-A +A

Bewijswaarde van een aanvaarde factuur primeert op een overeenkomst

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
woe, 18/03/2009
A.R.: 
A.R. nr. 2007/AR/2041

De algemene voorwaarden vastgelegd in een factuur kunnen door een contractpartij gewijzigds worden door nieuwe algemene voorwaarden te plaatsen op een fatuur, waartegen dan geen protest komt.

Dit zou kunnen vermeden worden zou een « no oral modification clause », kunnen opgenomen worden in de overeenkomst waarin gesteld wordt dat geen enkele wijziging of aanpassingvan de overeenkomst kan gebeuren zonder dat dit schriftelijk is vastgelegd en door alle partijen is
ondertekend. Te dezen stellen we echter vast dat door de strenge uitwerking van de bewijsregels van de aanvaardde factuur deze clausule haar uitwerking mist.

De oplossing is dan ook dat partijen er zich toe verbinden geen algemene voorwaarden op hun factuur te plaatsen en de aanvullende verbintenissen die volgen uit de factuur in een afzonderlijke overeenkomst opstellen. Maar dan ook elke factuur betwisten waarop voorwaarden zijn gesteld.

Publicatie
tijdschrift: 
DAOR
Jaargang: 
2009/92
Pagina: 
381
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

[...]

«Uit het gebrek aan bewijs van een tijdig en regelmatig protest na de niet-betwiste ontvangst van de factuur dient overeenkomstig een gevestigde rechtsleer en rechtspraak in handelszaken te worden afgeleid dat verweerster stilzwijgend heeft aanvaard dat wat door eiseressen in de factuur werd bevestigd, overeenstemt met de overeenkomst, zodat deze factuur de overeenkomst bewijst.

«Het na dagvaarding nog gevoerde verweer omtrent de door de aanvaarde facturen van eiseres gefactureerde bedragen is te laat en kan dan ook niet in aanmerking worden genomen.

«De vaststaande aanvaarding van de factuur betekent dat diegene die zich op de factuur beroept voldoende bewezen heeft dat deze correspondeert met de werkelijkheid en dus de verbintenis van de tegenpartij aantoont waarvan het tegenbewijs niet is toegelaten (cf. Kh. Kortrijk 20 april 1995, AJT 1994-95, p. 575; G.L. Ballon, «Over het protesteren van een factuur», AJT 1994-95, p. 578, nr. 3)».
 

[...]

5. Op grond van art. 1315 eerste lid B.W dient degene die de uitvoering van een verbintenis vordert, het bestaan daarvan te bewij zen. Overeenkomstig art. 870 Ger. W. moet iedere partij het bewijs leveren van de feiten die zij aanvoert. Bijgevolg dient de geïntimeerde het bewijs te leveren van de overeenkomst, waarop de vordering gesteund is en van de uitvoering van de prestaties.

In handelszaken kan de betalingsverbintenis van de wederpartij bewezen worden door alle middelen van recht, getuigen en vermoedens inbegrepen (art. 25, eerste lid W Kooph. en art. 1353 B.W).

Daarnaast bepaalt art. 2 5, tweede lid W. Kooph. eveneens dat kopen en verkopen kunnen bewezen worden door middel van een aanvaarde factuur. Voor andere handelsverrichtingen, waar het gebruikelijk is facturen op te stellen, kan de rechter uit de aanvaarding van de factuur een feitelijk vermoeden putten en er het bewijs in vinden dat de schuldenaar zijn akkoord gegeven heeft met de in de factuur vermelde verbintenissen (vgl. Cass. 24 januari 2008, R.A.B. G., 2008/15, p. 931 met noot van B. VAN BAEVEGHEM; Cass. 7 januari 2005, R. W, 2005-2006, 1097).

Op de handelaar rust de verplichting tijdig en concreet te reageren tegen facturen, wanneer niet wordt ingestemd met de inhoud ervan. Het niet-protesteren tegen facturen binnen een redelijke termijn na de ontvangst ervan geldt als vermoeden van de aanvaarding ervan. Met redelijke termijn wordt bedoeld de termijn die redelijkerwijze nodig is om de factuur inhoudelijk te controleren. Door niet tijdig te reageren, aanvaardt de bestemmeling dat wat in de factuur wordt bevestigd, overeenstemt met de overeenkomst, zodat de aanvaarding geldt als bewijs van de inhoud van de overeenkomst.

De appellante spreekt niet tegen dat zij de factuur kort na de datum ervan ontvangen heeft. Zij heeft deze niet binnen redelijke termijn geprotesteerd, zodat zij vermoed wordt de factuur te hebben aanvaard. Zij weerlegt dit vermoeden niet.

Gezien de aanvaarding van de factuur, wordt de factuur ook vermoed de getrouwe weergave van de overeenkomst te zijn. Mocht de factuur niet in overeenstemming met de overeenkomst geweest zijn, dan had de appellante dit onmiddellijk bij ontvangst kunnen opmerken en moet redelijkerwijs aangenomen worden dat zij onmiddellijk geprotesteerd zou hebben, te meer het over een zeer aanzienlijk bedrag gaat.

