-A +A

Belang van een VZW in een procedure Raad van State

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Raad van State
Datum van de uitspraak: 
din, 26/04/2016
A.R.: 
234.507

De verenigingen zonder winstoogmerk kunnen krachtens de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen, in rechte optreden ter verdediging van het doel of de doeleinden waarvoor ze zijn opgericht.

Wanneer een vzw, die niet haar persoonlijk belang aanvoert, voor de Raad van State optreedt, is vereist dat haar maatschappelijk doel van bijzondere aard is en derhalve onderscheiden van het algemeen belang, dat zij optreedt ter verdediging van een collectief belang, dat haar maatschappelijk doel door de bestreden handeling kan worden geraakt en dat niet blijkt dat dit maatschappelijk doel niet of niet meer werkelijk wordt nagestreefd.

Het is het niet vereist dat er daarenboven ook een band van evenredigheid zou bestaan tussen het actieterrein van de verzoekende partij en de beperkte territoriale draagwijdte van de aan de milieuvergunning verbonden milieueffecten.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2016-2017
Pagina: 
262
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Vzw C.V.E.L.L.-M. t/ Vlaams Gewest

Arrest nr. 234.507

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 3 december 2015, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw van 1 oktober 2015 waarbij het bestuurlijk beroep ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen van 26 maart 2015, houdende het weigeren aan de NV X. van de milieuvergunning voor het exploiteren van een stortplaats categorie 2, gelegen aan de Schorissesteenweg te Ronse, gegrond wordt verklaard, de beroepen beslissing wordt opgeheven en aan de NV X. de gevraagde vergunning wordt verleend voor een termijn van twee jaar.

...

V. Ontvankelijkheid van de vordering

Exceptie

...

Beoordeling

6. De verenigingen zonder winstoogmerk kunnen krachtens de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen, in rechte optreden ter verdediging van het doel of de doeleinden waarvoor ze zijn opgericht.

Wanneer een vzw, die niet haar persoonlijk belang aanvoert, voor de Raad van State optreedt, is vereist dat haar maatschappelijk doel van bijzondere aard is en derhalve onderscheiden van het algemeen belang, dat zij optreedt ter verdediging van een collectief belang, dat haar maatschappelijk doel door de bestreden handeling kan worden geraakt en dat niet blijkt dat dit maatschappelijk doel niet of niet meer werkelijk wordt nagestreefd (RvS 17 november 2008, algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak, nr. 187.998, Coomans e.a).

Anders dan de tussenkomende partij aanneemt, is het niet vereist dat er daarenboven ook een band van evenredigheid zou bestaan tussen het actieterrein van de verzoekende partij en de beperkte territoriale draagwijdte van de aan de milieuvergunning verbonden milieueffecten.

7. Het begrip “leefbaarheid”, zoals vermeld in de statuten van de verzoekende partij, dient te worden begrepen in de gebruikelijke betekenis van de aanwezigheid van een kwaliteitsvolle leefomgeving voor de mens. Alzo vermag de tussenkomende partij aan het voornoemde begrip geen ruimere betekenis te geven teneinde aan de verzoekende partij haar belang te ontzeggen. Voorts werd de verzoekende partij in 2007 opgericht naar aanleiding van een welbepaald concreet project van de tussenkomende partij, die naderhand dat project niet langer wenste te realiseren. Naar aanleiding van een nieuw project dat in de plaats kwam, heeft de verzoekende partij haar naam en maatschappelijk doel gewijzigd, waardoor niet langer verwezen wordt naar een specifiek project, maar algemeen naar de bescherming van de leefbaarheid in de betrokken deelgemeente. Alleen het gegeven dat het nieuwe project blijkbaar de aanleiding is geweest voor de wijziging van de naam en het maatschappelijk doel, verantwoordt het besluit niet dat de vereniging enkel bestaat om de tussenkomende partij te dwarsbomen, welke activiteit deze ter plaatse ook zou willen ondernemen. Er is dan ook geen reden om aan te nemen dat gebeurlijke vergunningen voor vergelijkbare andere projecten in de omgeving de verzoekende partij onverschillig zouden laten.

De vergunde inrichting is een als hinderlijk ingedeelde inrichting klasse 1, van niet-geringe omvang, en die door haar aard ook na het beëindigen van de exploitatie een blijvende invloed kan hebben op de leefomgeving. Dit volstaat voor een vereniging die zich precies de bescherming van die leefomgeving tot doel heeft gesteld om het vereiste belang te hebben bij het indienen van een annulatieberoep.

Bovendien wordt vastgesteld dat de bestreden vergunning betrekking heeft op een inrichting die is omgeven door habitatrichtlijngebied en VEN-gebied, op een terrein waar, na het beëindigen van de ontginningsactiviteiten, de door het gewestplan opgelegde nabestemming bosgebied dient te worden gerealiseerd. Zij heeft een weerslag op het realiseren van die nabestemming, onder meer doordat de aard van de materialen waarmee de voormalige groeve wordt opgevuld, bepalend is voor de eindafwerking en daardoor voor de wijze waarop de nabestemming kan worden gerealiseerd.

De exceptie wordt verworpen.

...

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 22/10/2016 - 13:10
Laatst aangepast op: za, 22/10/2016 - 13:10

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.