-A +A

Arbeidsongeval tijdens de uitvoering van de arbeidsovereenkomst tijdens sportmanifestatie

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
maa, 09/11/2015
A.R.: 
S.15.0039.N

Het ongeval tijdens de uitvoering van de overeenkomst wordt, behoudens tegenbewijs, geacht te zijn overkomen door het feit van de uitvoering van die overeenkomst; dat tegenbewijs kan door alle rechtsmiddelen geleverd worden.

Een ongeval is overkomen tijdens de uitvoering van de arbeidsovereenkomst wanneer de werknemer op het ogenblik van het ongeval onder het gezag van de werkgever staat; de gezagsverhouding duurt in beginsel zolang de werknemer ten gevolge van het verrichten van de arbeid in zijn persoonlijke activiteit en vrijheid wordt beperkt.

Het ongeval dat een werknemer tijdens een sportmanifestatie overkomt, kan als arbeidsongeval worden aangenomen, indien wordt vastgesteld dat de werkgever ook tijdens de wedstrijd, waaraan de werknemer zelfs vrijwillig deelneemt, zijn gezag uitoefent of kan uitoefenen, zelfs indien deze sportmanifestatie, buiten de normale arbeidsuren plaatsvindt.

 

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. S.15.0039.N
AXA BELGIUM nv, met zetel te 1170 Brussel, Vorstlaan 25,
eiseres,
tegen
1. B.M.
2. LANDSBOND DER CHRISTELIJKE MUTUALITEITEN, met zetel te 1030 Schaarbeek, Haachtsesteenweg 579,
verweerders,
mede inzake

BASF ANTWERPEN nv, met zetel te 2040 Antwerpen, Scheldelaan 600,
partij opgeroepen tot bindendverklaring van het arrest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Gent van 17 april 2014.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Krachtens artikel 7 Arbeidsongevallenwet moet voor de toepassing van deze wet als arbeidsongeval worden aangezien elk ongeval dat de werknemer tijdens en door het feit van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst overkomt en dat een letsel veroorzaakt.

Het ongeval, overkomen tijdens de uitvoering van de overeenkomst wordt, be-houdens tegenbewijs, geacht te zijn overkomen door het feit van de uitvoering van de overeenkomst.

2. Een ongeval is overkomen tijdens de uitvoering van de arbeidsovereenkomst wanneer de werknemer op het ogenblik van het ongeval onder het gezag van de werkgever staat.

De gezagsverhouding duurt in beginsel zolang de werknemer ten gevolge van het verrichten van de arbeid in zijn persoonlijke activiteit en vrijheid wordt beperkt.

3. Het ongeval dat een werknemer tijdens een sportmanifestatie overkomt, kan als arbeidsongeval worden aangenomen, indien wordt vastgesteld dat de werkge-ver ook tijdens de wedstrijd, waaraan de werknemer zelfs vrijwillig deelneemt, zijn gezag uitoefent of kan uitoefenen, zelfs indien deze sportmanifestatie, buiten de normale arbeidsuren plaatsvindt.

4. De rechter beoordeelt in feite of de werknemer zich op het ogenblik van het ongeval onder het gezag van de werkgever bevindt.
Het Hof gaat enkel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden aan-genomen.

