-A +A

Commissaris kan slechts om wettige redenen door de algemene vergadering ontslagen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Rechtbank van Koophandel
Plaats van uitspraak: Dendermonde
Datum van de uitspraak: 
don, 27/06/2013
A.R.: 
A/12/04076

Een commissaris kan in een vennootschap slechts om een wettige reden door de algemene vergadering worden ontslagen. Wettige redenen zijn onder meer de aan de commissaris te wijten omstandigheden waardoor men van de vennootschap redelijkerwijze niet langer kan verwachten dat deze in de commissaris vertrouwen blijft stellen. De wettige reden moet gesteund zijn op objectief door de rechter verifieerbare feiten die aan de commissaris kunnen worden toegerekend en die een voldoende zware fout uitmaken. Een loutere vertrouwensbreuk is geen voldoende reden voor het ontslag van een commissaris.

Een verschil van mening inzake de boekhoudkundige verwerking of over een controleprocedure is op zichzelf niet voldoende als wettige reden voor ontslag.

Een commissaris die op onwettige wijze wordt afgezet, heeft recht op een schadevergoeding. Een reïntegratie is onmogelijk. De schadeloosstelling in geval van onwettig ontslag kan niet voorafgaandelijk contractueel worden bedongen. Het bedrag van de schadevergoeding moet wordt berekend in functie van de nog resterende duur van het mandaat.
 

Publicatie
tijdschrift: 
DAOR
Jaargang: 
2013/107
Pagina: 
277
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

(BVBA D. / NVT.)

[ ... ]
3. Samenvatting van de standpunten van partijen
[ ... ]

3 .2. Samengevat komt het er op neer dat eiseres commissaris was van verweerster.

Eiseres (met D. als vaste vertegenwoordiger) werd benoemd als commissaris van verweerster op de algemene vergadering van 22 februari 2005 (retroactief sedert 1 januari 2004).

Dit mandaat werd verlengd voor de boekjaren 2010-2011-2012 door de algemene vergadering van verweerster van 30 december 2009.

Eiseres stelt dat zij voortijdig ontslagen werd door de algemene vergadering van verweerster van 19 februari 2011.

Eiseres betwist de hiervoor ingeroepen redenen.

Volgens eiseres zou de tweede ingeroepen reden zelfs volkomen lasterlijk en onjuist zijn.

Volgens eiseres wilde verweerster haar als commissaris "buiten werken" en zocht zij hiervoor naar een aantal drogredenen.

Eiseres maakt aanspraak op een schadevergoeding, uit hoofde waarvan zij een factuur opstelde op 26 februari 2011 t.b.v. 8.328,96 EUR, inclusief BTW: eiseres meent immers dat zij gerechtigd is op schadevergoeding wegens onterecht/onrechtmatig ontslag, zonder wettige redenen conform artikel 13 5, lid 1 W.Venn.

Eiseres heeft deze schadevergoeding gefactureerd en begroot deze op het equivalent aan de normaliter nog resterende duur van haar mandaat als commissaris.

Verweerster, die de vordering betwist, concludeert o.a. dat :

- sprake is van samenhang, met de procedure welke eiseres ingeleid heeft tegen de BVBA T.H.T.T.P. & C (een firma die behoort tot dezelfde "groep H."), die overigens gedagvaard werd voor dezelfde inleidingszitting van deze rechtbank ;

- eiseres haar onder druk zette om haar mandaat te hernieuwen en herbenoemd te geraken;

- eiseres ten onrechte een onthoudende verklaring afleverde over de geconsolideerde jaarrekening van T.H.I. ;

- eiseres door de interne boekhouder (L.) gevraagd werd om de onthoudende verklaring aan te vullen (met meer details over de betwisting met de BTW), gelet op het feit dat een dergelijke onthoudende verklaring zonder enige specificatie schade kan berokkenen (bv. kredietverstrekkers die hun kredieten intrekken en een bijkomende audit eisen, met onrust en werkoverlast tot gevolg);

- zij geenszins pogingen ondernomen heeft om de onthoudende verklaring te veranderen in een goedkeuring, doch enkel wilde dat er meer details zouden gegeven worden omtrent de betwisting ;

