-A +A

Auteursrecht ook op originele werken met bindteksten die tot het publiek domein behoren

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
maa, 19/05/2008
A.R.: 
2004/AR/1465
Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Hof van beroep te Gent 7de Kamer
________

Terechtzitting van 19-05 2008

Nr. 2004/AR/1465
-------------------------

in de zaak van :

D.V.,

appellante, 

tegen

1. V.Z.W. THEATER TRAKK, met maatschappelijke zetel te 9860 Oosterzele (Balegem), Terstraeten 11,
2. Y.B.,
geïntimeerden,

3. L.P.,
4. J.V.,
geïntimeerden, 

 

velt het Hof volgend arrest :

I . Bestreden beslissing - Rechtspleging in hoger beroep

1.
Bestreden beslissing:
het vonnis van de eerste kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge (01/2286/A) van 13 november 2003.

2.
Het hoger beroep is ingesteld bij verzoekschrift van 7 juni 2004. Het is tijdig en regelmatig naar de vorm. Een akte van betekening wordt niet voorgelegd.

Het Hof heeft artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken in acht genomen.

De procedure gebeurde zoals op tegenspraak. De 4 geïntimeerde partijen legden een conclusie neer op 6 april 2005, maar verschenen niet op de zitting om te pleiten. Zij legden ook geen dossier neer. Appellante deed dit wel en verscheen ook op de zitting.

II. Overblijvende betwisting - Feiten - Procedure in eerste aanleg

3.
De overblijvende betwisting betreft de vragen of:
1) Mevrouw V. over een auteursrecht beschikt op het toneelstuk "Niemand is voorzien op zoveel zon", de titel en de promotieteksten ervoor;
2) één of meer van de geïntimeerden de auteursrechten van Mevrouw V. geschonden hebben door
· eerst "Niemand is voorzien op zoveel zon" op te voeren en daarna "Zolang de zon zingt";
· 3 liederen van het toneelstuk op te nemen, waarvan Mevrouw V. de tekst geschreven had;
· de promotieteksten te gebruiken, die Mevrouw V. geschreven had.

4.
Voor een vlotte lezing van wat volgt, kunnen de relevante feiten als volgt samengevat worden.

4.1.
Mevrouw V., appellante, is auteur van een theaterstuk over de Griekse dichteres Sappho, met als titel "Niemand is voorzien op zoveel zon". Het bestaat uit 7 stukken tekst. 3 stukken werden op muziek gezet door de Heer Y.B., tweede geïntimeerde.

Mevrouw V. schreef ook de promotieteksten voor het stuk.

Theater Trakk, voorheen V.Z.W. Sjanteboetiek Producties (hierna genoemd "Trakk"), gaf de opdracht om dit stuk te maken, eerst in een mondelinge overeenkomst van 24 september 1999, later in een schriftelijk contract van 16 januari 2000. Daarin is onder meer bepaald dat Mevrouw V. "als auteur en dramaturge de theatertekst [aflevert] voor deze productie" (stuk 9 van het dossier van appellante). Trakk en haar medewerkers verkrijgen het recht "de theatertekst te vertolken".

Verder maakt Mevrouw V. de promotieteksten en legt zij "waar nodig mee de contacten om de productie te verkopen".

Mevrouw V. deponeerde het werk bij Sabam, waar het onder de zogeheten grote rechten staat.

In de schriftelijke overeenkomst is bepaald dat Mevrouw V. 200.000 BEF betaald wordt voor haar werk: 60.000 BEF werd betaald bij de oplevering van de tekst en de resterende 140.000 BEF zou betaald worden na ontvangst van een subsidie.

4.2.
Het stuk wordt opgevoerd op 21, 22 en 23 juli 2000 (stuk 47 van het dossier van appellante).

4.3.
Tussen de partijen rees een meningsverschil over de volgende zaken:
- één of meer van de geïntimeerde partijen wijzigde de tekst, zonder de goedkeuring van Mevrouw V.;
- Trakk en de heer J.V., vierde geïntimeerde, weigerden mevrouw V. als auteur van de Nederlandse teksten te vermelden in de promotieteksten en de brochures;
- Minstens 3 van de 7 teksten werden eind juli 2000 op CD geperst, zonder de toestemming van Mevrouw V.;
- De subsidues, op grond waarvan het resterende bedrag volgens de overeenkomst zou betaald worden, werden niet aangevraagd (niet betwist).

