-A +A

Buitengewone termijnen - Rechtsvordering

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
don, 17/10/2013

De belasting of de aanvullende belasting mag worden gevestigd, zelfs nadat de in artikel 259 bepaalde termijn is verstreken, ingeval een rechtsvordering uitwijst dat belastbare inkomsten niet werden aangegeven in één der vijf jaren vóór het jaar waarin de vordering is ingesteld. In dat geval moet de belasting op grond van artikel 263, § 2, 3° WIB 1964 worden gevestigd binnen twaalf maanden te rekenen vanaf de datum waarop tegen de beslissing over de rechtsvordering geen verzet of voorziening meer kan worden ingediend.

Voormeld artikel 263 heeft als doel in de gevallen erin bepaald, de administratie een verlengde termijn te geven waarin zij een aanslag kan vestigen.

Het derde lid van paragraaf 1 sluit uit dat de administratie een belasting of aanvullende belasting zou vestigen voor belastbare inkomsten, die niet werden aangegeven meer dan vijf jaar vóór het jaar waarin de rechtsvordering, waaruit de niet-aangifte blijkt, is ingesteld.

Het laat de administratie wel toe, binnen de verlengde termijn, ook de inkomsten te belasten, die na het instellen van de rechtsvordering niet werden aangegeven en waarvan het bestaan door de rechtsvordering aan het licht is gebracht.

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2014/10
Pagina: 
650
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 15 februari 2011.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. Krachtens het te dezen toepasselijke artikel 263, § 1, 3° WIB 1964, mag de belasting of de aanvullende belasting worden gevestigd, zelfs nadat de in artikel 259 bepaalde termijn is verstreken, ingeval een rechtsvordering uitwijst dat belastbare inkomsten niet werden aangegeven in één der vijf jaren vóór het jaar waarin de vordering is ingesteld. In dat geval moet de belasting op grond van artikel 263, § 2, 3° WIB 1964 worden gevestigd binnen twaalf maanden te rekenen vanaf de datum waarop tegen de beslissing over de rechtsvordering geen verzet of voorziening meer kan worden ingediend.

2. Voormeld artikel 263 heeft als doel in de gevallen erin bepaald, de administratie een verlengde termijn te geven waarin zij een aanslag kan vestigen.

Het derde lid van paragraaf 1 sluit uit dat de administratie een belasting of aanvullende belasting zou vestigen voor belastbare inkomsten, die niet werden aangegeven meer dan vijf jaar vóór het jaar waarin de rechtsvordering, waaruit de niet-aangifte blijkt, is ingesteld.

Het laat de administratie wel toe, binnen de verlengde termijn, ook de inkomsten te belasten, die na het instellen van de rechtsvordering niet werden aangegeven en waarvan het bestaan door de rechtsvordering aan het licht is gebracht.

3. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat er in hoofde van de verweerder een aanvullende belasting werd gevestigd voor de aanslagjaren 1986 tot en met 1990 op grond van artikel 263, § 1, 3° WIB 1964.

4. De appelrechters, die vaststellen dat de rechtsvordering werd ingesteld in 1987, vermochten niet zonder schending van artikel 263, § 1, 3° WIB 1964 te oordelen dat de bijzondere aanslagtermijn niet toepasselijk is voor de aanslagjaren 1987 tot 1989 om reden dat deze jaren geen van de vijf jaren zijn voorafgaand aan het jaar waarin de vordering is ingesteld.

Het onderdeel is gegrond.

Tweede onderdeel
5. De appelrechters oordelen dat de bijzondere aanslagtermijn, aangezien de rechtsvordering werd ingesteld in 1987, niet van toepassing is omdat de inkomsten van de jaren 1986 tot 1990 moesten worden aangegeven in 1987, 1988, 1989, 1990 en deze jaren geen van de vijf jaren zijn voorafgaand aan het jaar waarin de vordering is ingesteld.

6. Zij oordelen voor het aanslagjaar 1991 dat:

uit het bericht van wijziging van de aangifte zou moeten blijken dat de inspecteur op 9 januari 1995 het klantendossier heeft ingezien dat op 27 augustus 1993 door de gerechtelijke politie werd overgemaakt aan de onderzoeksrechter en dat vanaf die datum de eiser zekerheid zou gehad hebben over de bewijskrachtige gegevens;
de loutere bevestiging van de datum door de taxatieambtenaar als bewijs hierop neerkomt dat de bewijslast bij de belastingplichtige ligt, hetgeen een niet-toegelaten omkering van de bewijsvoering uitmaakt;
niemand zichzelf een bewijs kan verschaffen;
aangezien de aanslag gevestigd is op basis van artikel 263, § 1, 4° en artikel 263, § 2, 4° WIB 1964 deze artikelen geschonden zijn en de aanslag moet worden vernietigd.
7. De appelrechters geven aldus te kennen dat een aanslag, die door de administratie werd gevestigd op basis van artikel 263, § 1, 4° WIB 1964 moet worden vernietigd indien deze wetsbepalingen niet toelaten om de belasting op wettige wijze te vestigen.

Door hun beslissing dat de aanslagtermijn van artikel 263, § 1, 3° WIB 1964 enkel geldt voor inkomsten die niet werden aangegeven in één van de vijf jaar voor het jaar waarin de rechtsvordering is ingesteld, dienden zij niet meer te antwoorden op het in het onderdeel bedoelde verweer met betrekking tot het aanslagjaar 1991.

Het onderdeel mist feitelijke grondslag.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over de aanslagjaren in de personenbelasting 1986 tot en met 1990.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel.

Noot: 

Sas, T., « Jackpot voor de fiscus: cassatie bevestigt de ruime interpretatie van de bijzondere aanslagtermijn “rechtsvorderingen” », R.A.B.G., 2014/10, p. 652-656

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 06/07/2017 - 14:09
Laatst aangepast op: do, 06/07/2017 - 14:09

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.