-A +A

Arbeidsongeval nieuw letsel in privésfeer

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Arbeidshof
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
vri, 16/01/2015
A.R.: 
2014/AG/182

Het slachtoffer van een arbeidsongeval dat later in een privé situatie een nieuw letsel oploopt, en dat zich beroept op artikel 25 van de Arbeidsongevallenwet, moet niet aantonen dat het nieuw letsel zijn oorzaak vindt in het letsel uit het arbeidsongeval. Het moet wel kunnen aantonen dat er een causaal band is het arbeidsongeval zelf. Voor de toepassing van artikel 25 van de wet moet het vervolgens aantonen dat de blijvende arbeidsongeschiktheid al dan niet tijdelijk verergerd is en dat het slachtoffer zijn beroep daardoor tijdelijk niet meer kan uitoefenen.

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Arrest

Arbeidshof Gent, afdeling Gent- 2014/AG/182- p. 2

1. Feiten

Een werknemer werd op 1 december 2010 het slachtoffer van een arbeidsongeval. Hij was als vrachtwagenmechanieker in dienst van de Garage van zijn werkgever. Bij het losmaken van een carterstop van de versnellingsbak liep hij een letsel aan de linkerschouder op.

Het arbeidsongeval werd erkend door de arbeidsongevallenverzekeraar.

De werknemer was tijdelijk arbeidsongeschikt van 3 januari 2011 tot en met 9 januari 2011, en van 4 februari 2011 tot en met 31 juli 2011. De consolidatiedatum werd vastgesteld op 1 augustus 2011 met een blijvende arbeidsongeschiktheid van 3%.

Op 19 december 2012 was de werknemer thuis ramen aan het poetsen. Hij kreeg hevige pijn in de linkerschouder en diende zijn arts te consulteren. Op 2 januari 2012 onderging hij een "arthroscopische hechting rotator cuff ruptuur revisie" en was hij een bepaalde periode arbeidsongeschikt.

De arbeidsongevallenverzekeraar meent evenwel dat er dit maal geen sprake is van een arbeidsongeval. Het letsel staat niet in causaal verband met arbeidsongeval van 1 december 2012. De letsels van het eerste ongeval (aan de linkerschouder) hebben het kuisen van de ramen op 19 december 2011 immers niet veroorzaakt, aldus de arbeidsongevallenverzekeraar.

De werknemer is het daar niet mee eens en heeft een zaak ingeleid voor de arbeidsrechtbank.

2. Procedure.

De werknemer, hierna X heeft bij verzoekschrift d.d. 22 juli 2013 de Werkgever, hierna Y voor arbeidsrechtbank te Dendermonde, afdeling Dendermonde gedaagd.

Hij vorderde de vordering ontvankelijk te verklaren, te zeggen voor recht dat hij tijdelijk arbeidsongeschikt is aan 100 %, vanaf 22 december 2012 tot 22 juli 2013 en verder, en dat deze arbeidsongeschiktheid een tijdelijke verergering uitmaakt van de blijvende gevolgen van het arbeidsongeval hem overkomen op 1 december 2010.

Tevens vorderde hij te horen zeggen voor recht dat de medische raadplegingen en behandelingen na 21 december 2012, in het bijzonder de heelkundige ingreep op 2 januari 2013, van nut waren in causaal verband met de letsels uit het arbeidsongeval.

Ondergeschikt vorderde hij een geneesheer-deskundige aan te stellen en te horen zeggen voor recht dat appellante ertoe gehouden is hem hiervoor te vergoeden in het raam van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971.

Bij tussenvonnis van 3 februari 2014 heeft de arbeidsrechtbank de vordering toelaatbaar en ontvankelijk verklaard, en stelde zij dr. J. Ellegiers aan als deskundige.

Y •heeft hoger beroep aangetekend bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van

het arbeidshof te Gent op 28 april 2014.

De zaak werd ingeleid op 5 juni 2014. De procedurekalender werd opgemaakt bij beschikking van 20 juni 2014. De zaak werd opgeroepen voor de zitting van 19 december 2014.

De partijen werden gehoord in hun middelen en conclusies op de openbare terechtzitting van 19 december 2014.

3. Vordering(art. 748bis en 780, eerste lid, 3° Ger.W.)

Y vordert het hoger beroep ontvankelijk en gegrond te verklaren en bijgevolg het bestreden vonnis teniet te doen; de oorspronkelijke vorderingen van de geïntimeerde als ongegrond af te wijzen en uitspraak te doen over de kosten als naar recht.

