-A +A

Bibliotheekboete moet proportioneel zijn

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
woe, 05/12/2012
A.R.: 
2011/AR3253

Boeken, DVD's, video's en ook andere roerende goederen worden frequent verhuurd. De voorwaarden die bij dergelijke huur bedongen wordt, is een huur voor bepaalde duur, waarbij er een boete in rekening wordt gebracht wanneer de goederen niet tijdig worden teruggebracht.

De uilener heeft inderdaad schade wanneer de goederen niet tijdig worden teruggebracht. Doch deze vergoedingen kunnen zeer hoog oplopen gezien zij in de regel per dag worden berekend en na enige tijd de boete meer kan bedragen dan de waarde van de goederen.

Bovendien voorzien de voorwaarden in deze huurcontracten dan nog eens dat in geval van diefstal of verlies de huurder dan nog eens de kostprijs van het boek/film/bestand/video dient te betalen boven de voormelde boetes.

De rechtspraak stelt daarom dat deze boetes dienen proportioneel te zijn en rekening dient gehouden met de subsidiariteitsrefel en er bovendien geen dubbel gebruik mogen uitmaken met de schade voor de vervanging van het boek/de film [...]

Publicatie
tijdschrift: 
DCCR
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2014
Pagina: 
105
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Hof van beroep te Gent

12bis Kamer

Terechtzitting van 5 december 2012

Verstekt.a.v. geïntimeerde

2011 /AR/3253 - In de zaak van: STAD AALST,

Vertegenwoordigd door haar college van burgemeester en schepenen, zetelend te 9300 AALST, Grote Markt 2,

appellante,

tegen:

X, wonende te 9340 LEDE, , geïntimeerde, niet verschenen

velt het hof het volgend arrest:

De Stad Aalst werd gehoord in openbare terechtzitting in haar middelen en de door haar neergelegde stukken werden ingezien.

Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van dit hof op 1 december 2011, stelde de Stad Aalst hoger beroep in tegen het vonnis dat op 7 januari 2011 tussen partijen bij verstek ten aanzien van X genoemd) gewezen werd door de vijfde kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde.

Antecedenten

1. In haar dagvaarding van 18 november 2010 zette. de Stad Aalst uiteen dat-X haar betaling verschuldigd bleef van de waarde van 14 Dvd's en 4 Cd-rom's, die hij uit de stadsbibliotheek ontleend had, evenals van een uitleenvergoeding, portkosten en aanmaningen.

Zij begrootte de waarde van de uitgeleende en niet teruggebrachte goederen op 522,83 EUR. Volgens haar diende dit bedrag vermeerderd te worden met een uitleenvergoeding van 0,50 EUR per dag per ontleend "materiaal" of samen 9,00 EUR per dag. Afgerekend op 29 oktober 2010 was X volgens de Stad Aalst een uitleenvergoeding verschuldigd van 2.097,00 EUR. Bovendien rekende zij nog 1,50 EUR aan voor twee aanmaningen en 7,50 EUR voor een aangetekende ingebrekestelling.

De Stad Aalst vorderde aldus de veroordeling van X tot betaling van 2.628,83 EUR, meer 0,50 EUR ontleenvergoeding per ontleend "materiaal" per dag vanaf 29 oktober 2010, meer de moratoire intresten gelijk aan de wettelijke intresten vanaf de datum van ingebrekestelling d.d. 26 mei 2010, de gerechtelijke Intresten en de kosten van het geding.

2. Bij vonnis van 7 januari 2011, bij verstek gewezen ten aanzien van~ verklaarde de eerste rechter de· vorderingen van de Stad Aalst ontvankelijk en in de volgende mate gegrond: hij veroordeelde-tot betaling aan de Stad Aalst van 522,83 EUR, vermeerderd met de moratoire intrest vanaf 9 februari 2010 tot 18 november 2010 en met de gerechtelijke moratoire intrest vanaf 18 november 2010 tot en met de datum van de effectieve betaling, telkens op 522,83 EUR en tegen de wettelijke rentevoet;

hij verwees X,· tot de kosten van het geding, aan de zijde van de Stad Aalst begroot op 212,42 EUR dagvaarding en rolstelling en 125,00 EUR rechtsplegingsvergoeding en wees het meer gevorderde af als ongegrond.

De eerste rechter stelde dat volgens de folder "tarieven", die deel uitmaakte van het door X in zijn hoedanigheid van gebruiker van de bibliotheek aanvaard "Reglement voor de gebruiker", de ontlener bij overschrijding van de uitleentermijn de afgifte van het ontleende materiaal verschuldigd was én een boete, die per ontleende Cd-rom of DVD per uitleendag 0,50 EUR bedroeg, vermeerderd met de aanmaningskosten van 0,75 EUR voor een eerste aanmaningsbrief en 7,50 EUR voor de tweede, aangetekende, aanmaningsbrief. Bij verlies of beschadiging van het ontleende materiaal, was vervangingsmateriaal verschuldigd, vermeerderd met de bewerkingskosten of een vergoeding van de kostprijs van het materiaal, vermeerderd met de bewerkingskosten.

