-A +A

Buurtweg opgenomen in de atlas der buurtwegen als voetweg sluit ander gebruik niet uit.

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Plaats van uitspraak: Zottegem
Datum van de uitspraak: 
don, 13/11/2014

Het gegeven dat een openbare weg in de atlas der buurtwegen is opgenomen als “sentier” (voetweg), beperkt zijn bestemming niet tot louter gebruik door voetgangers en fietsers (Cass. 11 september 1997, Arr.Cass. 1997, 348).

Een woning enkel bereikbaar via een voetweg van één meter breedte heeft onvoldoende toegang tot de openbare weg. Voor dit gebruik kan derhalve in principe een bovengronds recht van uitweg verleend worden beperkt tot de gebruikelijke breedte van drie meter.

In deze uitweg is eveneens de breedte (één meter) van de voetweg nr. 56 begrepen. Deze voetweg is op de atlas der buurtwegen getekend met een stippellijn, wat betekent dat het om een weg met private bedding gaat (Brussel 31 maart 2009, T.Not. 2009, 679), gelegen op het erf van de respectieve verweerders 1 tot en met 4 en die derhalve nog niet tot het openbaar domein behoort.

Deze voetweg is derhalve enkel belast met een publiekrechtelijke erfdienstbaarheid van overgang; deze voetweg is een openbare weg, ook al is de bedding privaat. 

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2014-2015
Pagina: 
1393
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

S.J. t/ S.B., M.M., K.D., M. Van M. en de stad Zottegem

I. Feiten en vorderingen

De eiser is eigenaar van een onbebouwd perceel gelegen te Zottegem, Kerkhofstraat, gekadastreerd onder Zottegem, afdeling 8 (Strijpen), sectie A nr. 0442 G 3 met een oppervlakte van 23 a 77 ca.

Volgens het gewestplan ligt deze grond deels in woongebied, deels in landschappelijk waardevol agrarisch gebied.

De verweerders S.-M. zijn eigenaars van het bebouwd perceel gelegen te Zottegem, Kerkhofstraat nr. 14, gekadastreerd onder Zottegem, afdeling 8 (Strijpen), sectie A, nr. 0442 I 3.

De verweerders D.-Van M. zijn eigenaars van het bebouwd perceel gelegen te Zottegem, Kerkhofstraat nr. 16, gekadastreerd onder Zottegem, afdeling 8 (Strijpen), sectie A, nr. 0442 H 3.

Op het perceel van de verweerders S.-M. rust een conventioneel gevestigde erfdienstbaarheid van overgang of doorgang ten voordele van het perceel D.-Van M.

De stad Zottegem werd in de zaak betrokken met betrekking tot de voetweg nr. 56 die langs het gedeelte “woongebied” van het perceel van de eiser loopt.

De eiser, die de verweerders voorafgaandelijk maar zonder resultaat overeenkomstig art. 1371 Ger.W. in verzoening liet oproepen, betoogt dat dit gedeelte van zijn eigendom ingesloten is en vordert een recht van uitweg met een breedte van 4 meter over de percelen van de verweerders en verder over de voetweg nr. 56. Tevens vordert hij dat voor recht wordt gezegd dat hij de nutsvoorzieningen van zijn perceel kan voorzien via het gevorderde recht van uitweg.

Deze vorderingen worden door de verschijnende en geconcludeerd hebbende verweerders betwist.

...

II. Beoordeling

...

De eiser heeft belang bij het instellen van de vordering, omdat hij belang heeft bij een voldoende toegang tot zijn perceel, ook wat het in het woongebied gelegen gedeelte ervan betreft.

Art. 682, § 1 BW bepaalt dat de eigenaar wiens erf ingesloten is omdat dit geen voldoende toegang heeft tot de openbare weg en deze toegang niet kan inrichten zonder overdreven onkosten of ongemakken, voor het normale gebruik van zijn eigendom naar de bestemming ervan, een uitweg kan vorderen over de erven van zijn naburen, tegen betaling van een vergoeding in verhouding tot de schade die hij mocht veroorzaken.

Het hoeft niet steeds om een absolute insluiting te gaan; er is ook insluiting zodra er onvoldoende toegang is voor de normale exploitatie van een erf, rekening houdend met zijn bestemming of wanneer deze toegang niet kan worden ingericht zonder overdreven onkosten of ongemakken. Relatieve ingeslotenheid volstaat derhalve.

