-A +A

Auteursrecht op voorwerpen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Rechtbank van Eerste Aanleg
Plaats van uitspraak: Antwerpen
Datum van de uitspraak: 
maa, 26/01/2009
A.R.: 
A.R. nr. 2008 AR 1240

Auteursrecht wordt omschreven als een recht op «een werk van letterkunde of kunst». Dit begrip moet  conform artikel 2 van de Berner Conventieuit ruim worden geïnterpreteerd en omvat, mede in het licht van artikel 2 van de Berner Conventie, en slaat aldus ool op voorwerpen die toegepaste kunst uitmaken als brilmonturen zoals brilmonturen.

Niet elk voorwerp wordt beschermd door het auteursrecht. Het auteursrecht is en blijft immers een beperking van de vrijheid van handel.

Voorwaarden:

- het werk moet uitgedrukt zijn in een bepaalde vorm
- die vorm moet bovendien origineel zijn
- die originaliteit van het werk moet de uitdrukking zijn van een intellectuele inspanning en de stempel draagt van de persoonlijkheid van de maker.
- het werk mag niet banaal of zelfsprekend zijn

volgt het antwoord op de vraag hoe origineel is een brilmontuur

Publicatie
tijdschrift: 
DAOR
Jaargang: 
2009/91
Pagina: 
308
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

(0rgreen Opties t.n.v. X-Optix)

[ ... ]

II. Overblijvende betwisting - Feiten - Procedure in eerste aanleg

3. De overblijvende betwisting betreft de vragen of

1) 0rgreen Opties SI À (hierna « 0rgreen ») over een auteursrecht op drie brilmonturen beschikt;

2) Zo ja, of de n.v. X-Optix Belgium (hierna «X' Optix») dit auteursrecht geschonden heeft;

3) Zo ja, welk rechtsherstel in het kader van de vordering tot staken passend is.

4) 0rgreen brengt een aantal brilmonturen bij, afkomstig van haar en van X-Optix. De monturen zijn zeer gelijkend, tot zelfs bijna identiek, wat de uiterlijke vormgeving betreft. Ze verschillen in kleur en vooral in materiaal. De monturen van 0rgreen zijn gemaakt van het veel lichtere titanium terwijl X-Optix vooral een zwaarder metaal gebruikt.

5. De eerste rechter oordeelde dat de brilmonturen van 0rgreen geen werk van toegepaste kunst zijn en geen eigen persoonlijk karakter hebben. Hij wees de vordering tot staken af.

III. Grieven - Voorwerp van het hoger beroep

6. 0rgreen werpt op dat de bestreden beschikking feitelijk en juridisch onjuist is. Het is niet bewezen dat haar brilmonturen niet origineel zijn en deel uitmaken van « gangbare trends» en om die reden niet in aanmerking komen voor auteursrechtelijke bescherming.

0rgreen herneemt grotendeels haar vordering van in eerste aanleg.

7. X-Optix vordert de bestreden beslissing te bevestigen.

IV. Beoordeling

Op de volgende gronden bevestigt het Hof de bestreden beschikking

Geen merk of modeldepot

8. 0rgreen beschikt over merk, noch model voor de brilmonturen die in het geding zijn. Zij beroept zich daar ook niet op. Om die redenen gaat het Hof niet in op het verweer met betrekking tot het merkenrecht en het tekeningen- en modellenrecht van X-Optix.

De vordering tot staken is actueel

X-Optix is van oordeel dat de vordering tot staken geen voorwerp meer heeft. Zij wijst erop dat zij de brilmonturen niet meer verkoopt en niet meer opgenomen heeft in haar catalogus.

Uit de stukken van 0rgreen blijkt dat de bewering van X-Optix feitelijk niet correct is. Op de website waren de betwiste monturen nog steeds zichtbaar en verkrijgbaar.

Bovendien is het gevaar voor herhaling niet op een objectieve, zekere en definitieve manier uitgesloten. De monturen kunnen nog opnieuw gemaakt en in handel gebracht worden.

Het verweer van X-Optix wordt op dit punt verworpen.

