-A +A

Commerciële overeenkomst waarbij verweer schijnzelfstandigheid wordt ingeroepen behoort tot de bevoegdheid van de rechtbank van koophandel

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
maa, 05/02/2007
A.R.: 
2006/AR/319

De rechtbank van koophandel neemt kennis van de vorderingen gegrond een gemeenrechtelijke commerciële overeenkomst.

Indien de onontvankelijkheid in vraag wordt gesteld met verzoek tot verwijzing naar de arbeidsrechtbank kan hieraan geen gevolg worden gegeven, omdat zulks impliciet een herkwalificatie inhoudt zonder zich uit te spreken over de grond van de zaak.

« De exceptie van onbevoegdheid werd (. . .) voor ieder ander verweer geformuleerd en is daarom toelaatbaar. Gezien [Built-2-Walk b.v.b.a.] geen verwijzing vordert naar de Arrondissementsrechtbank, moet de Rechtbank van Koophandel zelf zich uitspreken over de toelaatbaar verklaarde exceptie van onbevoegdheid en mag de rechtbank niet zelf ambtshalve de betwisting voorleggen aan de Arrondissementsrechtbank (]-. LAENENS, « Overzicht van rechtspraak der bevoegdheid», T.P.R., 2002-3, 162).

Of de rechtbank van koophandel dan wel de arbeidsrechtbank bevoegd is, hangt af van de overeenkomst, die partijen hebben afgesloten. De kwalificatie, die partijen aan de overeenkomst hebben gegeven, is volgens de meest recente cassatierechtspraak (Cass., 23 december 2002) weliswaar zeer belangrijk, maar niet het enige criterium waarmee rekening moet gehouden worden. De rechter mag op zoek gaan naar de werkelijke wil van de partijen (]-. STEVENS, « De uitoefening van het beroep van advocaat in dienstverband», R.W. 2005-2006, 9).
 

 

Publicatie
tijdschrift: 
DAOR
Jaargang: 
2007/84
Pagina: 
498
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

(Built-2- Walk b.v.b.a. t. B. Rasalle)
[ ... ]

1.2. De blijvende betwistingen betreffen de uitvoering van de « overeenkomst zelfstandig contractant Leolino » die Built-2-Walk b.v.b.a. met Brigitte Rasalle op 20 juli 2004 afsloot en die Brigitte Ras alle de uitbating van een kinder- en jeugdschoenenwinkel toevertrouwde. Brigitte Rasalle heeft deze overeenkomst bij brief van 30 december 2004 verbroken.

Built-2-Walk b.v.b.a. blijft betaling vorderen:

- van de éénmalige instaprechten van 3 7 500 EUR waarin art. 4 van de overeenkomst voorziet, vermeerderd met 21 % aan B.T.W. en de verwijlintresten aan een overeengekomen intrestvoet van 12% en een overeengekomen schadevergoeding herleid tot 2 000 EUR.

- van een verbrekingsvergoeding van 7 5 000 EUR; ondergeschikt de betaling van een provisie van 15 000 EUR met de aanstelling van een gerechtelijk deskundige om de schade te begroten.

Brigitte Rasalle blijft bij haar betwisting die zij «ten gronde» voor de eerste rechter voerde en waarin zij stelde, dat de «overeenkomst zelfstandig contractant Leolino » in wezen een arbeidscontract is. Zij analyseerde hiertoe de verhouding tussen partijen en concludeerde tot het bestaan van een gezagsverhouding op de overwegingen, 1) dat het beslissingsrecht over de aankoop van de goederen, over de facturatie, over de verkoopprijzen en over de aankoop van rand-producten bij Built-2-Walk b.v.b.a. ligt, zowel als het eigendomsrecht hiervan bij Built-2-Walk b.v.b.a. ligt, 2) de handelsnaam, het concept, de winkelinrichting, de geldsommen die uit de verkoop volgen de eigendom zijn en blijven van Built-2-Walk b.v.b.a., 3) die ook haar exclusieve leverancier IS.

Waar zij haar betoog besloot met de vasts telling dat de eis niet grondde op een « overeenkomst zelfstandig contractant Leolino », maar op een « arbeidsovereenkomst», droeg zij de arbeidsrechtbank voor als bevoegde rechtbank.

In ondergeschikte orde blijft zij Built-2- Walk b.v.b.a. verantwoordelijk houden voor de verbreking van de overeenkomst.

