-A +A

Beroep tegen weigering inschrijving lijst architect

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
vri, 28/10/2016
A.R.: 
C.15.0134.N

Uit de bepalingen van de artikelen 3, 5, 17, §1, eerste lid, en 26 Architectenwet volgt dat de inschrijving op de lijst of tabel een bevoegdheid is van de raad van de Orde en dat een persoon die het oneens is met een beslissing van die raad omtrent de inschrijving of weglating van de lijst beroep dient in te stellen bij de bij voormelde wet bepaalde appelinstantie, zijnde de raad van beroep; het komt enkel deze instantie toe om over het beroep te oordelen.

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. C.15.0134.N
ORDE VAN ARCHITECTEN, met zetel te 1000 Brussel, Livornostraat 160, bus 2,
eiseres,
tegen
G. D., met keuze van woonplaats bij gerechtsdeurwaarder Luc Indekeu, met kan-toor te 1190 Vorst, Brugmannlaan 69,
verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in laatste aanleg van de vrederechter van het tweede kanton Brussel van 29 oktober 2014.

II. CASSATIEMIDDEL
De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Derde onderdeel

1. Krachtens artikel 3 Architectenwet omvat de Orde van architecten al de per-sonen die op één van de tabellen van de Orde of op een lijst van stagiairs zijn in-geschreven.

Artikel 5 Architectenwet bepaalt dat niemand in België het beroep van architect in welke hoedanigheid ook mag uitoefenen als hij niet op één van de tabellen van de Orde of op een lijst van stagiairs is ingeschreven.

Krachtens artikel 17, § 1, eerste lid, Architectenwet houdt elke raad van de Orde een tabel en een lijst van stagiairs bij, waarop de leden van de Orde worden inge-schreven die de hoofdzetel van hun activiteit in zijn gebied gevestigd hebben.

Krachtens artikel 26 Architectenwet mogen de nationale raad en de betrokkene binnen de termijn van dertig dagen beroep instellen bij de raad van beroep tegen elke beslissing van de raad die krachtens het artikel 17 van deze wet is genomen.

2. Uit deze bepalingen volgt dat de inschrijving op de lijst of tabel een be-voegdheid is van de raad van de Orde en dat een persoon die het oneens is met een beslissing van die raad omtrent de inschrijving of weglating van de lijst beroep dient in te stellen bij de bij voormelde wet bepaalde appelinstantie, zijnde de raad van beroep.

Het komt enkel deze instantie toe om over het beroep te oordelen.

3. De vrederechter die, in het kader van een procedure tot betaling van achter-stallige bijdragen, vaststelt dat de verweerder tegen de beslissing van de raad van de Orde van 22 februari 2010 tot zijn weglating van de tabel per 31 december 2009 geen beroep heeft ingesteld bij de raad van beroep, en zelf oordeelt dat overmacht de verweerder verhinderde om beroep in te stellen en vervolgens "soe-verein oordeelt" omtrent de datum sedert dewelke de verweerder het beroep van architect niet meer heeft uitgeoefend, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht.

Het onderdeel is gegrond.

Dictum
Vernietigt het bestreden vonnis behalve in zoverre dit het verzet van de verweer-der ontvankelijk verklaart.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde vonnis.
Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter.
Verwijst de aldus beperkte zaak naar de vrederechter te Leuven.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, in openbare rechtszitting van 28 oktober 2016 uitgesproken

Noot: 

Uittreksel archtitectenwet (klik hier voor de integrale geconsolideerde versie van de archtiectenwet)

Art. 3. De Orde van architecten omvat al de personen die op één van de tabellen van de Orde of op een lijst van stagiairs zijn ingeschreven.

Art. 5. Niemand mag in België het beroep van architect in welke hoedanigheid ook uitoefenen als hij niet op één van de tabellen van de Orde of op een lijst van stagiairs is ingeschreven of indien hij niet heeft voldaan aan de bepalingen van het eerste of tweede lid van § 2 van artikel 8.

Art. 17.§ 1. Elke raad van de Orde houdt een tabel en een lijst van stagiairs bij, waarop de leden van de Orde worden ingeschreven die de hoofdzetel van hun activiteit in zijn gebied gevestigd hebben.
De aanvragen tot inschrijving op de tabel en op de lijst van de stagiairs worden aan de bevoegde raad verzonden. Hij bevestigt de ontvangst ervan binnen een termijn van 10 dagen.

De raad doet binnen dertig dagen uitspraak over de aanvragen tot inschrijving bedoeld in artikel 8, (§ 1), en over de aanvragen tot machtiging bedoeld in artikel 8, § 2, eerste lid). [1 In voorkomend geval deelt de Raad binnen deze termijn aan de aanvrager mee welke documenten ontbreken. In de gevallen als bedoeld in artikel 1, § 4 van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect bedraagt de termijn drie maand vanaf de indiening van een volledig dossier.

Is de raad van oordeel een afwijzende beslissing te moeten nemen, dan brengt hij de belanghebbende hiervan op de hoogte bij aangetekende brief. Een definitieve beslissing kan slechts genomen worden met tweederde meerderheid en voorzover de belanghebbende de in artikel 24 bepaalde waarborgen heeft genoten.

§ 2. Elke raad van de Orde is, wat de vestiging en de machtiging betreft, bedoeld in artikel 8, § 1 en § 2, eerste lid, bevoegd om, overeenkomstig de regelen bepaald in artikel 8, diploma's, certificaten en andere titels, alsook de documenten of inlichtingen bedoeld in de (Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties), te ontvangen. 

Elke raad van de Orde is, wat de vestiging en de machtiging betreft, bedoeld in artikel 8, § 1 en § 2, eerste lid, ook bevoegd om de in dezelfde richtlijn bedoelde documenten en inlichtingen te verstrekken. 

De afgifte van diploma's, certificaten en andere titels met betrekking tot de vorming, van attesten van goed gedrag of betrouwbaarheid die geen verband houden met de beroepswerkzaamheid van architect en van de verklaringen dat geen faillissement heeft plaatsgehad, behoort echter tot de bevoegdheid van respectievelijk de voor het onderwijs bevoegde overheden, de gemeentebesturen, en de griffies van de rechtbanken van koophandel.

Gerelateerd
Aangemaakt op: di, 13/06/2017 - 15:25
Laatst aangepast op: di, 13/06/2017 - 15:25

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.