- eiseres slechts bereid was de onthoudende verklaring aan te passen, mits geen nieuwe commissaris in haar plaats zou aangesteld worden;

- eiseres geen enkele reactie liet op een schriftelijke bevestiging door verweerster van de redenen van de weigering ;

- sprake is van chantage door D., zodat deze niet meer in staat was zijn functie op een onafhankelijke en objectieve wijze uit te voeren en het noodzakelijk vertrouwen van de vennoten verloren was gegaan ;

- D. verstek gaf op de buitengewone algemene vergadering van 18 februari 2011 ;

- de factuur van eiseres van 7 maart 2011 teruggestuurd werd, om reden dat er geen prestaties werden geleverd, waarna op dit protest elke reactie van de zijde van eiseres uitbleef (tenzij pas 1 jaar en 7 maanden later, bij monde van de raadsman van D.) ;

- subsidiair : enkel de effectief geleden schade kan worden vergoed, daar waar eiseres ingevolge de voortijdige opzegging van haar mandaat geen kosten meer

gehad heeft, zoals verplaatsingen, controles ter plaatse, kantoorwerk, e.d.m., zodat de vordering naar alle redelijkheid beperkt dient te worden tot de werkelijk gederfde winst

4. Beoordeling
[ ... ]

4.2. De vraag rijst of eiseres al dan niet terecht ontslagen werd als commissaris.

Ex artikel 135, § 1 W.Venn. worden commissarissen benoemd voor een hernieuwbare termijn van 3 jaar.

Het wordt niet betwist dat de algemene vergadering van verweerster overging tot beëindiging van de opdracht van eiseres lopende diens mandaat.

Tijdens de duur van zijn mandaat kan een commissaris evenwel enkel om wettige redenen door de algemene vergadering worden ontslagen : de onafhankelijke ingesteldheid van de commissaris noodzaakt immers een rechtszekere en wettelijk beschermde positie binnen de vennootschap.

Het voorgaande vormt dan ook een afwijking op het feit dat een mandaat in de regel steeds herroepbaar is ad nutum (principe dat ten andere van openbare orde is inzake bestuurders van een NV) en impliceert een toepassing van het gemene verbintenissenrecht.

De vereiste van wettige redenen is te aanzien als een toepassing van artikel 1184 BW. Wettige redenen kunnen dan ook omschreven worden als elke aan de commissaris te wijten omstandigheid waardoor men van de vennootschap redelijkerwijze niet meer kan vereisen dat deze in de commissaris vertrouwen blijft stellen.

Het is de bodemrechter die finaal soeverein de door de vennootschap aangevoerde (wettige) redenen apprecieert.

De wettige redenen moeten steunen op objectief door de rechter verifieerbare feiten (TILLEMAN, R., Het statuut van de commissaris, Brugge, die Keure, 2007, 83, nr. 143).

Een belangrijke vereiste tot ontslag van de commissaris is de voorwaarde dat de ingeroepen wettige reden het gevolg moet zijn van een aan de commissaris zelf toerekenbare of te wijten omstandigheid : deze dient m.a.w. een gedraging te hebben gesteld die een normaal zorgvuldig commissaris in dezelfde omstandigheden geplaatst niet zou hebben genomen.

Behoudens gezondheidsredenen, onverenigbaarheden die zijn onafhankelijkheid in het gedrang brengen of de schrapping ( of schorsing), moet het in de regel gaan om gevallen van het niet-behoorlijk nakomen door de commissaris van zijn essentiële professionele verplichtingen.

Er moet bijgevolg sprake zijn van een fout die voldoende zwaarwichtig is om als wettige reden in aanmerking te komen. De fout moet meer bepaald van die aard zijn dat de commissaris kennelijk niet (meer) in staat is om zijn functie als onafhankelijk en onpartijdig controleorgaan van de vennootschap uit te oefenen.

Een loutere vertrouwensbreuk op zich vormt geen voldoende reden tot ontslag van de commissaris: dit zou immers impliceren dat de algemene vergadering de facto een ad nutum ontslagmogelijkheid heeft ten aanzien van de commissaris.