De factor normaal gebruik van een erf overeenkomstig zijn bestemming is derhalve medebepalend voor het antwoord op de vraag of een erf (relatief) ingesloten is en moet telkens mee in concreto worden onderzocht (J. Kokelenberg, V. Sagaert, T. Van Sinay en R. Jansen, “Overzicht van rechtspraak. Zakenrecht (2000-2008)”, TPR 2009, p. 1583, nr. 472).

Het is de rechter die aan de hand van de hem overgelegde stukken op onaantastbare wijze de staat van ingeslotenheid van het litigieuze perceel beoordeelt alsmede voorafgaandelijk het normale gebruik ervan in functie van zijn bestemming (S. Boufflette, “Utilisation et destination: concepts clés de l’article 682 du Code civil”, T.Vred. 2013, 119 e.v.).

Uit de voorliggende stukken volgt dat door het gewestplan aan het perceel van de eiser een dubbele bestemming is verleend: een gedeelte ervan ligt binnen het woongebied en is zelfs voldoende ruim om geschikt te zijn voor het oprichten van een open bebouwing (cf. het stedenbouwkundig attest van de stad Zottegem van 14 juni 2011 en de daarbij gevoegde zonegrensbepaling door de Dienst Stedenbouw en Ruimtelijke Ordening van de stad Zottegem) en het andere gedeelte in landschappelijk waardevol agrarisch gebied.

Er kan allereerst geen enkele betwisting over bestaan dat het gedeelte dat in landschappelijk waardevol agrarisch gebied ligt niet ingesloten is, omdat het voldoende bereikbaar is (ook met een wagen) via de buurtweg nr. 12.

Voorts is het al even duidelijk dat het perceel voor wat de bestemming woongebied betreft, relatief ingesloten is. Het is niet omdat het perceel voor wat betreft het gedeelte met bestemming landschappelijk waardevol agrarisch gebied niet ingesloten is, dat dit per se ook het geval is voor het gedeelte van hetzelfde perceel waaraan een andere bestemming (woongebied) werd verleend. Een uitweg wordt immers verleend voor het normale gebruik van het erf naar de bestemming ervan; wanneer dit erf, zoals in casu, een dubbele bestemming heeft, dient het voor zijn normaal gebruik naar elk van de beide bestemmingen een voldoende toegang tot de openbare weg te hebben en kan bij ontstentenis telkens een beroep worden gedaan op art. 682, § 1 BW. De toegang tot en de bereikbaarheid van het gedeelte woongebied kan voor het normale gebruik van dit gedeelte bovendien niet worden ingericht vanuit de buurtweg nr. 12 zonder overdreven kosten of ongemakken.

Het gedeelte woongebied van het erf van de eiser is daarentegen enkel eenvoudig en rechtstreeks bereikbaar via de voetweg nr. 56 die een breedte heeft van één meter en heeft derhalve onvoldoende toegang tot de openbare weg voor het normale gebruik van dit erf naar de bestemming “woongebied”. Voor dit gebruik kan derhalve in principe een bovengronds recht van uitweg verleend worden zoals door de eiser gevorderd, maar beperkt tot de gebruikelijke breedte van drie meter in plaats van vier meter zoals gevorderd. Dit tracé dient als de minst schadelijke weg te worden beschouwd, omdat het in werkelijkheid thans reeds aangewend wordt in het kader van de conventioneel gevestigde erfdienstbaarheid ten voordele van het erf D.-Van M. ten laste van het erf S.-M.

In deze uitweg is eveneens de breedte (één meter) van de voetweg nr. 56 begrepen. Deze voetweg is op de atlas der buurtwegen getekend met een stippellijn, wat betekent dat het om een weg met private bedding gaat (Brussel 31 maart 2009, T.Not. 2009, 679), gelegen op het erf van de respectieve verweerders 1 tot en met 4 en die derhalve nog niet tot het openbaar domein behoort. Deze voetweg is derhalve enkel belast met een publiekrechtelijke erfdienstbaarheid van overgang; deze voetweg is een openbare weg, ook al is de bedding privaat. Het gegeven dat een openbare weg in de atlas der buurtwegen is opgenomen als “sentier” (voetweg), beperkt zijn bestemming niet tot louter gebruik door voetgangers en fietsers (Cass. 11 september 1997, Arr.Cass. 1997, 348).

Volgens de klassieke zienswijze is het openbaar domein (te dezen) te nuanceren als een publiekrechtelijke erfdienstbaarheid van overgang op private grond) buiten de handel, zodat er noch zakelijke noch persoonlijke rechten op gevestigd kunnen worden. Volgens het Hof van Cassatie is echter een beoordeling in concreto nodig.

