-A +A

Conclusie in strafzaken moeten neergelegd op de zitting en niet toegestuurd naar de griffie

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
din, 19/09/2017
A.R.: 
P.16.1065.N

Conclusies in strafzaken worden niet aan de griffie toegezonden maar ter zitting neergelegd. Bij gebreke hieraan worden ze niet als conclusies aanzien.
Behalve in de gevallen bedoeld in art. 4 Voorafgaande Titel Sv. en art. 152 Sv., is het geschrift uitgaande van een partij of van haar raadsman dat, ook al bevat het dergelijke middelen, niet ter zitting van de strafrechter tijdens het debat was voorgelegd maar aan de griffie werd toegezonden, zonder dat uit de stukken van de rechtspleging blijkt dat het andermaal ter terechtzitting zou zijn neergelegd of dat de eiser zijn middelen mondeling zou hebben aangevoerd, geen schriftelijke conclusie waarop de rechter moet antwoorden.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2017-2018
Pagina: 
1454
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Cassatie 19 september 2017, RW 2017-2018, 1454

AR nr. P.16.1065.N

NV G.B. en Y.H.J.D. t/ M.-S P. en NV N.I.S.B.

I. Rechtspleging voor het Hof

De cassatieberoepen zijn gericht tegen een vonnis in hoger beroep van de Correctionele Rechtbank Leuven van 8 september 2016.

...

II. Beslissing van het Hof

Beoordeling

...

Middel van de eiseres I

5. Het middel voert schending aan van art. 149 Gw.: het bestreden vonnis beantwoordt niet eiseres’ verweer over de door de verweerster 2 gevorderde schadevergoeding, geformuleerd in haar op 3 mei 2016 neergelegde appelconclusie.

6. In strafzaken moet de conclusie in de regel uit een geschrift blijken dat, ongeacht zijn benaming of vorm, tijdens het debat ter terechtzitting door een partij of zijn advocaat aan de rechter wordt voorgelegd en waarvan regelmatig is vastgesteld dat de rechter er kennis van heeft genomen en waarin middelen tot staving van een eis, verweer of exceptie zijn aangevoerd.

7. Behalve in de hier niet van toepassing zijnde gevallen bedoeld in art. 4 Voorafgaande Titel Sv. en art. 152 Sv., is het geschrift uitgaande van een partij of van haar raadsman dat, ook al bevat het dergelijke middelen, de rechter niet tijdens het debat was voorgelegd maar aan de griffie werd toegezonden, zonder dat uit de stukken van de rechtspleging blijkt dat het andermaal ter terechtzitting zou zijn neergelegd of dat de eiser zijn middelen mondeling zou hebben aangevoerd, geen schriftelijke conclusie waarop de rechter moet antwoorden.

8. Noch uit het proces-verbaal van de terechtzitting van de correctionele rechtbank van 9 juni 2016 waarop de zaak werd behandeld noch uit het bestreden vonnis blijkt dat de eiseres ter terechtzitting een conclusie heeft genomen.

Het middel kan niet worden aangenomen.

 

Noot: 

NOOT – Cf. J. Meese, «Potpourri II: een overzicht van de belangrijkste wijzigingen op vlak van strafprocesrecht», RW 2015-16, (1563), p. 1568-1569, nrs. 9-10.

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 04/05/2018 - 21:18
Laatst aangepast op: vr, 04/05/2018 - 21:18

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.