-A +A

Collectieve schuldenregeling kennisgeving aan onderneming met meerdere vestigingen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Arbeidsrechtbank
Plaats van uitspraak: Brussel
Datum van de uitspraak: 
vri, 12/01/2018

Een onderneming wordt verondersteld over een degelijke interne communcatie te beschikken. Er mag trouwens van uitgegaan worden dat een bedrijf met verschillende vestigingen over een meer dan voldoende organisatie beschikt om de betreffende documenten binnen de termijn van één maand bij de juiste dienst of persoon te doen terechtkomen.

De regelmatig geïnformeerde schuldeiser mag de uitwerking en de uitvoering van de regeling, na een ultieme waarschuwing, niet kunnen bemoeilijken. Art. 1675/9, § 3 Ger.W. bepaalt daarom dat als de gekende schuldeiser niet binnen de maand volgend op de kennisgeving van de beschikking van toelaatbaarheid aangifte heeft gedaan, de schuldbemiddelaar hem een herinneringsbrief zal sturen.

De schuldeiser wordt dan met een ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs door de schuldbemiddelaar ervan op de hoogte gebracht dat hij over een laatste termijn van vijftien dagen beschikt vanaf de ontvangst van die brief, om nog aangifte te doen.

Bij een regelmatige kennisgeving maar een gebrek aan aangifte door de schuldeiser, wordt de schuldeiser overeenkomstig art. 1675/9, § 3 Ger.W. geacht afstand te doen van zijn schuldvordering. De schuldeiser verliest daardoor zijn recht om zich te verhalen op de schuldenaar en de persoonlijke zekerheidsstellers.

Gelet op de impact van de gevolgen bij nalatigheid van de schuldeiser achtte de wetgever het noodzakelijk om de schuldeiser daar ook over te informeren. Bijgevolg dient de herinneringsbrief van de schuldbemiddelaar de tekst te bevatten van art. 1675/9, § 3 Ger.W., dat het zwaar sanctiemechanisme verwoordt. Dit wordt ook uitdrukkelijk vermeld in de laatste alinea van § 3 van art. 1675/9 Ger.W.: «De tekst van dit artikel wordt afgedrukt op de brief bedoeld in het eerste lid.»

Art. 1675/9, § 3 Ger.W. vereist aldus een welbepaalde kennisgeving door de schuldbemiddelaar, namelijk:

– bij een ter post aangetekende brief met ontvangstmelding;

– de mededeling dat de schuldeiser nog over een laatste termijn van vijftien dagen vanaf de ontvangst van de brief beschikt om aangifte te doen,

– de tekst van art. 1675/9, § 3 Ger.W. dient te worden afgedrukt op die brief.

Wanneer de voor het overige correcte aangetekende brief bedoeld in art. 1675/9, § 3 Ger.W. niet aan het correcte adres van de schuldeiser wordt toegezonden, zal deze schuldeiser immers geen sanctie kunnen oplopen

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2017-2018
Pagina: 
1550
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

G.B., NV B.A.-M. e.a.

1. Feiten en procedurele voorgaanden

Bij beschikking van 5 juli 2016 van deze rechtbank werd het verzoek tot collectieve schuldenregeling, uitgaande van de h. G.B., toelaatbaar verklaard en werd mr. C. Flamend, advocaat te Zaventem, aangesteld als schuldbemiddelaar.

2. Vordering

Bij verzoekschrift ter griffie van deze rechtbank neergelegd op 1 juli 2017, verzoekt de schuldbemiddelaar de zaak op te roepen in openbare zitting, omdat er discussie is gerezen nopens de al dan niet opname van de schuldvordering van schuldeiser NV B.A. – M.

...

3. Bespreking

1. Het verzoekschrift tot collectieve schuldenregeling, neergelegd ter griffie op 29 april 2016, maakt melding van een schuld aan NV B.A.-M. ten bedrage van 52.390,50 euro. In betreffend verzoekschrift is als adres van deze schuldeiser het volgende opgenomen: «Stationsstraat 2, 3570 Alken».

Als bijlage bij dit verzoekschrift is, als stavingsstuk van deze schuld, een brief van de raadsman van NV B.A.-M. aan de raadsman van de h. G.B. gevoegd, inhoudende de afrekening. Op het betreffende stuk zijn geen adresgegevens van NV B.A.-M. vermeld.

De navolgende beschikking van toelaatbaarheid van 5 juli 2016 werd door de griffie van de Nederlandstalige Arbeidsrechtbank Brussel overeenkomstig art. 1675/16 Ger.W. per gerechtsbrief ter kennis gebracht van schuldeiser NV B.A.-M. op het adres te Stationsstraat 2, 3570 Alken.