In essentie houdt verweerster voor dat eiseres weigerde een onthoudende verklaring aan te vullen of te preciseren.

Dit meningsverschil moet worden gekwalificeerd als een dispuut nopens een controleprocedure en bijgevolg nopens de inhoud van de taak van de commissaris.

Een verschil van mening over de boekhoudkundige verwerking of een bepaalde controleprocedure is op zich evenwel niet voldoende als wettige reden voor ontslag : dit algemeen aanvaard principe is overigens ook expliciet opgenomen in artikel 13 5, § 1, tweede lid W.Venn.

Bovendien is de commissaris voor zijn controle-opdracht en verslaggeving gebonden aan bepaalde controlenormen en standaarden, die hij niet zomaar naast zich kan neerleggen. Benevolente verslaggeving of gekleurde rapportering op verzoek van de vennootschap (bv. met het oog op window-dressing) is uit den boze en staat haaks op de taak van de commissaris.

Hierbij zij overigens nog opgemerkt dat de beoordelingsruimte van de commissaris in de verwoording van zijn oordeel sterk beperkt wordt en hem relatief weinig ruimte voor persoonlijke interpretatie gelaten wordt. Ook mag hij geen toevoegingen inlassen die van aard zijn de waarde of draagwijdte van zijn beoordeling teniet te doen (AERTS, K., Taken en aansprakelijkheden van commissarissen en bedrijfsrevisoren, Larcier, 2002, 20, nr. 20). Bijgevolg kan verweerster geen dienende argumenten putten uit het feit dat haar suggesties inzake de aanvulling van het verslag door eiseres niet zouden zijn gevolgd.

O.a. de controlenormen spelen een essentieIe rol. Artikel 18bis van de wet van 22 juli 1953 houdende oprichting van een Instituut der Bedrijfsrevisoren bepaalt in die context :

"De Raad van het Instituut kan de gebruikelijke controlenormen bepalen voor het vervullen van de controleopdrachten". In België zijn de door de Raad van het Instituut der Bedrijfsrevisoren uitgevaardigde normen van toepassing op de leden van het Instituut. Overeenkomstig artikel 2 van het koninklijk besluit van 10 januari 1994 betreffende de plichten van de bedrijfsrevisoren moet de bedrijfsrevisor de wettelijke en reglementaire bepalingen naleven evenals de gebruikelijke controlenormen. Voorts kan inzake de gewraakte onthoudende verklaring opgesteld door eiseres nog verwezen worden naar de artikelen 144, 4° en 148, 3° W.Venn., welke terzake bepalen : "(. . .)

De verklaring kan de vorm aannemen van een verklaring zonder voorbehoud, een verklaring met voorbehoud, een afkeurende verklaring, of indien de commissarissen geen oordeel kunnen uitspreken, een onthoudende verklaring".

De term "verklaring" die in het Wetboek van vennootschappen wordt gebruikt, verwijst naar het oordeel over het getrouw beeld van de (geconsolideerde) jaarrekening dat door de commissaris tot uitdrukking wordt gebracht in de zgn. "oordeelsparagraaf' op te nemen in zijn verslag over de (geconsolideerde) jaarrekening.

Paragraaf 3.9.1. van de Algemene controlenormen bepaalt tenslotte de 2 gevallen waarin een onthoudende verklaring mogelijk is. Kennelijk beriep eiseres zich op deze gronden, zoals ook blijkt uit de voorgelegde stukken (zie de stukken 7 en 8 van het bundel van eiseres : aangetekende brief van eiseres aan verweerster, gedateerd op 12 mei 2010 en de e-mail van eiseres aan de interne boekhouder van verweerster, gedateerd op 6 december 2010).

Conclusie is dat eiseres gehandeld heeft binnen het wettelijke en reglementaire kader dat de contouren uittekent van de wijze waarop de vereiste verslaggeving omtrent de vennootschap dient te geschieden.

De rechtbank is van oordeel dat geen wettige redenen tot het ontslag van eiseres voorliggen, minstens niet bewezen zijn, hoewel verweerster dienaangaande ontegensprekelijk de bewijslast heeft.