1.3. De eerste rechter verklaarde zich - na volgende relevante overwegingen - ratione materiae onbevoegd en verwees de zaak naar de arbeidsrechtbank te Ieper :

« De exceptie van onbevoegdheid werd (. . .) voor ieder ander verweer geformuleerd en is daarom toelaatbaar. Gezien [Built-2-Walk b.v.b.a.] geen verwijzing vordert naar de Arrondissementsrechtbank, moet de Rechtbank van Koophandel zelf zich uitspreken over de toelaatbaar verklaarde exceptie van onbevoegdheid en mag de rechtbank niet zelf ambtshalve de betwisting voorleggen aan de Arrondissementsrechtbank (]-. LAENENS, « Overzicht van rechtspraak der bevoegdheid», T.P.R., 2002-3, 162).

Of de rechtbank van koophandel dan wel de arbeidsrechtbank bevoegd is, hangt af van de overeenkomst, die partijen hebben afgesloten. De kwalificatie, die partijen aan de overeenkomst hebben gegeven, is volgens de meest recente cassatierechtspraak (Cass., 23 december 2002) weliswaar zeer belangrijk, maar niet het enige criterium waarmee rekening moet gehouden worden. De rechter mag op zoek gaan naar de werkelijke wil van de partijen (]-. STEVENS, « De uitoefening van het beroep van advocaat in dienstverband», R.W. 2005-2006, 9).

[Brigitte Rasalle] wijst op een aantal volgens haar objectieve elementen, die de rechtbank zouden moeten doen besluiten dat er tussen partijen eerder een gezagsverhouding bestond, dan dat er sprake zou zijn geweest van een commerciële overeenkomst. [Built-2-Walk b.v.b.a.] betwist deze argumentatie en verwijst naar de kwalificatie, die duidelijk het commerciële karakter van de overeenkomst benadrukt. Volgens haar gaat het om een gemengde overeenkomst van commissie en concessie, zoals dit gebruikelijk is in dergelijke soort zaken.

Op dit vlak stelt de rechtbank vast :

- [Brigitte Rasalle} had geen vrije keuze bij de aankoop van de koopwaar en kon zich met uitzondering van enkele randproducten enkel bevoorraden bij [Built-2-Walk b. v.b.a.] en bij niemand anders;

- Ook voor de randproducten en onderhoudsproducten had [Built-2-Walk b.v.b.a.] medebeslissingsrecht, gezien zij ook daarvoor haar toelating moest verlenen;

- Het handelsfonds was en bleef eigendom van [Built-2-Walk b. v.b.a.], hoewel er een instaprecht diende betaald door [Brigitte Rasalle], die volgens art. 8 enkel een « voorrecht tot aankoop» had op dit handelsfonds;

-Het was [Brigitte Rasalle} verboden de uitbating over te dragen aan een derde;

- Er werd verbod opgelegd de winkel te sluiten wegens jaarlijkse vakantie;

-Er moest worden samengewerkt met de andere uitbatingen van [Built-2-Walk b. v.b.a.};

- Er mocht niets gewijzigd worden aan de huisstijl van [Built-2-Walk b.v.b.a.};

- [Brigitte Rasalle} moest kopen tegen de prijzen, éénzijdig vastgelegd door [Built-2-Walk b. v.b.a.} en [Brigitte Rasalle} mocht niet afprijzen, zoals zij dit wilde;

- Dit gold ook voor de verkoopprijzen, waarover enkel en alleen [Built-2-Walk b. v.b.a.] beslissingsmacht had;

- De ontvangsten werden enkel «toevertrouwd» aan [Brigitte Rasalle], maar bleven contractueel eigendom van [Built-2-Walk b.v.b.a.};

-Art. 9 voorzag dat [Built-2-Walk b.v.b.a.} steeds toegang mocht hebben tot de winkel om deze te controleren en te bezichtigen en wordt niet tegengesproken in de klacht van de uitbaatster dat [Built-2-Walk b. v.b.a.] zich zelf na sluitingstijd en op zondag en zonder dat Brigitte Rasalle aanwezig was, nog toegang verschafte tot de winkel, om schoenen te halen of te leveren;

- [Brigitte Rasalle} kon geen rechten putten uit de handelshuur, gezien deze door [Built-2-Walk b. v.b.a.} was aangegaan met de eigenaar en deze laatste niet ingelicht was van de overdracht van de huur.