Er werd ter griffie geen bericht ontvangen dat de gerechtsbrief niet kon worden afgeleverd op het betreffende adres.

De schuldbemiddelaar ontving geen aangifte van schuldvordering uiterlijk één maand na toezending van de beschikking van toelaatbaarheid (cf. art. 1675/9, § 2 Ger.W.).

Zodoende maakte de schuldbemiddelaar bij brief van 26 augustus 2016 toepassing van art. 1675/9, § 3 Ger.W., dat bepaalt:

«§ 3. Indien een schuldeiser niet binnen de in § 2, eerste lid bedoelde termijn, aangifte van schuldvordering doet, brengt de schuldbemiddelaar hem bij een ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs ervan op de hoogte dat hij over een laatste termijn van vijftien dagen beschikt, te rekenen van ontvangst van deze brief, om alsnog die aangifte te doen. Indien de aangifte niet binnen die termijn gedaan wordt, wordt de betrokken schuldeiser geacht afstand te doen van zijn schuldvordering. In dat geval verliest de schuldeiser zijn recht om zich te verhalen op de schuldenaar en de personen die voor hem een persoonlijke zekerheid hebben gesteld. Hij herwint dit recht in geval van afwijzing of herroeping van de aanzuiveringsregeling.

«De tekst van dit artikel wordt afgedrukt op de brief bedoeld in het eerste lid.»

Zij stuurde deze brief naar het gekende adres te Stationstraat 2, 3570 Alken.

Deze brief werd haar niet geretourneerd.

Zij ontving echter binnen de vooropgestelde termijn van vijftien dagen evenmin een aangifte van schuldvordering.

Op 25 oktober 2016 stuurde gerechtsdeurwaarder Van N. een aangifte van schuldvordering naar de schuldbemiddelaar voor betreffende schuldeiser, maar dit werd verzonden naar een verkeerd huisnummer, nl. nr. 32 i.p.v. 510.

De schuldbemiddelaar kon ten gevolge van deze verkeerde adressering pas kennisnemen van deze aangifte op 23 november 2016.

Bij e-mail van 16 maart 2017 meldde de schuldbemiddelaar aan de raadsman van NV B.A.-M. dat de termijnen om aangifte te doen ruimschoots waren overschreden.

2. De raadsman van NV B.A.-M. is het echter niet eens met deze stelling en gaf dit te kennen bij e-mail van 22 maart 2017. Als argument voert hij aan dat de brief van 26 augustus 2016 naar een verkeerd adres was verzonden, nl. naar het adres van een van de vestigingen, terwijl de zetel gevestigd is te 2800 Mechelen, Blarenberglaan 3C-B2.

3. De wet op de collectieve schuldenregeling werd ingesteld om:

– de financiële toestand van de verzoeker te herstellen en hem, in de mate van het mogelijke, in staat te stellen zijn schulden te betalen;

– en tegelijkertijd te waarborgen dat hij zelf en zijn gezin een menswaardig leven kunnen leiden (art. 1675/3 Ger.W.).

Daarbij dient de verhouding tussen het inkomen van de verzoeker en de schuldenlast in aanmerking te worden genomen, de duur van het aanzuiveringsplan (wat niet uitzichtloos mag zijn) en een correct leefgeld dat de verzoeker in staat moet stellen om tijdens de uitvoering van het plan nog een menswaardig leven te leiden.

De wet houdt bovendien in dat de schuldbemiddelaar in een eerste fase (en dus prioritair) moet trachten een minnelijke aanzuiveringsregeling uit te werken, die dan bij akkoord van alle partijen door de arbeidsrechtbank gehomologeerd kan worden.

Teneinde in staat te zijn binnen een redelijke termijn een leefbaar aanzuiveringsplan op te stellen, rekening houdend met de hierboven genoemde elementen, is het noodzakelijk dat de schuldbemiddelaar kennis heeft van de schuldeisers van de verzoeker en (de omvang van) hun schuldvordering.

De regelmatig geïnformeerde schuldeiser mag de uitwerking en de uitvoering van de regeling, na een ultieme waarschuwing, niet kunnen bemoeilijken. Art. 1675/9, § 3 Ger.W. bepaalt daarom dat als de gekende schuldeiser niet binnen de maand volgend op de kennisgeving van de beschikking van toelaatbaarheid aangifte heeft gedaan, de schuldbemiddelaar hem een herinneringsbrief zal sturen.

De schuldeiser wordt dan met een ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs door de schuldbemiddelaar ervan op de hoogte gebracht dat hij over een laatste termijn van vijftien dagen beschikt vanaf de ontvangst van die brief, om nog aangifte te doen.

