-A +A

Buitenlandse genieters verplichting fiscale fiche sanctie geheime commissies 309%

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Antwerpen
Datum van de uitspraak: 
din, 26/03/2013

Er dient een fiscale fiche opgesteld ook voor de buitenlandse genieters van beroepsinkomsten welke aan de Belgische inkomstenbelastingen onderworpen zijn. Met een sanctie van, 309 %

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2013/11
Pagina: 
683
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

 

BELGISCHE STAAT)

( ... )

1. Voorafgaande feiten en procedure

( ... )

2. Bespreking

( ... )

2.2. Ten gronde : bijzondere aanslag

2.2.1. Argumenten van partijen

Volgens de vereffenaar dienden geen fiches te worden opgemaakt, vermits het grootste deel van de betrokken gelden een lening betrof door de vennootschap aan A.B.R.-T., wonende in Nederland. Bovendien werden de gelden volgens de belastingplichtige betaald aan een buitenlandse belastingplichtige die ze in het buitenland vermeld had in zijn fiscale aangifte.

Bovendien werden de beginselen van behoorlijk bestuur geschonden (motiveringsplicht, redelijkheids- en evenredigheidsbeginsel, gelijkheidsbeginsel, hoorplicht en rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel).

 

Ondergeschikt opteert de vereffenaar voor een verwerping van de betrokken bedragen als beroepskost, zodat artikel 219 WIB 1992 niet kan worden toegepast.

De administratie van haar kant stelt dat er bedragen werden ontdragen aan de vennootschap ten voordele van de heer F.R. Nu deze bedragen ter beschikking werden gesteld van deze laatste via rekening-courant, mag aangenomen worden dat ze in zijn hoofde belastbaar zijn in toepassing van artikel 32 WIB 1992. Bij gebrek aan individuele fiches en samenvattende opgaven zijn deze bedragen onderworpen aan de afzonderlijke aanslag van artikel 219 WIB 1992.

2.2.2. Vergoeding in de zin van artikel 57 WIE 1992.

Het hof stelt vast dat uit geen enkel objectief gegeven blijkt dat de vennootschap een lening zou hebben toegestaan aan mevrouw R. Het betreft een loutere bewering die niet wordt gestaafd en die bovendien zeer onwaarschijnlijk is, nu mevrouw R., echtgenote van F.R., nooit professioneel bij de vennootschap betrokken is geweest.

Wel staat vast dat een grote som geld werd overgemaakt naar een privérekening van de heer R. in Oostenrijk en dat de boekhouder van de NV S.B. dit bedrag boekte op de rekening-courant van de heer R.

Het hof sluit zich aan bij de opvatting van de administratie dat deze gelden via deze rekening-courant ter beschikking werden gesteld aan de bestuurder van de vennootschap (de heer R.), en dat ze derhalve als bezoldigingen in zijnen hoofde dienen te worden beschouwd.

Vermits geen individuele fiches en samenvattende opgaven werden opgemaakt door de vennootschap is de afzonderlijke aanslag van artikel 219 WIB 1992 van toepassmg.

2.2.3. Betaling aan het buitenland

De belastingplichtige is van mening dat geen fiche diende te worden opgemaakt, vermits de vergoeding betaald werd aan een genieter in het buitenland. De wet van 20 juli 2006 is volgens de vennootschap niet van toepassing vermits de vergoeding werd toegekend vóór 1 januari 2006.

Voor de wet van 20 juli 2006 bepaalde artikel 57, 1° WIB 1992:

"De volgende kosten worden slechts als beroepskosten aangenomen wanneer ze worden verantwoord door individuele fiches en een samenvattende opgave die worden overgelegd in de vorm en binnen de termijn die de Koning bepaalt:

1° commissies, makelaarslonen, handels- of andere restorno's, toevallige of niet-toevallige vacatiegelden of erelonen, gratificaties, vergoedingen of voordelen van alle aard die voor de verkrijgers beroepsinkomsten zijn, behoudens de in artikel 30, 3, bedoelde bezoldigingen."

Door de wet van 20 juli 2006 werden in artikel 57, 1° WIB 1992 de woorden "al dan niet in België belastbare" tussengevoegd, zodat deze bepaling voortaan luidt:

"De volgende kosten worden slechts als beroepskosten aangenomen wanneer ze worden verantwoord door individuele fiches en een samenvattende opgave die worden overgelegd in de vorm en binnen de termijn die de Koning bepaalt:

 

1° commissies, makelaarslonen, handels- of andere restorno's, toevallige of niet-toevallige vacatiegelden of erelonen, gratificaties, vergoedingen of voordelen van alle aard die voor de verkrijgers al dan niet in België belastbare beroepsinkomsten zijn, behoudens de in artikel 30, 3° bedoelde bezoldigingen."