De auteurswet is van toepassing op voorwerpen

10. Ten onrechte argumenteert X-Optix dat brilmonturen niet onder het toepassingsgebied vallen van de Wet van 3 0 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten, zoals achteraf gewijzigd (hierna «de Auteurswet»).

Op grond van het eerste lid van art. 2 van de Wet houdende instemming met volgende internationale Akten : 1. Internationaal Verdrag inzake de bescherming van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties, gedaan te Rome op 26 oktober 1961. 2. Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst van 9 september 1886, aangevuld te Parijs op 4 mei 1896, herzien te Berlijn op 13 november 1908, aangevuld te Bern op 20 maart 1914, herzien te Rome op 2 juni 1928, te Brussel op 26 juni 1948, te Stockholm op 14 juli 1967 en te Parijs op 2 4 juli 1971, gedaan te Parijs op 24 juli 1971 (B.S., 10 november 1999) (hierna «Instemmingswet Berner Conventie») mogen de Belgische auteurs, tot eigen voordeel, in België de toepassing eisen van de bepalingen van de Berner Conventie in al de gevallen waar deze bepalingen gunstiger zijn dan de Belgische wet.

Het begrip « een werk van letterkunde of kunst» uit de Auteurswet moet ruim worden geïnterpreteerd, in toepassing van artikel 2 van de Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst van 9 september 1886, aangevuld te Parijs op 4 mei 1896, herzien te Berlijn op 13 november 1908, aangevuld te Bern op 20 maart 1914, herzien te Rome op 2 juni 192 8, te Brussel op 26 juni 1948, te Stockholm op 14 juli 1967 en te Parijs op 24 juli 1971, gedaan te Parijs op 24 juli 1971 (hierna «Berner Conventie»).

Dit art. 2 bepaalt in de eerste paragraaf het volgende: «De term 'werken van letterkunde en kunst' omvat alle voortbrengselen op het gebied van letterkunde, wetenschap en kunst, welke ook de wijze of de vorm van uitdrukking zij, zoals boeken, brochures en andere geschriften; voordrachten, toespraken, preken en andere werken van dien aard; toneelwerken of dramatisch-muzikale werken; choreografische werken en pantomimes; muzikale composities met of zonder woorden; cinematografische werken, waarmee volgens een soortgelijke werkwijze uitgedrukte werken worden gelijkgesteld; werken van teken-, schilder-, bouw-, beeldhouw-, graveer- en lithografeerkunst; fotografische werken, waarmee volgens een soortgelijke werkwijze uitgedrukte werken worden gelijkgesteld; werken van toegepaste kunst; illustraties en aardrijkskundige kaarten; tekeningen, schetsen en plastische werken, betrekking hebbende op de aardrijkskunde, de topografie, de bouwkunde of de wetenschappen» ( onderstreping door het hof toegevoegd).

Een brilmontuur kan beschouwd worden als een werk van toegepaste kunst in de zin van art. 2, lid 1 van de Berner Conventie.

Voorwaarde voor auteursrechtelijke bescherming: het oorspronkelijk karakter van het werk

Herhaling van de algemene principes

11. Op grond van art. 7 van het décret d'Allarde van 2/17 maart 1791 geldt de vrijheid van beroep en bedrijf. Dit impliceert de vrijheid van mededinging. De vrijheid van de mededinging vindt een concrete toepassing in de vrijheid van kopie (cfr ook F. GoTZEN, «De eerlijke gebruiken en de rechten van intellectuele eigendom», in J. STVYCK en P. WvTINCK, De nieuwe Wet Handelspraktijken, Kluwer, 261-263).

Intellectuele eigendomsrechten vormen een uitzondering op de vrijheid van handel en meer bepaald op de vrijheid van kopie. Intellectuele eigendomsrechten in het algemeen en het auteursrecht in het bijzonder kennen een monopolie toe en dat voorrecht moet niet toegekend worden aan elke prestatie of elk werk enkel en alleen omdat het de vrucht is van intellectuele inspanningen. Dit blijkt duidelijk uit art. 1 van de Wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten dat alleen de auteur van een werk van letterkunde of kunst het recht heeft om het op welke wijze of in welke vorm ook te reproduceren of te laten reproduceren (cfr ook A. BERENBOOM, Le nouveau droit d'auteur et les droits voisins, Larcier, 1997, 2de ed., nr. 28, p. 50).

