-A +A

Bijzondere verbeurdverklaring wordt toegepast op de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
woe, 14/12/1994
A.R.: 
P941033F

Art. 42, 3°, Sw. bepaalt dat de bijzondere verbeurdverklaring wordt toegepast op de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen, op de goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld en op de inkomsten uit de belegde voordelen.

Door de invoering van de bepaling dat, indien de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen, de goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld en de inkomsten uit de belegde voordelen niet kunnen worden gevonden in het vermogen van de veroordeelde, de rechter de geldwaarde ervan raamt en de verbeurdverklaring betrekking heeft op een daarmee overeenstemmend bedrag, maakt de wetgever de feitenrechter bevoegd om het geldelijk bedrag te ramen dat overeenkomt met de rechtstreeks uit het misdrijf verkregen voordelen, zonder hem de mogelijkheid te ontnemen om, bij ontstentenis van nauwkeurige gegevens, dat bedrag ex aequo et bono te ramen. (Artt. 42, 3°, Sw. en 43bis, tweede lid Sv.).

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
1996-1997
Pagina: 
850
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

HET HOF,

Gelet op het bestreden arrest, op 28 juni 1994 door het Hof van Beroep te Luik gewezen;

A. In zoverre de voorzieningen gericht zijn tegen de beslissingen op de tegen de eisers ingestelde strafvordering :

Over het middel : schending van de artikelen 42, 3°, en 43bis van het Strafwetboek,

doordat het bestreden arrest, na bepaalde aan de eisers ten laste gelegde feiten bewezen te hebben verklaard, met toepassing van de artikelen 42, 3°, en 43bis van het Strafwetboek, de verbeurdverklaring beveelt van de uit de misdrijven verkregen voordelen; dat het hof van beroep overweegt "dat het immers aan het hof (van beroep) staat te oordelen of de verbeurdverklaring moet worden bevolen en dat deze volgens het hof in casu moet worden bevolen, gelet op de omvang van de uit die misdrijven verkregen vermogensvoordelen; artikel 43bis, tweede lid, van het Strafwetboek bepaalt dat een met die voordelen overeenstemmend bedrag mag worden verbeurdverklaard, wanneer het, zoals te dezen, niet mogelijk is te ontdekken wat er van de vermogensvoordelen geworden is; dat het hof (van beroep) oordeelt dat de bedragen, die commissaris Flaba heeft vermeld in het proces-verbaal van de terechtzitting dd. 26 april 1994 van het hof van (beroep) een maximale raming zijn en dat de raming ten aanzien van ieder van de beklaagden redelijkerwijs ex aequo et bono moet geschieden",

terwijl de bijzondere verbeurdverklaring, bedoeld in de artikelen 42, 3°, en 43bis een straf is; de verbeurdverklaring betrekking heeft op de vermogensvoordelen die uit een misdrijf zijn verkregen; de strafrechter, wanneer hij niet kan ontdekken wat er van de vermogensvoordelen geworden is, een met die voordelen overeenstemmend bedrag verbeurd kan verklaren; de vermogensvoordelen in dat geval moeten worden geraamd aan de hand van alle beschikbare inlichtingen over de verkregen voordelen en van ieder ander feitelijk gegeven dat van nut kan zijn; de rechter zich, zo nodig, met het oog op een juiste raming, kan laten bijstaan door een deskundige; het aldus de plicht is van de rechter om, zo nodig met de hulp van een deskundige, in concreto het geldelijke equivalent van de verkregen voordelen te bepalen; de raming met het oog op de toepassing van deze straf derhalve niet ex aequo et bono of naar billijkheid mag geschieden; het bestreden arrest derhalve, nu het met het oog op de bijzondere verbeurdverklaring een raming ex aequo et bono verricht, de artikelen 42, 3°, en 43bis van het Strafwetboek schendt :

Overwegende dat artikel 42, 3°, van het Strafwetboek bepaalt dat de bijzondere verbeurdverklaring wordt toegepast op de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen, op de goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld en op de inkomsten uit de belegde voordelen; dat artikel 43bis, tweede lid, van voormeld wetboek daaraan toevoegt dat, indien de zaken bedoeld in artikel 42, 3° niet kunnen worden gevonden in het vermogen van de veroordeelde, de rechter de geldwaarde ervan raamt en de verbeurdverklaring betrekking heeft op een daarmee overeenstemmend bedrag;

Overwegende dat de wetgever aldus de feitenrechter bevoegd maakt om het geldelijk bedrag te ramen dat overeenkomt met de rechtstreeks uit het misdrijf verkregen voordelen, zonder hem de mogelijkheid te ontnemen om, bij ontstentenis van nauwkeurige gegevens, de raming ex aequo et bono te verrichten;

Overwegende dat het hof van beroep, nu het beslist dat de bedragen, die commissaris Flaba vermeld had in het proces-verbaal van de terechtzitting dd. 26 april 1994 van het hof van beroep, een maximale raming waren, en nu het de waarde van de rechtstreeks uit het misdrijf verkregen vermogensvoordelen ex aequo et bono vermindert tot het bedrag van 3 000 000 frank, de tegen ieder van de eisers uitgesproken verbeurdverklaring van een equivalent bedrag naar recht verantwoordt;

Dat het middel niet kan worden aangenomen;

En overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen;

B. In zoverre de voorzieningen gericht zijn tegen de beslissingen op de tegen de eisers ingestelde burgerlijke rechtsvorderingen;

Overwegende dat de eisers geen middel aanvoeren;
OM DIE REDENEN,
Verwerpt de voorzieningen;
Veroordeelt iedere eiser in de kosten van zijn voorziening.

Noot: 

VAN CAENEGEM, Piet, 'Art. 43bis Sw. en de raming ex aequo et bono', Rec. Cass., 1995, p. 98-100;
RECENTE CASSATIE VAN CAENEGEM,P. 1995(P.98-100)
REVUE DE DROIT PENAL ET DE CRIMINOLOGIE null 1995(P.650)
JOURNAL DES TRIBUNAUX null 1995(P.315)
PASICRISIE BELGE null 1994
ARRESTEN VAN HET HOF VAN CASSATIE null 1994(II,P.1108)

• E. Francis, “Algemene principes van de bijzondere verbeurdverklaring en het beslag in strafzaken”, T.Strafr. 2011, (306), p. 318, nr. 3;

• J. Rozie, Voordeelsontneming, Antwerpen, Intersentia, 2005, p. 225, nr. 164;

• F. Schuermans, “Cassatie verduidelijkt regels rond begroting van crimineel vermogensvoordeel”, De Juristenkrant 2016, afl. 321, p. 5.

Overige cassatierechtspraak:

• Cass. 14 december 1994, RW 1996-97, 850, noot A. Vandeplas;

• Cass. 13 november 2007, NC 2008, 201, noot E. Francis.

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 29/10/2017 - 17:16
Laatst aangepast op: zo, 29/10/2017 - 17:16

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.