5. De appelrechters stellen vast en oordelen dat :

- de sportmanifestatie weliswaar niet plaatsgreep in de onderneming, maar de deelname in essentie voorbehouden was aan personeelsleden van BASF Antwerpen nv en van de dochter- of zustervennootschappen deel uitmakend van de technische bedrijfseenheid "Site BASF Antwerpen" zonder onderscheid naar beroepsclassificatie, zijnde werklieden of bedienden;
- meerdere geledingen van de onderneming erin waren vertegenwoordigd en als buitenstaanders enkel de "contractoren", zijnde onderaannemers mochten par-ticiperen, maar op de uitdrukkelijke voorwaarde dat zij werkzaam waren op het terrein van BASF en dat zij hun fabrieksbadge konden voorleggen;
- het initiatief en de organisatie van het voetbaltornooi, editie 2011, uitgingen van de vzw BASF Personeelsclub, en gespreid werd over zes meidagen;
- door de werkgever BASF Antwerpen logistiek steun werd verleend en op 21 maart 2011 door de interne Communicatiedienst van die werkgever en onder verwijzing naar "Personeelsclub" in de onderneming publiciteit gevoerd werd via het verspreide "bericht aan allen BASF Antwerpen", waarin de manifestatie "Interbedrijventornooi voetbal" als afzonderlijk item was opgenomen:
- deze steun en publiciteit minstens impliciet duidelijk maakt dat de directie het initiatief steunde, aanmoedigde en begunstigde;
- de financiële last door de personeelsclub van de werkgever, de vzw BASF Per-soneelsclub, werd gedragen, zoals de organisatie van de voetbalmanifestatie en een beker voor elke deelnemende ploeg;
- de vzw BASF Personeelsclub, waarvan de zetel gevestigd is op hetzelfde adres als de maatschappelijke zetel van de werkgever BASF Antwerpen, tot uitdruk-kelijk statutair doel heeft "het aanmoedigen (...) en het bevorderen onder alle vormen van culturele activiteiten, actieve sportbeoefening en vrijetijdsbesteding van de personeelsleden van BASF Antwerpen nv en BASF SE tewerkgesteld op de vestiging te Zandvliet, alsook van de personeelsleden van andere vennootschappen die deel uitmaken van de Technische Bedrijfseenheid Site BASF Antwerpen of waarin BASF Antwerpen nv of BASF SE rechtstreeks of onrechtstreeks ten minste 25% van de aandelen houdt en die op de vestiging te Zandvliet zijn tewerkgesteld; al die personeelsleden kunnen "toegetreden lid" worden, mits de lidmaatschapsbijdrage die ‘op zich (...) kosteloos' (...) is";
- de vzw BASF Personeelsclub weliswaar een eigen, van de werkgever BASF Antwerpen nv te onderscheiden rechtspersoonlijkheid bezit, wat echter niet wegneemt dat het een door die werkgever specifiek gecreëerde en in stand ge-houden satelliet betreft, met het oog op het bundelen en organiseren van de brede waaier aan culturele, sportieve en vrijetijdsactiviteiten die deze Antwerp-se chemiereus - met ongeveer 3.800 werknemers, aldus de werkgever BASF Antwerpen - mogelijk wil maken voor alle personeelsleden van BASF Ant-werpen, van BASF SE en van de andere zustervennootschappen van BASF; zeer illustrerend in dat verband is de statutaire bepaling van de vzw BASF Per-soneelsclub naar luid waarvan, in geval van vrijwillige of gedwongen ontbin-ding van de vzw, aan haar patrimonium een bestemming moet worden gegeven overeenstemmend met haar doel (cf. supra) "en zeker zodanig dat het ten voor-dele komt van de ontplooiing (...) van het personeel van BASF Antwerpen N.V.";
- een vrij beperkt aantal ploegen (zes, met teams samengesteld uit elf spelers) zich uiteindelijk voor het tornooi inschreef;
- de nieuwigheid van de editie 2011 was dat een beroep werd gedaan "op scheidsrechters die op BASF werken";
- het "interbedrijventornooi" binnen de schoot van de werkgever BASF Ant-werpen nv geïnstitutionaliseerd is, aangezien het al de zesde jaarlijks editie be-trof;
- het werkgever BASF Antwerpen nv was, en dus niet de vzw Personeelsclub BASF, die het ongevalsrisico voortspruitend uit het organiseren van "vriend-schappelijke voetbalmatchen" had gedekt via het afsluiten als verzekeringsne-mer van een bijvoegsel bij een reeds bestaande polis, ingaand op 1 januari 2007 en de werknemers van de BASF Antwerpen nv hiervan de verzekerden zijn;
- de vrijwillig tussenkomende partij nv BASF Antwerpen in conclusies trouwens uitlegt dat het verzekeringstechnisch een uitbreiding betreft op de arbeidsonge-vallenpolis, maar met de meer beperkte dekking "gemeen recht" en dit een sprekende illustratie is van de onmiskenbare bestaande nauwe feitelijke band tussen BASF Personeelsclub en BASF Antwerpen;
- in zijn verslag van 7 oktober 2011 de preventiedienst van de werkgever BASF Antwerpen de gegevens van het ongeval ronduit omschreef als "voetbaltornooi BASF";
- de werkgever BASF Antwerpen nv in de organisatie van het voetbalevenement een instrument zag om de camaraderie tussen haar werknemers en hun ont-plooiing te stimuleren, gelet op het gegeven dat zij op haar kosten de risico's uit "vriendschappelijke voetbalmatchen" voor haar personeelsleden liet verzekeren bij de eiseres.

6. Met die redenen laat het arrest zijn beslissing dat de eerste verweerder zich onder het gezag van de werkgever bevond gedurende zijn participatie aan de edi-tie 2011 van het paraprofessioneel evenement, en dus op het ogenblik van het on-geval, steunen op vaststellingen die daarmee geen verband houden. Zij hebben immers geen betrekking op de vraag of de eerste verweerder als gevolg van zijn arbeidsovereenkomst in zijn persoonlijke vrijheid werd beperkt tijdens zijn deel-name aan de voetbalwedstrijd.

