-A +A

bevoegdheidsbeding dient in de dagvaarding vermeld te worden, bij gebreke waaraan de gemeenrechtelijke bevoegdheidsregels gelden

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Rechtbank van Koophandel
Plaats van uitspraak: Brussel
Datum van de uitspraak: 
din, 29/01/2008
Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2010-2011
Pagina: 
1065
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

NV S. t/ BVBA A.C.T.

De vordering van eiseres zoals ingeleid bij dagvaarding, strekt ertoe verweerder te veroordelen tot betaling aan eiseres van de som van 10.251,55 euro op grond van onbetaalde vervoerfacturen, te vermeerderen met de conventionele interesten aan de wettelijke rentevoet en tot betaling van de conventionele schadevergoeding van 1.025,15 euro, vermeerderd met de gerechtelijke interesten en de kosten van het geding.

Primair en vóór elk verweer betwist verweerster de territoriale bevoegdheid van de rechtbank en betoogt zij dat de Rechtbank van Koophandel te Antwerpen bevoegd is.

Eiseres volhardt in de territoriale bevoegdheid van onze rechtbank en bestrijdt de stellingen van verweerster.

Ter staving van de territoriale bevoegdheid van de rechtbank verwijst eiseres naar het bevoegdheidsbeding opgenomen in haar algemene factuurvoorwaarden.

Verweerster betwist de territoriale bevoegdheid van de rechtbank en is van oordeel dat de Rechtbank van Koophandel te Antwerpen territoriaal bevoegd is op grond van art. 624 Ger.W.

Op de door verweerster opgeworpen exceptie van onbevoegdheid heeft eiseres geen verzending van de zaak gevraagd naar de arrondissementsrechtbank, zodat de rechtbank, met toepassing van art. 639, derde lid, Ger.W., ertoe gehouden is uitspraak te doen over de bevoegdheid.

Overeenkomstig art. 854 Ger.W. heeft verweerster de bevoegdheidsexceptie in limine litis voorgedragen.

De territoriale bevoegdheid dient te worden beoordeeld los van de grond van de zaak, aan de hand van wat in de dagvaarding wordt gesteld, bij analogie van de rechtspraak van het Hof van Cassatie met betrekking tot de materiële bevoegdheid die wordt bepaald naar het voorwerp van de eis, zoals die uit de inleidende dagvaarding blijkt (Cass. 8 september 1978, Arr.Cass. 1978-79, 26; Cass. 4 mei 1981, Arr.Cass. 1980-81, 960).

De territoriale bevoegdheid moet worden beoordeeld zonder prejudicieel onderzoek van de grond van de zaak, daar een dergelijk onderzoek ten gronde wettelijk niet is voorgeschreven (Cass. 4 februari 1904, Pas. 1904, I, 134; Kh. Kortrijk 14 december 1998, AJT 1998- 99, 975; Rb. Mechelen 29 november 1982, RW 1983- 84, 1819; J. Laenens, «Overzicht van rechtspraak. De bevoegdheid (1979-1992)», TPR 1993, p. 1479, nrs. 24 e.v.).

Aangezien in de dagvaarding geen melding wordt gemaakt van een bevoegdheidsclausule, dient noodzakelijkerwijze te worden teruggegrepen naar de bevoegdheidsregeling bepaald in art. 624 Ger.W.

Op grond van art. 624, 1o, Ger.W. is de rechter van de woonplaats, in casu de vennootschapszetel van verweerster, territoriaal bevoegd, meer bepaald de Rechtbank van Koophandel te Antwerpen.

Gelet op het bovenstaande dient te worden besloten dat de door verweerster opgeworpen bevoegdheidsexceptie gegrond voorkomt. De verzending van de zaak naar de Rechtbank van Koophandel te Antwerpen is derhalve noodzakelijk.
 

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 17/02/2011 - 21:04
Laatst aangepast op: do, 09/04/2015 - 17:09

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.