-A +A

burenhinder door luide schoolbel

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Vredegerecht
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
vri, 09/01/2009
Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2009-2010
Pagina: 
1621
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Vredegerecht te Gent (2e Kanton) 9 januari 2006

«3. Vooraf

«3.1. K.G. en C. Van N. wonen te Gent/Mariakerke aan de Amand Casier de ter Bekenlaan 23.

«De eisers voeren aan dat ze sinds het voorjaar 2002 ernstig worden gestoord door een luidruchtige, langdurig en overvloedig rinkelende schoolbel.

«Het is merkwaardig dat de eisers in de dagvaarding niet vermelden sinds wanneer zij aldaar wonen en evenmin in de dagvaarding vermelden op welk adres de school, waarvan de schoolbel hen hindert, gevestigd is. Pas bij de verdere behandeling van de zaak werd gemeld dat het gaat om een school gelegen te Gent/ Mariakerke aan de Amand Casier te ter Bekenlaan 26.

«Klaarblijkelijk gaat het om de school «(...)» die een kleuterklas en een lagere school heeft en aansluit op het achterliggende atheneum.

...

«4. Bespreking

«4.1. Het is niet zonder belang vast te stellen dat de eisers de woning hebben aangekocht in een periode dat er geen bel was, enkele jaren geleden, zoals zij verklaarden bij de plaatsopneming. Dit werd als zodanig niet opgenomen maar het is wel in dat verband dat onder punt 2 van het proces-verbaal is vermeld dat de schoolbel een tweetal jaar niet werkte en nadien werd vervangen door het huidige exemplaar.

«Dit werd in het proces-verbaal vermeld, precies omdat zulks de bevestiging was van het feit dat toen de eisers de woning aankochten en betrokken, er geen sprake was van de bewuste schoolbel waarover de klachten pas begonnen nadat deze in het voorjaar van 2002 hun rust bleek te verstoren.

«De bedenking dat zij wisten dat zij tegenover een school kwamen wonen kan dus niet worden uitgebreid naar het verwijt dat ze zich ook bewust moesten zijn van de schoolbel: die was er toen immers niet.

«Overigens is dit een door de verweerster opgeworpen probleemstelling die eigenlijk niet ter zake is: de eerste aanwezigheid van de ene of de andere schept geen rechten en is niet determinerend om de stoornis in te schatten.

«Wel van belang is het groeiende bewustzijn dat ieder in een gezonde omgeving moet kunnen leven: dat impliceert ook het vermijden van lawaaihinder.

«4.2. De vordering wordt in de dagvaarding gebaseerd op art. 544 en art. 1382 B.W.

«Uit de verstrekte informatie blijkt dat het scholencomplex drie belsystemen heeft, waarvan één voor het atheneum, een ander voor de lagere school en één, waarover dit geschil gaat, voor de kleuterschool gelegen aan de straatkant (telkens met verschillende tijdsindeling).

«De verweerster erkent dat de schoolbel voor de kleuterklas enige tijd buiten gebruik was en in het voorjaar van 2002 opnieuw in werking werd gesteld «omdat het duidelijk was geworden dat zonder een degelijk belsignaal de aandacht van de grote groep kleuters niet efficiënt kon worden gevestigd op het begin en einde van speeltijden en lesuren».

«Inmiddels liet de directrice van de kleuterschool het belsignaal verminderen van acht naar vijf seconden en werd het uitgeschakeld op woensdagnamiddagen, tijdens weekends en vrije dagen en vakantieperiodes; volgens de eisers gebeurde dat overigens pas na de dagvaarding...

«De schoolbel zou een achttal keer per dag, viermaal in de voormiddag en viermaal in de namiddag, gedurende vijf seconden rinkelen.

«Bij de plaatsopneming werd vastgesteld dat de bel, geplaatst onder een afdak, het gekende schelle geluid produceert.

«Aan de overkant van de straat, ter hoogte van de oprit van de woning van de eisers, bleek dat geluid nagenoeg onverminderd hoorbaar.

«Binnen de woning werd vastgesteld dat de bel, uiteraard, minder schel hoorbaar was maar dan toch wel duidelijk hoorbaar met het raam in kipstand (men kan niet verwachten dat de eisers, bijvoorbeeld ook ‘s zomers, alles potdicht zouden houden om geen last te hebben).