Het arrest verantwoordt aldus zijn beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Dictum
Het Hof,
Vernietigt het bestreden arrest.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.
Verklaart het arrest bindend aan BASF Antwerpen nv.
Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.
Verwijst de zaak naar het arbeidshof te Antwerpen.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer

K. Vanden Bossche K. Moens A. Lievens
K. Mestdagh A. Smetryns B. Deconinck

Verzoekschrift
24121/W/10
VOORZIENING IN CASSATIE

Aan het Hof van Cassatie van België

geeft te kennen:

de naamloze vennootschap AXA BELGIUM, met zetel te 1170 BRUSSEL, aan de
Vorstlaan 25 en met ondernemingsnummer 0404.483.367,
eiseres tot cassatie,
 

wat volgt.

De eiseres, voornoemd, verklaart hierbij zich in cassatie te voorzien tegen het hieronder nader omschreven arrest en cassatieberoep aan te tekenen tegen de hier-onder nader aangewezen partijen.

I. BESTREDEN UITSPRAAK EN PARTIJEN WAARTEGEN CASSA-TIEBEROEP WORDT AANGETEKEND

Dit cassatieberoep is gericht tegen het arrest dat op 17 april 2014 door de eerste kamer van het arbeidshof Gent, afdeling Gent, op tegen¬spraak werd gewezen in de zaak, ingeschreven op de algemene rol onder het nummer 2013/AG/165, van de eiseres, als appellante, tegen:

1. B.M.
toen eerste geïntimeerde, thans eerste verweerder in cassatie,
2. de LANDSBOND DER CHRISTELIJKE MUTUALITEITEN, met zetel te 1030 SCHAARBEEK, aan de Haachtsesteenweg 579 en met ondernemings-nummer 0411.702.543,
toen tweede geïntimeerde, thans tweede verweerder in cassatie,

en tegen die verwerende partijen.

De eiseres tot cassatie, voornoemd, verklaart tevens tot bindendverklaring van het te wijzen arrest voor het Hof van Cassatie op te roepen:

de naamloze vennootschap BASF ANTWERPEN, met zetel te 2040 ANT-WERPEN, aan de Scheldelaan 600 en met ondernemingsnummer 0404.754.472,
in de hierboven vernoemde zaak oorspronkelijk vrijwillig tussenkomende partij, thans tot bindendverklaring van het te wijzen arrest opgeroepen partij.

Deze voorziening in cassatie is gesteund op de volgende middelen en conclusie.

II. FEITEN EN RETROACTA VAN DE PROCEDURE

1. De eerste verweerder was in voltijdse loondienst van de tot bindendverklaring opgeroepen partij toen hij op donderdag 19 mei 2011 om 20u30 een meniscusletsel opliep tijdens een voetbalwedstrijd, georganiseerd in het kader van een inter-bedrijventornooi.

De eiseres is de arbeidsongevallenverzekeraar van de tot bindendverklaring opge-roepen partij.

Daarnaast had de tot bindendverklaring opgeroepen partij een specifieke verzeke-ringspolis in "gemeen recht" afgesloten ter dekking van sportongevallen.

Bij brief van 14 december 2011 weigerde de eiseres het ongeval te erkennen als arbeidsongeval. Volgens haar stond de eerste verweerder op het ogenblik van de voetbalwedstrijd niet onder het gezag van de tot bindendverklaring opgeroepen partij.

2. Bij verzoekschrift op tegenspraak van 16 februari 2012 vorderde de eerste verweerder in hoofdorde dat zou worden gezegd voor recht dat hij op 19 mei 2011 het slachtoffer is geworden van een arbeidsongeval en de veroordeling van de eiseres tot betaling van de wettelijke arbeidsongevallenvergoedingen. In ondergeschikte orde vorderde hij de aanstelling van een deskundige.

Bij verzoekschrift van 8 augustus 2012 kwam de tweede verweerder vrijwillig tus-sen in het geding en vorderde hij, als gesubrogeerde in de rechten van zijn verze-kerde, de eerste verweerder, de veroordeling van de eiseres tot terugbetaling van de als gevolg van het ongeval gedane uitgaven, in zijn conclusie van 13 november 2012 provisioneel begroot op 14.673,98 euro.

Bij tussenvonnis van 19 maart 2013 verklaarde de arbeidsrechtbank te Dender-monde de vorderingen van de eerste en de tweede verweerder toelaatbaar en ont-vankelijk. Volgens de arbeidsrechtbank was het ongeval een arbeidsongeval. Al-vorens ten gronde uitspraak te doen, stelde de arbeidsrechtbank een deskundige aan.

Tegen dat vonnis tekende de eiseres hoger beroep aan.

