-A +A

Bevoegdheid rechtbank van Koophandel één van de verweerders in geen handelaar

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Arrondissementsrechtbank
Plaats van uitspraak: Oost-Vlaanderen
Datum van de uitspraak: 
maa, 26/05/2014

Krachtens art. 573, 1o Ger.W. neemt de rechtbank van koophandel in eerste aanleg kennis van de geschillen tussen ondernemingen, namelijk tussen alle personen die op duurzame wijze een economisch doel nastreven, die betrekking hebben op een handeling die is verricht in het kader van de verwezenlijking van dat doel en die niet onder de bijzondere bevoegdheid van andere rechtscolleges vallen.

Zijn er verschillende verwerende partijen, dan moeten zij allen de hoedanigheid van onderneming hebben. Zodra één van de verweerders (in casu tweede en derde verweerder) niet de hoedanigheid van onderneming heeft, vervalt de algemene bevoegdheid van de rechtbank van koophandel (Kh. Turnhout 25 mei 2014, RW 2015-16, 26).

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2016-2017
Pagina: 
713
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

NV KB t/ BVBA I., P.B. en D.S.

1. Voorafgaande procedure

Met dagvaarding, betekend met gerechtsdeurwaardersexploot op 13 maart 2015, vordert eiseres o.a. om:

1. eerste verweerder te veroordelen tot betaling van een bedrag van 26 584,71 euro, te vermeerderen met een dagintrest van 8,24 euro vanaf 10 februari 2015 tot aan de dag van de algehele betaling;

2. tweede en derde verweerders in hun hoedanigheid van solidaire borgstellers voor de verbintenissen van BVBA I. t.a.v. eiseres, solidair, in solidum minstens de ene bij gebreke van de andere te veroordelen in betaling van het bedrag van 21 785 euro, te vermeerderen met de dagintrest van 7,50 euro vanaf 10 februari 2015 tot aan de dag van de algehele betaling.

De Rechtbank van Koophandel te Gent, afdeling Gent, verwijst met vonnis van 24 december 2014, op tegenspraak gewezen overeenkomstig art. 747 Ger.W., de zaak ambtshalve naar de arrondissementsrechtbank met de overweging dat niet alle verweerders klaarblijkelijk de hoedanigheid van onderneming hebben.

...

2. Beoordeling

Het geschil kadert in de beëindiging (wegens overschrijding van het kaskrediet en niet reageren op de diverse aanmaningsbrieven) bij aangetekende brief van 18 juni 2014 van een kredietopening ten bedrage van 20 000 euro door eiseres op 3 januari 2012 aan eerste verweerster toegekend, waarvoor tweede en derde verweerder zich hoofdelijk en ondeelbaar borg hadden gesteld.

Krachtens art. 573, 1o Ger.W. neemt de rechtbank van koophandel in eerste aanleg kennis van de geschillen tussen ondernemingen, namelijk tussen alle personen die op duurzame wijze een economisch doel nastreven, die betrekking hebben op een handeling die is verricht in het kader van de verwezenlijking van dat doel en die niet onder de bijzondere bevoegdheid van andere rechtscolleges vallen.

Zijn er verschillende verwerende partijen, dan moeten zij allen de hoedanigheid van onderneming hebben. Zodra één van de verweerders (in casu tweede en derde verweerder) niet de hoedanigheid van onderneming heeft, vervalt de algemene bevoegdheid van de rechtbank van koophandel (Kh. Turnhout 25 mei 2014, RW 2015-16, 26).

De zaak kan derhalve overeenkomstig de bepalingen van art. 568 Ger.W. voor verdere afwikkeling worden verzonden naar de Rechtbank van Eerste Aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent.

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 10/02/2017 - 14:56
Laatst aangepast op: vr, 10/02/2017 - 14:56

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.