Er wordt weliswaar beweerd dat eiseres in de persoon van D. "chantage" zou hebben gepleegd, maar concrete en objectieve bewijzen hiervan liggen niet voor.

Verweerster kan zich niet beroepen op haar aangetekende brieven van 14 december 2010 en 17 januari 2011, die enkel louter eenzijdige beweringen en gezegdes bevatten. Hetzelfde dient gesteld voor wat betreft de notulen van de algemene vergadering van verweerster, gehouden op 18 februari 2011. Naar de inhoud behoren notulen trouwens als een juridisch relevante informatie te bevatten, zoals het aanwezigheidsquorum, de genomen beslissingen en de uitgebrachte stemmen: het spreekt voor zich dat al hetgeen daarbuiten vermeld zou staan in de notulen niet enkel niet thuis hoort in deze vennootschapsrechtelijke verslaggeving, maar bovendien ook geen enkele (meer)waarde heeft, laat staan bijzondere bewijswaarde.

Van een erkenning door eiseres van de juistheid van deze beweringen is er hoe dan ook geen sprake. Overigens zij vastgesteld dat eiseres bij aangetekende brief van 28 januari 2011 (stuk 11 bundel eiseres) deze beweringen heeft ontkend en tegengesproken ( ... "met een overzicht van onjuiste gegevens en valse beschuldigingen welke ik volkomen afwijs").

Bewezen deugdelijke gronden van vertrouwensverlies tussen eiseres en verweerster ontbreken dan ook.

Waar er ongetwijfeld enige animositeit bestond tussen partijen tegen het einde van de samenwerking (getuige bv. het handgeschreven antwoord van H., in reactie op de mail van 10 mei 2010 van de interne boekhouder van verweerster : stuk 5 bundel eiseres), blijkt alleszins niet dat eiseres zich onbehoorlijk zou hebben gedragen in de uitvoering van haar mandaat dan wel misbruik zou hebben gemaakt van haar bevoegdheden met de bedoeling voor zichzelf bepaalde voordelen te realiseren. Overigens werd door verweerster reeds in mei 2010 medegedeeld aan eiseres dat H. van mening was dat er op die manier niet kon verder gewerkt worden (stuk 6 bundel eiseres). In die zelfde mail wordt een einde van de samenwerking in het vooruitzicht gesteld "wegens onverzoenbare standpunten".

Voormelde vaststelling noopt dan ook tot de conclusie dat eiseres onrechtmatig "ontslagen" werd door verweerster.

4.3. Een commissaris die op een onwettige wijze wordt afgezet, heeft recht op een schadevergoeding.

Dit wordt met zo veel woorden ook gesteld in artikel 135, § 1 W.Venn.

Reïntegratie wordt niet mogelijk geacht (in afwijking van het gemeenrecht) aangezien sprake is van een eenzijdig buitengerechtelijk ontbindingsrecht (inherent aan contractuele rechtsbetrekkingen die een vertrouwensrelatie impliceren) en in casu overigens ook niet gevorderd door eiseres.

De schadevergoeding waarop de commissaris recht heeft in het geval onwettig ontslag, kan niet voorafgaandelijk contractueel bedongen worden, dwingend karakter van artikel 13 5 W.Venn. verhindert dit.

Terzake stelt zich de vraag naar de omvang van de schadevergoeding.

In dat verband zij opgemerkt dat eiseres haar schadevergoeding niet kon factureren. Een factuur wordt immers opgesteld voor primaire verbintenissen uit hoofde van levering van goederen en diensten, maar kan niet opgesteld worden voor secundaire verbintenissen uit hoofde van schade, zodat vorderingen tot betaling van een contractuele schadevergoeding buiten het toepassingsgebied van de factuur vallen (zie o.a : DIRIX, E. en BALLON, G.L., De factuur, in APR, Kluwer, 2012, 7, nr. 10; SAMYN, B., Privaatrechtelijk bewijs - Een diepgaand en praktisch overzicht, Story Publishers, 2012, 317, nr. 401 : Antwerpen 27 november 2006, RW 2008-09, 1772). Aan facturen die een schadevergoeding beogen wegens contractuele wanprestatie of onrechtmatige daad komt om die reden ook de bewijswaarde van artikel 25 W.Kh. niet toe (BALLON, G.L. en SAMOY, L.,