Bij verzoekschrift van 30 oktober 2013 kwam de tot bindendverklaring opgeroe-pen partij vrijwillig tussen in het geding en vorderde zij dat het hoger beroep van de eiseres ontvankelijk en gegrond zou worden verklaard.

Bij arrest van 17 april 2014 verklaart het arbeidshof te Gent het hoger beroep van de eiseres en de vordering tot vrijwillige tussenkomst van de in bindendverklaring opgeroepen partij ontvankelijk, maar ongegrond, bevestigt het het tussenvonnis en verwijst het de zaak voor verdere afhandeling terug naar de eerste rechter.

Tegen dat arrest voert de eiseres het volgende middel tot cassatie aan.

III. MIDDELEN

Enig middel

MIDDEL

Geschonden wettelijke bepalingen

- artikel 7 van de Wet van 10 april 1971 betreffende de arbeidsongevallen

Aangevochten beslissing

In de bestreden beslissing verklaart het arbeidshof, recht sprekend over de vorde-ringen van de eerste verweerder en de tweede verweerder, het hoger beroep van de eiseres ongegrond. Het arbeidshof bevestigt het tussenvonnis waarin de eerste rechter besliste dat het ongeval waarvan de eerste verweerder op 19 mei 2011 het slachtoffer werd, een arbeidsongeval is en, alvorens verder ten gronde uitspraak te doen, een geneesheer-deskundige aanstelde en verwijst het de zaak voor verdere afhandeling terug naar de eerste rechter. Het arbeidshof neemt die beslissing op grond van alle vaststellingen en motieven waarop zij steunt en die hier beschouwd worden integraal te zijn hernomen en in het bijzonder de volgende:

"3.2.2.Te dezen is de eerste te beantwoorden rechtsvraag te weten of [de eerste verweerder] onder het gezag van zijn werkgever stond op het ogenblik dat het ongeval zich voordeed, namelijk tijdens een in de vooravond van (don-derdag) 19 mei 2011 plaatsgrijpende voetbalmanifestatie genoemd "Zesde in-terbedrijventornooi 2011".
Uit de elementen van het dossier onthoudt het arbeidshof in essentie de vol-gende, ter zake dienende gegevens:
- die sportmanifestatie greep weliswaar niet plaats in de onderneming, maar de deelname was in essentie voorbehouden aan personeelsleden van de [tot bindendverklaring opgeroepen partij] en van de doch-ter/zustervennootschappen deel uitmakend van de technische bedrijfseen-heid "Site BASF Antwerpen", zonder onderscheid naar beroepsclassifica-tie, zijnde werklieden of bedienden;
- verschillende diensten en/of afdelingen van [de tot bindendverklaring op-geroepen partij] namen er aan deel, zodat meerdere geledingen van de on-derneming erin waren vertegenwoordigd; als buitenstaanders mochten slechts participeren de "contractoren", zijnde onderaannemers, doch op de uitdrukkelijke voorwaarde dat zij werkzaam waren op het terrein van BASF en dat zij hun fabrieksbadge konden voorleggen;
- het initiatief en de organisatie van het voetbaltornooi, editie 2011, gingen uit van de vzw BASF Personeelsclub, waarover hierna verder meer, en werd gespreid over zes meidagen; door de werkgever [de tot bindendverklaring opgeroepen partij] werd echter logistieke steun verleend: op 21 maart 2011 werd door de Interne Communicatiedienst van die werkgever en onder verwijzing naar "Personeelsclub" in de onderneming publiciteit gevoerd via het verspreide "bericht aan allen BASF Antwerpen", waarin de manifestatie "Interbedrijventornooi voetbal" als afzonderlijk item was opgenomen (hierdoor minstens impliciet duidelijk makend dat de directie het initiatief steunde, aanmoedigde en begunstigde);
- de financiële last werd door de personeelsclub van de werkgever, de vzw BASF Personeelsclub, gedragen (zoals de organisatie van de voetbalmani-festatie en een beker voor elke deelnemende ploeg);
- de vzw BASF Personeelsclub, waarvan de zetel nota bene gevestigd is op hetzelfde adres als de maatschappelijke zetel van werkgever [de tot bin-dendverklaring opgeroepen partij], heeft tot uitdrukkelijk statutair doel het aanmoedigen (sic!) en het bevorderen onder alle vormen van culturele ac-tiviteiten, actieve sportbeoefening en vrijetijdsbesteding van de personeels-leden van [de tot bindendverklaring opgeroepen partij] en BASF SE te-werkgesteld op de vestiging te Zandvliet, alsook van de personeelsleden van andere vennootschappen die deel uitmaken van de Technische Be-drijfseenheid Site BASF Antwerpen of waarin [de tot bindendverklaring opgeroepen partij] of BASF SE rechtstreeks of onrechtstreeks ten minste 25 % van de aandelen houdt en die op de vestiging te Zandvliet zijn tewerkge-steld; al die personeelsleden kunnen "toegetreden lid" worden, mits de lidmaatschapsbijdrage die "op zich (...) kosteloos" (sic!) is;
- de vzw BASF Personeelsclub bezit weliswaar een eigen, van [de tot bin-dendverklaring opgeroepen partij] te onderscheiden rechtspersoonlijkheid, wat echter niet wegneemt dat het een door die werkgever specifiek gecre-eerde en in stand gehouden satelliet betreft, met het oog op het bundelen en organiseren van de brede waaier aan culturele, sportieve en vrijetijds-activiteiten die deze Antwerpse chemiereus - met ongeveer 3.800 werkne-mers, aldus [de tot bindendverklaring opgeroepen partij] - mogelijk wil maken voor alle personeelsleden van [de tot bindendverklaring opgeroepen partij], van BASF SE en van de andere zustervennootschappen van BASF; zeer illustrerend in dat verband is de statutaire bepaling van de vzw BASF Personeelsclub (cf. artikel 30) naar luid waarvan, in geval van vrijwillige of gedwongen ontbinding van de vzw, aan haar patrimonium een bestemming moet worden gegeven overeenstemmend met haar doel (cf. supra) "en zeker zodanig dat het ten voordele komt van de ontplooiing (sic!) van het personeel van [de tot bindendverklaring opgeroepen partij]"
- een vrij beperkt aantal ploegen (zes, met teams samengesteld uit elf spelers) schreef zich uiteindelijk voor het tornooi in;
- de "nieuwigheid" van de editie 2011 was dat een beroep werd gedaan "op scheidsrechters die op BASF werken";