Het hof oordeelt dat het feit dat de betrokken bedragen in België niet belastbaar zijn, niet verhindert dat er fiches en samenvattende fiches moeten worden opgemaakt. De tekst van artikel 57, 1° WIB 1992 was, ook vóór de wijziging ervan door de wet van 20 juli 2006 reeds duidelijk: er moeten fiches en samenvattende opgaven worden opgemaakt voor commissies en dergelijke die voor de verkrijgers beroepsinkomsten zijn, behoudens de in artikel 30, 3° bedoelde bezoldigingen. De wet maakte toen reeds geen onderscheid tussen commissies, en dergelijke, betaald aan genieters, naar gelang de vraag of ze in België, dan wel in het buitenland waren gevestigd.

Weliswaar bestond in het verleden onduidelijkheid over de vraag of de ficheverplichting ook bestond, wanneer de genieter van de commissies en dergelijke niet in België belastbaar was.

Eertijds nam de administratie aan dat er geen fiches en samenvattende opgaven dienden te worden opgemaakt, wanneer de commissies en dergelijke werden toegekend aan een genieter die geen Belgische rijksinwoner was en die niet gevestigd was in een land waarmee België inlichtingen uitwisselde op grond van een overeenkomst tot voorkoming van dubbele belastingen. Er bestond een lijst van landen waarvoor wel individuele fiches en samenvattende opgaven moesten worden opgemaakt (zie hierover C. CHEVALIER, Vennootschapsbelasting, een dynamische benadering, Gent, Academia Press, 1999, p. 148).

Deze administratieve richtlijn werd afgeschaft door een nieuwe richtlijn in 1999, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 7 mei 1999 (2de ed.) (besproken in Fiscoloog, 12 mei 1999, nr. 707, p. 6). Ook in antwoord op een parlementaire vraag, gesteld door de heer De Clippele op 20 juli 2000 (vr. nr. 792, neergelegd door de administratie als bijkomend stuk 7), antwoordde de minister van Financiën dat er geen afwijking bestaat op de verplichting tot indiening van een individuele fiche en een samenvattende opgave, voor wat betreft commissies, makelaarslonen, enz. die worden toegekend aan niet-inwoners zonder inrichting in België. Ook in antwoord op een parlementaire vraag nr. 412 van Trees Pieters van 8 juni 2004, antwoordde de minister op 5 oktober 2004, dat voormelde afwijking van de uitdrukkelijke wettelijke bepaling werd afgeschaft en dat teruggegaan werd naar een strikte toepassing van het toenmalige artikel 57, 1° WIB 1992: "Derhalue dienen er, behoudens in de gevallen waarin de inkomsten die aan niet-inwoners worden betaald of toegekend op individuele fiches 281.30 en een samenvattende opgave 325.30 moeten worden vermeld, in principe steeds individuele fiches 281.50 en een samenvattende opgave 325.50 te worden opgemaakt met betrekking tot de commissies, makelaarslonen, erelonen, enz. die zijn betaald aan niet-inwoners voor wie deze inkomsten beroepsinkomsten uitmaken, ongeacht hun fiscale woonplaats. "(zie aanvullend stuk 6 van de administratie).

Het hof oordeelt dat het arrest van het Hof van Cassatie van 12 september 2003 (TFR 2004, nr. 255, p. 121) ter zake niet relevant is, vermits dit arrest betrekking heeft op aanslagjaar 1991, met andere woorden de periode waarin de administratie zelf verwarring had gezaaid door haar administratieve richtlijnen.

Voor onderhavig aanslagjaar (2007) was de toestand intussen duidelijk.

De wijziging van de tekst van artikel 57, 1° WIB 1992 door de programmawet van 20 juli 2006 doet hieraan geen afbreuk, vermits reeds op basis van de oude wettekst duidelijk was dat er een ficheverplichting bestond voor betalingen aan buitenlandse genieters. De nieuwe formulering van artikel 57, 1° WIB 1992 breidt het toepassingsgebied van deze wet niet uit. Dit blijkt ook uit de memorie van toelichting bij artikel 43 van de wet van 20 juli 2006: "Dit artikel vult artikel 57, 1° WIE 1992 aan teneinde duidelijk te stellen dat een individuele fiche nr. 281.50 en een samenvattende opgave 325.50 moeten worden opgesteld wanneer commissielonen, makelaarslonen, erelonen, enz. worden betaald of toegekend aan personen voor wie die vergoedingen beroepsinkomsten zijn, ongeacht of die in België dan wel in het buitenland belastbaar zijn. De verduidelijking in artikel 57 WIE 1992 is nodig omdat de administratie signalen opvangt dat sommige rechtbanken geneigd zijn de verplichting om individuele fiches 281.50 op te stellen slechts te laten gelden wanneer de verkrijger van de beroepsinkomsten aan de Belgische inkomstenbelasting onderworpen is.t.i.)." (Gedr.St. Kamer 2005-06, 51, nr. 2518/001, p. 48-49).