De samenlezing van al deze objectieve gegevens doet de rechtbank besluiten dat het niet de werkelijke wil van de partijen was, om een commerciële overeenkomst af te sluiten, waarbij [Brigitte Rasalle] in alle vrijheid en onder welke vorm ook zou kunnen handel drijven. Het element gezag was hier te nadrukkelijk aanwezig en de vrijheid van [Brigitte Rasalle] omzeggens onbestaande. De overeenkomst kan daarom ook niet gekwalificeerd worden als een combinatie van een commissie met een concessieovereenkomst. Alles wijst er integendeel op, dat het element gezag doorslaggevend was. De Rechtbank van koophandel moet zich dan ook onbevoegd verklaren ratione materiae ( . .)».

2. Beoordeling

2.1. Het hoger beroep is ontvankelijk

2.1.1. De bevoegdheid wordt - overeenkomstig het art. 9 Ger. W. - bepaald naar het onderwerp van de vordering, en zoals het Hof van cassatie preciseerde, «naar het onderwerp van de vordering zoals die uit de dagvaarding blijkt» (zie o.a. Cass., 4 mai 1981, R. W, 1982/ 1983, kol. 147).

Het verweer betreffende de bevoegdheid moet ook voor ieder ander verweer geformuleerd worden, zodat ook het onderzoek naar de bevoegdheid het bodemonderzoek naar de vordering die eiser stelt, voorafgaat.

2 .1.2. Het onderwerp van de vordering heeft in de dagvaarding als voorwerp «de betaling van een instaprecht en verbrekingsvergoeding, die Brigitte Rasalle verschuldigd zou zijn» en als oorzaak « een (gemeenrechtelijke) commerciële overeenkomst, die partijen als 'overeenkomst zelfstandig contractant Leolino' hebben benoemd». Built-2-Walk b.v.b.a. beriep zich in de dagvaarding op deze gemeenrechtelijke commerciële overeenkomst en niet op een arbeidsovereenkomst.

2 .1. 3. De eerste rechter beperkt zich in zijn uitspraak niet tot de vraag, of hij - op grond van het onderwerp van de vordering zoals eiseres die in de dagvaarding aangaf - bevoegd was. Hij wijzigde vooraf de «oorzaak» van de vordering, en onderzocht «of Built-2-Walk b.v.b.a. haar aanspraken wel op een gemeenrechtelijk commercieel contract kon gronden». Hij analyseerde de verhouding tussen partijen en besliste «dat het niet de wil was van de partijen, om een

commerciële overeenkomst af te sluiten, waarbij Brigitte Rasalle in alle vrijheid en onder welke vorm ook zou kunnen handel drijven» en dat «de overeenkomst niet als een combinatie van commissie met een concessieovereenkomst kon gekwalificeerd worden». Aldus besloot hij impliciet, dat de eis van Built-2-Walk b.v.b.a. die grondde op een commerciële overeenkomst, ongegrond was. Hij herkwalificeerde de eis die Built-2-Walk b.v.b.a. heeft ingesteld tot een aanspraak, die gegrond was op een arbeidsovereenkomst en eerst hierna verwees hij de zaak naar de arbeidsrechtbank, die exclusief bevoegdheid is om zich uit te spreken over een eis die gegrond is op een arbeidsovereenkomst.

2.1.4. Tegen de uitspraak die niet beperkt blijft tot een uitspraak over de bevoegdheid voor de vordering die de eiser in zijn dagvaarding aanvoert, staat hoger beroep open.

Bij toepassing van art. 1068 Ger. W. maakte het hoger beroep het geschil zelf aanhangig voor dit hof.

2.2. Bij het verder onderzoek stelt het hof vast, dat de eis die Built-2-Walk b.v.b.a. instelt wel degelijk grondt op een gemeenrechtelijke commerciële overeenkomst.

2.2.1. Partijen hebben in klare bewoordingen, die geen verdere invulling vragen, hun intentie verwoordt om de uitbating van een kinder- en jeugdschoenenwinkel te Ieper onder elkaar te regelen door een commerciële samenwerkingsovereenkomst.

Zij hebben deze overeenkomst ook ondertekend, nadat Brigitte Rasalle is ingegaan op de advertentie die Built-2-Walk b.v.b.a. heeft gevoerd voor het aantrekken van een gerante op zelfstandige basis en nadat Built-2-Walk b.v.b.a. haar een uitgewerkte inkomstenberekening heeft overgelegd, waarin de sociale lasten die zij als zelfstandige verschuldigd zou worden, verrekend werden.