 

- het "Interbedrijventornooi" is binnen de schoot van de [tot bindendverkla-ring opgeroepen partij] geïnstitutionaliseerd, aangezien het al de zesde jaarlijkse editie betrof;
- het was werkgever [de tot bindendverklaring opgeroepen partij] (en dus niet de vzw Personeelsclub BASF) die het ongevalsrisico voortspruitend uit het organiseren van "vriendschappelijke voetbalmatchen" had gedekt via het afsluiten als verzekeringsnemer van een bijvoegsel bij een reeds bestaande polis, ingaand op 1 januari 2007; de werknemers van [de tot bindendverklaring opgeroepen partij] zijn hiervan de verzekerden; [de tot bindendverklaring opgeroepen partij] legt in conclusies trouwens uit dat het verzekeringstechnisch een uitbreiding betreft op de arbeidsongevallenpolis, maar met de meer beperkte dekking "gemeen recht"; volgens het arbeidshof betreft dit een sprekende illustratie van de onmiskenbare be-staande nauwe feitelijke band tussen BASF Personeelsclub en [de tot bin-dendverklaring opgeroepen partij];
- in zijn verslag van 7 oktober 2011 omschreef de preventiedienst van werk-gever [de tot bindendverklaring opgeroepen partij] de gegevens van het ongeval ronduit als "voetbaltornooi BASF";
- [de tot bindendverklaring opgeroepen partij] zag in de organisatie van het voetbalevenement een instrument om de kamaraderie tussen haar werkne-mers en hun ontplooiing te stimuleren (cf. het gegeven dat zij op haar kosten de risico's uit "vriendschappelijke voetbalmatchen" voor haar perso-neelsleden liet verzekeren bij de [eiseres].
[De eerste verweerder] bevond zich aldus gedurende zijn participa-tie aan de editie 2011 van dat paraprofessioneel evenement, ook al was dit bui-ten zijn normale werkuren, onder het gezag van de werkgever op het ogenblik dat het beschreven ongeval zich voordeed tijdens de voetbalwedstrijd, die deel uitmaakte van het door de vzw BASF Personeelsclub jaar in, jaar uit georgani-seerde, maar door [de tot bindendverklaring opgeroepen partij] onder haar auspiciën gepatroneerde interbedrijventornooi voetbal (...).

3.2.3. Nu werd aangetoond dat het ongeval zich voordeed tijdens de uitvoering van de arbeidsovereenkomst, wordt vermoed dat het te dezen om een arbeidsongeval gaat."
(p. 11 t.e.m. p. 13, van het arrest).

 

Grieven

1. Krachtens artikel 7, eerste lid, van de wet van 10 april 1971 betreffende de arbeidsongevallen (hieronder afgekort als Arbeidsongevallenwet) moet een onge-val, om als arbeidsongeval te worden beschouwd, onder meer de werknemer zijn overkomen tijdens de uitvoering van de arbeidsovereenkomst.