Dit leidde tot een nieuwe overeenkomst, op 25 augustus 2000, bevestigd op 19 september 2000, waarbij Mevouw V. een vergoeding van 60.000 BEF aanvaardde en Trakk afstand deed van het werk, de titel en de promotieteksten.

4.4.
Op 20 oktober 2000 spelen geïntimeerden "Niemand is voorzien op zoveel zon" in Sint - Truiden om 20.15 u. (stukken 18a-b-c van het dossier van appellante) en om 14.00 u. (stukken 18 d-e-f van hetzelfde dossier).

Trakk schrijft culturele centra aan ter promotie van "Niemand is voorzien op zoveel zon", hoogstwaarschijnlijk op 25 oktober 2000 (stukken 19 a-b-c van hetzelfde dossier).

Op de website van VTI Producties, waarvan geen der geïntimeerden ontkent er een band mee te hebben, wordt op 16 december 2000 reclame gemaakt voor een muziektheatervoorstelling "Niemand is voorzien op zoveel zon" (stukken 20 van hetzelfde dossier).

Ook de promotietekst wordt nog gebruikt na 25 augustus 2000 (stuk 40 van het dossier van appellante).

4.5.
Volgens mevrouw V. heeft mevrouw L.P., derde geïntimeerde, daarna een nieuwe tekst geschreven "Zolang de zon zingt". Dit wordt bevestigd door de stukkenopgave bij de conclusie van geïntimeerden (stuk 21 ervan vermeldt: "Bijdrage van Mevrouw L.P. in het stuk "Zolang de zon zingt"). Volgens stuk 22 a van het dossier van appellante zou de regisseur, geen partij in dit geding, de nieuwe tekst geschreven hebben.
Het gewijzigde of nieuwe toneelstuk wordt ook onder de titel "Ik Sappho" opgevoerd.

5.
De eerste rechter wees de stakingsvordering van mevrouw V. af op de volgende gronden:
1) er is geen afdoende bewijs dat de huidige geïntimeerde partijen na 19 september 2000 nog "opzettelijk inbreuken op deze overeenkomst tot beëindiging zouden hebben gepleegd".
2) Plagiaat door het nieuwe werk van geïntimeerden van het werk dat door mevrouw V. geschreven is, is niet bewezen. Hij neemt daartoe de motivering van de kort gedingrechter over en wijst op het feit dat een concept geen auteursrechtelijke bescherming kan genieten.

III. Grieven - Voorwerp van het hoger beroep

6.
Mevrouw V. werpt de volgende grieven op:
- miskenning van de feiten:
1) de eerste rechter heeft ten onrechte geen rekening gehouden met de inbreuken op het auteursrecht voor en na 25 augustus 2000;
2) de eerste rechter heeft ten onrechte geen rekening gehouden met de overeenkomst tussen partijen van 25 augustus 2000 en de miskenning ervan door de drie geïntimeerde partijen;
- gebrek in de motivering:
3) de eerste rechter heeft het vonnis onvoldoende gemotiveerd door niet in te gaan op het middel dat de auteursrechten van Mevrouw V. miskend werden door haar naam niet te vermelden op haar werk, bij het gebruik van de titel en de promotieteksten;
4) het vonnis is gebrekkig gemotiveerd doordat niet is geantwoord op het middel dat het auteursrecht van Mevrouw V. is geschonden door de opname op CD van de drie Nederlandstalige liederen uit de voorstelling op 24 juli 2000, zonder haar toestemming;
- miskenning van het auteursrecht:
5) door geen schending vast te stellen van het auteursrecht door de overname van de geest en de sfeer van het werk van Mevrouw V., maar dit gelijk te stellen met het ‘concept', wat op zich geen auteursrechtelijke bescherming verdient, schendt de eerste rechter volgens Mevrouw V. het auteursrecht.

Mevrouw V. herneemt de vordering die zij in eerste aanleg stelde.

7.
De vier geïntimeerde partijen stellen incidenteel hoger beroep in en vorderen een schadevergoeding wegens tergend en roekeloos geding van euro 10.000 voor de vzw Theater Trakk en euro 2.500 voor elk van de overige geïntimeerden.

