-A +A

Begroting schade in functie van omstandigheden die omvang schade beperken of vergroten

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
woe, 01/06/2016
A.R.: 
P.16.0085.F

Om schade in concreto te beoordelen dient de rechter, door zich te plaatsen op het tijdstip van zijn beslissing, rekening te houden met alle omstandigheden van de zaak waardoor het bestaan en de omvang van de schade kunnen worden beïnvloed; daartoe moet hij alle gebeurtenissen in aanmerking nemen die zich na de schade hebben voorgedaan en die deze zouden hebben verergerd of verminderd, voor zover die gebeurtenissen verband houden met het schadeverwekkend feit en met de schade (1). (1) Cass. 27 januari 1994, AR C.93.0057.F, AC 1994, nr. 53.

Hoewel de rechter op onaantastbare wijze de feiten vaststelt waaruit hij al dan niet het bestaan afleidt van een oorzakelijk verband tussen de fout en de schade, toetst het Hof of hij, uit die vaststellingen, die beslissing naar recht heeft kunnen afleiden.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2016-2017
Pagina: 
380
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

AR nr. P.16.0085.F

Y.V. t/ NV S.A.D.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Hof van Beroep te Bergen, correctionele kamer, van 24 december 2015.

...

II. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Middel

Eerste onderdeel

Het middel voert schending aan van de artt. 3 en 4 Voorafgaande Titel Sv. en de artt. 1382 en 1383 BW.

De eiser werd veroordeeld wegens oplichting inzake de aankoopprijs van verschillende voertuigen, ten nadele van de verweerster, en misbruik van vertrouwen inzake diezelfde voertuigen, ten nadele van een derde die zich geen burgerlijke partij heeft gesteld omdat hij in de loop van het geding schadeloos werd gesteld.

Hij verwijt de appelrechters te hebben geoordeeld dat de prijs van de dadingen die de verweerster heeft betaald aan de derde vennootschap, de eigenares van de voertuigen, om deze te bewaren, schade oplevert die in rechtstreeks verband staat met het misdrijf waaraan hij schuldig werd verklaard. Het middel voert aan dat het betaalde bedrag niet uit dat misdrijf voortvloeit, maar een eigen rechtsgrond heeft.

Om de schade in concreto te beoordelen dient de rechter, door zich te plaatsen op het tijdstip van zijn beslissing, rekening te houden met alle omstandigheden eigen aan de zaak waardoor het bestaan en de omvang van de schade kunnen worden beïnvloed. Daartoe moet hij alle gebeurtenissen in aanmerking nemen die zich na het tijdstip van de schade hebben voorgedaan en die de schade zouden hebben verergerd of verminderd, voor zover die gebeurtenissen verband houden met het schadeverwekkend feit en met de schade.

Hoewel de rechter op onaantastbare wijze de feiten vaststelt waaruit hij al dan niet het bestaan afleidt van een oorzakelijk verband tussen de fout en de schade, toetst het Hof of hij uit die vaststellingen die beslissing naar recht heeft kunnen afleiden.

Het arrest oordeelt dat de malversaties van de eiser tot gevolg hebben gehad dat de verweerster in het bezit is gekomen van voertuigen waarvan zij in werkelijkheid geen eigenaar was, waardoor zij zich tegelijk blootstelde aan het volgrecht van de verkoper, de werkelijke eigenaar, en het verhaal van de eindkopers op de reeds door hem doorverkochte wagens.

Het stelt vast dat de dadingen aldus passen binnen een logica van schadebeperking teneinde voor de verweerster het risico af te wenden dat de voertuigen haar zouden worden ontnomen of dat zij het voordeel van de doorverkoop zou verliezen door middel van de betaling van een som lager dan de verkoopwaarde van de voertuigen.

Uit de voormelde overwegingen hebben de appelrechters kunnen afleiden dat het bedrag van de door de verweerster aan de verkoper van de voertuigen betaalde dadingen, schade oplevert die in een oorzakelijk verband staat met de feiten van oplichting waaraan de eiser schuldig werd verklaard.

Aldus verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Tweede onderdeel

Het middel, dat schending aanvoert van art. 1165 BW, verwijt de appelrechters dat zij, tegen het beginsel van de relatieve werking van overeenkomsten in, de eiser de financiële verplichtingen doen dragen die voortvloeien uit dadingovereenkomsten waarin hij geen partij is.

Wanneer een koper het verwerven van goederen regulariseert door de verkoper een prijs te betalen tot herstel van de hem berokkende schade, kan de rechter daarmee rekening houden om de schadevergoeding te berekenen die een derde, die aansprakelijk is voor de onregelmatigheid, aan de overnemer van die goederen is verschuldigd.

Het hof van beroep, dat rekening houdt met de voormelde dadingovereenkomsten en met de sommen die aan de verkoper van de door de verweerster gekochte voertuigen zijn betaald teneinde de schade van laatstgenoemde te ramen, heeft de in het middel bedoelde wetsbepaling niet geschonden.

Het middel kan niet worden aangenomen.

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: di, 31/10/2017 - 20:51
Laatst aangepast op: di, 31/10/2017 - 20:51

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.