«4.3. De zaak bleek in de goede richting te gaan toen, op suggestie van de rechtbank, de onderhoudswerkman van de school de bel zou inkasten met isolatiemateriaal, waardoor de resonantie ongetwijfeld gereduceerd zou worden.

«Ter terechtzitting van 14 november 2005 verklaarden de eisers dan ook dat er een merkelijk verschil is, maar zij dringen aan op een volledige inkasting, zonder opening onderaan.

«Uiteindelijk slaagden de partijen er niet in een volledig akkoord te sluiten over alle punten van het geschil, inclusief de kosten van het geding, en vroegen zij dat de zaak ten gronde zou worden beoordeeld.

«4.4. Wat de toepassing van art. 1382 B.W. betreft, meent de rechtbank te moeten stellen dat de verwerende partij geen fout heeft begaan. Objectief gezien kan een school niet worden verweten dat ze een bel in gebruik heeft om het begin en het einde van school- en lesuren te laten «doordringen».

«Indien er voor het voorliggende geval (milieu) normen waren aangelegd, dan zou, bij overtreding van de norm, de aquiliaanse aansprakelijkheid automatisch toepassing vinden.

«Het feit dat die normen er niet zijn, betekent nog niet dat er geen hinder door uit nabuurschap kan bestaan.

«4.5. Wat de toepassing van art. 544 B.W. betreft, is de rechtbank van oordeel dat het evenwicht in de uitoefening van de eigendomsrechten verstoord is.

«Hinder is, zeker wat de ernst ervan betreft, een in essentie subjectief begrip, in die zin dat het niet is omdat de eisers zich beklagen en andere buurtbewoners geen initiatief nemen, dat er geen bovenmatige hinder zou zijn.

«Overigens moet in dit verband worden vastgesteld dat de eisers een document neerleggen waarin een twaalftal personen zich aansluiten bij de klacht. Dat document moet weliswaar gerelativeerd worden, omdat de identiteit van deze personen niet duidelijk blijkt, laat staan aangeduid is waar zij woonachtig zijn in de Amand Casier de ter Bekenlaan.

«In ieder geval ondertekenden zij de verklaring «ik kan bevestigen dat het belsignaal van de kleuterschool luid en sterk hoorbaar is, wat wij als hinderlijk ondervinden».

«Dat deze verklaringen geen enkel nut zouden hebben omdat niet is vermeld dat er een «bovenmatige» hinder is, lijkt een ietwat wereldvreemde, juridische benadering van de verwerende partij, want geen enkele burger maakt dit onderscheid, onwetend omtrent juridische kwalificaties.

«Het is aan de rechter om vast te stellen of te onderzoeken of de hinder redelijkerwijze deel uitmaakt van een normaal maatschappelijk leven dan wel bovenmatig is en aanleiding kan geven tot sancties.

«Dat de concrete schoolbel rustverstorend is, kan niet worden ontkend: het gaat om een weerkerend signaal dat de aandacht moet trekken van de betrokkenen (leerkrachten en leerlingen), maar tegelijk trekt van niet-betrokkenen in de omgeving.

«Het is niet zonder belang vast te stellen dat K.G. beroepshalve ook nachtdiensten doet en dan overdag moet kunnen slapen.

«Dat enkel de eisers een procedure hebben ingesteld, is op zichzelf geen bewijs van hun abnormale gevoeligheid.

«De door de verwerende partij ingeroepen afstand van een 35-tal meter tussen de schoolbel en de voorgevel van de eisers is geen argument, omdat toch ter plaatse werd vastgesteld dat de bel op die plaats omzeggens even goed hoorbaar is als op de speelplaats.

«Er mag op gewezen worden dat tussen de speelplaats en de eigendom van de eisers enkel een gewone straat(breedte) ligt.

«Ook het feit dat de dienst leefmilieu van de stad Gent meldde dat er geen geluidsnormen bestaan voor schoolbellen (de reden waarom deze dienst ook geen meting uitvoerde), is niet van aard te besluiten dat een schoolbel dan ook geen stoornis kan teweegbrengen.