Anderzijds kan een inbreuk op het auteursrecht, en het onterecht maken van een kopie in het algemeen, aanleiding geven tot concur-

rentievervalsing. Het auteursrecht beoogt free riding, dit wil zeggen het ongeoorloofd gebruik maken van de inspanningen tot ontwikkeling en innovatie van een ander, te voorkomen en te beteugelen.

De uitzondering op de vrijheid van handel is derhalve aan welbepaalde voorwaarden gebonden, die niet steeds door de wet zelf ingevuld zijn, maar door rechtspraak en rechtsleer op basis van internationale verdragen en de dagelijkse praktijk bepaald zijn.

Zo moet, om auteursrechtelijke bescherming te genieten, een werk uitgedrukt zijn in een bepaalde vorm, die mededeelbaar is aan het publiek (ideeën zijn niet beschermd, maar behoren tot het publiek domein). Bovendien moet het werk origineel zijn.

12. Om auteursrechtelijke bescherming te verkrijgen is het een noodzakelijke maar voldoende voorwaarde dat een voortbrengsel de uitdrukking is van de intellectuele inspanning van de maker. Die intellectuele inspanning is de onontbeerlijke voorwaarde om aan het werk het nodige individuele karakter te geven waardoor een creatie ontstaat (Cass., 27 april 1989, Pas., 1989, I, 908; Cass., 2 maart 1993, Pas., I, 234; Cass., 24 februari 1995, R.W, 1995-1996, 433 en I.R.D.I., 1996, 28; Cass., 10 december 1998, R.W, 1999-2000, 325; Cass., 11 maart 2005, www.cass.be).

Een origineel werk is een vorm, een voortbrengsel met een eigen persoonlijk karakter, dat de stempel draagt van de persoonlijkheid van de maker, op het gebied van de toegepaste kunst (Benelux Gerechtshof, inzake Screenoprints, 22 mei 1987, R.W, 1987-1988, 14), zonder dat uit het zicht van het werk moet kunnen afgeleid worden wie de auteur is. Drukt het werk de activiteit uit van zijn auteur? Heeft het werk een individueel karakter? Een zekere mentale activiteit is vereist, zoniet komt de persoonlijkheid van de auteur niet tot uiting in het werk.

Elementen die op zich niet origineel zijn kunnen door de wijze waarop ze samen gebracht zijn een origineel geheel opleveren.

De artistieke noch de esthetische waarde zijn relevant om te bepalen of een werk al dan niet auteursrechtelijk beschermd is (Cass., 27 april 1989, Pas., 1989, I, 908; A. STROWEL, «L'originalité en droit d'auteur: un critère à géométrie variable », J. T, 1991, 513, inz. 514-515).

Handigheid, technische vaardigheid of omvangrijk werk (zonder de persoonlijke inbreng van de maker) zijn onvoldoende opdat een werk auteursrechtelijk beschermd zou ZlJll.

Nieuwheid is in beginsel geen criterium om een werk auteursrechtelijk te beschermen (F. DE Vrsscnsn en B. MrcHAUX, Précis du droit d'auteur et des droits voisins, 2000, Brussel, Bruylant, nrs. 2 3 en 31, met verwijzing; A. STROWEL, «L'originalité en droit d'auteur: un critère à géométrie variable»,J.T, 1991, 513-514), net zo min als omvangrijk opzoekingswerk of een grote inspanning om het werk te maken (ibidem).

Wat nieuw is, is niet automatisch origineel. Wat origineel is, kan nieuw zijn en zal vaak een aspect van nieuwheid impliceren. De twee begrippen vallen evenwel niet samen. De maker van een later werk mag nog steeds bewijzen dat zijn werk onafhankelijk van het eerste werk tot stand gekomen is.