X vraagt de bevestiging van het eerste vonnis en de zaak terug te zenden naar de eerste rechter voor afhandeling van de gerechtelijke expertise.

4. Bespreking

4.1. De ontvankelijkheid van het hoger beroep.

Het hoger beroep werd tijdig en regelmatig ingesteld. Het is ontvankelijk.

4.2. De gegrondheid van het hoger beroep.

Y was in 2010 het slachtoffer van een arbeidsongeval met letsels aan de linkerschouder en een blijvende arbeidsongeschiktheid van 3% tot gevolg. Twee jaar later liep hij bij het poetsen van ramen thuis opnieuw een letsel op aan de linkerschouder. Hij beroept zich op artikel 25 van de Arbeidsongevallenwet om een vergoeding te bekomen.

Deze bepaling luidt als volgt:

Indien de blijvende arbeidsongeschiktheid veroorzaakt door het arbeidsongeval zodanig verergert dat de getroffene het beroep, waarin hij gereclasseerd werd, tijdelijk niet meer kan uitoefenen, heeft hij gedurende deze periode recht op de vergoedingen zoals bepaald in de artikelen 22, 23 en 23bis.

Hoewel X zich reeds in de inleidende akte uitdrukkelijk beroept op artikel 25 van de Arbeidsongevallenwet, bespreekt de arbeidsongevallenverzekeraar deze wetsbepaling niet. Zij voert haar verweer aan de hand van bepaalde gepubliceerde rechtspraak die handelt over de vraag in welke omstandigheden het slachtoffer van een arbeidsongeval ook voor later ontstane letsels recht heeft op vergoedingen.

Zo gaat zij uitvoerig in op een arrest van het arbeidshof te Gent van 16 september 2011 (J. T.T. 2012, 302; juridat.be). Dit arrest betreft echter een andere feitelijke situatie. Vooreerst erkende de arbeidsongevallenverzekeraar in die zaak expliciet dat het tweede letsel op medisch vlak zijn oorsprong vond in het eerste arbeidsongeval én dat het om een exacerbatie van de bij het arbeidsongeval opgelopen letsels ging. In casu is dat anders. Thans wordt die causaliteit op medisch vlak uitdrukkelijk wél betwist: de arbeidsongevallenverzekeraar stelt dat het niet om een heropflakkering van bestaande letsels gaat, maar dat het een nieuw letsel betreft, weze het gelijkaardig aan het eerste. Bovendien had het slachtoffer in de zaak die tot het arrest van 16 september 2011 heeft geleid geen blijvende arbeidsongeschiktheid, terwijl dat wel het geval is met X. Deze laatste kan zich derhalve beroepen op artikel 25 van de Arbeidsongevallenwet, wat het slachtoffer in de andere zaak niet kon (of althans niet deed).

Ook de verwijzing naar het cassatiearrest van 26 maart 1990 (R. W. 1990-91, 52, concl. O.M.) is om die reden niet dienstig. Want ook in dat arrest werd geen toepassing gemaakt van artikel 25 van de Arbeidsongevallenwet. De middelen in cassatie waren gesteund op een aangevoerde schending van o.m. de artikelen 7, 9 en 22 van de Arbeidsongevallenwet. Het arrest handelt derhalve niet over het thans aan de orde zijnde artikel 25 van de wet. Dat laatste is ook het geval met het cassatiearrest van 8 januari 1990 (R. W. 1989-90, 1323).

De toepassing van artikel 25 van de Arbeidsongevallenwet vereist dat de blijvende arbeidsongeschiktheid verergert én dat de getroffene zijn beroep daardoor tijdelijk niet meer kan uitoefenen. In dat geval heeft het slachtoffer recht op de vergoedingen voor tijdelijke arbeidsongeschiktheid (meer bepaald op de vergoedingen bedoeld in de artikelen 22, 23 en 23bis van de wet).

In casu blijkt uit de stukken van X dat er een causaal verband is tussen het letsel van 19 december 2012 en het arbeidsongeval van 1 december 2010. Tevens blijkt dat hij een bepaalde periode arbeidsongeschikt is geweest. Dit wijst erop dat de blijvende arbeidsongeschiktheid (al dan niet tijdelijk) is verergerd en hij zijn beroep tijdelijk niet kon uitoefenen.

