-A +A

Betekening met tegenstrijdige vermeldingen is nietig

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
din, 31/10/2017
A.R.: 
P.17.0026.N

De betekeningsakte met twee met elkaar strijdige authentieke vaststellingen, de ene volgens dewelke de betekeningsakte aan de eiser in persoon werd overhandigd, de andere volgens dewelke de betekening niet aan de eiser in persoon, maar aan zijn woonst werd gedaan, is nietig. Die twee tegenstrijdige vaststellingen doen elkaar teniet. 

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. P.17.0026.N
J P G C P,
beklaagde,
eiser,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlands-talige correctionele rechtbank Brussel van 8 december 2016.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Eerste onderdeel

1. Het onderdeel voert schending aan van artikel 187 Wetboek van Strafvorde-ring: het bestreden vonnis verklaarde ten onrechte het verzet niet ontvankelijk; de akte van betekening bevat een doorgehaalde paragraaf zonder dat deze doorhaling werd goedgekeurd, zodat er twijfel bestaat over de wijze van betekening, namelijk "sprekende tot hemzelf" of "ter woonst"; deze twijfel moest in het voordeel van de eiser worden uitgelegd en het verzet moest bijgevolg ontvankelijk worden verklaard.

2. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de akte van betekening van het verstekvonnis van de politierechtbank de volgende vermeldin-gen bevat:

- het exploot werd door de gerechtsdeurwaarder betekend aan de eiser, "spre-kende tot hemzelf";

- "aangezien het exploot niet betekend is kunnen worden overeenkomstig de arti-kelen 33 tot 35 van het Gerechtelijk Wetboek, [de gerechtsdeurwaarder] over-eenkomstig artikel 38, § 1, van hetzelfde Wetboek om 7 uur 50 hem meldend dat [hij] een per gewone postbrief zal toesturen om hem op de hoogte te brengen van de mogelijkheid een eensluidend afschrift van dit exploot te komen afhalen op [zijn] kantoor";

Tevens blijkt dat die tweede vermelding werd doorgehaald zonder dat die doorhaling is goedgekeurd, zodat die doorhaling als niet bestaande dient te worden beschouwd.

3. Hieruit volgt dat de betekeningsakte twee met elkaar strijdige authentieke vaststellingen bevat, de ene volgens dewelke de betekeningsakte aan de eiser in persoon werd overhandigd, de andere volgens dewelke de betekening niet aan de eiser in persoon, maar aan zijn woonst werd gedaan. Die twee tegenstrijdige vaststellingen doen elkaar teniet. Bijgevolg kan het bestreden vonnis niet wettig oor-delen dat het verstekvonnis aan de eiser in persoon is betekend.

Het onderdeel is gegrond.

Overige grieven

4. De grieven kunnen niet leiden tot cassatie zonder verwijzing en behoeven bijgevolg geen antwoord.

Dictum
Het Hof,
Vernietigt het bestreden vonnis.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde vonnis.
Houdt de beslissing over de kosten aan en laat die over aan de verwijzingsrechter.
Verwijst de zaak naar de correctionele rechtbank Leuven, rechtszitting houdende in hoger beroep.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, en op de openbare rechtszitting van 31 oktober 2017 uitgesproken 

Noot: 

Uittreksel uit het gerechtelijk wetboek:

Art. 38.<W 1985-05-24/30, art. 2, 002> § 1. [1 In geval een exploot niet kan worden betekend zoals bepaald in artikel 35, bestaat de betekening in het door de gerechtsdeurwaarder achterlaten aan de woonplaats of, bij gebrek aan een woonplaats, aan de verblijfplaats van de geadresseerde, van een afschrift van het exploot onder gesloten omslag met vermelding van de in artikel 44, eerste lid, bepaalde gegevens.

De gerechtsdeurwaarder vermeldt op het origineel van het exploot en op het betekend afschrift, de datum, het uur en de plaats waarop dit afschrift werd achtergelaten.

Uiterlijk op de eerste werkdag die volgt op de betekening van het exploot, richt de gerechtsdeurwaarder hetzij aan de woonplaats, hetzij, bij gebreke van een woonplaats, aan de verblijfplaats van de geadresseerde, [2 ...]2, een door hem ondertekende brief. Deze brief vermeldt de datum en het uur van de aanbieding, alsmede de mogelijkheid voor de geadresseerde persoonlijk, of voor de houder van een schriftelijke volmacht een afschrift van dit exploot af te halen op het kantoor van de gerechtsdeurwaarder, tijdens een termijn van maximum drie maanden te rekenen vanaf de betekening.