IV. Beoordeling

De vordering tegen de vzw Theater L.P. en tegen de vzw Arioso Producties is ontoelaatbaar

8.
Op geen enkele manier maakt mevrouw V. in haar conclusie duidelijk wat de rechtsband is tussen één of meerdere van de geïntimeerde partijen en de vzw Theater L.P. en / of de vzw Arioso Producties. Zij geeft ook verder geen enkele informatie over de adressen, de vertegenwoordigers en de leden van deze vzw's.

Deze beide vzw's zijn geen partij in het geding, ook niet in eerste aanleg, zodat de uitbreiding van de vordering tegen deze verder hier onbekende vzw's niet toelaatbaar is.

Algemeen

9.
Het schriftelijke contract tussen partijen van 16 januari 2000 (stuk 9 van het dossier van appellante) bewijst dat mevrouw V. auteur en dramaturge is van de theatertekst (artikel 2 van de overeenkomst) voor de productie ‘Niemand is voorzien op zoveel zon", "gebaseerd op de Griekse dichteres Sapho" (inleiding van de overeenkomst).

De argumentatie van de verwerende partijen dat mevrouw V. enkel bindteksten zou geleverd hebben houdt geen stand, gelet op deze overeenkomst. Zij brengen geen enkel element aan die het Hof zou kunnen toelaten te besluiten dat de overeenkomst vervangen werd.

Het feit dat de gedichten van Sappho, die tot het publiek domein behoren, en Sappho zelf als uitgangspunt dienden voor het stuk is in deze zaak onvoldoende om afbreuk te doen aan de geschreven overeenkomst tussen partijen en het auteursrecht te ontkrachten. De geschreven overeenkomst tussen partijen heeft minstens een vermoeden geschapen dat het toneelstuk van de hand van mevrouw V. origineel is in de zin van de Auteurswet, namelijk de uitdrukking van de intellectuele inspanning die het werk een individueel karakter verleent. Partijen zijn er zelf van uitgegaan dat het toneelstuk, dat in juli 2000 werd opgevoerd, een eigen vormgeving vertoonde, die verwijst naar de persoon van de maker en de uitdrukking is van een intellectuele inspanning van mevrouw V.. Geen der geïntimeerde partijen weerlegt dit.

Het is niet omdat delen van de tekst vertalingen (van P.C.) van gedichten van Sappho uit het Oud-Grieks zouden zijn, dat het auteursrecht van mevrouw V. vervalt.

Zelfs indien de gedachte of het concept om gedichten van Sapho te brengen in een muziektheaterstuk van één of meer andere personen zou komen, dan nog toont de overeenkomst aan dat de auteur mevrouw V. is.

10.
Hetzelfde geldt voor de promotieteksten.

11.
Het is niet omdat geïntimeerden op 25 augustus 2000 afzagen van het verdere gebruik van de teksten van mevrouw V. en op 19 september 2000 ook van de titel van het stuk, dat zij voordien geen inbreuken zouden kunnen begaan hebben op het auteursrecht van mevrouw V.. De briefwisseling laat niet toe te besluiten dat er een overeenkomst over eerdere schendingen tussen partijen werd afgesloten. Uit de stukken 11 en 12 van het dossier van mevrouw V. blijkt niet dat de betaalde 60.000 BEF als slot van alle rekeningen aanvaard werd. Geïntimeerden beperkten zich tot het neerleggen van een conclusie. Zij verschenen niet ter zitting en legden geen dossier neer, zodat het Hof over geen andere bewijsstukken beschikt, die het tegendeel zouden kunnen aantonen. Het eerste vonnis wordt hervormd op dit punt.

De ingeroepen schendingen van het auteursrecht vóór 25 augustus 2000

Het morele recht op bekend maken
12.
Artikel 1, §2, al. 3 van de wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten van 30 juni 1994, zoals achteraf gewijzigd (hierna de "Auteurswet") geeft de auteur van een werk het recht om het bekend te maken.

Dit impliceert dat het werk niet mag bekend gemaakt worden zonder de toestemming van de auteur. Het branden van de gehele tekst of delen ervan op een CD is een vorm van bekend maken.

Geen der geïntimeerden toont aan dat zij de toestemming bekwamen van mevrouw V. om de tekst op CD te plaatsen eind juli 2000.

De inbreuk op het auteursrecht is derhalve bewezen.

Het morele recht op het vaderschap
13.
Op grond van artikel 1, §2, al. 5 van de Auteurswet kent de auteur het recht toe het vaderschap van de tekst op te eisen.

