-A +A

Bescherming van de persoonlijke levenssfeer en oneerlijke concurrentie

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Brussel
Datum van de uitspraak: 
din, 15/02/2005
A.R.: 
2003AR2802

I. Krachtens artikel 98 ,§ 1 Wet Handelspraktijken kunnen beroeps- en interprofessionele verenigingen, in afwijking van de artikelen 17 en 18 Ger.W., in rechte optreden voor de verdediging van hun statutair omschreven collectieve belangen.

Op basis van de leer van de onrechtmatige mededinging kan een inbreuk op een wettelijke of reglementaire bepaling bij de uitoefening van een handel op zich een strijdigheid met de eerlijke handelsgebruiken opleveren.

Banken en verzekeringsmakelaars hebben er belang bij dat de opgelegde norm, zoals de wet op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, door de bank ten opzichte van de cliënteel worden nageleefd. Een overtreding van deze norm vermag de agenten te schaden in hun beroepsbelangen.

II. Krachtens artikel 4 ,§ 1,1° van de wet op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer dienen persoonsgegevens eerlijk en rechtmatig te worden verwerkt.

Het finaliteitsbeginsel van artikel 4 ,§ 1,2° impliceert dat de gegevens moet worden verkregen voor welbepaalde en uitdrukkelijk omschreven doeleinden. Deze doeleinden moeten uiterlijk op het moment dat de gegevens worden verkregen, worden meegedeeld. Daarenboven dienen deze doeleinden gerechtvaardigd en wettig te zijn.

Tenslotte mogen de gegevens niet verder worden verwerkt op een wijze die onverenigbaar is met deze doeleinden.

Daar de bepalingen van de artikelen 4 en 5 van de wet op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer cumulatief moeten worden vervuld om van een rechtmatige verwerking van persoonsgegevens te kunnen spreken, volstaat de vaststelling van een inbreuk op een van de bepalingen om te besluiten tot het inbreukmakende karakter van de verwerking.

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Noot: 

Van de Heyning, C., « Het gebruik van telecommunicatiegegevens in het strafrechtelijk onderzoek in gevaar? », R.A.B.G., 2017/7, p. 533-538

Gerelateerd
Aangemaakt op: wo, 27/12/2017 - 16:47
Laatst aangepast op: wo, 27/12/2017 - 16:47

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.