-A +A

Belg worden ondanks verkeersovertredingen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Rechtbank van Eerste Aanleg Burgerlijke rechtbank
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
don, 09/10/2014

Belg worden Verkeersovertredingen zijn geen beletstel

De lijst met gewichtige feiten eigen aan de persoon van art 1, 4° Wetboek van Belgische Nationaliteit en art 2, 1° van het KB van 14 januari 2013 is niet limitatief en heeft betrekking op feiten waaruit blijkt dat de verzoeker de fundamentele regels en normen betreffende de organisatie van de Belgische samenleving heeft geschonden of zich er niet aan kan of wil onderwerpen,

Diverse veroordelingen wegens verkeersovertredingen, van ruime tijd geleden en met slechts milde straffen, beletten het verwerven van de Belgische nationaliteit niet.
 

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2014-2015
Pagina: 
510
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

A.K.

De rechtbank heeft de stukken ingezien, inzonderheid:

- de verklaring tot het verkrijgen van de Belgische nationaliteit overeenkomstig art. 12bis, § 2° Wetboek van Belgische Nationaliteit, afgelegd door de verzoeker voor de ambtenaar van de burgerlijke stand te Gent op 30 mei 2013;

- het negatief advies, uitgebracht door eerste substituut-procureur des Konings Claudine Sorgeloose op 17 september 2013 en op dezelfde datum bij aangetekende brief verstuurd naar de verzoeker;

- de hieraan gehechte aangetekende brief van de raadsman van de verzoeker van 25 september 2013, waarin om het overzenden van het dossier aan deze rechtbank wordt verzocht.

De rechtbank heeft de verzoeker en zijn raadsman in raadkamer gehoord in aanwezigheid van eerste substituut-procureur des Konings Guy Baesen, Het debat is gesloten op de terechtzitting van 12 december 2013, waarna eerste substituut-procureur des Konings Guy Baesen een mondeling advies verleende (volharding in het negatief advies van 17 september 2013) en de rechtbank de zaak in beraad heeft genomen.

Het openbaar ministerie heeft een negatief advies verleend tegen verzoekers nationaliteitsverklaring wegens gewichtige feiten eigen aan de persoon van de verzoeker.

De verzoeker betwist deze zienswijze en vraagt de inwilliging van zijn nationaliteitsverklaring.

Beoordeling

Het negatief advies van 17 september 2013 verwijst naar volgende gegevens die volgens de procureur des Konings dienen te worden aangemerkt als “gewichtige feiten eigen aan de persoon van de verzoeken”.

- enerzijds het strafregister van de verzoeker;

- anderzijds zijn gebrek aan kennis van de Nederlandse taal.

Uit het stuk 14 van het openbaar ministerie blijkt dat de Kamer van Volksvertegenwoordigers op 31 januari 2013 de naturalisatieaanvraag van de verzoeker van 2009 heeft verworpen wegens zijn «gebrek aan kennis van de taal en de door (hem) opgelopen politieveroordelingen.

Strafregister van de verzoeker

De verzoeker is in 2002 drie keer veroordeeld door de politierechtbank en in 2004 één keer:

-- vonnis van de Politierechtbank te Gent van 26 april 2002: verkeersovertreding (boete van 50 euro en rijverbod van acht dagen) en sturen zonder rijbewijs (boete van 200 euro en rijverbod van één maand);

-- vonnis van de Politierechtbank te Dendermonde van 10 mei 2002: sturen zonder rijbewijs (boete van 200 euro met uitstel gedurende drie jaar en rijverbod van dertig dagen);

-- vonnis van de Politierechtbank te Gent van 9 september 2002: als eigenaar van een motorvoertuig, geen verplichte WAM-verzekering te hebben afgesloten (boete van 100 euro waarvan 75 euro met uitstel gedurende één jaar) en sturen zonder rijbewijs (boete van 200 euro waarvan 150 euro met uitstel gedurende één jaar);

-- vonnis van de Politierechtbank te Gent van 4 juni 2004: verkeersovertreding en onopzettelijke slagen en verwondingen (boete van 50 euro).