Een origineel werk is niet vanzelfsprekend. Het is ook niet banaal.

De originaliteit van een brilmontuur is in een veeleer beperkt aantal kenmerken gelegen, gelet op de functionaliteit en de bestemming van een bril.

13. De bewijslast van 0rgreen beperkt zich tot het aanduiden waarin de originaliteit van de creatie ligt. Zij dient aan te tonen dat de brilmonturen niet geheel bepaald zijn door de aard en dat de vormgeving het resultaat is van de eigen keuzes van de ontwerper (F. DE VrsSCHER en B. MrCHAUX, Précis du droit d'auteur et des droits voisins, 2000, Brussel, Bruylant, nrs. 24, met referenties).

Toepassing

14. Principieel kan een brilmontuur voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komen.

Door de aard van een bril, meer bepaald doordat een bril lenzen voor de ogen op hun plaats moet houden, is een persoonlijke inbreng van de maker van een brilmontuur wel mogelijk, maar veelal beperkt. Enkel in geval de vormgeving gekenmerkt wordt door hoogst persoonlijke keuzes binnen de beperkingen door de vereisten van een bril, waardoor de persoonlijkheid van de auteur tot uiting komt, is de voorwaarde van oorspronkelijkheid vervuld en kan auteursrechtelijke bescherming verleend worden.

15. De schetsen die 0rgreen onder de stukken 2 neerlegt, kunnen getuigen van een zekere inspanning van één of meerdere werknemers bij 0rgreen, maar het resultaat, zoals het blijkt uit de neergelegde drie types monturen, toont niet aan dat er welbepaalde vormen (waaronder ook de kleuren en materialen) gekozen zijn, die het vereiste individuele karakter aan de brilmonturen geven waardoor een creatie zou ontstaan. Een eigen persoonlijk karakter, dat de stempel draagt van de persoonlijkheid van de maker, is onvoldoende aanwezig in de voorgelegde brilmonturen om auteursrechtelijke bescherming te kunnen verkrijgen. De geleverde inspanning is onvoldoende om een intellectuele inspanning te zijn, waardoor de brilmonturen het nodige individuele karakter krijgen.

0rgreen benadrukt vooral (maar beperkt zich niet uitsluitend tot) het oorspronkelijk karakter van de benen van de drie neergelegde types van brilmonturen. Zij beoogt evenwel de auteursrechtelijke bescherming van het geheel van de brilmonturen, zodat in deze zaak het globale beeld van de monturen in overweging genomen moet worden om de eventuele originaliteit te bepalen. Het globale beeld van elk van de drie types brilmontuur beantwoordt niet aan de hiervoor gegeven vereisten.

0rgreen toont niet naar genoegen van recht de eigen keuzes aan.

De verklaringen van « gerenommeerde en ervaren ontwerpers uit de sector» zijn niet voldoende om een brilmontuur het oorspronkelijk karakter te verlenen dat vereist is om de bescherming van de Auteurswet te verkrijgen. Met alle respect voor de ontwerpers van Theo en Bellinger, hun onafhankelijkheid is niet gegarandeerd en de verklaringen zijn eenzijdig.

De neergelegde drie brilmonturen tonen aan dat 0rgreen aan het werk gegaan is met de mogelijkheden die nieuwe materialen ook voor brillen met zich meebrengen. Dit is evenwel in deze zaak niet voldoende om tot het oorspronkelijk karakter in de zin van het auteursrecht van elk van de drie types monturen als concrete, onderscheiden en gedetailleerde uitdrukkingen te besluiten.

In deze zaak is tenslotte niet aangetoond dat de vormgeving van de brilmonturen de trends overstijgen en een duidelijkere individuele intellectuele stempel dragen dan de trends die op het ogenblik van de creatie in het modebeeld als geheel aanwezig waren. De bewijslast hiervoor berust bij 0rgreen.

