-A +A

Arbeidsongeval cumulatieverbod tussen gemeenrechtelijke schadeloosstelling en vergoedingen die door arbeidsongevallenwet worden gedekt

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Rechtbank van Eerste Aanleg Burgerlijke rechtbank
Plaats van uitspraak: Antwerpen
Datum van de uitspraak: 
maa, 12/10/2015

Het cumulatieverbod tussen gemeenrechtelijke schadeloosstelling en vergoedingen die door arbeidsongevallenwet worden gedekt, geldt enkel wanneer de schade waarvoor vergoeding wordt gevorderd, gedekt is door de Arbeidsongevallenwet.

Bijgevolg heeft het slachtoffer, wanneer volgens de criteria van de Arbeidsongevallenwet geen vergoeding wordt toegekend voor de schade waarvoor hij in gemeen recht vergoeding vordert, recht op integrale vergoeding van deze schade

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2017-2018
Pagina: 
1315
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

D.W. t/ CVBA P&V, M.K. en NV A.I.

I. Situering van het geschil

Het geding tussen de partijen betreft een aanrijding op 7 maart 2012 (...) te Stabroek (...). Daarbij waren betrokken:

– de personenwagen Daihatsu, eigendom van D.W., bestuurd door R.H. en verzekerd bij NV A.I.;

– de motorfiets Honda, eigendom van en bestuurd door M.K., en verzekerd bij CVBA P&V.

R.H., die aanvankelijk in de richting Stabroek centrum had gereden, draaide links af met de bedoeling om terug te keren. Daarbij werd zijn voertuig in de linkerflank aangereden door M.K., die hem inhaalde.

Op 21 mei 2013 is D.W. overgegaan tot dagvaarding van CVBA P&V voor de Politierechtbank te Antwerpen. M.K. en NV A.I. zijn vrijwillig tussengekomen in dit geding.

II. Procedure

De eerste rechter (...) verklaarde in het bestreden vonnis van 23 april 2014:

– de vordering van D.W. tegen CVBA P&V toelaatbaar maar ongegrond;

– de vordering van M.K. tegen D.W. toelaatbaar maar ongegrond;

– de vordering van M.K. tegen NV A.I. toelaatbaar en gegrond.

D.W. stelde bij verzoekschrift hoger beroep in, gericht tegen CVBA P&V en M.K., en aangezegd aan NV A.I. Dit hoger beroep beoogt:

– de toewijzing van de oorspronkelijke vordering van D.W. (...);

– de afwijzing van de vordering van M.K. tegen D.W. (...) tot veroordeling tot de kosten.

NV A.I. stelde eveneens hoger beroep in (...) gericht tegen CVBA P&V en M.K. en aangezegd aan D.W. Dit hoger beroep beoogt de afwijzing van de vordering van M. K. (...).

CVBA P&V en M.K. concluderen tot de afwijzing van de hogere beroepen als ontvankelijk maar ongegrond.

...

IV. Grond van de zaak

...

3. Beoordeling wat de schade van M.K. betreft

3.1. NV A.I. vraagt de hervorming van het eerste vonnis m.b.t. de toegekende vergoedingen voor respectievelijk meerinspanningen en blijvende huishoudelijke ongeschiktheid.

M.K. vraagt de bevestiging van het eerste vonnis.

3.2. Wat de meerinspanningen betreft, vraagt NV A.I. de afwijzing op grond van het verbod van cumulatie tussen de gemeenrechtelijke schadeloosstelling en de vergoedingen die door de arbeidsongevallenverzekeraar zijn gedekt. Zij verwijst naar de cassatierechtspraak die bevestigt dat de gemeenrechtelijke vergoeding voor deze post dezelfde schade dekt als die welke wordt gedekt door de uitkeringen in wet.

In casu blijkt dat M.K. vergoeding vraagt voor meerinspanningen die hij in de periode van gedeeltelijke ongeschiktheid (van 25% tot 7%) diende op te brengen vanaf de datum waarop hij het werk had hervat, namelijk 20 augustus 2012. In het verslag van de raadgevend geneesheer van de NV A.I. werd die datum ook genoteerd.

Het cumulatieverbod geldt enkel wanneer de schade waarvoor vergoeding wordt gevorderd, gedekt is door de Arbeidsongevallenwet. Bijgevolg heeft het slachtoffer, wanneer volgens de criteria van de Arbeidsongevallenwet geen vergoeding wordt toegekend voor de schade waarvoor hij in gemeen recht vergoeding vordert, recht op integrale vergoeding van deze schade (zie: Cass. 11 juni 2007, AR nr. C.06.0255N, Arr.Cass. 2007, 1306).

Voor de periode na de werkhervatting, die blijkbaar voltijds was, heeft de arbeidsongevallenverzekeraar geen vergoeding uitgekeerd aan M.K. en is er dus geen sprake van enige subrogatie ten voordele van deze verzekeraar.

De rechtbank sluit zich dan ook aan bij de pertinente opmerking in het vonnis van de eerste rechter dat M.K. in feite niet meer vraagt dan het verschil tussen de vergoeding die hij ontving volgens het arbeidsongevallenrecht, namelijk nihil, en de vergoeding waarop hij gerechtigd is berekend volgens gemeen recht.

...

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 13/04/2018 - 14:25
Laatst aangepast op: vr, 11/05/2018 - 00:00

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.