Op grond daarvan is mevrouw V. dan ook gerechtigd te vragen dat op de promotieteksten en de brochures die de opvoering van het theaterstuk bekend maken en begeleiden haar naam vermeld wordt.

Mevrouw V. legt voldoende stukken neer (zie ook de vermelding van de stukken in de samenvatting van de feiten hiervoor) waaruit blijkt dat haar naam niet opgenomen werd op de brochures en promotieteksten, niettegenstaande haar vraag hiertoe.

Ook deze inbreuk op het auteursrecht is bewezen.

De ingeroepen schendingen van de auteursrechten na 25 augustus 2000

Het gebruik van de promotieteksten
14.
Uit de feitelijke uiteenzetting blijkt dat de promotietekst nog gebruikt is na de afspraak tussen partijen van 25 augustus en 19 september 2000 om geen enkele tekst van mevrouw V. nog te gebruiken.

In tegenstelling tot wat de eerste rechter schrijft is Trakk wel verantwoordelijk voor dit gebruik. Zelfs als een eind te voren de teksten doorgegeven worden aan de instanties die de voorstellingen organiseren en laten doorgaan, dan nog toont Takk niet dat zij minstens de inspanning gedaan heeft om de organiserende zalen te vragen een andere tekst op papier of via hun site te verspreiden.

Ook ten aanzien van dit feit is een inbreuk bewezen.

Het gebruik van de titel
15.
In aankondigingen voor de Gentse Feesten van juli 2001 wordt de titel "Zolang de zon zingt" nog gebruikt (stuk 27 van het dossier van appellante), niettegenstaande de afspraak tussen partijen.

Ook voor aankondigingen in oktober en december 2000 wordt deze titel nog gebruikt, in schending van de overeenkomst (zie de feitelijke uiteenzetting).

De inbreuk met betrekking tot dit onderdeel is bewezen.

Het gebruik van de tekst zelf

16.
Uit de feitelijke uiteenzetting en uit het dossier van mevrouw V. blijkt dat het stuk "Niemand is voorzien op zoveel zon" opgevoerd werd te Lendelede op 6 oktober 2000, te Sint-Truiden op 20 oktober 2000 en te Antwerpen op 28 oktober 2000. Geïntimeerden ontkennen dit niet.

Ook deze inbreuk op het auteursrecht van mevrouw V. en op de overeenkomst tussen partijen is bewezen.

De stukken "Zolang de zon zingt", "Zolang de zon zingt of Ik Sappho" en "Ik Sappho"

17.
De bewijslast voor namaak of een ongeoorloofde bewerking ligt bij mevrouw V., die de oorspronkelijke vordering instelde (artikel 870 Ger. Wb.). Zij moet aantonen dat de creatie van geïntimeerden of één of meerdere van hen geen eigen creatie is, dat deze geen oorspronkelijk karakter vertoont, die verwijst naar de persoon van de maker en die geen of minstens onvoldoende eigen intellectuele inspanning van deze nieuwe maker vertoont, maar dat een globale vergelijking het tweede stuk terugbrengt tot het eerste en de auteur van het eerste toneelstuk. Om de volgende redenen levert zij dit bewijs niet.

- Terecht werpen geïntimeerden op dat een concept of idee als zodanig geen bescherming kan krijgen.
Muziektheater als zodanig, liederen, op muziek gezette gedichten, gebracht met bindteksten zijn op zichzelf niet vatbaar voor auteursrechtelijke bescherming.
Dit is eveneens het geval voor het gebruik van liederen in het Nieuw en het Oud Grieks, samen met tekst en voor een creatie die betrekking heeft op de dichteres Sappho. Deze dichteres en haar werk behoren tot de klassieke cultuur.
Goede ideeën kunnen door iedereen gebruikt worden, zolang ze geen concrete vorm verworven hebben.

- Stukken 42 en 43 van het dossier van appellante analyseren de stukken "Niemand is voorzien op zoveel zon" en "Zolang de zon zingt" op hun gelijkenissen.

Het gebruik van Nederlandstalige monologen ("bindteksten" volgens geïntimeerden) in de beide stukken, de keuze van dezelfde Nieuw-Griekse liederen in de beide stukken, dezelfde mensen op het podium, hetzelfde decor, dezelfde kledij en dezelfde vormgeving voor de programmabrochure zijn afzonderlijk en in hun geheel genomen onvoldoende om vast te stellen dat geïntimeerden of één van hen een inbreuk beging op het auteursrecht van mevrouw V. op het theaterstuk "Niemand is voorzien op zoveel zon".

