-A +A

Beslissing inzake samenhang is geen beslissing van inwendige aard en dus vatbaar voor beroep

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
maa, 22/05/2017
A.R.: 
C.16.0441.N

Artikel 1046 Gerechtelijk Wetboek geldt slechts voor de beslissingen waarbij de rechter geen enkel feitelijk of juridisch geschilpunt beslecht of erop vooruitloopt, zodat de beslissing geen enkele partij een onmiddellijk nadeel kan berokkenen; het beroepen vonnis dat uitspraak doet over de betwisting tussen partijen over de samenhang tussen de onderscheiden vorderingen doet uitspraak over een juridisch geschilpunt en is geen maatregel van inwendige aard.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2017-2018
Pagina: 
1301
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

abstract:

Een itspraak doet over de betwisting tussen partijen over de samenhang tussen de onderscheiden vorderingen is geen maatregel van inwendige aard en dus vatbaar voor hoger beroep.

AR nr. C.16.0441.N

BVBA V.C. t/ BVBA G. + G.A. en NV G.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Hof van Beroep te Gent van 29 januari 2016.

...

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

1. Krachtens art. 1046 Ger.W. zijn beslissingen van inwendige aard niet vatbaar voor hoger beroep.

Deze bepaling geldt slechts voor de beslissingen waarbij de rechter geen enkel feitelijk of juridisch geschilpunt beslecht of erop vooruitloopt, zodat de beslissing geen enkele partij een onmiddellijk nadeel kan berokkenen.

Het beroepen vonnis dat uitspraak doet over de betwisting tussen partijen over de samenhang tussen de onderscheiden vorderingen, doet uitspraak over een juridisch geschilpunt en is geen maatregel van inwendige aard.

2. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat partijen betwisting hebben gevoerd over de door de eiseres in haar dagvaarding vooropgestelde samenhang en bundeling van vorderingen. Daar de eiseressen bij betwisting of afwezigheid van samenhang, aandrongen op de opsplitsing van het geschil, heeft de verweerster de samenhang betwist, maar zich aangesloten bij de door de eiseressen vooropgestelde sanctie.

De appelrechters stellen met verwijzing naar het beroepen vonnis vast dat de twee vorderingen betreffende onderscheiden werven uitgaande van de rechtsvoorganger van de eiseres door het beroepen vonnis werden gesplitst met een afzonderlijk rolnummer.

Zij oordelen dat «geen betwisting werd gevoerd over de samenhang of splitsing van de gebundeld aangebrachte zaken en dat laatste zelfs uitdrukkelijk naar recht werd gesuggereerd» en dat de beroepen beslissing een beslissing van inwendige aard uitmaakt in de zin van art. 1046 Ger.W.

3. Door te oordelen dat geen betwisting werd gevoerd, miskennen de appelrechters de bewijskracht van de conclusie.

Door vervolgens te oordelen dat de beroepen beslissing een beslissing van inwendige aard uitmaakt in de zin van art. 1046 Ger.W., schenden zij voormeld artikel. De vaststelling dat partijen het in subsidiaire orde eens waren over de toe te passen sanctie voor het geval de rechtbank geen samenhang zou aannemen, doet hieraan niets af.

Het middel is gegrond.

Noot: 

• Cass. 3 oktober 2014, AR C.13.0164.N, AC 2014, nr. 574

• Cass. 17 december 2003, AR P.03.1450.F, AC 2003, nr. 655.

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: wo, 11/04/2018 - 20:05
Laatst aangepast op: vr, 11/05/2018 - 00:03

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.