Deze feiten worden weliswaar niet opgesomd als gewichtige feiten eigen aan de persoon» in art. L § 2, eerste Lid, 4° Wetboek van Belgische Nationaliteit of in het KB van 14 januari 2013, maar dit betekent geenszins dat zij niet als gewichtige feiten in de zin van art. 15, § 3, eerste lid Wetboek van Belgische Nationaliteit kunnen worden beschouwd.

De opsomming in voormeld art. l , § 2, eerste lid, 4° Wetboek van Belgische Nationaliteit of in het KB van 14 januari 2013 is immers niet limitatief. Dit blijkt duidelijk uit het Verslag aan de Koning met betrekking tot het KB van 14 januari 2013 (BS 21 januari 2013) waarin wordt ver meld “…

In het nieuwe art. 1, § 2, eerste lid, 4° Wetboek van Belgische Nationaliteit heeft de wetgever zelf een aantal feiten gekwalificeerd als een gewichtig feit eigen aan de persoon. De wetgever heeft hiermee niet op een strikte wijze het aantal gevallen van gewichtige feiten willen omschrijven, maar beeft reeds een bepaalde invulling gegeven van het begrip willen vooropstellen. (. .. ) De lijst bevat een aantal gevallen die op zich een gewichtig feit eigen aan de persoon uitmaken en die eventueel aanleiding zullen kunnen geven tot een negatief advies voor de verkrijging van de Belgische nationaliteit. ( ... )”, (cursivering aangebracht door de rechtbank).

Terzake blijkt uit de aard van de feiten waarvoor de verzoeker is veroordeeld en de milde bestraffing ervoor geenszins dat de verzoeker de fundamentele regels betreffende de organisatie van de Belgische samenleving zou hebben geschonden. Deze feiten kunnen dan ook niet als gewichtige feiten eigen aan de persoon van de verzoeker worden beschouwd. Daarenboven dateren deze veroordelingen van elf; respectievelijk negen jaar geleden.

Gebrek aan kennis van het Nederlands

Overeenkomstig art. l2bis, § I, 2° Wetboek van Belgische Nationaliteit kan de vreemdeling de Belgische nationaliteit verkrijgen door een verklaring af te leggen, als hij:

 

a) de leeftijd van achttien heeft bereikt; b) vijf jaar wettelijk verblijf in België heeft; c) het bewijs levert van de kennis van één van de drie landstalen; d) zijn maatschappelijke integratie bewijst door ( ... ); e) en zijn economische participatie bewijst door ( ... ).

De wetgever heeft ervoor geopteerd om het bewijs van het taalvereiste te objectiveren. Dit bewijs kan worden geleverd door o.a. aan te tonen dat de kandidaat-Belg de voorbije vijf jaar onafgebroken als werknemer of zelfstandige in hoofdberoep heeft gewerkt.

De verzoeker heeft dit formeel bewijs geleverd: hij heeft zijn loonfiches voorgelegd, waaruit blijkt dat hij onafgebroken als arbeider werkt in België sedert 2003; van 21 oktober 2003 tot 26 januari 2012 werkte hij als arbeider bij de NV R.P. in Mariakerke en vanaf I februari 2012 tot heden werkt hij als arbeider bij de BVBA S. te Lovendegem.

Zijn huidige werkgever (BVBA S.) attesteerde daarenboven op 25 september 2013 wat volgt: «Bij deze wil ik bevestigen dat A.K. de Nederlandse taal machtig is. Dagelijks verlopen al onze gesprekken in het Nederlands».

Zelfs mocht het zo zijn dat de verzoeker geen (voldoende) kennis zou hebben van het Nederlands (of één van de twee andere landstalen), dan nog kan dit in dit concrete geval (de verzoeker werkt al jaren in Vlaamse bedrijven, waar de voertaal Nederlands is) niet worden beschouwd als een «gewichtig feit eigen aan de persoon van de verzoeker», omdat de verzoeker geenszins blijk geeft van enige onwil of onkunde om zich te onderwerpen aan de regels en normen die de organisatie van de Belgische samenleving beheersen.

Het negatief advies komt dan ook niet gegrond voor.
 

Gerelateerd
Aangemaakt op: wo, 26/11/2014 - 01:45
Laatst aangepast op: di, 19/05/2015 - 12:48

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.