Een erfdienstbaarheid (zoals dus ook een wettelijke erfdienstbaarheid van uitweg) kan op een openbaar domeingoed worden gevestigd indien zij niet onverenigbaar is met de openbare bestemming van dat domein, geen beletsel vormt voor het openbaar gebruik en geen afbreuk doet aan het recht van het bestuur om dat gebruik volgens de behoeften en het belang van de gemeenschap te regelen (V. Sagaert, “Erfdienstbaarheden en openbaar domein. Een recht van uitweg over een jaagpad”, T.Vred. 2009, 488 e.v., met verwijzing naar rechtspraak; in deze noot wordt deze visie verklaard doordat ook het recht van uitweg een algemeen belang dient dat de belangen van de contractpartijen overstijgt, met name de optimale aanwending van grond).

Te dezen is het duidelijk dat het mede gebruiken van de voetweg voor de bepaling van het recht van uitweg volstrekt verenigbaar is met de actuele bestemming van deze voetweg, geen beletsel vormt voor het openbaar gebruik dat er thans ook van wordt gemaakt en geen afbreuk doet aan de beheersbevoegdheid van het bevoegde bestuur.

De vaststelling dat de voetweg nog niet tot het openbare domein behoort en dat er slechts een publiekrechtelijke erfdienstbaarheid van doorgang op rust, heeft tot gevolg dat de stad Zottegem geen eigenares is van deze voetweg, met als gevolg dat de vordering voor zover tegenover deze partij gericht ongegrond is.

De moeilijkheid die zich in deze zaak voordoet, is dat de bestemming van het litigieuze deel van het perceel volgens het gewestplan “woongebied” is, terwijl volgens het voormelde stedenbouwkundig attest geen bouwvergunning kan of zal worden afgeleverd doordat het niet gelegen is aan een voldoende uitgeruste weg. Dit attest bepaalt verder: “Een eventuele erfdienstbaarheid van doorgang over de voorliggende percelen volstaat onzes inziens niet om te kunnen worden beschouwd als een volwaardige (private) toegangsweg naar de woning vanaf de voldoende uitgeruste bestaande weg (Kerkhofstraat)”.

A fortiori mag worden aangenomen dat ook het verlenen van een recht van uitweg in deze redenering onvoldoende zal zijn, maar uiteindelijk is het niet het college van burgemeester en schepenen van de stad Zottegem dat hierover in laatste aanleg beslist; de eiser kan de betwisting aangaande de aflevering van een bouwvergunning administratiefrechtelijk verder uitputten.

Hic et nunc en bij de huidige beoordeling doet zich derhalve de situatie voor waarbij het litigieuze gedeelte van het erf van de eiser volgens de plannen van ruimtelijke ordening de bestemming heeft van woongebied en derhalve geacht dient te worden potentieel bebouwbaar te zijn, maar dat deze bestemming niet kan worden gerealiseerd doordat eveneens hic et nunc geen bouwvergunning of andere voordelige stedenbouwkundige vergunning wordt afgeleverd.

Er zou derhalve kunnen worden aangenomen dat het gevorderde recht van uitweg niet kan worden verleend aan de eiser, omdat de uiteindelijke bestemming van dit gedeelte van het perceel geen woongebied kan of zal zijn, met als gevolg ook dat de bestaande ontsluiting van het volledige perceel langs de buurtweg nr. 12 volstaat.

Het kan echter niet zo zijn dat dit recht van uitweg geweigerd wordt omdat thans geen bouwvergunning wordt afgeleverd, terwijl deze mogelijk wel verleend zal worden voor zover dit recht van uitweg wel toegekend wordt. De uiteindelijke definitieve en concrete bestemming van het goed is op dit ogenblik onzeker, en het komt niet aan dit ambt toe om vooruit te lopen op de administratieve eindbeslissing dienaangaande. Bijgevolg wordt bij de huidige beoordeling enkel rekening gehouden met wat op dit ogenblik zeker is qua bestemming op het vlak van de ruimtelijke ordening van het in betwisting zijnde gedeelte van het erf, namelijk dat het gelegen is in woongebied en dat het potentieel bebouwbaar is.

Om die reden wordt het recht van uitweg verleend en derhalve met dien verstande dat dit recht van uitweg enkel uitwerking zal hebben voor zover en zodra een definitieve beslissing tot bebouwing van dit gedeelte van het erf van de eiser zal zijn genomen.