De aanvaarding van de factuur doet eveneens vermoeden dat de gefactureerde prestaties daadwerkelijk uitgevoerd zijn. Het gaat om prestaties ter voorbereiding van de overeenkomst «verkoop van aandelen», gesloten op 10 mei 2002 tussen de appellante, de n.v. Distriflor, de n.v. Oral Hygiëne Center en de geïntimeerde, zodat deze prestaties noodzakelijkerwijze de factuur van 30 juni 2002 voorafgingen. Mochten deze prestaties (nog) niet zijn uitgevoerd, dan zou redelijkerwijs kunnen verwacht worden dat de appellante ook om die reden zou geprotesteerd hebben, wat niet gebeurd is.

6. De bewering van de appellante dat de facturering niet in overeenstemming is met art. 8 van de overeenkomst van 10 mei 2002 kan niet worden gevolgd.

Dit artikel bepaalt onder andere dat geen enkele wijziging of aanpassing van de overeenkomst kan gebeuren zonder dat dit schriftelijk is vastgelegd en door alle partijen is ondertekend. Dit artikel heeft het over een wijziging of aanpassing van de bepalingen van de overeenkomst op zich. De factuur van 30 juni 2002 heeft geen betrekking op bepalingen van de overeenkomst doch betreft diensten die gepresteerd zijn ter voorbereiding van de overeenkomst en om de overeenkomst tot stand te brengen.

Door de prestaties, bestaande uit de «due diligence en opmaak van de contracten in verband met de overname DDR» aan te rekenen, wordt de overeenkomst niet gewijzigd of aangepast. De overeenkomst van 10 mei 2002 sluit niet uit dat partijen waren overeengekomen dat de geïntimeerde deze kosten kon aanrekenen, zonder dat dit schriftelijk diende vastgelegd te worden en door alle partijen diende ondertekend te worden.

Bovendien, zelfs indien de factuur zou afwijken van de oorspronkelijke overeenkomst, dan belet dit niet dat uit de aanvaarding van de factuur een feitelijk vermoeden kan worden geput en erin het bewijs kan worden gevonden dat de schuldenaar zijn akkoord gegeven heeft met de in de factuur vermelde verbintenis (vgl. Cass. 7 januari 2005, D.A. O.R., 2006177, p. 37; Cass. 27 januari 2000, R.W, 2000-2001, p. 353).

7. De factuur wordt aldus vermoed de getrouwe weergave van de overeenkomst te zijn. Dit vermoeden wordt niet weerlegd door tegenstrijdige vermoedens. Wel integendeel, zijn er andere feiten die het vermoeden bevestigen.

7 .1. De overeenkomst wordt bevestigd door een fax van 21 juni 2002, afkomstig van het faxtoestel van de heer Bruaux, financieel directeur van de appellante, dus verstuurd vanuit het bedrijf van de appellante en waarin verwezen wordt naar de prestaties, zoals door de geïntimeerde op 30 juni 2002 gefactureerd en dit voor hetzelfde bedrag, nl. «Due diligence et rédaction des documents contractuels cession DDR 178 000 EUR» (vrij vertaald «Due diligence en opmaak van contractuele documenten overdracht DDR 178 000 EUR»). De vraag nog onverlet latend of de heer Bruaux of de persoon die de fax verstuurd heeft de appellante al dan niet kon verbinden, spreekt deze fax in elk geval de ontkenning van de overeenkomst door de appellante tegen.

7 .2. Meermaals heeft de geïntimeerde de appellante in gebreke gesteld de openstaande bedragen, waaronder deze, op 30 juni 2002 gefactureerd, te betalen (zie brieven van 22 april 2002, 26 juni 2003, 25 augustus 2004).

Weliswaar heeft de appellante meermaals geantwoord, doch nooit heeft zij de overeenkomst, door de factuur weergegeven, concreet betwist, evenmin als het gefactureerde bedrag en de uitvoering van de gefactureerde prestaties. De betwistingen waren totaal vreemd aan de inhoud van de factuur.

Op de handelaar rust niet alleen de plicht concreet te protesteren tegen facturen, wanneer hij het niet eens is met de inhoud ervan, doch ook op ingebrekestellingen, die de bevestiging van een overeenkomst bevatten. Uit de vaststelling dat de appellante in haar reacties op de ingebrekestellingen, waarin aangedrongen wordt op de betaling van de verschuldigde bedragen, noch de factuur inhoudelijk heeft tegengesproken, noch de aangerekende prestaties en de overeenkomst daaromtrent heeft betwist, kan eveneens een bewijs van de overeenkomst worden afgeleid.

8. De appellante «stelt zich de vraag» of de prestaties van de geïntimeerde kaderen in haar maatschappelijk doel. Aangezien daaromtrent door geen van de partijen stukken worden voorgelegd, kan het hof niet nagaan of dit al dan niet het geval is. Doch hoe dan ook, zelfs indien de overeenkomst buiten het maatschappelijk doel van de geïntimeerde valt, dan nog kan dit niet door de appellante aan de geïntimeerde worden tegengeworpen (vgl. Cass. 12 november 1987, R.W, 1987-1988, 1056). Dit doet dus niets af aan de gegrondheid van de vordering van de geïntimeerde.