De eerste rechter heeft dan ook terecht een onderzoeksmaatregel bevolen. Hij stelde een gerechtsdeskundige aan teneinde na gaan welke de gevolgen op medisch vlak zijn. Hij droeg de gerechtsdeskundige terecht op advies te verlenen over onder meer de vraag "of de blijvende arbeidsongeschiktheid vanaf 22 december 2012 zodanig verergerde dat (het slachtoffer) het beroep waarin hij werd gereclasseerd tijdelijk niet meer kon uitoefenen". X vraagt de bevestiging van het tussenvonnis en van de opdracht aan de gerechtsdeskundige.

Het arbeidshof is van oordeel dat daarop moet worden ingegaan, gelet op de medische stukken die X voorlegt. Mede aan de hand van het advies van de gerechtsdeskundige zal het hof kunnen nagaan of de (met medische stukken gestaafde) beweringen van X kloppen.

Het hof meent echter dat de opdracht aan de gerechtsdeskundige moet worden aangevuld.

Artikel 25 schrijft niet voor dat de verergering van de blijvende arbeidsongeschiktheid moet veroorzaakt zijn door de letsels van het eerder opgelopen arbeidsongeval (dit is de hypothese waar iemand door een arbeidsongeval blind werd, en door die blindheid - het letsel - later ergens tegen aanloopt).

Er moet echter wel een causaal verband zijn met het arbeidsongeval zelf.

Een arbeidsongevallenverzekeraar is immers niet vergoedingsplichtig indien na een arbeidsongeval met bv. een letsel aan een schouder en een blijvende arbeidsongeschiktheid tot gevolg, die arbeidsongeschiktheid later verergert en het slachtoffer zijn job tijdelijk niet kan uitoefenen doordat bv. thuis een voorwerp op de voet is gevallen.

Er is dan geen enkel causaal verband met het arbeidsongeval. Het is niet de bedoeling van de Arbeidsongevallenwet dat de arbeidsongevallenverzekeraar die schade vergoedt.

In casu heeft het slachtoffer twee keer een letsel aan de linkerschouder, eerst door het arbeidsongeval, later door een handeling in privé-leven. Het lijkt erop dat het tweede letsel (mede) veroorzaakt is door het arbeidsongeval zelf. Maar daarover is thans geen voldoende zekerheid. De arbeidsongevallenverzekeraar betwist uitdrukkelijk dat er een causaal verband is. Derhalve dient in de opdracht aan de gerechtsdeskundige eerst de vraag te worden betrokken of er een causaal verband is tussen de letsels opgelopen op 19 december 2012 en het arbeidsongeval van 1 december 2010. Enkel in voorkomend geval dienen de overige vragen van de eerste rechter te worden beantwoord.

Behalve die toevoeging, wordt de onderzoeksmaatregel voor het overige bevestigd. Deze bevestiging impliceert dat de zaak overeenkomstig artikel 1068 tweede lid Gerechtelijk Wetboek wordt terugverwezen naar de eerste rechter.

OM DEZE REDENEN, HET ARBEIDSHOF,

Rechtsprekend op tegenspraak,

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken en inzonderheid op artikel 24 van deze wet,

Verwerpt alle andere, ruimere of strijdige conclusies.

Verklaart het hoger beroep in beperkte mate gegrond

Bevestigt het vonnis van 3 februari 2014 van de derde kamer van de arbeidsrechtbank te Dendermonde, afdeling Dendermonde (A.R. 13/1506/A), met dien verstande dat in de onderzoeksmaatregel en in de opdracht aan de gerechtsdeskundige als eerste vraag wordt opgenomen of er een - met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid - causaal verband is tussen de letsels opgelopen op 19 december 2012 en het arbeidsongeval van 1 december 2010. Enkel in voorkomend geval dient advies te worden verleend over de overige vragen zoals opgenomen in het vonnis van de eerste rechter.

Verwijst de zaak overeenkomstig artikel 1068, tweede lid Ger.W. terug naar de eerste rechter.

Veroordeelt de appellante tot de kosten van het hoger beroep krachtens artikel 68 van de arbeidsongevallenwet.

Begroot deze kosten als volgt :

- aan de zijde van de nv Y niet begroot bij gebrek aan omstandige opgave

- aan de zijde van X rechtsplegingsvergoeding hoger beroep 160,36 EUR.

Aldus gewezen door de eerste kamer van het arbeidshof te Gent, zetelend te Gent, samengesteld uit Lietaert Bruno, raadsheer in het arbeidshof, voorzitter van de eerste kamer

 

Gerelateerd
BijlageGrootte
Arrest arbeidshof Gent, 16-01-2015 download_blob.pdf563.79 KB
Aangemaakt op: za, 29/10/2016 - 13:56
Laatst aangepast op: za, 29/10/2016 - 13:56

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.