Ook kledij, handtassen en schoenen worden voortdurend vernieuwd, maar zijn aan mode en trends onderhevig, zonder dat zij daarom zonder meer beschermd worden door het auteursrecht. Ook in 2004 was een brilmontuur voor een bepaald publiek een element van de uitdrukking van hun levensstijl en persoonlijkheid en werd de bril beschouwd als een middel om op een creatieve manier persoonlijkheid tot uiting te brengen. Een brilmontuur kadert voor een bepaald publiek dus in het grotere geheel van de kledij, dat onderhevig is aan bepaalde trends en modegebonden is. In deze zaak is niet aangetoond dat elk van de drie monturen afzonderlijk dit algemeen modebeeld, waarvan de brilmontuur een onderdeel uitmaakt, overstijgt.

Het feit dat X-Optics geen voorbeelden bijbrengt, die dateren van voor eind 2004, met gelijkende of gelijkaardige elementen, en dus geen anterioriteit bewijst, wijzigt niets aan het voorgaande, Zoals hiervoor geschreven, is nieuwheid geen voldoende element om auteursrechtelijke bescherming te verlenen.

16. Gelet op al het voorgaande, meer bepaald op de afwezigheid van originaliteit, gaat het Hof niet verder in op de overige middelen en argumenten van partijen.

Conclusie

17. Het hoger beroep en de oorspronkelijke vordering worden verworpen in zoverre ze gegrond zijn op art. 97 van de Auteurswet, bij gebrek aan originaliteit van elk van de drie voorgelegde brilmonturen.

[ ... ]

Noot in DAOR

Auteursrechtelijke originaliteit en gebruiksvoorwerpen: geen evidentie

 

Noot: 

Cedric Van Leenhove, Naamsvermelding leidt niet automatisch tot vermoeden van auteurschap, RABG, 2011/18, 1295

Eigen noot:

1.   

Artikel 6, 2de lid AW stelt dat als auteur wordt aangemerkt hij wiens naam of letterwoord waarmee hij te identificeren is als dusdanig op het werk, op een reproductie van het werk, of bij een mededeling aan het publiek ervan wordt vermeld.

Maar niet elke naamsvermelding resulteert in de toepassing van het wettelijk vermoeden van vaderschap.

De rechtbank kan met dit vermoeden slechts rekening houden wanneer de naam verschijnt op de plaats waar men de naam van de auteur zou verwachten. Dit geldt des te meer wanneer een naam op het werk staat met een aanduiding die onderscheiden is van de omschrijving “auteur”, maar gespecificeerd als bv redactioneel “samenwerker”.

Een redacteur is iemand die verantwoordelijk is voor de bewerking (redactie) van de inhoud van een publicatie.

Een redacteur helpt mee aan opstelling, doet aan nalezing, indeling en foutcorrectie. Met ander woorden een redacteur staat in of helpt bij de redactie van het intellectueel werk, de intellectuele creatie van de auteur, zonder zichzelf auteur te kunnen noemen. Het werk van een redacteur is waardevol, is redactioneel, maar maakt van een redacteur of een redactionele medewerker geen auteur.

Een auteur is de oorspronkelijke geestelijke eigenaar van een creatief werk. Meestal wordt er in het dagelijks spraakgebruik de schepper van een boek, bundel of artikel op het gebied van letterkunde, kunst, wetenschap of andere non-fictie mee bedoeld.

Waar voorheen de onregematige toeëigening van een auteursschap meestal eendaads was, is sinds het ontstaan van het internet elke onregelmatigheid die via het internet gebeurt mbt het auteursrecht meerdaads geworden.

Een artikel kan verspreid worden door een gedrukt medium, op papier en inkt, en via digitale media.

Die zorgen ervoor dat het artikel zich beweegt in een digitale ruimte, via technische procedés, en daar kan worden aangetroffen, gereproduceerd, vermenigvuldigd en verder doorgestuurd door eender welke gebruiker op eender welk moment. Op zijn beurt kan die gebruiker bijdragen tot de reproductie en de verspreiding van artikels door bv. een link te leggen naar de weblog en/of de artikels zelf door te sturen.

Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 18/07/2016 - 14:23
Laatst aangepast op: ma, 18/07/2016 - 14:24

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.