-A +A

Bewijswaarde tot bewijs van tegendeel – Persoonlijke betrokkenheid van verbalisant bij het misdrijf

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
din, 15/11/2016
A.R.: 
P.16.0811.N

De bijzondere bewijswaarde zolang het tegendeel niet is bewezen van de processen-verbaal opgesteld door de overheidspersonen die de Koning aanwijst om toezicht te houden op de Wegverkeerswet en haar uitvoeringsbesluiten geldt niet wanneer de verbalisant van een dergelijk proces-verbaal persoonlijk betrokken is bij het misdrijf dat het voorwerp uitmaakt van dit proces-verbaal, maar de enkele omstandigheid dat de verbalisant deelneemt aan het verkeer en bij die deelname een overtreding vaststelt en daarvan proces-verbaal opstelt, volstaat niet om te oordelen dat de verbalisant persoonlijk betrokken is; de rechter beoordeelt in feite, mitsdien onaantastbaar, of de verbalisant betrokken partij is en het Hof gaat enkel na of de rechter zijn beslissing over de persoonlijke betrokkenheid van de verbalisant heeft kunnen gronden op de door hem gedane vaststellingen

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2017-2018
Pagina: 
468
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

AR nr. P.16.0811.N

Procureur des Konings bij de Rechtbank van Eerste Aanleg te Leuven t/ G.H.L.B.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis in hoger beroep van de Correctionele Rechtbank te Leuven van 16 juni 2016.

...

II. Beslissing van het Hof

Beoordeling

...

Ambtshalve middel

Geschonden wettelijke bepaling

– Art. 62, eerste lid Wegverkeerswet

2. Krachtens art. 62, eerste lid Wegverkeerswet hebben de processen-verbaal opgesteld door de overheidspersonen die de Koning aanwijst om toezicht te houden op de Wegverkeerswet en haar uitvoeringsbesluiten bewijswaarde zolang het tegendeel niet is bewezen.

3. Deze bijzondere bewijswaarde geldt niet wanneer de verbalisant van een dergelijk proces-verbaal persoonlijk betrokken is bij het misdrijf dat het voorwerp uitmaakt van dit proces-verbaal. De enkele omstandigheid dat de verbalisant deelneemt aan het verkeer en bij die deelname een overtreding vaststelt en daarvan proces-verbaal opstelt, volstaat niet.

4. De rechter beoordeelt in feite en mitsdien onaantastbaar of de verbalisant betrokken partij is. Het Hof gaat enkel na of de rechter zijn beslissing over de persoonlijke betrokkenheid van de verbalisant heeft kunnen gronden op de door hem gedane vaststellingen.

5. De door art. 62, eerste lid Wegverkeerswet bepaalde bijzondere bewijswaarde geldt alleen voor de door een bevoegd overheidspersoon in het proces-verbaal van overtreding opgenomen zintuiglijke vaststellingen. Wanneer een toestel wordt gebruikt om de snelheid van een voertuig te meten, anders dan in de door art. 62, tweede en derde lid Wegverkeerswet bedoelde gevallen, is de bijzondere bewijswaarde beperkt tot de zintuiglijke vaststellingen van de verbalisant m.b.t. dat voertuig, de omstandigheden waarin de meting gebeurde en de aflezing van het resultaat van de meting.

6. Het staat aan de rechter te oordelen of op basis van deze vaststellingen, die overeenkomstig art. 62, eerste lid Wegverkeerswet, tot bewijs van het tegendeel geacht worden waar te zijn, de overtreding van de Wegverkeerswet of de uitvoeringsbesluiten bewezen is. Het Hof gaat enkel na of de rechter die beslissing heeft kunnen gronden op de door hem gedane vaststellingen.

7. Het bestreden vonnis oordeelt dat:

– de verbalisant stelde dat toen hij op de E40 reed, hij werd ingehaald door een personenwagen die aan hoge snelheid reed;

– hij het voertuig achterna reed;

– hij vaststelde dat tussen kilometerpaal 13.2 en 9.6 een constante snelheid werd gevoerd van 153 km/u;

– de snelheid werd herleid naar 143 km/u;

– de tussenafstand ongeveer 100 meter bedroeg;

– hij vervolgens zijn blauw zwaailicht aanzette, naar het voertuig reed, ter hoogte van het voertuig teken deed aan de bestuurder dat deze hem moest volgen, maar deze hieraan geen gevolg gaf en aan hoge snelheid bleef rijden;

– hij gelet op de drukte enkel het kenteken identificeerde.

8. Het bestreden vonnis verwerpt de bijzondere bewijswaarde van de in het aanvankelijk proces-verbaal opgenomen vaststellingen op grond van het oordeel, eensdeels, dat de verbalisant onrechtstreeks betrokken partij is daar hij overging tot het opmeten van de snelheid omdat hij werd ingehaald door de verweerder, en, anderdeels, dat de vaststellingen twijfel laten bestaan inzake de nauwkeurigheid ervan, omdat enkel wordt vermeld dat de snelheid werd gemeten met een geijkt voertuig [ ... ] met kenteken [ ... ], waarvan de laatste ijking dateert van 8 juli 2014 en omdat er onduidelijkheid is over de afstand van «ongeveer» honderd meter tussen het voertuig van de verbalisant en eisers voertuig.

9. Op grond van de enkele reden dat de verbalisant een proces-verbaal heeft opgesteld ten laste van de bestuurder van een voertuig dat hem heeft ingehaald, kan het bestreden vonnis niet afleiden dat de verbalisant een persoonlijk betrokken verbalisant is en dat daardoor zijn vaststellingen de door art. 62, eerste lid Wegverkeerswet bepaalde bijzondere bewijswaarde verliezen.

10. De redenen die het bestreden vonnis bevat m.b.t. de omstandigheden waarin de verbalisant de meting heeft verricht, houden in wezen in dat de appelrechters aan die vaststellingen de door art. 62, eerste lid, Wegverkeerswet bedoelde bijzondere bewijswaarde ontzeggen.

11. Aldus schendt het bestreden vonnis de aangehaalde wetsbepaling.

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 26/11/2017 - 09:18
Laatst aangepast op: zo, 26/11/2017 - 09:18

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.