-A +A

Beschermde werknemer-Personeelsafgevaardigde-voorwaarde dat overlegorgaan wettelijke opdracht kan vervullen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
maa, 26/06/2017
A.R.: 
S.15.0036.N

Het doel van de bescherming vervat in de Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden bestaat erin nadelige discriminatie van de personeelsafgevaardigden te voorkomen en de goede werking van de overlegorganen te vrijwaren; zolang niet vaststaat dat de betreffende overlegorganen in een bepaalde onderneming binnen een zeer korte termijn niet langer hun wettelijke opdracht zullen te vervullen hebben, is er, behoudens afwijkende bijzondere wetsbepaling zoals artikel 46, §2, eerste lid, Faillissementswet, geen enkele grond die toelaat een personeelsafgevaardigde om technische of economische redenen te ontslaan zonder het bevoegde paritair comité te raadplegen.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2017-2018
Pagina: 
1260
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

arrest
AR nr. S.15.0036.N

Vennootschappen naar Italiaans recht SpA A.L.A.I. en A.-C.A.I. t/ E.D.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen de arresten van het Arbeidshof te Brussel van 14 februari 2014 en 24 oktober 2014.

...

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

...

Tweede middel

Eerste onderdeel

1. Krachtens art. 3, § 1 Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden kan de werkgever een personeelsafgevaardigde of een kandidaat-personeelsafgevaardigde slechts om economische of technische redenen ontslaan wanneer die redenen vooraf door het bevoegde paritair comité zijn erkend.

Het doel van de bescherming vervat in de Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden bestaat erin nadelige discriminatie van de personeelsafgevaardigden te voorkomen en de goede werking van de overlegorganen te vrijwaren.

2. Zolang niet vaststaat dat de betreffende overlegorganen in een bepaalde onderneming binnen een zeer korte termijn niet langer hun wettelijke opdracht zullen kunnen vervullen, is er, behalve in het geval van een afwijkende bijzondere wetsbepaling, zoals art. 46, § 2, eerste lid Faillissementswet, geen enkele grond die toelaat een personeelsafgevaardigde om technische of economische redenen te ontslaan zonder het bevoegde paritair comité te raadplegen.

In zoverre het onderdeel van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt het naar recht.

3. De appelrechters stellen vast en oordelen dat:

– de procedure van buitengewone bewindvoering zoals deze uiteindelijk werd uitgevoerd via de overeenkomst tot overdracht van een geheel van goederen en overeenkomsten van 12 december 2008 niet enkel tot doel had de stopzetting van de activiteiten van de eerste eiseres te regelen, maar wel bestond in het organiseren van een «doorstart» van de luchtvaartmaatschappij via de tweede eiseres;

– bij de voormelde overeenkomst van 12 december 2008 tussen de eerste en de tweede eiseres werd bepaald dat met ingang van 12 januari 2009 om 23 uur minstens een zeer belangrijk gedeelte van de materiële en immateriële activa en zelfs een gedeelte van de passiva van de eerste eiseres werden overgedragen naar de tweede eiseres;

– op de doorstart van de eerste eiseres naar de tweede eiseres de bepalingen van hoofdstuk II van de cao nr. 32bis van toepassing zijn;

– art. 46, § 2 Faillissementswet niet geldt voor de vereffenaar van een gerechtelijk akkoord;

– uit het decreet van 29 augustus 2008, genomen ter uitvoering van de Italiaanse decreetwetten nr. 347 van 23 december 2003 en nr. 134 van 28 augustus 2008, geenszins blijkt dat de taak van de met het decreet van 29 augustus 2008 aangestelde voorlopige bewindvoerder F. noodzakelijk inhoudt dat alle werknemers van de eerste eiseres ontslagen dienden te worden;

– in de aanstelling van de h. F. enkel wordt aangegeven dat deze belast wordt met het beheer van de onderneming en de administratie van haar goederen;

– de verweerder als lid van de vakbondsafvaardiging ermee belast was de opdrachten van het comité voor preventie en bescherming op het werk uit te oefenen en hij dezelfde bescherming genoot als de personeelsafgevaardigden in deze comités.

4. Met die redenen verantwoorden de appelrechters hun beslissing dat de eerste eiseres wel degelijk de procedure tot ontslag om economische of technische redenen, zoals vervat in de Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden, had moeten naleven naar recht.

Het onderdeel kan in zoverre niet worden aangenomen.

5. Blijkens bovenstaande feitelijke beoordeling van de appelrechters heeft de eerste eiseres niet alle activiteiten stopgezet, maar zijn de activiteiten voortgezet als gevolg van de gevoerde procedure van buitengewone bewindvoering.

6. De door de eiseressen voorgestelde prejudiciële vraag gaat uit van de hier niet voorhanden zijnde hypothese dat is vastgesteld dat de werkgever alle activiteiten heeft stopgezet als gevolg van de gevoerde procedure van buitengewone bewindvoering.

Er is geen reden deze vraag, die niet aan de orde is en aldus niet dienstig is voor de oplossing van het geschil, aan het Grondwettelijk Hof te stellen.

...

 

Noot: 

• Beschermings personeelsafgevaardigde, NJW 246, 497

• O. Wouters, Beschermde werknemer kan afstand doen van beschermingsvergoeding, De juristenkrant, 232, 29 juni 2011, pagina 3.

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 30/03/2018 - 19:49
Laatst aangepast op: vr, 30/03/2018 - 19:49

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.