«Het kan niet worden betwist dat de bewuste wijk, aan de rand van de eigenlijke stad, een residentieel karakter heeft waar, zo blijkt uit de plaatsopneming, destijds een eerder landelijk karakter heerste met een schooltje met een oude handbediende schoolbel...

«De bedenking dat het frequente verkeer in de straat meer geluid voortbrengt dan de schoolbel), is vooreerst niet bewezen maar vooral gaat het bij verkeer niet om een «opschrikkend» geluid, zoals het wel het geval is met een schoolbel.

«De vaststelling dat voorheen de bel ook werkte tijdens vakantieperiodes en vrije dagen en weekends, getuigt op zichzelf van een gebrekkig aanvoelingsvermogen van de verwerende partij.

«4.6. Het kan niet worden ontkend dat bij de beoordeling ook het nut van de hinderende toestand in rekening moet worden gebracht.

«De rechtbank is, in aanwezigheid van de partijen, ter plaatse geweest, zowel in en bij de woning van de eisers als op het terrein van de school.

«Er werd ten slotte met het oog op de redactie van het proces-verbaal een «wandeling» gemaakt langsheen het afgescheiden zijpad naast de speelplaats van de kleuters naar het achterliggende kantoor van de directrice. In die tijdspanne ging de schoolbel; het moge duidelijk zijn dat geen van de zeer talrijke kleuters ook maar de minste reactie had op de schoolbel, maar dat gewoon verder gespeeld werd op de speelplaats en de bel dus ook voor de leerkrachten geen signaal bleek om de kinderen samen te roepen.

«Er kan dan ook, wat de kleuterklas betreft, getwijfeld worden aan de zin van de schoolbel: behoudens voor de leerkrachten om te weten wanneer zij moeten beginnen en wanneer zij mogen stoppen; daartoe kan evenwel een bescheiden(er) signaal volstaan.

«Overigens bleek men het gedurende een drietal jaar zonder schoolbel te hebben kunnen doen.

«4.7. Al met al blijkt de oplossing die door de rechtbank werd gesuggereerd en waartoe de partijen bereid bleken een oplossing te bieden voor de onvrede.

«Het ware dan ook totaal irrealistisch deze oplossing niet vast te leggen in het vonnis.

«4.8. In zoverre de eisers een voorschot vorderen tot het verkrijgen van schadevergoeding dient eerst te worden vastgesteld of enige schade aanwijsbaar is.

«Materiële schade wordt niet bewezen: uit niets blijkt dat de gezondheid van de eisers of één hunner in het gedrang is gekomen door stress die het gevolg is van het rinkelen van de bel.

«Voor morele schade wegens de vastgestelde hinder kan te definitieven titel 1 euro aan ieder van de eisers worden toegewezen.

«Andere dan medische uitgaven worden niet bewezen.

«4.9. De rechter heeft niet de bevoegdheid om met toepassing van de burenhinderleer niet-bovenmatige hinder te verbieden: de vordering tot het verwijderen van de schoolbel kan derhalve niet worden toegewezen. Aldus zou immers ook de niet-bovenmatige hinder worden geweerd, wat een te zware zelfs ontoelaatbare sanctie zou zijn voor diegene die de hinder veroorzaakt.

«Het inkasten van de schoolbel neemt niet het volledige geluid weg, maar voorkomt het bovenmatige niveau ervan: derhalve kan in die zin worden beslist.

«Aldus is voldaan aan de door de rechtsleer vooropgestelde nuance dat, terwijl de aquiliaanse vordering volledige schadevergoeding insluit er bij burenhinder enkel compensatie is, ofwel in natura ofwel bij wijze van equivalent; dit komt voor als de meest geschikte manier om het evenwicht tussen de erven te herstellen.

«4.10. Wegens de, uiteindelijke, bereidwilligheid van de verwerende partij om aan de gestelde problematiek tegemoet te komen komt het de rechtbank voor dat geen dwangsom moet worden toegekend».

(Rechter: de h. Evers).
 

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 14/05/2010 - 19:38
Laatst aangepast op: do, 12/10/2017 - 16:52

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.