-A +A

Beoordelingsmacht van de rechter over staat van onkosten en erelonen van advocaat zonder tussenkomst van Raad van de Orde

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Vredegerecht
Plaats van uitspraak: Zottegem-Herzele
Datum van de uitspraak: 
don, 17/11/2011
Publicatie
tijdschrift: 
Tijdschrift van de Vrederechters
Jaargang: 
2013
Pagina: 
684
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

samengevat:

 

Wat de omvang van de staat van onkosten en erelonen van de advocaat betreft geldt de bij artikel 446 ter Ger.W. voorziene gedragsregel dat de advocaten hun ereloon begroten met de bescheidenheid die van hun functie moet worden verwacht; het opmaken van een ereloonstaat maakt derhalve een krachtens de wet aan de advocaat toegekend partijbeslissingsrecht uit.

De rechter vermag dergelijke partij te toetsen doch dergelijke toetsing is marginaal wat impliceert dat de rechter enkel vermag op te treden in het geval dat de vastgestelde ereloonstaat kennelijk overdreven is; de verdere inhoud van artikel 446 ter Ger.W. maakt duidelijk dat buiten de Raad van de Orde ook de rechter toezicht heeft op deze staat waarbij de belangrijkheid van de zaak en de aard van het werk als nuttig criterium gelden; er bestaat dienvolgens geen verplichting voor de rechter de staat voor advies te verzenden naar de Raad van de Orde.

Het behoort aan de advocaat om zijn prestaties te bewijzen met inbegrip van hun omvang, de graad van ingewikkeld feit en het resultaat.

In casu legt de eiser een zeer gedetailleerde staat voor met de nauwkeurige specificatie van de gemaakte kosten en het in rekening gebrachte ereloon waarbij hij detailleert welk ereloon hij voor welke prestatie aanrekende.

Hij legt eveneens de volledige bundel zelve voor in dewelke deze kosten werden gemaakt zodat die gevatte rechter zich een oordeel kan vormen zowel over de aard als over de moeilijkheidsgraad en de omvang van het geleverde werk; de eiser weerlegt tevens op passende en voldoende onderbouwde wijze alle kritiek welke de verweerder op deze staat formuleert.

De aangerekende bedragen komen bij de uit te oefenen marginale toetsing absoluut niet exorbitant of overdreven voor.

De eiser preciseert weliswaar niet welk uurloon hij aanrekent, doch omschrijft op afdoende wijze de geleverde prestaties ten opzichte van alle onderdelen van zijn optreden…

De vordering van de advocaat is derhalve gegrond.

De verweerder wordt veroordeeld tot de gerechtskosten. Er zijn geen redenen om de gevorderde rechtsplegingvergoeding te herleiden tot een minimumvergoeding zoals door de verweerder gevorderd.

Het louter feit te werken in een beschutte werkplaats impliceert niet dat hij onvoldoende financiële draagkracht bezit.

 

 

Noot: 

Onder dit vonnis werd een noot gepubliceerd van Fernand Moeykens, zowel over de ontstaansgeschiedenis van het pro deo systeem, als over de voorlichtingsplicht van de advocaat ter zake als over de ereloonberekening van de advocaat waarbij deze uitdrukkelijk stelt dat vandaag (lees 2013) een gemiddeld uurloon van 125 euro (exclusief BTW) een gangbaar gemiddeld uurloon is.

Daarnaast stelt de auteur dat wanneer er gerekend wordt op basis van het behaalde resultaat het percentage tussen de 4 en de 15 % als redelijk kan worden beschouwd.

Tenslotte verwijst de auteur naar de methode van de begroting aan de hand van de aard van de prestaties en de aard van de zaak, hetgeen heden ten dage evenwel moeilijker wordt gelet op de WMPC en de verplichting tot detaillering van de prestatie die hieruit voortvloeit.

Mijns inziens kan enkel de derde methode toegepast worden aan de hand van een forfaitair systeem op basis van een overeenkomst.

Wanneer een overeenkomst wordt opgesteld tussen een cliënt en een advocaat met betrekking tot het ereloon, is er van een partijbeslissing geen sprake meer en kan het toetsingsrecht, lees het marginale toetsingsrecht van de rechter niet meer worden gehanteerd. Enkel de geldigheid van de overeenkomst kan alsdan nog in vraag worden gesteld.

In concreto betekent dit dat dient nagegaan of op het ogenblik van de contractsluiting er misbruik werd gemaakt van de positie van de advocaat en door de advocaat.

Let wel, de vrijheid van keuze van een advocaat is absoluut en de vrijheid van een advocaat om een zaak al dan niet te aanvaarden is ook absoluut.

Zo kan een advocaat specifiek door een cliënt gekozen worden en kan de advocaat zijn tussenkomst afhankelijk stellen van een verhoogd tarief gelet op alle mogelijke denkbare omstandigheden die overigens voor de cliënt vaak medebepalend waren voor de keuze van deze of geen advocaat.

Er zijn goede en minder goede advocaten, er zijn gespecialiseerde advocaten en advocaten met een loutere algemene kennis, er zijn vlijtige advocaten en luie advocaten, er zijn vlugge advocaten en snelle advocaten, er zijn stugge advocaten en er zijn empatische advocaten, er zijn opgedrongen advocaten en er zijn advocaten waarvoor men specifiek zelf gekozen heeft, er zijn advocaten die men kent en er zijn advocaten die men niet kent, er zijn advocaten waarin men een absoluut vertrouwen heeft en er zijn advocaten waarover men twijfels heeft, kortom, er zijn advocaten van soorten en in zijn lange opsomming stelt Anton Bergmann in zijn boek Ernest Staas Advocaat … “en er zijn ook eerlijke advocaten”.

Dit laatste is cynisch want advocaten die aan de balie blijven, hebben een deontologie die de eerlijkheid en de hoffelijkheid vooropstelt.

Oneerlijke advocaten worden geschrapt.

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 19/04/2014 - 12:00
Laatst aangepast op: za, 19/04/2014 - 12:00

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.