-A +A

Curator van verschillende faillissementen handelt niet met tegenstrijdigheid belangen wanneer deze verschillende faillissementen onderling vorderingen op mekaar hebben.

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
maa, 22/11/2010
A.R.: 
C.09.0302.N

Artikel 1 van het reglement van de Orde van Vlaamse Balies van 21 november 2007 heeft geen uitstaans met de aanstelling door de rechtbank van een advocaat als curator, maar op de op deze laatste hierbij rustende deontologische plicht.

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2011/9
Pagina: 
640
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. C.09.0302.N
1. CITY GARDENS 5, gewone commanditaire vennootschap, met zetel te 2000 Antwerpen, Frankrijklei 16/2,
2. CITY GARDENS 9, gewone commanditaire vennootschap, met zetel te 2000 Antwerpen, Frankrijklei 16/2,
3. CITY GARDENS 10, gewone commanditaire vennootschap, met zetel te 2000 Antwerpen, Frankrijklei 16/2,
4. CITY GARDENS 17, gewone commanditaire vennootschap, met zetel te 2000 Antwerpen, Frankrijklei 16/2,
5. CITY GARDENS 19, gewone commanditaire vennootschap, met zetel te 2000 Antwerpen, Frankrijklei 16/2,
6. CITY GARDENS 20, gewone commanditaire vennootschap, met zetel te 2000 Antwerpen, Frankrijklei 16/2,
7. GROUP OGC 1871, gewone commanditaire vennootschap, met zetel te 2018 Antwerpen, Sint-Vincentiusstraat 55/6,
8. IMMO 3ML, gewone commanditaire vennootschap, met zetel te 2018 Antwerpen, Sint-Vincentiusstraat 55/R HO1,
9. P.K.,
eiseressen,
vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de eiseressen woonplaats kiezen,
tegen
1. DEXIA BANK BELGIË, naamloze vennootschap, met zetel te 1000 Brussel, Pachecolaan 44,
verweerster,
vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 149, bus 20, waar de verweerster woonplaats kiest,
2. V.L., in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van de gewone commanditaire vennootschap City Gardens 5,
3. S.W., in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van de gewone commanditaire vennootschap City Gardens 5,
4. V.G., in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van de gewone commanditaire vennootschap City Gardens 5,
5. V.L., in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van de gewone commanditaire vennootschap City Gardens 9,
6. S.W., in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van de gewone commanditaire vennootschap City Gardens 9,
7. V.G., in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van de gewone commanditaire vennootschap City Gardens 9,
8. V.L., in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van de gewone commanditaire vennootschap City Gardens 10,
9. S.W., in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van de gewone commanditaire vennootschap City Gardens 10,
10. V.G., in zij hoedanigheid van curator over het faillissement van de gewone commanditaire vennootschap City Gardens 10,
11. V.L., in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van de gewone commanditaire vennootschap City Gardens 17,
12. S.W., in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van de gewone commanditaire vennootschap City Gardens 17,
13. V.G., in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van de gewone commanditaire vennootschap City Gardens 17,
14. V.L., in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van de gewone commanditaire vennootschap City Gardens 19,
15. S.W., in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van de gewone commanditaire vennootschap City Gardens 19,
16. V.G., in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van de gewone commanditaire vennootschap City Gardens 19,
17. V.L., in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van de gewone commanditaire vennootschap City Gardens 20,
18. S.W., in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van de gewone commanditaire vennootschap City Gardens 20,
19. V.G., in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van de gewone commanditaire vennootschap City Gardens 20,
20. V.L., in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van de gewone commanditaire vennootschap Group OGC 1871,
21. S.W., in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van de gewone commanditaire vennootschap Group OGC 1871,
22. V.G., in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van de gewone commanditaire vennootschap Immo 3ML,
23. V.L. in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van de gewone commanditaire vennootschap Immo 3ML,
24. S.W., in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van de gewone commanditaire vennootschap Immo 3ML,
25. V.G. in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van de gewone commanditaire vennootschap Immo 3ML,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 29 januari 2009 gewezen door het hof van beroep te Antwerpen.
De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 26 oktober 2010 verwezen naar de derde kamer.
Raadsheer Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseressen voeren in hun verzoekschrift drie middelen aan.
Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. De appelrechters stellen vast dat de eerste verweerster op 27 september 2007 een vordering tot faillietverklaring heeft ingesteld wegens het niet terugbetalen van door haar verleende kredieten. Door te oordelen dat de eerste verweerster op 16 oktober 2007 tegenover alle eiseressen over een opeisbare en vaststaande schuldvordering beschikte die provisioneel wordt begroot op minstens één miljoen euro, zonder dat wordt vastgesteld dat zich tussen 27 september 2007 en 16 oktober 2007 enige wijziging heeft voorgedaan, geven de appelrechters te kennen dat deze schuldvordering reeds op 27 september 2007 bestond.
Het middel berust op een onjuiste lezing van het arrest en mist derhalve feitelijke grondslag.

Tweede middel

Eerste onderdeel

2. De appelrechters verwerpen en beantwoorden het bedoelde verweer met de redenen vermeld onder randnummer X van het arrest.
Het onderdeel mist feitelijke grondslag.

Tweede onderdeel

3. Artikel 1 van het reglement van de Orde van Vlaamse Balies van 21 november 2007 heeft geen uitstaans met de aanstelling door de rechtbank van een advocaat als curator, maar op de op deze laatste hierbij rustende deontologische plicht.

Het onderdeel is in zoverre niet ontvankelijk.

4. De enkele omstandigheid dat onderscheiden gefailleerden, voor wie een zelfde curator wordt aangesteld, schuldvorderingen op elkaar hebben, impliceert niet dat in hoofde van die curator een tegenstrijdigheid van belangen ontstaat in de zin van artikel 30 van de Faillissementswet die zijn aanstelling in de weg staat.
In zoverre het onderdeel van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt het naar recht.

Derde middel

Eerste onderdeel

5. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de eerste verweerster de niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep van de eiseres sub 9 heeft aangevoerd om reden dat de eiseres sub 9 in haar hoedanigheid van bestuurder geen eigen belang had dat onderscheiden is van de vennootschap.
Het onderdeel dat ervan uitgaat dat de appelrechters het hoger beroep van de eiseres sub 9 niet ontvankelijk verklaarden op een grond die niet in het debat was, mist feitelijke grondslag.

Tweede onderdeel

6. De appelrechters die vaststellen dat de eiseres sub 9 als zaakvoerder van de eiseres sub 8 is tussengekomen in het door deze vennootschap ingestelde verzet en de eiseres sub 8 reeds vóór het door de eiseres sub 9 neergelegde verzoekschrift hoger beroep had ingesteld en voorts oordelen dat de eiseres sub 9 geen onderscheiden belang meer had om in de vermelde hoedanigheid nog afzonderlijk hoger beroep in te stellen, beslissen op wettige wijze dat het hoger beroep van de eiseres sub 9 niet ontvankelijk is.
Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eiseressen in de kosten.
Bepaalt de kosten op de som van 1066,81 euro jegens de eisende partij, op de som van 314,74 euro jegens de verwerende partij sub 1 en op de som van 314,74 euro jegens de verwerende partijen sub 2 tot en met 25.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 22/05/2011 - 18:42
Laatst aangepast op: zo, 22/05/2011 - 18:42

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.