-A +A

Bekentenis over een onverdeelde zaak door een of meer deelgenoten is een daad van beschikking

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Antwerpen
Datum van de uitspraak: 
woe, 07/10/2015

Bekentenis over een onverdeelde zaak door een of meer deelgenoten is een daad van beschikking en kan aldus niet-tegenwerpelijk zijn aan overige deelgenoten

 

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2017-2018
Pagina: 
1507
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

G.P. e.a. t/ G.M. e.a.

...

Feiten en retroacten

4. De partijen in het geding zijn de erfgenamen (kinderen) in de nalatenschappen van wijlen G.L. en wijlen J.M.

Bij vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Tongeren van 21 september 2006 werd de vereffening-verdeling bevolen van deze nalatenschappen (inbegrepen de huwgemeenschap) en werd notaris G.C. aangesteld als notaris-vereffenaar.

Tot deze nalatenschappen behoren een aantal onroerende goederen, gelegen in Kessenich (Kinrooi). De meest essentiële betwisting betreft de vraag naar de beweerde pachtrechten, die worden opgeëist door T.G., een van de erfgenamen.

Er werd een procedure ingeleid door de vrederechter van het kanton Maaseik. Kennelijk heeft deze zich ambtshalve onbevoegd verklaard en de zaak verwezen naar de Rechtbank van Eerste Aanleg te Tongeren bij vonnis van 28 mei 2010, met de motivering dat de betwisting een aspect van de vereffening-verdeling betreft, waarvoor de notaris-vereffenaar als eerste rechter standpunt moest innemen.

De notaris-vereffenaar is van oordeel dat de beweerde pacht niet voldoende bewezen voorkomt.

De notaris-vereffenaar heeft op 2 mei 2011 alle notariële stukken (...) neergelegd ter griffie van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Tongeren.

Het standpunt van de notaris-vereffenaar is bevestigd door de Rechtbank van Eerste Aanleg te Tongeren bij vonnis van september 2012, dat het voorwerp uitmaakt van het huidige hoger beroep.

...

Er werd een beperkt hoger beroep aangetekend tegen voornoemd vonnis door T., P., G., J. en E.G.

De overige partijen (erfgenamen) vragen de bevestiging van het bestreden vonnis en concluderen tot de ongegrondheid van het hoger beroep. (...)

Beoordeling

...

8. De heer T.G. (hierna ook: de beweerde pachter) brengt geen geschreven pachtovereenkomst bij. Voor de pachter is het bestaan van een schriftelijke pachtovereenkomst echter geen essentiële vereiste.

Aangezien kennelijk niet betwist wordt dat de beweerde pachter de litigieuze percelen grond exploiteert, minstens in bezit heeft (...), vindt art. 3 van de Pachtwet toepassing.

Ingevolge art. 3 van de Pachtwet dient de pachtovereenkomst in principe schriftelijk te worden aangegaan, maar diegene die een landeigendom exploiteert, mag het bestaan en de voorwaarden van de pachtovereenkomst bewijzen met alle middelen van recht, getuigen en vermoedens inbegrepen.

Van de beweerde overdracht van exploitatie door wijlen G.L., voornoemd, ligt geen dienend stuk voor en is ook nooit enig stuk vertoond. Wanneer dit zou gebeurd zijn, wordt door de appellanten overigens ook niet verduidelijkt. Uit het gegeven dat G.L., voornoemd, op 87-jarige leeftijd stierf en voordien ook ziek was, kan geen bewijskrachtig vermoeden afgeleid worden dat deze zijn gronden zou hebben verpacht aan zijn zoon G.T.

Het Hof stelt vast dat de beweerde pachter geen bewijs levert van betaling van de pachtprijs. Er ligt geen enkel kwijtschrift voor, ondertekend door de beweerde verpachter, wijlen zijn ouders.

Er ligt ook geen ander bewijs voor dat de pacht destijds contant zou betaald zijn aan de vooroverleden ouders van partijen, zoals beweerd wordt door de appellanten. Overigens doet de beweerder pachter ook geen aanbod van bewijs van zijn bewering dat de contante vertaling van het pachtgeld steeds zou gebeurd zijn in aanwezigheid van enkele familieleden, in casu zijn broers en/of zussen.

