-A +A

Begrip onderneming - Verkoop van dieren op markten

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Arrondissementsrechtbank
Plaats van uitspraak: Oost-Vlaanderen
Datum van de uitspraak: 
maa, 20/02/2017

Art. 2 van de wet van 26 maart 2014 wijzigde art. 573 Ger.W. Het bepaalt dat sinds 1 juli 2014 de rechtbank van koophandel in eerste aanleg kennisneemt van de geschillen tussen ondernemingen, namelijk tussen alle personen die op duurzame wijze een economisch doel nastreven, die betrekking hebben op een handeling die is verricht in het kader van de verwezenlijking van dat doel en die niet onder de bijzondere bevoegdheid van andere rechtscolleges vallen.

Het begrip «duurzaam nagestreefd economisch doel» is ruimer dan het begrip winstbejag. De keuze voor het ondernemingsbegrip als doorslaggevend criterium vindt zijn aansluiting in art. I.1, 1o Wetboek Economisch Recht waarin een onderneming wordt gedefinieerd als elke natuurlijk persoon of rechtspersoon die op duurzame wijze een economisch doel nastreeft (memorie van toelichting, Parl.St. Kamer 1013-14, nr. 3016/001, p. 7-8).

Het gegeven dat verweerder schapen, geiten en pony’s verkoopt en hiermee naar markten rijdt, betekent niet automatisch dat hij hiermee op een duurzame wijze een economisch doel nastreeft. Het is aanvaardbaar, zoals verweerder zelf aanvoert, dat hij hiermee enkel beoogt zijn vrije tijd in te vullen zonder verder economisch doel noch winstbejag.

Aldus wordt niet op afdoende en draagkrachtige wijze aangetoond dat verweerder een ondernemer zou zijn en is de vrederechter van het kanton Oudenaarde-Kruishoutem, zetel Oudenaarde, wel degelijk bevoegd om van deze vordering kennis te nemen.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2017-2018
Pagina: 
631
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

K.D. t/ V.Y.

I. Vooraf

Bij vonnis van 2 januari 2017 stelt de vrederechter van Oudenaarde-Kruishoutem, zetel Oudenaarde, zich de vraag of hij materieel bevoegd is om van onderhavige zaak kennis te nemen en of verweerder niet als ondernemer dient te worden beschouwd, zodat derhalve de rechtbank van koophandel bevoegd zou zijn.

Verweerder werpt zelf in zijn syntheseconclusies op dat hij eigenaar is van een paardentrailer waarmee hij zijn paarden vervoert naar jaarmarkten voor aan- en verkoop. Hij kreeg hiervoor van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen toelating om kort vervoer van dieren andere dan landbouwhuisdieren te verrichten. Hiermee wordt bedoeld dat hij met schapen, geiten, pony’s en paarden korte ritten mag maken naar markten, maar niet naar slachthuizen. Hij stelt aldus geen handelaar te zijn, enkel een hobbyboer.

Verweerder heeft geen inschrijving in de Kruispuntbank der Ondernemingen.

Eiser is van oordeel dat verweerder wel als ondernemer is te beschouwen wegens het desbetreffend publiciteitspaneel met vermelding «te koop schapen, geiten en pony’s».

II. Beoordeling

Art. 2 van de wet van 26 maart 2014 wijzigde art. 573 Ger.W. Het bepaalt dat sinds 1 juli 2014 de rechtbank van koophandel in eerste aanleg kennisneemt van de geschillen tussen ondernemingen, namelijk tussen alle personen die op duurzame wijze een economisch doel nastreven, die betrekking hebben op een handeling die is verricht in het kader van de verwezenlijking van dat doel en die niet onder de bijzondere bevoegdheid van andere rechtscolleges vallen.

Het begrip «duurzaam nagestreefd economisch doel» is ruimer dan het begrip winstbejag. De keuze voor het ondernemingsbegrip als doorslaggevend criterium vindt zijn aansluiting in art. I.1, 1o Wetboek Economisch Recht waarin een onderneming wordt gedefinieerd als elke natuurlijk persoon of rechtspersoon die op duurzame wijze een economisch doel nastreeft (memorie van toelichting, Parl.St. Kamer 1013-14, nr. 3016/001, p. 7-8).

Het gegeven dat verweerder schapen, geiten en pony’s verkoopt en hiermee naar markten rijdt, betekent niet automatisch dat hij hiermee op een duurzame wijze een economisch doel nastreeft. Het is aanvaardbaar, zoals verweerder zelf aanvoert, dat hij hiermee enkel beoogt zijn vrije tijd in te vullen zonder verder economisch doel noch winstbejag.

Aldus wordt niet op afdoende en draagkrachtige wijze aangetoond dat verweerder een ondernemer zou zijn en is de vrederechter van het kanton Oudenaarde-Kruishoutem, zetel Oudenaarde, wel degelijk bevoegd om van deze vordering kennis te nemen.

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 08/12/2017 - 19:09
Laatst aangepast op: vr, 08/12/2017 - 19:09

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.