De eerste rechter overwoog dat. X in de gegeven omstandigheden, mede gelet op het gebrek aan reactie en bij gebrek aan tegenspraak, bij wijze van schadevergoeding de gevorderde vervangingswaarde van de ontleende en niet teruggebrachte materialen voor in totaal 522,83 EUR verschuldigd was. De Stad Aalst kon volgens de eerste rechter evenwel niet gevolgd worden waar zij, boven dit bedrag, tevens aanspraak maakte op betaling van de voor het geval van overschrijden van de uitleentermijn bedongen boete en aanmaningskosten. Hij stelde dat dezelfde schade geen twee keer kon worden vergoed. Hij merkte bovendien op dat nergens In het reglement van de gebruiker bedongen werd dat, naast de vergoeding van de kostprijs van het ontleende materiaal, De Stad Aalst in geval van verlies of diefstal van het materiaal, op afzonderlijke wijze de aanmaningskosten en/of steeds verder lopende boete per uitleendag kon in rekening bren· gen. Bij gebrek aan andersluidende overeenkomst moest volgens hem aangenomen worden dat de vergoeding van 522,83 EUR allesomvattend was.

3. Het hoger beroep van de Stad Aalst strekt ertoe dat het hof haar oorspronkelijke vordering gegrond verklaart.

 

Zij acht zich gegriefd omdat de eerste rechter oordeelde dat tweemaal vergoeding zou worden gevorderd voor dezelfde schade. Zij benadrukt dat een onderscheid dient gemaakt te worden tussen enerzijds de vergoeding van de kostprijs van de ontleende materialen, die haar moeten toelaten de niet teruggebrachte materialen te vervangen, en ·anderzijds de vergoeding wegens het feit dat zij de betreffende werken niet meer kan uitlenen· aan andere leden van haar bibliotheek wegens het te laat binnenbrengen van de ontleende materialen.

De Stad Aalst stelt dat het reglement van de gebruiker In die zin moet worden begrepen dat bij verlies of diefstal de kostprijs van het materiaal moet worden vergoed vóór het verstrijken van de uitleentermijn. Indien de uitleentermijn verstreken Is, dient daarenboven een boete van 0,50 EUR per uitleendag per werk, alsook de aanmaningskosten, te worden betaald. ·

Beoordeling

1. Er ligt geen exploot van betekening van het bestreden vonnis voor en het blijkt niet dat het betekend werd. Het hoger beroep van de Stad Aalst, dat tijdig werd ingesteld en regelmatig is naar de vorm, is ontvankelijk. ·

2. Het verzoekschrift tot hoger beroep werd, in toepassing van artikel 1056,2° Ger.W., bij kennisgeving van 2 december 2012 verzonden aan X,. op het adres waar hij, blijkens het uittreksel uit het rijksregister, gehecht aan de dagvaarding van 18 november 2010, zijn woonplaats had. De gerechtsbrief werd evenwel onbesteld teruggestuurd met de vermelding dat X geen briefwisseling meer ontving op dit adres. De zaak werd op de openbare terechtzitting van 4 januari 2012 naar de bijzondere rol verzonden. Bij kennisgeving van 6 februari 2012 werd het verzoekschrift tot hoger beroep dan ter kennis gebracht van X op zijn het adres waar hij volgens de Stad Aalst op dat ogenblik was ingeschreven.

Op 29 maart 2012 verzocht De Stad Aalst het hof een rechtsdag te bepalen op grond van artikel 803 Ger.W., De zaak werd met een kennisgeving van 26 april 2012 op basis van de artikelen 803 en 804 vastgesteld op de openbare terechtzitting van 23 mei 2012. Op deze zitting verscheen X niet, terwijl

bleek of hij de oproeping had ontvangen. Het hof verzocht de Stad Aalst een getuigschrift van woonst van X voor te leggen en de zaak werd opnieuw naar de bijzondere rol verzonden. Bij brief, neergelegd ter griffie van dit hof op 11 juli 2012, deelde de Stad Aalst een getuigschrift van woonst mee, waaruit bleek dat X gedomicilieerd was op het adres, waarnaar de kennisgevingen van 6 februari 2012 en 26 april 2012 waren· verzonden. Ingevolge een verzoek van de Stad Aalst om opnieuw een rechtsdag te bepalen, werd de zaak in toepassing van de artikelen 803 en 804 Ger.W. bij kennisgeving van 12 juli 2012 vastgesteld op de openbare zitting van 21 november 2012.