Dezelfde inbreng van de regisseur, namelijk de videomontage van de ondergaande zon aan zee rechts op het podium, vormt in deze zaak geen schending van het auteursrecht van mevrouw V.. Niet alleen behoort het beeld van een ondergaande zon tot het publiek domein, het wordt ook vaak geassocieerd met de Griekse eilanden en er is niet aangetoond dat dit behoort tot de creatie van het toneelstuk "Niemand is voorzien op zoveel zon".

Over het gebruik van hetzelfde promotiemateriaal is hiervoor reeds geoordeeld.

De themalijnen passie, verdriet en melancholie en dichtkunst zijn op zich niet vatbaar voor auteursrechtelijke bescherming. Ook het samenbrengen van deze lijnen en de evolutie van de ene lijn naar de andere kunnen niet teruggebracht worden tot de persoon van mevrouw V. en haar intellectuele inspanning.
Bovendien werd deze evolutie niet gerespecteerd door geïntimeerden, wellicht al niet in de eerste opvoeringen, zodat mevrouw V. dit element niet kan inroepen.

Zelfs als weinig over Sappho geweten is, dan nog behoren thema's als de blauwe oever, de lier van Orpheus, de dageraad, een bloemenkrans tot het publiek domein.
Uit de keuze van figuren als Phaon de veerman, Aphrodite, Orpheus en verschillende vrouwen die Sappho zouden omringd hebben en die voorkomt in zowel "Niemand is voorzien op zoveel zon" als "Zoals de zon zingt" kan niet afgeleid worden dat het tweede stuk een plagiaat is van het eerste. Het gaat om thema's en figuren uit de klassieke oudheid en die geassocieerd worden met de figuur van de dichteres Sappho.

18.
"Zolang de zon zingt of Ik Sappho" en "Ik Sappho" zouden dezelfde inhoud hebben als "Zolang de zon zingt". Minstens is niet aangetoond dat er nog een andere inhoud zou zijn. Het voorgaande (randnummer 15) geldt dan ook voor deze titels.

Rechtsherstel voor de vastgestelde inbreuken

De vordering tot staken
19.
Hoewel inmiddels zowat 7,5 jaar verstreken zijn sedert de betwisting tussen partijen ontstond, bestaat de titel, de promotietekst en de toneeltekst van mevrouw V. nog steeds, zodat er in principe nog herhaling mogelijk is. Het Hof zegt dan ook voor recht dat de tekst en de titel van het muziektheaterstuk "Niemand is voorzien op zoveel zon" en de promotietekst daarvoor door geen der geïntimeerden bekend gemaakt of gereproduceerd mag worden zonder de instemming van mevrouw V. en dit onder verbeurte van een dwangsom van euro 1.000 per vastgestelde inbreuk, met een maximum van euro 10.000.

Gelet op wat hiervoor geoordeeld werd, worden de overige onderdelen van de stakingsvordering verworpen.

De gevorderde publicatie kan niet bijdragen tot een groter rechtsherstel, mede gelet op de lange tijd, die verstreken is sedert het ontstaan van de betwisting. Ook dit onderdeel van de vordering wordt verworpen.

De vordering tot schadevergoeding
20.
Mevrouw V. wenst een materiële en morele schadevergoeding. Zij wijst er bovendien op dat de schadevergoeding niet beperkt mag zijn tot het bedrag dat zou moeten betaald zijn bij het krijgen van de voorafgaande toestemming tot reproductie, maar wel een zeker afschrikkend effect moet hebben, zodat mogelijke namakers niet op voorhand de eventuele latere schadevergoeding reeds kunnen incalculeren.

Zij vordert ex aequo et bono euro 7.436,81. De geïntimeerden betwisten dit bedrag niet. Zij beperken zich er op te wijzen dat "Zolang de zon zingt", "Zolang de zon zingt of Ik Sappho" en "Ik Sappho" geen inbreuken vormen, zodat geen schadevergoeding verschuldigd is.

Gelet op de vastgestelde inbreuken kent het Hof een schadevergoeding ex aequo et bono toe van euro 1.500.