De beweerde pachter kan zichzelf geen titel tot bewijs verschaffen: het loutere feit dat er, na het overlijden van de ouders van partijen, stortingen of girale betalingen zijn uitgevoerd op een bankrekening is dan ook niet ter zake dienend. Afgezien van het feit dat de strikte en wettelijk uitgetekende procedure van het aanbod van betaling op generlei wijze gevolgd is (o.a. bij gebrek aan aangetekende zending volgend op het aanbod van betaling, voor zover er al sprake zou zijn van een rechtsgeldig aanbod van betaling overeenkomstig art. 3 van de Pachtwet), zij opgemerkt dat een louter stilzwijgen of een loutere passiviteit (stilzitten) in de regel nooit als de aanvaarding van een aanspraak kan gelden, zeker niet in het civiele bewijsrecht. Een stilzwijgen kan slechts een bron van verbintenissen opleveren, wanneer dit stilzwijgen – gelet op de begeleidende omstandigheden eigen aan het geval – niet anders (er mag dus geen enkele redelijke twijfel meer openstaan) dan als een instemming met of als een aanvaarding van de aanspraakbevestiging kan worden opgevat. Overigens staat ook niet vast dat de betaling en gebeurden op een rekening waarop alle partijen in het geding (dus ook de geïntimeerden) een titularisschap, volmacht of zelfs enkel maar een inzage- en controlerecht hadden. Er is evenmin aangetoond dat deze rekening beheerd werd (en de betaling zodoende ontvangen werd) door een erfgenaam, die hiertoe gemandateerd was door de overige erfgenamen.

In zoverre appellanten als grief aanvoeren dat onduidelijk is op basis waarvan de eerste rechter oordeelde dat de rekening van wijlen de ouders bij de bank (...) beheerd werd door de appellanten P.G. G., zij opgemerkt dat dit niet ter zake dienend is: het zijn immers de appellanten (o.m. in het bijzonder de beweerde pachter) die de bewijslast dragen en die bijgevolg moeten bewijzen dat ook de geïntimeerden alle bewegingen op de bewuste bankrekening minutieus konden volgen, welk bewijs echter duidelijk ontbreekt. Het spreekt voor zich dat de – overige – appellanten niet kunnen bekennen (ook niet buitengerechtelijk, bv. door niet-geprotesteerde ontvangst van betalingen op een bankrekening) in naam en voor rekening van de geïntimeerden. De betekenis over een onverdeelde zaak is een daad van beschikking, zodat een bekentenis van een of meer deelgenoten nooit kan worden tegengeworpen aan de overige deelgenoten (Th. Van Sinay, «De mede-eigenaars en hun bevoegdheden bij gewone mede-eigendom» in A.-L. Verbeke en F. Buyssens (eds.), Actuele reflecties over notariële materies, Brussel, Larcier, 2012, (95), p. 107, nr. 22).

Geen van de door de beweerde pachter aangebrachte elementen is aan te merken als een gewichtig, bepaald of eenduidig vermoeden. Deze gegevens (landbouwnummer, facturen, registratie Mestbank, ...) kunnen hoogstens aantonen dat de beweerde pachter landbouwer is (in hoofd- of bijberoep, aangezien hij blijkbaar ook loonwerken uitvoert), maar niet dat hij over een pachtrechtelijke titel beschikt voor wat de litigieuze percelen betreft die deel uitmaken van de nalatenschap.

Appellanten kunnen geen argument putten uit het feit dat de geïntimeerden geen tegenspraak zouden hebben gevoerd of geen bezwaar of betwisting zouden hebben geuit tegen de inhoud van de deskundigenverslag, waarin vermeld zou zijn dat T.G. pachter is van de landbouwgronden. Dit verslag had niet tot doel uit te maken of er sprake was van pachtrechten van T.G., maar wel om een schatting uit te voeren, in acht genomen de bestemming van de gronden. Overigens is de vraag naar de beweerde pachtrechten een juridische betwisting, waarover een deskundige geen uitspraak kan doen en zelfs geen advies kan geven.

De stelling van appellanten dat de beweerde pacht ook voordelig zou (geweest) zijn voor de overige erfgenamen, aangezien de gronden niet braakliggend zijn en in goede staat verkeerden, is niet relevant in het kader van deze bewijsrechtelijke discussie.

Het bewijs van de beweerde pachtrechten is niet geleverd.

Het oordeel van de eerste rechter wordt integraal bevestigd.

...

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 13/05/2018 - 20:59
Laatst aangepast op: ma, 21/05/2018 - 19:14

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.