Alhoewel het verzoekschrift tot hoger beroep en de rechtsdag hem behoorlijk ter kennis werden gebracht, is X niet verschenen en heeft hij geen conclusies neergelegd. Tegen hem wordt arrest verleend bij verstek, zoals de Stad Aalst heeft gevorderd. -

3. De Stad Aalst steunt haar vordering op het door haar voorgelegde reglement van de gebruiker van haar bibliotheken.

Volgens het artikel 4 van dit reglement ("Aantal uitleenbare werken, uitleentermijn, leengeld, boete'] kan een lid van de bibliotheek maximum 50 werken ontlenen per lenerskaart. Daarvoor is geen vergoeding verschuldigd. De uitleentermijnen bedragen vier weken voor boeken en strips en twee weken voor ander ''materiaal." Na het verstrijken van deze termijnen is een boete verschuldigd van 0,50 EUR per uitleendag en per werk. De ontlener is een vergoeding van 0,75 EUR verschuldigd voor het schrijven van een maningsbrief 1 week na het verstrijken van de uitleentermijn en een zelfde bedrag voor de maningsbrief die verzonden wordt 5 weken na het verstrijken van de uitleentermijn. Een aan~ getekende brief wordt verzonden 8 weken na het verstrijken van de uitleentermijn. Daarvoor is de ontlener 7,50 EUR verschuldigd.

Volgens artikel 5 van het Reglement, dat handelt over "Beschadiging, verlies, diefstal" , moet diegene die verantwoordelijk is voor verlies of diefstal "zorgen voor vervanging + bewerkingskosten of kostprijs van het materiaal + bewerkingskosten.'.'

4. De eerste rechter heeft het door de Stad Aalst op grond van artikel 5 van het Reglement gevorderde· bedrag van 522,83 EUR, dat volgens haar de waarde vertegenwoordigde van de 14 Dvd's en 4 Cd-m’s die X op 18 Januari 2010 ontleende maar niet terugbracht, verschuldigd geacht. Op dit punt wordt het vonnis niet bestreden. Dat de Stad Aalst ten aanzien van X. –aanspraak kan maken op de vergoeding wegens verlies of diefstal staat in hoger beroep niet ter discussie. Het hof heeft daarover bijgevolg niet te oordelen.

5. Het hoger beroep van de Stad Aalst betreft de afwijzing van de op grond van artikel 4 van het Reglement gevorderde kosten van aanmaning (9,00 EUR) en uitleenvergoeding (2.097,00 EUR, vermeerderd met 0,50 EUR per dag vanaf 29 oktober 2010).

Het hof dient aldus te onderzoeken of de Stad Aalst, wanneer zij recht heeft op de vergoeding wegens verlies of diefstal, bovendien betaling kan vorderen van de vergoedingen, verschuldigd wegens het niet tijdig terugbrengen van de uitgeleende werken. Het is van oordeel dat dit niet het geval is.

5.1. De in artikel 4 van het Reglement bedongen regeling, waarbij aanmaningen worden verstuurd op kosten van de ontlener en hem een boete wordt opgelegd per dag dat hij - na het verstrijken van de uitleentermijn • nalaat de werken in te leveren, wil hem ertoe aanzetten de werken zo spoedig mogelijk terug tè bezorgen. Deze dagvergoeding is niet beperkt in de tijd, zodat zij in principe verschuldigd ls tot het ogenblik van de teruggave. Het hof stelt trouwens vast dat de Stad Aalst de veroordeling vordert van X tot betaling van deze vergoeding zonder enige beperking in de tijd.

Wanneer voldaan is aan de voorwaarden voor het betalen van de vervangingswaarde van de werken wegens verlies of diefstal op grond van artikel 5 van het Reglement, betekent dit evenwel noodzakelijkerwijze dat de ontlener niet in de mogelijkheid is om de ontleende werken terug te bezorgen, noch tijdens, noch na de uitleentermijn.

5.2. Ter verantwoording van haar stelling dat de dagelijkse uitleenvergoeding van 0,50 EUR per werk verschuldigd blijft boven de waarde van de niet-teruggebrachte werken, roept de Stad Aalst in dat zij een andere schade vergoedt dan de kostprijs van de ontleende materialen, die zij moet vervangen. Deze schade bestaat er volgens haar in dat zij de betreffende werken niet meer kan uitlenen aan andere leden van de bibliotheek.