De factuur en verwante documenten, Vanden Broele, 2008, 12, nr. 5). Rechtspraak en rechtsleer zijn unaniem van oordeel dat artikel 25 2 W.Kh. niet toepasselijk is op facturen uitgeschreven door de schadelijder zelf voor zijn schade, ongeacht of deze schade nu veroorzaakt werd door een onrechtmatige daad, een oneigenlijk contract of de niet-uitvoering van een overeenkomst
(zie o.a. FREDERICQ, L., Handboek van Belgisch Handelsrecht, 1, 1976, 251, nr. 220; CLOQUET, A., La facture, Brussel, Larcier, 1959, nrs. 36- 42).

Het voorgaande doet evenwel geen afbreuk aan de mogelijkheid om schadevergoeding te vorderen, los van enige facturatie : de vaststelling dat er oneigenlijk gebruik werd gemaakt van de rechtsfiguur van de factuur volstaat dus geenszins om de vordering van eiseres te doen stranden. Wel kan er geen BTW verschuldigd zijn op een schadevergoeding, die immers niet correspondeert met effectief geleverde prestaties.

Teneinde de hoegrootheid van deze schadevergoeding te bepalen rijst de vraag naar de nog resterende duur van het mandaat van eiseres : deze (bepaalde) duur beïnvloedt immers rechtstreeks de gederfde winst (het zgn. lucrum cessans).

Het door eiseres gefactureerde bedrag stemt in casu overeen met hetgeen zij zou hebben genoten aan inkomsten mocht diens mandaat tot het einde uitgeoefend geweest zijn: dit gegeven wordt door verweerster overigens ook niet betwist.

In de regel wordt aangenomen dat de commissaris recht heeft op een schadevergoeding die minstens gelijk is aan de honoraria voor zijn controleopdracht dewelke hij nog tegoed had indien hij niet ontslagen was. Hierbij wordt verwezen naar het principe volgens hetwelk de schadelijder, in de mate van het mogelijke, via de schadevergoeding in de toestand moet worden geplaatst waarin hij zich zou hebben bevonden indien de beloofde prestatie correct was uitgevoerd. De rechtspraak waarnaar eiseres verwijst in conclusies getuigt ook van een dergelijke visie.

De rechtbank is evenwel van oordeel dat zich een begroting van de schadevergoeding naar billijkheid opdringt : immers, de derving aan inkomsten wordt enigszins getemperd door de mogelijkheid van eiseres om meer tijd te spenderen aan andere controle-opdrachten, ingevolge de beëindiging van haar mandaat bij verweerster. Anderzijds moet eiseres ook geen enkele kost meer maken uit hoofde van haar mandaat bij verweerster. Er is bijgevolg onmiskenbaar sprake van een zekere voordeelstoerekening doordat eiseres geen diensten meer hoefde te presteren voor de desbetreffende periode (vgl. Cass. fr. 22 november 1977, Bull. civ. 1977, 235; zie voorts ook nog : Kh. Dendermonde (2de k.) 16 juni 2011, A.R. nr. A/10/03244 inzake A&F / Van Winkel, verschenen in TRV 2013, 274 en noot).

De rechterlijke schatting ex aequo et bono is een bijzondere wijze van schaderaming. Een beroep op deze schattingstechniek heeft tot doel tegemoet te komen aan lacunes in de bewijsvoering van de benadeelde, wat de juiste omvang van de schade betreft, mits echter wel het zeker bestaan van deze schade bewezen is.

Wanneer de door de schadelijder voorgestelde berekeningswijze van de schade niet kan worden aangenomen en voorts ook vast staat dat de schade niet op andere [wijze] kan worden bepaald mag de feitenrechter de schade naar billijkheid ramen (zie o.a. Cass. 30 maart 1994, Arr.Cass. 1994, 340).

