-A +A

Antigoonrechtspraak bevestigd door het Europees Hof van de rechten van de mens

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: EHRM
Datum van de uitspraak: 
din, 28/07/2009
Publicatie
tijdschrift: 
Juristenkrant
Referentie: 
28 juli 2009
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Antigoonrechtspraak bevestigt door het Europees Hof van de rechten van de mens

Europees Hof van de rechten van de mens 28 juli 2009 www.ECHR.COE.INT, Juristenkrant 28 oktober 2009.
 
Samenvatting het art. 8 van het Europees verdrag van de rechten van de mens legt geen regels vast over de toelaatbaarheid van het bewijs, materie die tot het interne recht behoort.
 
Het Hof heeft wel het recht om na te gaan of de strafprocedure in haar geheel eerlijk geweest is hetgeen betekent dat de beklaagde de mogelijkheid moet hebben gehad om het gebruik als bewijsmiddel te betwisten van hetgeen via onregelmatig onderzoek werd bekomen en vooral na te gaan of hierdoor betrouwbaarheid of de juistheid van het bewijs niet twijfelachtig wordt. Volgens het arrest van het Hof van de rechten van de mens is elk bewijs vergaard op basis van een schending van de fundamentele rechten van het verdrag van de rechten van de mens nietig, zoals bewijs verzamelt op basis van foltering of onmenselijke dan wel vernederende behandeling. Maar tezelfdertijd bevestigt het Europees Hof van de rechten van de mens dat de antigoonrechtspraak van het Hof van Cassatie verbonden is aan de interne rechtsorde en voldoende appreciatie bevoegdheid laat aan de interne rechter om de bewijskracht te beoordelen, ze te weerhouden, ze te verzachten of ze te niet te doen.
 
De antigoontest zoals verfijnd door het Hof van Cassatie en overeind gelaten door het Europees Hof van de rechten van de mens kan samengevat worden als volgt:
 
  1. Er bestaat geen wettelijk verbod om bewijsmateriaal dat onregelmatig of onwettig werd verkregen op absolute wijze uit te sluiten.
  2. Het onregelmatig verkregen bewijs dient door de rechter beoordeelt naar de gevolgen die door het onregelmatig bewijs werden verkregen.
  3. wanneer een vormvoorwaarde door de wet op straffen van nietigheid is voorgeschreven mag een onregelmatig bewijs enkel uitgesloten worden wanneer de onregelmatigheid de betrouwbaarheid van het bewijs aantast of wanneer het gebruik van dat bewijsmateriaal dregt op een eerlijk proces aantast
  4. Bij de beoordeling dient de rechter rekening te houden met alle omstandigheden van de zaak.
 
Hieraan kan toegevoegd worden dat bewijs dat verzameld is in strijd met de fundamentele rechten van de mens zoals ingeschreven in het Europees verdrag van de rechten van de mens absoluut nietig is zo kan een bekentenis afgedwongen door foltering of onmenselijke behandeling nooit als bewijs in rechte worden weerhouden.
 
 
Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 08/11/2009 - 18:32
Laatst aangepast op: zo, 11/06/2017 - 13:46

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.