-A +A

BTW openbare orde

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
don, 09/10/2014
A.R.: 
F.11.0124.F

Aangezien belastingen van openbare orde zijn, moeten de gerechtelijke rechtscolleges zelf in feite en in rechte uitspraak doen binnen de grenzen van het geschil dat bij hen aanhangig is gemaakt, ongeacht de nietigheid waardoor de gewezen administratieve beslissing is aangetast (1).(1) Zie concl. OM in Pas. 2014, nr. … .

Dat arrest moet worden vergeleken met het arrest van het Hof van 3 maart 2011 (AR F.08.0082.F, AC 2011, nr. 178, voorafgegaan door concl. OM). In tegenstelling tot dit arrest, dat het eerste middel verwerpt op grond dat het niet ontvankelijk is wegens gebrek aan belang, aangezien het Hof in de vermeldingen van het bestreden arrest, die het weergeeft, een afzonderlijke en voldoende grondslag ziet voor de beslissing tot nietigverklaring van het dwangbevel wegens vormgebrek, door een twijfelachtige delegatie aan een ambtenaar die het litigieuze dwangbevel geviseerd en uitvoerbaar verklaard heeft, concludeerde het OM tot verwerping omdat de twee onderdelen van het middel, zoals ze waren verwoord en gelet op, m.n., het toepasselijke recht dat het OM in zijn conclusie had onderzocht, niet konden worden aangenomen.

Het arrest verantwoordt niet naar recht zijn beslissing om de fiscus te veroordelen tot terugbetaling, aan de belastingplichtige, van alle bedragen die hij ontvangen of in beslag genomen heeft op grond van een dwangbevel, dat het arrest nietig verklaart omdat het werd geviseerd en uitvoerbaar verklaard door een ambtenaar die daartoe geen regelmatige delegatie had ontvangen, wanneer dat arrest, dat uitsluitend uitspraak doet over een middel dat is gegrond op de formele onregelmatigheid van het dwangbevel, geen uitspraak doet over de betwisting die bij het hof van beroep aanhangig is gemaakt en die betrekking heeft op het bestaan van de belastingschuld (1). (1) Zie concl. OM in Pas. 2014, nr. … .

Dat arrest moet worden vergeleken met het arrest van het Hof van 3 maart 2011 (AR F.08.0082.F, AC 2011, nr. 178, voorafgegaan door concl. OM). In tegenstelling tot dit arrest, dat het eerste middel verwerpt op grond dat het niet ontvankelijk is wegens gebrek aan belang, aangezien het Hof in de vermeldingen van het bestreden arrest, die het weergeeft, een afzonderlijke en voldoende grondslag ziet voor de beslissing tot nietigverklaring van het dwangbevel wegens vormgebrek, door een twijfelachtige delegatie aan een ambtenaar die het litigieuze dwangbevel geviseerd en uitvoerbaar verklaard heeft, concludeerde het OM tot verwerping omdat de twee onderdelen van het middel, zoals ze waren verwoord en gelet op, m.n., het toepasselijke recht dat het OM in zijn conclusie had onderzocht, niet konden worden aangenomen.

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. F.11.0124.F
BELGISCHE STAAT, minister van Financiën,
tegen
SEB TRADING nv,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen de arresten van het hof van beroep te Bergen van 21 oktober 2010 en 19 mei 2011.

II. CASSATIEMIDDELEN
De eiser voert in zijn verzoekschrift, dat aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF
(...)
Tweede middel
Eerste onderdeel

Aangezien belastingen van openbare orde zijn, moeten de gerechten van de rech-terlijke orde zelf in feite en in rechte uitspraak doen binnen de grenzen van het geschil dat bij hen aanhangig is gemaakt, ongeacht de nietigheid waardoor de gewe-zen administratieve beslissing is aangetast.

Uit de processtukken blijkt dat de verweerster het hof van beroep gevraagd heeft zowel het litigieuze dwangbevel als het proces-verbaal van regularisatie dat als basis ervoor dient, nietig en zonder gevolg te verklaren en de eiser te veroordelen haar alle bedragen terug te storten die hij krachtens dat dwangbevel of het proces-verbaal van regularisatie verkregen of in beslag genomen heeft.

Het arrest, enkel rechtdoende over een middel dat steunt op de formele onregel-matigheid van het dwangbevel, overweegt dat voormeld bevel nietig is omdat het door een onbevoegde ambtenaar werd geviseerd en uitvoerbaar werd verklaard.

Het bestreden arrest van 19 mei 2011 dat, om die reden, geen uitspraak doet over het geschil dat bij het hof van beroep aanhangig was gemaakt en dat betrekking had op het bestaan van de belastingschuld, verantwoordt niet naar recht zijn be-slissing om de eiser te veroordelen tot terugbetaling, aan de verweerster, van "alle bedragen die krachtens dat dwangbevel of het proces-verbaal van regularisatie van 16 november 2006 zijn verkregen of in beslag zijn genomen".

Het onderdeel is gegrond.
(...)

Dictum
Het Hof,
Vernietigt het bestreden arrest van 19 mei 2011, in zoverre het de eiser veroordeelt tot de terugbetaling, aan de verweerster, van alle bedragen die krachtens het dwangbevel of het proces-verbaal van regularisatie van 16 november 2006 zijn verkregen of in beslag zijn genomen en in zoverre het uitspraak doet over de kos-ten.
Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.
Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.
Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, en in openbare terechtzitting van 9 oktober 2014

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 09/07/2017 - 10:07
Laatst aangepast op: zo, 09/07/2017 - 10:07

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.