Hun intentie hebben zij ook herhaaldelijk verwoord in de overeenkomst :

- zie de benoeming van de overeenkomst : « overeenkomst zelfstandig contractant Leolino »;

- art. 1 van de overeenkomst : « ( ... ) vertrouwt eigenaar de uitbating van de winkel te Ieper toe aan contractant, die zal optreden als zelfstandig commissionair en die er zich toe verbindt de winkel persoonlijk te beheren ( ... ). Beide partijen bedingen uitdrukkelijk dat volgens hun weloverwogen en vrije wilsuitdrukking, deze overeenkomst een ondernemingscontract is dat contractant als zodanig de verantwoordelijkheid aanvaardt voor de uitslag van deze onderneming, die zij naar eigen goeddunken kan uitbaten. Contractant zal zich bijgevolg schikken naar de in voege zijnde wetten en reglementeringen die van toepassing zijn op zelfstandige handelaars, in het bijzonder wat betreft de fiscale en sociale wetgeving. ( ... )».

2.2.2. De bepalingen van de overeenkomst zijn evenmin strijdig met een commerciële samenwerkingsovereenkomst.

Art. 3 voorzag in een verkoop van de goede ren, voor rekening van Built-2-Walk b.v.b.a. waarvoor Brigitte Rasalle als tegenprestatie een commissie van 15 % over het eerste jaar en 20% over het tweede jaar op de netto verkopen zou krijgen. Deze bepalingen corresponderen met de bepalingen die ook bij een zelfstandige handelsagentuur kunnen afgesproken worden.

En het is evenmin tegenstrijdig met een commerciële samenwerkingsovereenkomst, om te voorzien in een exclusiviteit en een instaprecht voor een bestaande handel, die eigendom blijft van de persoon die de uitbating van zijn handel toevertrouwt (en dan ook verder de huisstijl van zijn handelszaak kan bepalen); evenmin strijdig om te voorzien dat de uitbating moet gebeuren door de gerant/ agent in persoon, dat het aankoop/verkoopbeleid moet overlegd worden met de persoon die de uitbating van zijn handel toestaat, dat de medecontractant het prijsbeleid die deze persoon voert moet respecteren en de goederen in geen geval aan hogere prijzen kan aanbieden, dat summiere openingsuren worden afgesproken ...

2 .2. 3. De eerste rechter besliste dan ook tegen de bewoordingen in - die duidelijk en herhaaldelijk de wil van partijen hebben verwoord - dat « het niet de wil was van de partijen, om een commerciële overeenkomst af te sluiten».

2.3. Het hof stelt de zaak in voortzetting, om partijen toe te laten de grond van de zaak nader te behandelen.

De partijen hebben hier immers duidelijk de bedoeling gehad een wederkerige overeenkomst af te sluiten, waarbij de verbintenissen die de ene partij opnam, de oorzaak vormen van de verbintenissen die de andere partij opneemt. Partijen moesten elkaar dan ook duidelijk informeren over de verbintenissen die zij opnamen. Een verbintenis aangegaan zonder oorzaak of uit een valse oorzaak, kan bij toepassing van art. 1131 B.W. immers geen gevolgen hebben.

Aangezien het Hof met de eerste rechter vaststelt dat de commerciële samenwerkingsovereenkomst stringente verbintenissen voor Brigitte Rasalle inhoudt en haar inkomen volledig afhankelijk stelt van Built-2-Walk b.v.b.a., draagt het hof aan Built-2-Walk b.v.b.a. meteen ook op, om nadere gegevens te verstrekken die haar toelieten om 100 000 BEF aan maandelijkse commissies voorop te stellen als tegenprestatie voor de uitbating van haar al bestaande handel en op grond waarvan Brigitte Rasalle zich heeft verbonden.

De Wet van 19 december 2005 betreffende de precontractuele informatie bij commerciële samenwerkingsovereenkomsten gaat de totstandkoming van hun overeenkomst weliswaar vooraf, zodat hun verhouding niet ten volle door deze wetgeving beheerst wordt. Dit neemt evenwel niet weg, dat de wetgever voor het vastleggen van meerdere criteria teruggreep naar criteria, die de rechtspraktijk al had aangevoerd bij de beoordeling van de precontractuele informatie die de partijen elkaar verschuldigd zijn bij het afsluiten van commerciële samenwerkingsovereenkomsten.

[ ... ]
 

Noot: 

onder dit arrest in DAOR Het onderscheid tussen een commerciële samenwerkingsovereenkomst en de arbeidsovereenkomst

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 28/07/2016 - 13:02
Laatst aangepast op: do, 28/07/2016 - 13:04

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.