Bij een regelmatige kennisgeving maar een gebrek aan aangifte door de schuldeiser, wordt de schuldeiser overeenkomstig art. 1675/9, § 3 Ger.W. geacht afstand te doen van zijn schuldvordering. De schuldeiser verliest daardoor zijn recht om zich te verhalen op de schuldenaar en de persoonlijke zekerheidsstellers.

Gelet op de impact van de gevolgen bij nalatigheid van de schuldeiser achtte de wetgever het noodzakelijk om de schuldeiser daar ook over te informeren. Bijgevolg dient de herinneringsbrief van de schuldbemiddelaar de tekst te bevatten van art. 1675/9, § 3 Ger.W., dat het zwaar sanctiemechanisme verwoordt. Dit wordt ook uitdrukkelijk vermeld in de laatste alinea van § 3 van art. 1675/9 Ger.W.: «De tekst van dit artikel wordt afgedrukt op de brief bedoeld in het eerste lid.»

Art. 1675/9, § 3 Ger.W. vereist aldus een welbepaalde kennisgeving door de schuldbemiddelaar, namelijk:

– bij een ter post aangetekende brief met ontvangstmelding;

– de mededeling dat de schuldeiser nog over een laatste termijn van vijftien dagen vanaf de ontvangst van de brief beschikt om aangifte te doen,

– de tekst van art. 1675/9, § 3 Ger.W. dient te worden afgedrukt op die brief.

Het staat in casu niet ter discussie dat de schuldbemiddelaar deze vormvereisten heeft nageleefd, maar dat NV B.A.-M. geen aangifte heeft gedaan binnen de termijn bepaald in art. 1675/9, § 3 Ger.W.

Dan rest nog de vraag of er sprake is van een regelmatige kennisgeving op het vlak van de adressering. Wanneer de voor het overige correcte aangetekende brief bedoeld in art. 1675/9, § 3 Ger.W. niet aan het correcte adres van de schuldeiser wordt toegezonden, zal deze schuldeiser immers geen sanctie kunnen oplopen (zie: E. Van Acker, C. Verbeke en B. Wyleman, Praktische gids voor schuldbemiddelaars, Mechelen, Kluwer, 2013, 147-148).

De rechtbank is van oordeel dat er wel degelijk sprake is van een regelmatige kennisgeving.

Uit geen enkel element blijkt immers dat NV B.A.-M. de kennisgeving ten gevolge van de volgens haar verkeerde adressering niet heeft ontvangen. De ontvangst van zowel de gerechtsbrief als de herinneringsbrief van de schuldeiser wordt trouwens niet ontkend door de betreffende schuldeiser.

Deze schuldeiser toont bovendien niet aan dat dat deze laattijdige aangifte haar niet aangerekend kan worden.

Dat de communicatie tussen de vestiging in Alken en de hoofdzetel niet optimaal blijkt te zijn, waardoor de brieven met vertraging op de hoofdzetel zijn beland, kan de schuldbemiddelaar noch verzoeker ten kwade worden geduid, maar is interne keuken van NV B.A.-M. De interne organisatie van de schuldeiser maakt met andere woorden geenszins een vreemde oorzaak uit.

Er mag trouwens van uitgegaan worden dat een bedrijf met verschillende vestigingen zoals NV B.A.-M. over een meer dan voldoende organisatie beschikt om de betreffende documenten binnen de termijn van één maand bij de juiste dienst of persoon te doen terechtkomen.

Het onverschoonbaar in gebreke blijven van een inerte schuldeiser mag er niet toe leiden dat het werk van de schuldbemiddelaar zou bemoeilijkt of zelfs onmogelijk gemaakt worden en de procedure zou worden lamgelegd of zelfs een bereikte regeling zou kunnen worden opengebroken (zie o.m.: E. Dirix en A. De Wilde, Collectieve schuldenregeling in de praktijk, Antwerpen, Intersentia, 1999, p. 52, nr. 64; zie eveneens: B. De Groote, «De schuldbemiddelaar en zijn draaiboek» in Collectieve schuldenregeling in de praktijk, Antwerpen, Intersentia, 1999, p. 138, nrs. 290-291).

Rekening houdend met deze overwegingen en het normdoel van art. 1675/9, § 3 Ger.W., nl. voorkomen dat een regelmatig geïnformeerde schuldeiser de uitwerking en de uitvoering van de regeling, na een ultieme waarschuwing, zou kunnen bemoeilijken, oordeelt de rechtbank dat betreffende aangifte van schuldvordering onmiskenbaar laattijdig is.

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 20/05/2018 - 13:00
Laatst aangepast op: zo, 20/05/2018 - 13:00

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.