-A +A

Boedelschulden bij ontbinding met vereffening zijn geen boedelschulden meer bij het latere faillissement

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Antwerpen
Datum van de uitspraak: 
maa, 22/04/1996

Schulden van de vereffeningsboedel kunnen een preferente uitbetaling genieten ten aanzien van de schulden in de vereffeningsboedel.

Te dezen is er sprake van een vennootschap die eerst ontbonden wordt met aanstelling van een vereffenaar en met het onstaan van een vereffeningsboedel in de vereffening, waarna de vennootschap in vereffening failliet wordt verklaard met een vereffeningsboedel, de faillissementsboedel tot gevolg.

De ontbinding van een vennootschap, gevolgd door haar vereffening, verhindert niet dat vastgesteld kan worden dat zij tijdens de afhandeling van haar vereffening ophoudt te betalen en dat haar krediet wankelt.

De invereffeningstelling staat de de staat van faillissement niet in de weg.

De ontbonden en in vereffening gestelde N.V. A. is tijdens haar vereffening failliet werd verklaard;

De samenloop, die ontstond ingevolge de ontbinding en de invereffeningstelling van de vennootschap, heeft op onherroepelijke wijze het recht op gelijke behandeling van de schuldeisers, behoudens van die met voorrang, vastgelegd (art. 184, eerste lid, Venn.W.);

De gevolgen van deze samenloop blijven doorwerken bij een latere faillietverklaring;

Let wet blijkens art. 451 Faill.W. het zijn slechts de schuldeisers wier schuldvordering gewaarborgd is door een bijzonder voorrecht, een pand of een hypotheek, en buiten de samenloop blijven, die het gelijkheidsbeginsel niet ondergaan;

Een schuld van het beheer van de vereffening van de vennoootschap in vereffening is niet gelijk te stellen met een boedelschuld in het faillissement.

Een dergelijk recht ten aanzien van de faillissementsboedel is naar luid van art. 461 Faill.W. voorbehouden «aan de kosten en uitgaven voor het beheer van het faillissement», hierin begrepen de eventueel uit de toepassing van art. 475 Faill.W. ontstane vorderingen.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
1996-1997
Pagina: 
712
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

B.V. O. t/ Faillissement N.V. A.

Overwegende dat partijen niet betwist hebben dat de ontbinding van de N.V. A. op 8 juli 1986 een samenloop van schuldeisers heeft doen ontstaan; dat de ontbonden vennootschap van toen af immers nog blijft bestaan voor haar vereffening (art. 178, eerste lid, Venn.W.), m.a.w. om met al haar activa de vorderingen van haar schuldeisers te voldoen; dat de samenloop er niet aan in de weg staat dat de vereffeningsboedel de verbintenissen moet nakomen die uit haar beheer voortkomen en de lasten ervan moet dragen; dat deze boedelschulden dan ook slechts kunnen bestaan wanneer de vereffenaar zich verbonden heeft, hetzij door een dergelijke nieuwe verbintenis aan te gaan, hetzij door een bestaande verbintenis verder te zetten met het oog op een behoorlijke afwikkeling van de vereffening; dat de verbintenissen aangegaan en uitgevoerd vóór de invereffeningsstelling geen aanleiding geven tot het ontstaan van boedelschulden; dat dit echter wel het geval kan zijn met verbintenissen aangegaan vóór de invereffeningstelling maar waarvan de uitvoering nog gaande is op dat ogenblik of slechts daarna moet worden aangevat; dat de vereffenaars in dat geval immers geplaatst worden voor het vraagstuk of zij deze contracten met het oog op het beheer van de vereffening beëindigen dan wel nog tijdelijk verder zetten en een beheersbeslissing zich opdringt;

...

Overwegende dat partijen niet betwist hebben dat de schulden van de vereffeningsboedel een preferente uitbetaling kunnen genieten ten aanzien van de schulden in de vereffeningsboedel; dat appellante evenwel aanspraak meent te kunnen maken op dezelfde preferente behandeling ten aanzien van de faillissementsboedel; dat geïntimeerden dit betwisten en bij incidenteel beroep vorderen de eis van appellante volledig ongegrond te verklaren; dat zij beweren dat de schuldvordering van appellante hoogstens kan aanvaard worden in het gewoon passief van het faillissement; dat de ontbinding van een vennootschap, gevolgd door haar vereffening, niet verhindert dat vastgesteld kan worden dat zij tijdens de afhandeling van haar vereffening ophoudt te betalen en dat haar krediet wankelt; dat de invereffeningstelling de staat van faillissement niet in de weg staat; dat zo te dezen blijkt dat de ontbonden en in vereffening gestelde N.V. A. tijdens haar vereffening failliet werd verklaard; dat de samenloop, die ontstond ingevolge de ontbinding en de invereffeningstelling van de vennootschap, op onherroepelijke wijze het recht op gelijke behandeling van de schuldeisers, behoudens van die met voorrang, heeft vastgelegd (art. 184, eerste lid, Venn.W.); dat de gevolgen van deze samenloop doorwerken bij een latere faillietverklaring;

dat hieraan evenwel niet in de weg staat dat blijkens art. 451 Faill.W. slechts de schuldeisers wier schuldvordering gewaarborgd is door een bijzonder voorrecht, een pand of een hypotheek, buiten de samenloop blijven, dat slechts dezen het gelijkheidsbeginsel niet ondergaan; dat de vordering van appellante in die zin niet «bevoorrecht» is en de gevorderde preferente betaling hierop niet kan steunen; dat appellante het beweerd recht op uitbetaling van haar vordering vóór de evenredige uitdeling slechts kan baseren op de omstandigheid dat deze een schuld is van het beheer van de vereffening; dat een dergelijk recht ten aanzien van de faillissementsboedel naar luid van art. 461 Faill.W. voorbehouden is «aan de kosten en uitgaven voor het beheer van het faillissement», hierin begrepen de eventueel uit de toepassing van art. 475 Faill.W. ontstane vorderingen; dat de band tussen het beheer van het faillissement en de vordering van appellante echter ontbreekt; dat appellante haar recht op uitbetaling dan ook niet aan de faillissementsboedel kan tegenwerpen;

...

Noot: 

Eric Dierickx, Boedelschulden en opeenvolging van situaties van samenloop, RW 1996-1997

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 19/10/2017 - 17:35
Laatst aangepast op: do, 19/10/2017 - 17:35

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.