In de mate dat de werken gratis worden uitgeleend, lijdt de Stad Aalst geen schade wanneer zij een werk, dat niet ter beschikking is, niet aan een lid kan uitlenen. Voor zover daardoor al schade veroorzaakt wordt, zou dit enkel kunnen zijn in hoofde van het lid dat het betreffende werk niet kan ontlenen.

Bovendien laat de verplichting voor degene die de werken verloren Is of van wie ze gestolen werden om de waarde ervan te vergoeden aan de Stad Aalst, haar toe om het nodige te doen ter vervanging van het verloren of gestolen werk .

5.3. De stelling van de Stad Aalst dat bij verlies of diefstal de kostprijs van het materiaal moet worden vergoed vóór het verstrijken van de uitleentermijn en dat, indien de uitleentermijn verstreken is, daarenboven een boete van 0,50 EUR per uitleendag per werk en de aannemingskosten dienen te worden betaald, vindt geen steun in de tekst van het Reglement dat de Stad Aalst voorlegt.

5.4. Ten overvloede stelt het hof vast dat, zelfs indien het beding in het Reglement, op grond waar de Stad Aalst aanspraak kan maken op een forfaitaire vergoeding van. 0,50 EUR per uitgeleend werk en per uitleendag, van toepassing zou zijn op het voorliggende geval, deze zonder enige beperking in de tijd verschuldigde som - waarvan de Stad Aalst voorhoudt dat zij strekt tot vergoeding van schade - in werkelijkheid geen vergoedend karakter heeft, minstens kennelijk het bedrag te boven gaat van de mogelijke schade die het gevolg kan zijn van de niet-uitvoering van de verbintenis tot teruggave van de uitgeleende werken.

De Stad Aalst rekende voor de periode vanaf de dag na het verstrijken van de uitleentermijn (2 februari 2010) tot ·29 oktober 2010 een vergoeding aan voor 233 uitleendagen. Daaruit kan afgeleid worden dat er gemiddeld ongeveer 25 uitleendagen per maand zijn. Indien haar vordering zou worden toegekend, zou X voorlopig afgerekend op 30 november 2012, reeds 7.722,00 EUR "boete" verschuldigd zijn. Vermeerderd met 9,00 EUR aanmaningskosten en met de waarde van de goederen of 522,83 EUR, zou zij reeds 8.253,83 EUR dienen te betalen wegens het niet terugbrengen van 14 Dvd's en 4 Cd-roms.

6. De Stad Aalst vorderde moratoire Intresten vanaf 26 mei 2010. Zij doet dit trouwens ook in hoger beroep. Door op het bedrag van de toegekende hoofdsom moratoire rente toe te kennen vanaf 9 februari 2010 heeft de eerste rechter ultra petita geoordeeld en dient zijn beslissing op dat punt hervormd te worden.

7. De Stad Aalst begroot de rechtsplegingsvergoeding in eerste aanleg op 325,00 EUR. . ·

De eerste rechter begrootte ze op 125,00 EUR. Rekening houdend met de waarde van de vordering en gelet op het feit dat X niet is verschenen en de zaak werd afgesloten met een beslissing, gewezen bij verstek, diende de rechtsplegingsvergoeding begroot te worden op het minimumbedrag van 375,00 EUR.

8. Gelet op de ongegrondheid van het hoger beroep - behalve wat de begroting van de rechtsplegingsvergoeding door de eerste rechter betreft, zijn de kosten van het hoger beroep ten laste van de Stad Aalst.

OP DEZE GRONDEN, HET HOF,

Rechtdoende bij verstek ten aanzien van,X

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruikin gerechtszaken; · ·

Verklaart het hoger beroep van de Stad Aalst ontvankelijk, doch slechts in zeer beperkte mate gegrond;

Bevestigt het vonnis van de eerste rechter, in zover het bestreden wordt, met dien verstande dat de aanvangsdatum van de moratoire rente 26 mei 2010 is en dat de rechtsplegingsvergoeding dient begroot te worden op 375,00 EUR; ·

Veroordeelt de Stad Aalst tot de gedingkosten in hoger beroep, aan haar zijde niet te begroten, aangezien ze te haren laste zijn, en aan de zijde van X begroot op 0,00 EUR;

Onverminderd de toepassing van artikel 1024 Ger.W

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het hof van beroep te Gent, twaalfde bis kamer, rechtdoende In burgerlijke zaken, op woensdag 5 december 2012.
 

Noot: 

Noot Geert Coene onder dit Arrest in DCCR 2014, 111

Evelien De Kezel, Ook bibliotheekboete moet proportioneel zijn, De Juristenkrant 274, 25 september 2013, 6

Gerelateerd
Aangemaakt op: wo, 09/08/2017 - 17:38
Laatst aangepast op: wo, 16/08/2017 - 12:03

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.