Overeenkomstig artikel 7, derde, voorheen tweede lid, van de Arbeidsongeval-lenwet, wordt het ongeval overkomen tijdens de uitvoering van de overeenkomst, behoudens tegenbewijs, geacht als overkomen door het feit van de uitvoering van die overeenkomst.

Het ongeval overkomt de werknemer tijdens de uitvoering van de arbeidsovereen-komst wanneer hij op het ogenblik dat het zich voordoet, onder het gezag van de werkgever staat.

De werknemer staat in beginsel onder het gezag van de werkgever wanneer hij ten gevolge van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst in zijn persoonlijke vrijheid wordt beperkt.

2. Het arbeidshof beslist dat de eerste verweerder zich gedurende zijn deelname aan het "Zesde interbedrijventornooi 2011" in de vooravond van donderdag 19 mei 2011, op het ogenblik dat het ongeval zich voordeed, ook al was dit buiten zijn normale werkuren, onder het gezag bevond van zijn werkgever, de tot bin-dendverklaring opgeroepen partij, zodat werd aangetoond dat het ongeval zich voordeed tijdens de uitvoering van de arbeidsovereenkomst.

Hoewel het arbeidshof het criterium van de beperking van de persoonlijke vrijheid bij zijn beschrijving van de toepasselijke wettelijke beginselen vermeldt (p. 11, eerste volledige alinea, van het bestreden arrest), steunt het zijn beslissing dat de eerste verweerder zich op het ogenblik van het ongeval onder het gezag van de tot bindend verklaring opgeroepen partij bevond op vaststellingen die daarmee geen verband houden en verantwoordt het die beslissing dan ook niet naar recht.

De vaststellingen van het arbeidshof dat de deelname aan de sportmanifestatie in essentie was voorbehouden aan personeelsleden van de tot bindendverklaring op-geroepen partij en van dochter- en zustervennootschappen die deel uitmaken van de technische bedrijfseenheid "Site BASF Antwerpen", dat verschillende diensten en/of afdelingen van de tot bindendverklaring opgeroepen partij in de sportmani-festatie waren vertegenwoordigd, dat als buitenstaanders enkel de onderaannemers mochten participeren, op voorwaarde dat zij werkzaam waren op het terrein van BASF en dat zij hun fabrieksbadge konden voorleggen, dat de tot bindendverklaring opgeroepen partij logistieke steun verleende, onder meer door het voeren van publiciteit voor de voetbalwedstrijd, dat zij, meer algemeen, het initiatief steunde, aanmoedigde en begunstigde, dat zij zich voor het ongevalsrisico als verzekeringsnemer verzekerde via een bijvoegsel bij een reeds bestaande polis met als verzekerden haar werknemers, waarbij het verzekeringstechnisch gaat om een uitbreiding op de arbeidsongevallenpolis maar met de meer beperkte dekking "gemeen recht" en, ten slotte, dat de tot bindendverklaring opgeroepen partij in de organisatie van het voetbalevenement een instrument zag om de camaraderie tussen haar werknemers en hun ontplooiing te stimuleren, houden inderdaad geen van alle verband met de vraag of de eerste verweerder op het ogenblik van zijn deelname aan de voetbalwedstrijd in zijn persoonlijke vrijheid werd beperkt.

Hetzelfde geldt voor de vaststelling in het bestreden arrest dat een onmiskenbare nauwe feitelijke band bestaat tussen de werkgever en de vzw BASF Personeels-club, die het initiatief nam voor het voetbaltornooi, het organiseerde en daarvoor de financiële last droeg.

Door die nauwe feitelijke band vast te stellen, op de overwegingen dat de vzw BASF Personeelsclub een door de tot bindendverklaring opgeroepen partij speci-fiek gecreëerde en in stand gehouden satelliet is, met het oog op het bundelen en organiseren van allerhande vrijetijdsactiviteiten voor de personeelsleden, dat de vzw BASF Personeelsclub zijn zetel heeft op het zelfde adres als de maatschappe-lijke zetel van de tot bindendverklaring opgeroepen partij en als statutair doel heeft het aanmoedigen en bevorderen van culturele activiteiten, actieve sportbeoe-fening en vrijetijdsbesteding van de personeelsleden van de tot bindendverklaring opgeroepen partij en BASF SE, alsook van de personeelsleden van andere ven-nootschappen die deel uitmaken van de Technische Bedrijfseenheid Site BASF Antwerpen of waarin de tot bindendverklaring opgeroepen partij of BASF SE rechtsreeks of onrechtstreeks ten minste 25 % van de aandelen houdt en die op de vestiging te Zandvliet zijn tewerkgesteld, dat al die personeelsleden toegetreden lid van de vzw BASF Personeelsclub kunnen worden, mits de lidmaatschapsbij-drage die op zich kosteloos is en dat de statuten van de vzw BASF Personeelsclub bepalen dat, ingeval van vrijwillige of gedwongen ontbinding van de vzw, aan haar patrimonium een bestemming moet worden gegeven overeenstemmend met haar doel en zeker zodanig dat het ten voordele komt van de ontplooiing van het personeel van de tot bindendverklaring opgeroepen partij, neemt het arbeidshof wederom enkel aan dat de tot bindendverklaring opgeroepen partij de organisatie van allerlei vrijetijdsactiviteiten voor haar personeelsleden en die van enkele an-dere vennootschappen, ondersteunde en zelfs zoveel mogelijk wilde bevorderen, onder meer door de oprichting van een personeelsclub waarmee zij een nauwe band had, maar stelt het geenszins vast dat de tot bindendverklaring opgeroepen partij tijdens het verloop van de aldus georganiseerde voetbalwedstrijd, en dus op het ogenblik van het ongeval, over de eerste verweerder gezag kon uitoefenen.