Wanneer de geadresseerde van het exploot de overbrenging van woonplaats heeft aangevraagd, wordt de in het derde lid bedoelde brief gericht aan de plaats waar hij in het bevolkingsregister is ingeschreven en aan het adres waarop hij aangekondigd heeft zijn nieuwe woonplaats te willen vestigen.

Wanneer de in het derde en het vierde lid bedoelde voorschriften verzuimd of onregelmatig verricht zijn, kan de rechter gelasten dat een nieuwe brief wordt gericht aan de geadresseerde van het exploot.]1

§ 2. Wanneer uit de ter plaatse vastgestelde feitelijke omstandigheden blijkt dat het materieel onmogelijk is tot de betekening over te gaan door het achterlaten van een afschrift van het exploot aan de woonplaats of bij gebrek aan een woonplaats, aan de verblijfplaats van de geadresseerde, bestaat zij in de terhandstelling van het afschrift aan de procureur des Konings in wiens rechtsgebied deze feitelijke toestand zich voordoet; op het origineel en op het afschrift worden de feitelijke omstandigheden vermeld die de betekening aan de procureur des Konings noodzakelijk maken. [3 De betekening aan de procureur des Konings mag gedaan worden door het afschrift van de akte aan een parketsecretaris of aan een parketjurist ter hand te stellen.]3 [4 De betekening aan de procureur des Konings geschiedt bij voorrang op elektronische wijze overeenkomstig artikel 32quater/1. In dat geval is artikel 32quater/1, § 2, vierde lid, niet van toepassing.]4

Hetzelfde geldt wanneer de woning waar de persoon aan wie betekend wordt zijn woonplaats heeft, klaarblijkelijk verlaten werd zonder dat hij de overbrenging van woonplaats heeft gevraagd.

Op verzoek van de procureur des Konings worden de nodige maatregelen getroffen opdat het afschrift binnen de korst mogelijke tijd bij de betrokkene toekomt.

De betekening van de procureur des Konings is ongedaan, indien de partij op verzoek van wie zij is verricht de gekozen woonplaats of, bij voorkomend geval, de verblijfplaats van diegene aan wie betekend werd, kende.
----------
(1)<W 2010-04-06/19, art. 3, 010; Inwerkingtreding : 03-05-2010>
(2)<W 2013-01-14/16, art. 74, 013; Inwerkingtreding : 01-09-2013>
(3)<W 2015-10-19/01, art. 4, 015; Inwerkingtreding : 01-11-2015>
(4)<W 2016-05-04/03, art. 13, 018; Inwerkingtreding : 31-12-2016>

Rechtsleer:

• Bart Van den Bergh, Informatieplichten inzake de toegang tot de (civiele) rechtsmiddelenrechter: het Hof van Cassatie acht een prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof niet zinvol, RW 2016-2017, 460

Rechtspraak:

• Cass. 26/05/2016, RW 2016-2017, 1219

AR nr. F.15.0011.N

D. t/ Belgische Staat, minister van Financiën

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Hof van Beroep te Brussel van 15 mei 2014.

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Derde onderdeel

8. Krachtens art. 38, § 1, eerste lid Ger.W., wanneer de betekening niet aan de persoon kan worden gedaan, bestaat de betekening in het door de gerechtsdeurwaarder achterlaten aan de woonplaats of, bij gebrek aan woonplaats, aan de verblijfplaats van de geadresseerde, van een afschrift van het exploot onder gesloten omslag met vermelding van de in art. 44, eerste lid, bepaalde gegevens.

Het derde lid van voormelde wetsbepaling bepaalt dat uiterlijk op de eerste werkdag die volgt op de aanbieding van het exploot, de gerechtsdeurwaarder hetzij aan de woonplaats, hetzij aan de verblijfplaats een door hem ondertekende brief richt. Deze brief vermeldt de datum en het uur van de aanbieding, alsmede de mogelijkheid voor de geadresseerde persoonlijk of voor de houder van een schriftelijke volmacht een afschrift van dit exploot af te halen op het kantoor van de gerechtsdeurwaarder.

Het verzenden van dergelijke aangetekende brief is een loutere voorzorgsmaatregel die niet de gevolgen heeft van een betekening en die derhalve de termijn om een rechtsmiddel aan te wenden niet doet lopen.

9. Het onderdeel dat ervan uitgaat dat de appeltermijn begint te lopen vanaf het verzenden van de aangetekende brief bedoeld in art. 38, § 1, derde lid Ger.W., faalt naar recht.

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 05/01/2018 - 10:41
Laatst aangepast op: vr, 05/01/2018 - 10:41

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.