De overeenkomst werd aangegaan door Trakk en door de heer V., vierde geïntimeerde in eigen naam en voor de rechtsvoorganger van Trakk. Ook de faxen van 25 augustus 2000 en 19 september 2000 werden getekend door de Heer V.. Om die reden worden zij in solidum veroordeeld om de schadevergoeding te betalen. Dit bedrag is te vermeerderen met de gerechtelijke verwijlintresten vanaf de dagvaarding tot aan de algehele betaling, aan de wettelijke rentevoet.

Mevrouw V. vordert de hoofdelijkheid in hoofde van de heer V. op grond van artikel 3, § 2 van de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen, zoals achteraf gewijzigd (hierna "V.Z.W. Wet"). Dit artikel is hier evenwel niet van toepassing, zodat dit onderdeel van de vordering afgewezen wordt.

Nu de heer B. enkel componist was, is hij deze schadevergoeding niet verschuldigd.

De inbreuken staan ook niet vast in hoofde van mevrouw P., zodat ook zij niet gehouden is tot het betalen van de schadevergoeding.

De invordering van de "resterende" euro 3.470,51
21.
Uit randnummer 6, p. 25 van haar conclusie blijkt dat Mevrouw V. dit bedrag vordert als bijkomende schadevergoeding voor het verder gebruik van tekst en titel van het theaterstuk en van de promotieteksten ervoor. Hiervoor werd reeds geoordeeld over deze schadevergoeding, zodat de bijkomende vordering afgewezen wordt.

De tegenvordering wegens tergend en roekeloos geding
22.
De oorspronkelijke hoofdvordering werd gedeeltelijk gegrond verklaard. Alleen al om die reden is de tegenvordering wegens tergend en roekeloos geding ongegrond.

Kosten
23.
Appellante wordt gedeeltelijk in het gelijk gesteld, wat het Hof toelaat de kosten tussen partijen om te slaan en wat het Hof weerhoudt om de rechtsplegingsvergoedingen verschuldigd voor de hoofdvorderingen en voor de tegenvorderingen afzonderlijk te begroten op grond van de artikelen 1042, 1017 en 1022 Ger. Wb.

Appellante blijft gerechtigd op een rechtsplegingsvergoeding van euro 1.200 door eerste en vierde geïntimeerde in solidum te betalen. Het bedrag van euro 1.200 is gebaseerd op de stakingsvordering, die niet in geld waardeerbaar is.

V. Beslissing

Het hoger principaal en incidenteel beroep zijn toelaatbaar, behalve de hogere principale beroepen tegen de V.Z.W. Theater L.P. en tegen de V.Z.W. Arioso, die ontoelaatbaar zijn. Enkel het principaal hoger beroep tegen de overige partijen is gegrond in de hierna bepaalde mate.

Het Hof:
- hervormt het bestreden vonnis, behalve in zoverre het de vorderingen toelaatbaar verklaarde en de tegenvordering verwierp;
- doet opnieuw recht;
- stelt de inbreuken vast op het auteursrecht met betrekking tot het muziektheaterstuk "Niemand is voorzien op zoveel zon", tot de titel ervan en tot de promotieteksten ervoor;
- zegt voor recht dat de tekst en de titel van het muziektheaterstuk "Niemand is voorzien op zoveel zon" en de promotietekst daarvoor door geen der geïntimeerden bekend gemaakt of gereproduceerd mag worden zonder de instemming van mevrouw V. en dit onder verbeurte van een dwangsom van euro 1.000 per vastgestelde inbreuk, met een maximum van euro 10.000;
- veroordeelt eerste en vierde geïntimeerde in solidum tot het betalen van een schadevergoeding aan appellante van euro 1.500, te vermeerderen met de gerechtelijke verwijlintresten vanaf de dagvaarding tot aan de algehele betaling, aan de wettelijke rentevoet;
- verwerpt de overige vorderingen en alle overige middelen en argumenten van partijen;
- veroordeelt eerste en vierde geïntimeerde in solidum tot betaling van de kosten, bepaald als volgt:

appellante:
eerste aanleg:
dagvaarding: euro 132,39
rechtsplegingvergoeding: euro 334,66

hoger beroep:
rolrecht: euro 186,00
verzoekschrift: euro 59,47
rechtsplegingvergoeding euro 1.200,00

Aldus gewezen door de zevende kamer van het Hof van beroep te Gent, zetelende in burgerlijke zaken

Gerelateerd
Aangemaakt op: di, 14/06/2016 - 14:01
Laatst aangepast op: di, 14/06/2016 - 14:01

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.