-A +A

Belasting en gratis terbeschikkingstelling van onroerende goederen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
don, 13/11/2014
A.R.: 
F.13.0118.F

De kosten die een vennootschap maakt om aan haar bedrijfsleiders een voordeel van alle aard te verlenen of toe te kennen als bezoldiging voor de uitoefening van hun beroepswerkzaamheid binnen de vennootschap, beroepskosten zijn aftrekbaar op grond van artikel 49 van het voormelde wetboek.

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2015/10
Pagina: 
717
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. F.13.0118.F
BELGISCHE STAAT, minister van Financiën,
tegen
DOCTEUR AVRIL - OTO-RHINO-LARYNGOLOGIE, burgerlijke vennootschap in de vorm van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik van 23 oktober 2012.

II. CASSATIEMIDDEL
De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

In zoverre het middel de schending aanvoert van artikel 53, 1°, WIB92, dat, we-gens het voorwerp ervan, niet van toepassing is op vennootschappen, is het niet ontvankelijk.

Volgens artikel 49, eerste lid, van dat wetboek, zoals het krachtens artikel 183 van toepassing is op vennootschappen, zijn als beroepskosten aftrekbaar de kosten die de belastingplichtige in het belastbare tijdperk heeft gedaan of gedragen om de belastbare inkomsten te verkrijgen, mits hij die kosten door middel van bewijsstukken verantwoordt.

Artikel 52, 3°, van hetzelfde wetboek bepaalt dat de bezoldigingen van de perso-neelsleden voor hun werkgever beroepskosten vormen en artikel 195, § 1, betreffende de beroepskosten van de vennootschappen bepaalt dat bedrijfsleiders voor de toepassing van de bepalingen inzake beroepskosten met werknemers worden gelijkgesteld en hun bezoldigingen worden aangemerkt als beroepskosten van de vennootschappen waarvan ze de leiding hebben.

De bezoldigingen van de bedrijfsleiders zijn, overeenkomstig het artikel 32, eerste lid, van het voormelde wetboek, alle beloningen die hun worden verleend of toe-gekend; zij omvatten met name volgens artikel 32, tweede lid, 2°, de voordelen die vermeld worden in artikel 31, tweede lid, 2°, te weten de voordelen van alle aard verkregen uit hoofde of naar aanleiding van het uitoefenen van de beroeps-werkzaamheid.

Uit die bepalingen volgt dat de kosten die een vennootschap maakt om aan haar bedrijfsleiders een voordeel van alle aard te verlenen of toe te kennen als bezoldi-ging voor de uitoefening van hun beroepswerkzaamheid binnen de vennootschap, beroepskosten zijn die aftrekbaar zijn op grond van artikel 49 WIB92.

Het arrest stelt, met verwijzing naar de uiteenzetting van de feiten door de eerste rechter, dat het maatschappelijk doel van de verweerster bestaat in geneeskunde inzake otorhinolaryngologie, dat haar enige vennoot en zaakvoerster dokter in de geneeskunde is, die in deze tak van de geneeskunde gespecialiseerd is, dat de verweerster een huis voor woondoeleinden heeft gekocht dat ze haar zaakvoerster gratis ter beschikking heeft gesteld en dat laatstgenoemde haar beroepsactiviteit in de buurt van dat huis uitoefent, in het ziekenhuiscentrum van Libramont. Het ar-rest wijst verder erop dat de werkzaamheid van de zaakvoerster "de voornaamste of zelfs de enige inkomstenbron van [de verweerster] is".

Het arrest, dat erop wijst dat de litigieuze kosten, met name betreffende het pand, vermeld worden in de fiscale bijlage bij de balans van de verweerster en dat het daarmee overeenstemmende voordeel van alle aard, waarvoor een aanvullende fi-che 281.10 op naam van de zaakvoerster is opgemaakt, door haar in de personen-belasting is aangegeven als bedrijfsleidersbezoldiging, besluit vervolgens dat die kosten "voortvloeien uit de toekenning, door de vennootschap aan haar zaakvoerster, van een voordeel van alle aard in ruil voor haar beroepswerkzaamheid binnen de vennootschap" en dat "die kosten bijgevolg deel uitmaken van de bezoldiging van de bedrijfsleider van de [verweerster] in de zin van de artikelen 32, tweede lid, 2°, en 31, tweede lid, 2°".

Met die vermeldingen antwoordt het arrest, door ze tegen te spreken, op de appel-conclusie van de eiser, die aanvoerde dat er geen noodzakelijk oorzakelijk verband bestond tussen de litigieuze kosten en de activiteit van de verweerster, en verantwoordt het naar recht zijn beslissing dat die kosten als beroepskosten aftrekbaar zijn van de winst van de verweerster.

In zoverre het middel ontvankelijk is, kan het niet worden aangenomen.

Dictum
Het Hof
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eiseres tot de kosten.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, en in openbare terechtzitting van 13 november 2014 uitgesproken

Noot: 

• Fiscale Actualiteit [Fisc.Act.] GNEDASJ, Svjatoslav; Noot 'Kost woning als vergoeding bedrijfsleider is aftrekbaar! Cassatie slaat en zalft...' 2014, nr. 43, p. 1-6.

• Tijdschrift voor Fiscaal Recht [TFR] VAN BAELEN, Katleen; Noot 'Een woning voor de bedrijfsleider? Het Hof van Cassatie schept duidelijkheid in de bezoldigingstheorie' 2015, nr. 479, p. 310-312.

• Bruneel, D., « De grenzen van de bezoldigingstheorie », R.A.B.G., 2015/10, p. 717-723

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 09/07/2017 - 11:26
Laatst aangepast op: zo, 09/07/2017 - 11:37

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.