-A +A

Beroep na opgeheven verzet in strafzaken

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
woe, 22/01/2014
A.R.: 
27/02/2018

Art. 187, § 9 Sv. houdt in dat het hoger beroep tegen een vonnis waarbij het verzet ongedaan wordt verklaard, van rechtswege het geschil in zijn geheel ter beoordeling voorlegt aan de appelrechter, met als enige beperking de relatieve werking van het verzet. Hieruit volgt dat art. 204 Sv. geen toepassing vindt in zoverre het hoger beroep het bij het verstekvonnis beoordeelde geschil beoogt, zodat de appellant niet moet preciseren welke zijn grieven zijn tegen dat vonnis zoals in dat artikel bepaald.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2017-2018
Pagina: 
1657
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

AR nr. P.17.0618.N

C.L.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis in hoger beroep van de Correctionele Rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, van 10 mei 2017.

...

II. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Ambtshalve middel

Geschonden wettelijke bepalingen: artt. 187, § 9, tweede lid, en 204 Sv.

1. Art. 187, § 9 Sv. bepaalt:

«Tegen de beslissing die op verzet is gewezen, staat hoger beroep open of, indien ze gewezen is in hoger beroep, cassatieberoep.

«Hoger beroep tegen de beslissing die het verzet als ongedaan beschouwt, houdt in dat de grond van de zaak aanhangig wordt gemaakt bij de rechter in hoger beroep, ook al is er geen hoger beroep ingesteld tegen het bij verstek gewezen vonnis.»

2. Deze bepaling houdt in dat het hoger beroep tegen een vonnis waarbij het verzet ongedaan wordt verklaard, van rechtswege het geschil in zijn geheel ter beoordeling voorlegt aan de appelrechter, met als enige beperking de relatieve werking van het verzet. Hieruit volgt dat art. 204 Sv. geen toepassing vindt in zoverre het hoger beroep het bij het verstekvonnis beoordeelde geschil beoogt, zodat de appellant niet moet preciseren welke zijn grieven zijn tegen dat vonnis zoals in dat artikel bepaald.

3. Het bestreden vonnis verklaart eisers hoger beroep tegen het vonnis waarbij het diens verzet tegen het verstekvonnis van 31 maart 2004 ongedaan verklaart, vervallen. Het baseert die beslissing op het onvoldoende nauwkeurig bepalen van grieven tegen dat verstekvonnis. Aldus schendt het bestreden vonnis de vermelde wetsbepalingen.

...

Noot: 

S. Van Overbeke, Hoger beroep tegen een ongedaan verzet: het grievenstelsel buiten spel, RW 2017-2018, 1657

B. De Smet, «Draagwijdte van het hoger beroep tegen ongedaan verzet» (noot onder Cass. 11 juni 2008), RW 2009-10, 407;

B. De Smet, «Verzet: ongedaan verzet» in Comm. Straf., Mechelen, Kluwer, losbl., p. 15-16, nrs. 40-44;

P. Vandenbruwaene, Y. Liégeois en B. De Smet, «Het complexe systeem van verstek, ontvankelijk of niet-ontvankelijk verzet, ongedaan verzet en de opeenvolging van verzet en hoger beroep. Voorstellen tot vereenvoudiging», RW 2014-15, p. 967, nr. 14;

S. Van Overbeke, «Verzet en hoger beroep in strafzaken na de wet van 5 februari 2016 tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie («Potpourri II») (eerste deel)», RW 2015-16, (1403) 1413). 

Rechtspraak:

Cass. 22 januari 2014, RW 2014-15, 978, noot;

Cass. 2 juni 2015, AR P.14.1692.N, Arr.Cass. 2015, 1469;

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 09/06/2018 - 09:36
Laatst aangepast op: vr, 15/06/2018 - 23:31

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.