Noot in DAOR onder deze uitspraak:

Een beperkte draagwijdte voor de no oral modification clause als bewijsclausule in het Belgische handelsrecht?

Bronverwijzingen:

• Cass. 24 januari 2008, R.A.B.G., 2008/15, 931, noot B. VAN BAEVEGHEM;

• Cass. 7 januari 2005, Arr. Cass., 2005, 39, D.A. O.R, 2006, noot G.-L. BALLON, Pas., 2005, 39, R.W, 2005-2006, 1097, noot R. HOUBEN;

• Cass. 27 januari 2000, Pas., 2000, I, 222, R.W, 2000-2001, 353.

• Brussel 14 april 1976, R. W, 1976-1977, 165;

• Antwerpen 16 oktober 1978, B.R.H., 1978, 16;

• Brussel 20 januari 1982, R. W, 1982-1983, 2397;

• Antwerpen 17 september 1991, R. W, 1991-1992, 957, noot A. CARETIE;

• Antwerpen 18 januari 1994, Limb. RechtsL.., 1994, 17;

• Antwerpen 22 november 1999, R. W, 2001-2002, 815;

• G.-L. BALLON en I. SAMOY, De factuur en verwante documenten, Brugge, Vanden Broele, 2008, 64.

• Cass. 27 januari 2000, www.cass.be, A.R. nr. C.98.0114.N; Brussel 17 februari 2005,J.T, 2006, afl. 6208, 30.

• Zie daarover : F. DE LY en M. FoNTAINE, Drafting international contracts: an analysis of contract clauses, Ardsley-onHudson (N.Y.), Transnational pub!., 2006, 159-163.
 

Noot: 

zie ook Vredegerecht te Zomergem, 3 juni 2011, RW 2011-2012, 1656

4.3. Gelet op de vertrouwensleer zijn bovendien ook de factuurvoorwaarden concreet in dit dossier tegenwerpelijk aan de verweerders.

In tegenstelling tot handelaars, rust op particulieren niet de plicht om op facturen of brieven te reageren wanneer niet wordt ingestemd met de inhoud ervan. Bijgevolg mag een louter stilzwijgen van de geadresseerde, niet-handelaar, niet als een aanvaarding van de inhoud van een factuur of de toegestuurde briefwisseling worden opgevat. Hoewel ten opzichte van niet-handelaars het vermoeden van aanvaarding van de factuur bij afwezigheid van protest dus niet wordt aanvaard, is het niet a priori uitgesloten dat ook het stilzitten van een niet-handelaar bij de ontvangst van de factuur toch als een aanvaarding ervan geldt. Uit het stilzwijgen kan pas een aanvaarding worden afgeleid, voor zover dit omstandig is.

De verweerders betwisten niet de aan hen geadresseerde factuur van 21 juni 2010 te hebben ontvangen. Er is zelfs geen betwisting over de datering van die factuur.

Het zou echter nog tot 14 december 2010 duren alvorens de verweerders de eiseres laten weten dat zij enkel hebben betaald wat zij meenden, volgens de overeenkomst, verschuldigd te zijn.

Het spreekt voor zich dat een dergelijke reactie rijkelijk laat is, zeker gelet op de diverse aanmaningen die voorheen al aan de verweerders waren verzonden en waarop al evenmin een reactie kwam. De brief van 14 december 2010 is kennelijk een reactie op de aanmaning van de advocaat van de eiseres van 4 oktober 2010. Ook die reactie is natuurlijk zeer erg laat.

De verweerders betaalden al op 6 juli 2010 – zonder enig protest op de facturatie te formuleren (zie supra) – een bedrag van 555 euro. Die betalingsopdracht vermeldt niet dat het gaat over een betaling van een niet betwist deel van de factuur onder voorbehoud van alle rechten.

De houding van de verweerders moet om de voormelde redenen, zij het stilzwijgend, in het geheel der begeleidende omstandigheden als een toestemming met de facturatie, met inbegrip van de factuurvoorwaarden, worden uitgelegd. De verweerders waren op basis van de vertrouwensleer ertoe gehouden tijdig te protesteren. Het laten voorbijgaan van een dermate lange periode zonder enige reactie is niet ernstig, gelet op de voorbehoudsloze gedeeltelijke betaling en mede gelet op de verzending van de BTW-verklaring (zie al supra).

Het omstandig stilzwijgen van de verweerders in de geschetste omstandigheden kan in casu als een niet zuiver mondelinge buitengerechtelijke bekentenis worden beschouwd (Antwerpen 17 mei 1995, AJT 1995-96, 60).

Gelet op het voormelde omstandige stilzwijgen hebben de verweerders ook het in de factuur opgenomen interest- en schadebeding aanvaard.

De eiseres heeft de beide voormelde bedingen vrijwillig herleid, zodat de gevorderde bedragen beantwoorden aan datgene wat ten tijde van de contractsluiting redelijkerwijze voorzienbaar was. De vorderingen ter zake zijn billijk en gematigd.

...

Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 18/07/2016 - 14:36
Laatst aangepast op: ma, 18/07/2016 - 14:36

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.