Ook hier kan de belastingplichtige zich niet beroepen op het vertrouwensbeginsel, vermits de wet duidelijk is en vermits ook het administratief standpunt ter zake duidelijk was sinds 1999.

Tot slot blijkt uit geen enkel gegeven dat de betrokken vergoeding in het buitenland zou zijn aangegeven.

2.2.4. Algemene beginselen

Volgens de belastingplichtige werd de motiveringsverplichting geschonden, doordat geen uitleg gevraagd werd aan de belastingplichtige en doordat geen motivering werd gegeven bij het vestigen van de aanslag.

Het hof oordeelt dat het bericht van wijziging en de kennisgeving van aanslag van ambtswege afdoende werden gemotiveerd, en stelt vast dat de belastingplichtige niet de moeite nam om hierop te reageren. De belastingplichtige heeft al zijn rechten kunnen uitputten in de bezwaarfase. Er ligt dan ook geen schending voor van de motiveringsverplichting.

Er is evenmin sprake van een schending van het zorgvuldigheids-, redelijkheids- en evenredigheidsbeginsel. Er kan de administratie niet verweten worden op basis van de gegevens waarover ze beschikte een correcte toepassing te hebben gemaakt van de wet.

Het hof oordeelt verder dat er in deze geen sprake is van een schending van het gelijkheidsbeginsel. Uit wat hierboven werd uiteengezet blijkt dat artikel 219 WIB 1992 correct werd toegepast, zonder onderscheid naar gelang de verblijfplaats van de genieter.

Om bovenvermelde reden (zie punt 2.3.) is er evenmin een schending van het vertrouwensbeginsel. De belastingplichtige wist of kon weten dat dergelijke betalingen onderworpen waren aan de afzonderlijke aanslag van artikel 219 WIB 1992.

 

De belastingplichtige verzocht niet om gehoord te worden in het bezwaarschrift, zodat de administratie niet verplicht was de vennootschap hiertoe uit te nodigen.

3. Beslissing

Het hof beslist bij arrest op tegenspraak.

De rechtspleging verliep in overeenstemming met de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van de taal in gerechtszaken.

Het hof verklaart het hoger beroep van V.C.J. in zijn hoedanigheid van gerechtelijk vereffenaar van NV S.B. toelaatbaar, doch slechts zeer beperkt gegrond.

Het hof hervormt het beroepen vonnis.

Het hof verklaart de vordering van V.C.J. in zijn hoedanigheid van gerechtelijk vereffenaar van NV S.B. toelaatbaar doch ongegrond.

Het hof veroordeelt V.C.J. in zijn hoedanigheid van gerechtelijk vereffenaar van NV S.B. tot de kosten van het geding, vereffend op 0,00 EUR.

Waar aanwezig waren: D. Wouters, raadsheer wnd. voorzitter; S. Berneman en M. Ghyselen, raadsheren.

Noot : A. Bellens, RABG2013/11, 690

De aanslag geheime commissielonen: nog langer een vergoedend karakter?

Bronvermeldingen

Zie ook C. CHEVALIER, Vademecum Vennootschapsbelasting 2012, Gent, Larcier, p. 1326.

Cass. 12 september 2003, TFR 2004, afl. 255, p. 121 met noot van J. VAN GOMPEL.

Parl. Vr. nr. 412 van Trees Pieters d.d. 8 juni 2004, Vr.en Antw. Kamer 2003-04, nr. 49, p. 7446.

 

Parl, Vr. nr. 412 van Trees Pieters d.d. 8 juni 2004, Vr.en Antw. Kamer 2003-04, nr. 49, p. 7446;

Parl, Vr. nr. 792 van De Clippele d.d. 20 juli 2000 Vr.en Antw. Senaat 2000-01, nr. 2-32, p. 1578.

Rb. Bergen 9 november 2010, Fiscollog 2011, nr. 1252, p. 14.

Rb. Leuven 11 januari 2013, besproken door J. VAN DYCK, in Fiscoloog 2013, nr. 1337, p. 3.

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 15/08/2013 - 14:30
Laatst aangepast op: vr, 16/08/2013 - 11:55

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.