...

 

Noot: 

Definitie buurtweg

Een buurtweg is een weg die wettelijk is erkend tot nut en gebruik van de algemeenheid van de inwoners van één of meer (delen van) gemeenten en die als buurtweg erkend is (zie parlementaire voorbereidingsstukken van art. 1 van het ontwerp van wet van 10 april 1841, Pasin. 1841, 130, geciteerd door H. Vuye, “Fundamentele regels omtrent buurtwegen. Het arrest van het Hof van Cassatie van 13 januari 1994”, R.Cass. 1994, 93; zie ook: V. Sagaert, Goederenrecht in Beginselen van Belgisch Privaatrecht, Mechelen, Kluwer, 2014, 537).

Atlas der buurtwegen

De enkele inschrijving van de weg in de Atlas der Buurtwegen volstaat niet om aan de voetweg het zakenrechtelijk statuut van buurtweg te geven (Cass. 20 juni 2002, Pas. 2003, I, 1249).

Naast de bestuurlijke handeling van erkenning van de buurtweg is bovendien een gebruik door het publiek vereist. Art. 10 van de wet van 10 april 1841 bepaalt dat “Het besluit van de provinciale deputatie waarbij het plan (in casu: een buurtweg) definitief vastgesteld wordt, doet geenszins afbreuk aan de eigendomsvorderingen noch aan de rechten die daaruit voortspruiten”.

Bijkomend aan de bestuurlijke handeling van erkenning is bijgevolg vereist dat er verkrijgende verjaring ten voordele van het “publiek” is ingetreden. Wil er sprake zijn van een verkrijgende verjaring, dan moet er een effectieve inbezitname van de weg gebeuren. Zonder bezit kan er geen sprake zijn van verjaring. Dit betekent dat de gemeente nooit eigenaar kan worden van een (zakelijk recht op een) buurtweg die weliswaar werd ingeschreven in de Atlas, maar nooit voor het publiek werd opengesteld (H. Vuye, o.c., R.Cass. 1994, 96).

De inschrijving in de Atlas der Buurtwegen verleent een wettige titel, zodat de verkorte verjaringstermijnen van tien respectievelijk twintig jaar van toepassing zijn (art. 10, tweede lid van de wet van 10 april 1841 juncto art. 2265 BW) (zie ook: V. Sagaert, o.c., 538).

Hieruit vloeit voort dat een weg, die is opgenomen in de Atlas van Buurtwegen, slechts het zakenrechtelijk karakter van een buurtweg verkrijgt (waarop de gemeente een publiekrechtelijke erfdienstbaarheid verkrijgt) indien (i) er gebruik van wordt gemaakt door het publiek en (ii) er, al naar gelang het geval, binnen tien of twintig jaar geen eigendoms- of bezitsvorderingen werden ingesteld of de verjaring niet anderszins werd gestuit.

Geen buurtweg zonder inbezitname

Er is vereist dat de gemeente effectief tot inbezitname is overgegaan, m.a.w. dat de weg door het publiek wordt gebruikt. Het gebruik van de weg door het publiek moet te kwalificeren zijn als een deugdelijk en ondubbelzinnig bezit. Het gebruik door het publiek dient regelmatig en gewoonlijk te zijn en dient te geschieden met de bedoeling om de weg als zodanig te gebruiken. Het gebruik mag niet berusten op een louter gedogen door de eigenaar van het goed waarop de overgang wordt uitgeoefend (Cass. 29 november 1996, Arr.Cass. 1996, 1116). Het gebruik door het publiek mag evenmin berusten op een bezit dat, gelet op de omstandigheden van de zaak, het voorwerp van verschillende eveneens geloofwaardige interpretaties kan uitmaken.

Bewijslast bezitname buurtweg

Dat aan deze voorwaarde van inbezitname is voldaan, moet worden bewezen door de partij die de openstelling van de buurtweg vordert (Gent 25 november 2010, T.Agr.R. 2011, 10). Voetweg 53 kan zakenrechtelijk enkel als een buurtweg worden gekwalificeerd indien de gemeente Temse bewijst, enerzijds, dat zij effectief tot inbezitname van voetweg 53 is overgegaan, m.a.w. dat er gebruik van werd gemaakt door het publiek, en, anderzijds, dat dit gebruik door het publiek gedurende tien jaar deugdelijk, ondubbelzinnig en ongestoord was.

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 02/05/2015 - 14:26
Laatst aangepast op: wo, 22/02/2017 - 11:54

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.