De vaststellingen van het arbeidshof dat het voetbaltornooi werd gespreid over zes meidagen, dat de nieuwheid van de editie 2011 was dat een beroep werd gedaan op scheidsrechters die bij BASF werken, dat het Interbedrijventornooi "geïnstitutionaliseerd" is omdat het al de zesde jaarlijkse editie betrof en dat de preventiedienst van de tot bindendverklaring opgeroepen partij de gegevens van het ongeval in zijn verslag van 7 oktober 2011 ronduit omschreef als "voetbaltornooi BASF", zijn al evenmin dienend om na te gaan of de eerste verweerder op het ogenblik zijn deelname aan het voetbaltornooi in zijn persoonlijke vrijheid werd beperkt.

Ten slotte wordt de beslissing van het arbeidshof dat de tot bindendverklaring op-geroepen partij op het ogenblik van het ongeval gezag kon uitoefenen over de eer-ste verweerder, niet naar recht verantwoord door de in het bestreden arrest vastge-stelde omstandigheden dat de voetbalwedstrijd niet plaatsvond in de onderneming en dat zich uiteindelijk slechts een vrij beperkt aantal ploegen voor het tornooi inschreef. Die vaststellingen wijzen integendeel eerder op de afwezigheid van een beperking van de persoonlijke vrijheid van de verweerder tijdens zijn deelname aan de voetbalwedstrijd.

3. Aangezien de hierboven weergegeven vaststellingen van het bestreden arrest, afzonderlijk noch samen genomen, inhouden dat de persoonlijke vrijheid van de eerste verweerder tijdens zijn deelname aan het interbedrijventornooi als gevolg van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst was beperkt, is de beslissing van het arbeidshof dat de eerste verweerder zich onder het gezag van de werkgever bevond op het ogenblik dat het ongeval zich voordeed tijdens de voetbalwedstrijd, die deel uitmaakte van het door de vzw BASF Personeelsclub jaar in, jaar uit georganiseerde, maar door de tot bindendverklaring opgeroepen partij onder haar auspiciën gepatroneerde interbedrijventornooi voetbal, niet naar recht verantwoord.

Conclusie
Het arbeidshof beslist niet wettig dat is aangetoond dat het ongeval zich voordeed tijdens de uitvoering van de arbeidsovereenkomst, zodat vermoed wordt dat het om een arbeidsongeval gaat en verklaart het hoger beroep van de eiseres niet wet-tig ongegrond (schending van artikel 7 van de Arbeidsongevallenwet).

TOELICHTING

1. In verschillende arresten heeft uw Hof beslist dat het ongeval zich voordoet tijdens de uitvoering van de arbeidsovereenkomst wanneer de werknemer op het tijdstip van het ongeval onder het gezag van de werkgever staat (Cass. 18 novem-ber 1985, Arr. Cass. 1985 (86), 374 ; Cass. 26 september 1989, Arr. Cass. 1989 (90), 117; Cass. 22 februari 1993, Arr. Cass. 1993, I, 215).

Dit gezag kan werkelijk of virtueel zijn, wat betekent dat de werkgever beschikte over de mogelijkheid gezag uit te oefenen (Cass. 26 april 2004, Arr. Cass. 2004, afl. 4, 730).

De werknemer staat in beginsel onder het gezag van de werkgever zolang hij ten gevolge van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst in zijn persoonlijke vrijheid wordt beperkt. De gezagsverhouding is derhalve niet noodzakelijk binnen de arbeidstijd besloten en de uitvoering van de arbeidsovereenkomst valt dan ook niet steeds samen met het eigenlijk verrichten van arbeid (Cass. 26 september 1989, Arr. Cass. 1989 (90), 117; Cass. 22 februari 1993, Arr. Cass. 1993, I, 215).