Bijkomend gegeven is dat een deskundigenonderzoek luidens het wettelijk verankerd subsidiariteitsbeginsel niet lukraak kan bevolen worden, terwijl dergelijke onderzoeksmaatregel ook weinig proceseconomisch is (vaak staan de kosten niet of nauwelijks in verhouding tot de inzet van het geschil) en bovendien als één van de oorzaken in de gerechtelijke achterstand aangewezen wordt. De rechter die in dergelijke omstandigheden de schadevergoeding forfaitair raamt, geeft dus geen blijk van intellectuele luiheid. Forfaitaire raming is dus geen "natte vinger-begroting", ook al wordt dit vaak - begrijpelijk, maar ten onrechte - als zodanig aangevoeld en gepercipieerd door de rechtsonderhorige.

Aangezien schade in hoofde van eiseres bewezen wordt geacht, maar de rechtbank zich anderzijds wel geconfronteerd ziet met problemen in de bewijsvoering, voor wat het betreft het quantum van deze schade, is de billijkheidsraming de enige (wenselijke) oplossmg.

In de gegeven omstandigheden komt een schadevergoeding, welke ex aequo et bono begroot wordt op 7 .000 EUR, voor als zijnde een passende en billijke schadevergoeding.

Het door verweerster aangetekende protest op de factuur doet aan het voorgaande geen afbreuk.

Dat eiseres dit protest op haar beurt niet zou hebben weerlegd of tegengesproken is
evenmin relevant: afgezien van het feit dat eiseres geen handelaar is maar een burgerlijke vennootschap gelet op haar activiteiten/maatschappelijk doel (vgl. Kh. Dendermonde (2de k.) 27 januari 2011, RW 2012-13, 836), zij volledigheidshalve nog opgemerkt dat ook in handelszaken geen verplichting geldt om "protest op protest" te laten gelden. In andersluidend geval dreigt een uitputtingsslag (weerlegging tot in het oneindige/absurde) en zou diegene met het laatste woord automatisch zegevieren.

Overigens kan een gebrek aan reactie slechts rechtens relevant zijn mits het stilzwijgen omstandig ("in het licht van de concrete omstandigheden redelijkenvijze niet anders dan als een impliciete aanvaarding van hetgeen de tegenpartij beweert kan worden beschouwd") genoemd kan worden, hetgeen hier evenwel niet is aangetoond. Berusting in het door verweerster geuite protest wordt dan ook niet weerhouden.

4.4. Naar het oordeel van de rechtbank moeten de vergoedende intresten ( er is immers sprake van een fout of contractuele wanprestatie, aangezien het ontslag onrechtmatig beschouwd wordt) geacht worden begrepen te zijn in voornoemde schadevergoeding.

Het is overigens een feit dat de schade, met inbegrip van de vergoedende intresten, ex aequo et bono geraamd kan worden, ook bij schade uit contractuele wanprestatie (Cass. 3 februari 1978, Arr.Cass. 1978, 663 ; PETIT, ]., Intresten, APR, nr. 135; Bestendig Handboek verbintenissen, Kluwer, V-2bis-12, nr. 4280), derwijze dat de rechter dus niet verplicht is om afzonderlijk een bedrag aan intresten te bepalen en toe te kennen en deze kan verrekenen of verdisconteren in het totale bedrag van de toegekende schadevergoeding.

De rechtbank heeft bij de begroting van deze schade evenzeer rekening gehouden met het tijdsverloop tussen de datum van de feiten en de datum van deze uitspraak en stelt zich op deze laatste datum om de schade te begroten.

Aangezien het schade betreft ingevolge een contractuele wanprestatie - onderscheiden van de betalingsvertraging van een vooraf vaststaande en bepaalde geldsom - is er sprake van een waardeschuld, zijnde een verbintenis tot betaling van een schadevergoeding, waarvan het bedrag door de rechter wordt bepaald : deze verbintenis behoudt ook het karakter van een waardeschuld totdat de rechter deze (na de grootte van de schadevergoeding te hebben vastgesteld) in zijn beslissing omgezet heeft in een numerieke geldschuld in hoofde van de schuldenaar, zodat pas vanaf de dag van de uitspraak moratoire intresten zijn verschuldigd.

Moratoire intresten zijn bijgevolg slechts verschuldigd vanaf heden.
[ ... ]
 

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 26/06/2016 - 19:50
Laatst aangepast op: zo, 26/06/2016 - 19:50

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.