in het vonnis, in dat vermeld in de inleidende dagvaarding of aan de minister die de bevoegdheden heeft overgenomen: geen van die gevallen deed zich immers voor.
Verder steunt de geïntimeerde op de eenheid van de Belgische Staat en op de bepaling van art. 705 Ger.W.
Ondanks de eenheid van rechtspersoonlijkheid van de Belgische Staat, moet de Staat worden gedagvaard aan het kabinet van de minister tot wiens bevoegdheid het onderwerp van het geschil behoort (art. 705 Ger.W.). Dit artikel bepaalt verder dat de minister niet mag betwisten dat het geschil tot zijn bevoegdheid behoort, tenzij de bevoegde minister in zijn plaats te stellen. Die bepaling geldt enkel voor dagvaardingen die een geschil inleiden.
Te dezen betreft het echter de betekening van een vonnis. Derhalve vindt art. 42, 1°, Ger.W. toepassing: de betekening dient te gebeuren op het kabinet van de minister die bevoegd is om er kennis van te nemen.
Nu de betekening niet gebeurde aan de bevoegde minister, heeft de beroepstermijn geen aanvang genomen door de betekening. Het hoger beroep is derhalve tijdig en rechtsgeldig ingesteld.
Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 11/06/2017 - 13:00
Laatst aangepast op: wo, 04/10/2017 - 16:39

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.