2. Het gezag moet het sluitstuk vormen van de redenering wanneer zich moei-lijkheden voordoen. Daarbij moet voor ogen worden gehouden dat de wetgever aan de werknemer een ruime bescherming heeft willen bieden. De uitoefening of de mogelijke uitoefening van het gezag is dan ook niet beperkt, in de tijd en in de ruimte, tot het leveren van de eigenlijke arbeidsprestaties. De omstandigheid dat het zeer moeilijk is een onderscheid te maken tussen een ware contractuele ver-plichting en een morele verplichting mag de toegewijde werknemer geen parten spelen (eerste adv.-gen. J.F. LECLERCQ, "Het begrip ongeval overkomen tijdens de uitvoering van de arbeidsovereenkomst in de leer van de arresten van het Hof", rede uitgesproken op de plechtige openingszitting van het Hof van Cassatie op 2 september 2002, Arr. Cass. 2003, afl. 1, 8, nrs 5 en 8).

In een arrest van 3 oktober 1983 besliste uw Hof dat de beslissing dat het ongeval dat een werknemer tijdens de, zelfs vrijwillige deelneming aan een voetbalwed-strijd overkwam, een arbeidsongeval is, wettig is wanneer de rechter vaststelt dat de werknemer speelt in één van de voetbalploegen van de onderneming die kam-pioenschappen tussen de ploegen inricht op terreinen in het bedrijf, dat de werk-gever die wedstrijden aanmoedigde ten einde de arbeidsgeest te bevorderen, dat de aldus opgeofferde uren weliswaar niet werden betaald, doch de werkgever werktijdverminderingen toestond en de mogelijkheid bood die in te halen, dat hij in het bedrijf op de terreinen en de kleedkamers zijn gezag bleef uitoefenen op het personeel dat daar mocht komen, vermits hij te allen tijde kon komen kijken en zelfs het verlof om te spelen kon intrekken of misbruiken kon bestraffen (Cass. 3 oktober 1983, Arr. Cass. 1983 (84), 107).

Uit die vaststellingen kon de rechter dus wettig afleiden dat de werknemer onder het gezag van de werkgever stond op het ogenblik van de voetbalwedstrijd.

De elementen die het arbeidshof vaststelt in het arrest dat deze voorziening be-strijdt, verschillen evenwel in belangrijke mate van die welke werden vastgesteld in de zaak waarin het voornoemde arrest van uw Hof van 3 oktober 1983 werd gewezen.

Meer bepaald houden de door het arbeidshof gedane vaststellingen geen enkel verband met de vraag of de persoonlijke vrijheid van de eerste verweerder tijdens zijn deelname aan de voetbalwedstrijd als gevolg van de arbeidsovereenkomst werd beperkt. Zo bijvoorbeeld stelt het arbeidshof niet vast dat die deelname een morele verplichting was, dat de werkuren door de tot bindendverklaring opgeroe-pen partij werden aangepast, dat de sportmanifestatie plaatsvond op het terrein van de tot bindendverklaring opgeroepen partij, dat deze laatste te allen tijde kon komen kijken of dat zij tijdens bepaalde spelers kon laten vervangen door andere. Het arbeidshof stelt integendeel, naast elementen die slechts verband houden met de mate waarin de organisatie van het voetbaltornooi door de tot bindendverkla-ring opgeroepen partij werd ondersteund en aangemoedigd, vast dat de sportmani-festatie niet plaatsvond in de onderneming en dat uiteindelijk een vrij beperkt aan-tal ploegen zich inschreef voor het tornooi.

3. De eiseres merkt voor zoveel als nodig op dat zij er belang bij heeft dat het door uw Hof te wijzen arrest tegenwerpelijk is aan de tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij, aangezien de artikelen 54 en 74 van de wet van 3 juli 1978 aan de arbeidsongevallenverzekeraar bepaalde verplichtingen oplegt t.a.v. de werkgever van het slachtoffer van een ongeval als dat een arbeidsongeval is.

 

OM DEZE REDENEN

Concludeert de eiseres dat het uw Hof behage
- de bestreden beslissing te vernietigen,
- de zaak en de partijen te verwijzen naar een ander arbeidshof,
- het arrest bindend te verklaren aan de tot bindendverklaring opgeroepen partij,
- uitspraak te doen over de kosten als naar recht,

Gent, 14 april 2015

Voor de eiseres,

 

 

Noot: 

Nathalie Betsch, Hartinfarct kan arbeidsongeval zijn in de overheidssector

Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 10/10/2016 - 15:46
Laatst aangepast op: ma, 10/10/2016 - 15:46

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.